Bontenbal en het CDA: Tussen Herstel en Opportunisme


Het CDA is weer terug van weg geweest.

Is er wat veranderd sinds het succes van Balkenende?

Net als bij de moord op Pim Fortuyn maakt het CDA nu gebruik van de misstap van Pieter Omtzigt, die zich heeft laten inpakken door machtsbeluste partijgenoten.

Deze blog is een onderdeel van blogs over de komende verkiezingen en volgt op Analyse Ipsos-peiling 28 juli 2025: Nederland in Transformatie.

Een institutionele analyse van christendemocratisch gedrag in cyclische perspectief

Abstract

Deze studie onderzoekt het electorale herstel van het Christen-Democratisch Appèl (CDA) onder leiderschap van Henri Bontenbal door middel van een institutioneel-analytisch raamwerk dat cyclisch politiek gedrag en opportunistische strategieën conceptualiseert. Gebruikmakend van peilingdata, programmatische analyse en theoretische modellen van politieke business cycles, wordt betoogd dat het CDA’s heropleving (van 5 zetels in 2023 naar 21-25 zetels in peilingen van 2025) primair het resultaat is van strategische positionering eerder dan authentieke ideologische vernieuwing. De analyse introduceert een vierfasig cyclisch model van christendemocratisch gedrag en evalueert dit tegen de achtergrond van bredere theorieën over opportunistisch politiek gedrag.

1. Inleiding

Het CDA ervaart onder Henri Bontenbal een opmerkelijke electorale recuperatie, met peilingen die de partij op 21 tot 25 zetels plaatsen, een dramatische verbetering ten opzichte van de historisch laagste uitslag van 5 zetels (3,3% van de stemmen) in de verkiezingen van 2023. Deze heropleving vormt een interessant geval voor de bestudering van christendemocratische veerkracht in hedendaagse Europese politiek, waar christendemocratische partijen geconfronteerd worden met structurele uitdagingen van secularisatie, fragmentatie en ideologische vervaging.

De centrale onderzoeksvraag luidt: representeert Bontenbal’s leiderschap een authentieke ideologische vernieuwing van het Nederlandse christendemocratisme, of betreft het een strategische aanpassing aan veranderende electorale omstandigheden die primair opportunistische kenmerken vertoont? Deze vraag wordt onderzocht aan de hand van theoretische kaders uit de literatuur over politieke business cycles (Nordhaus, 1975; Rogoff, 1990), opportunistisch politiek gedrag (Walter, 2009; Akhmedov & Zhuravskaya, 2004), en institutionele analyse van christendemocratische partijen (Van Kersbergen, 1995; Kalyvas, 1996).

2. Theoretisch Kader

2.1 Opportunisme in Politieke Partijen

Politiek opportunisme verwijst naar de praktijk van het benutten van elke situatie om politieke steun of invloed te behouden, vaak ten koste van relevante ethische of politieke principes. De literatuur onderscheidt verschillende vormen van opportunistisch gedrag:

  1. Instrumenteel opportunisme: Waarbij politici uitsluitend gericht zijn op de vruchten van het ambt, zonder ideologische preferenties
  2. Electoral opportunisme: Strategische aanpassingen van beleidsposities om electoraal gewin te maximaliseren
  3. Cyclisch opportunisme: Beleidsaanpassingen die afhankelijk zijn van de nabijheid van verkiezingen en reputatiemanagement

2.2 Christendemocratische Partijdynamiek

Christendemocratische partijen in Europa hebben in de jaren 1990 en 2000 aanzienlijke electorale dalingen ervaren als gevolg van exogene veranderingen, waarbij hun reacties op deze uitdagingen bijdroegen aan hun electorale problemen. Onderzoek naar christendemocratische partijen toont aan dat deze bewegingen zich onderscheiden door hun organische maatschappijvisie, decentralisatie en corporatisme.

Het Nederlandse christendemocratisme wordt traditioneel gekenmerkt door vier kernprincipes: rentmeesterschap, solidariteit, verantwoordelijkheidsspreiding en publieke rechtvaardigheid. Deze principes vormen de basis voor wat gedefinieerd wordt als een “verantwoordelijke samenleving” waarbij overheidsinterventie beperkt dient te blijven.

3. Historische Contextualisering

3.1 Cyclische Patronen in de CDA-Geschiedenis

Het CDA domineerde de Nederlandse politiek van 1977 tot 1994, werd na 1994 naar de oppositie verwezen, herrees tussen 2002-2010 onder Balkenende, en ervoer vervolgens verdere electorale achteruitgang tot 2023. Deze cyclische beweging suggereert structurele patronen in christendemocratisch politiek gedrag die verder reiken dan individueel leiderschap.

De partij ontstond als federatie in 1975 uit de fusie van de Katholieke Volkspartij (KVP), de Anti-Revolutionaire Partij (ARP) en de Christelijk-Historische Unie (CHU), een strategische reactie op de ontzuiling en secularisatie die de afzonderlijke christelijke partijen hadden verzwakt.

3.2 Ideologische Evolutie

Het CDA begon relatief progressief vergeleken met andere Europese christendemocratische partijen, maar volgde de algemene trend in de Nederlandse politiek richting conservatisme en centrum-rechts. Onder Balkenende’s leiderschap werd de partij meer communitaristisch, geïnspireerd door socioloog Amitai Etzioni.

4. Bontenbal’s Leiderschap: Empirische Analyse

4.1 Electorale Performance en Populariteit

In april 2025 ontving Bontenbal een gemiddelde waardering van 6,5 van kiezers, verreweg de hoogste score van alle partijleiders. Maar liefst 63 procent van degenen die nu op het CDA zouden stemmen doet dat vanwege de leider, een percentage dat geen enkele andere partij benadert.

Kiezers beschrijven Bontenbal als “duidelijk, integer en in staat om bruggen te slaan”, waarbij het CDA bij het bredere electoraat de gewildste coalitiepartner is na de komende verkiezingen. Deze populariteit contrasteert scherp met het dalende vertrouwen in VVD-leider Dilan Yeşilgöz, waarbij nog maar de helft van de eigen kiezers vertrouwen in haar heeft.

4.2 Programmatische Positionering

Bontenbal’s retoriek combineert traditionele christendemocratische waarden met hedendaagse maatschappelijke thema’s. Hij positioneert het CDA als een partij “voor iedereen”, in tegenstelling tot wat hij beschrijft als identiteitspolitiek van andere partijen. Zijn persoonlijke verhaal—opgegroeid in een warm gezin met acht kinderen “Op Zuid” in Rotterdam—wordt strategisch ingezet om fatsoen, omzien naar elkaar en traditionele waarden te benadrukken.

5. Cyclisch Gedragsmodel: Een Nieuwe Typologie

Op basis van de empirische observaties wordt een vierfasig cyclisch model van CDA-gedrag geïntroduceerd:

5.1 Gele Fase: Visionair Retoriek

  • Kenmerken: Toekomstgerichte taal, gemeenschapsvisie, normatieve uitspraken
  • Beleidsinhoud: Minimale concrete voorstellen, focus op waarden
  • Strategische functie: Legitimiteitsopbouw, morele autoriteit vestigen

5.2 Groene Fase: Zorgzame Positionering

  • Kenmerken: Nadruk op zorg, gezin, maatschappelijke verbondenheid
  • Beleidsinhoud: Beperkte overheidsinterventie gecombineerd met verantwoordelijkheidsspreiding
  • Strategische functie: Electorale verbreding, centrumaantrekkingskracht

5.3 Blauwe Fase: Bestuurlijke Consolidatie

  • Kenmerken: Structuurdenken, regelgeving, institutioneel rentmeesterschap
  • Beleidsinhoud: Uitvoeringsgericht beleid, administratieve hervormingen
  • Strategische functie: Coalitiegeschiktheid, bestuurlijke geloofwaardigheid

5.4 Rode Fase: Reactieve Daadkracht

  • Kenmerken: Besluitvaardigheid, orde, veiligheidsthema’s
  • Beleidsinhoud: Reactief optreden na publieke druk of crisissituaties
  • Strategische functie: Probleemoplossend imago, crisismanagement

6. Opportunisme versus Vernieuwing: Kritische Evaluatie

6.1 Aanwijzingen voor Opportunistisch Gedrag

Verschillende observaties suggereren opportunistische motieven achter het CDA’s herstel:

  1. Timing-afhankelijke posities: Bontenbal’s herziening van het CDA’s standpunt over consumentenvuurwerk, waarbij hij overging tot steun voor een landelijk verbod na gewelddadige incidenten tegen hulpverleners
  2. Reactieve agenda-setting: Onderwerpen als onderwijs, jeugdzorg en migratie worden niet uit eigen initiatief geagendeerd maar pas na publieke druk opgepakt
  3. Coalitiegerichte flexibiliteit: De vorming van een “onheilige alliantie” met centristische en conservatieve oppositiepartijen tegen onderwijsbezuinigingen

6.2 Elementen van Authentieke Vernieuwing

Echter, bepaalde aspecten wijzen op substantiële vernieuwing:

  1. Generationele verversing: Bontenbal’s achtergrond als energiespecialist en zijn expertise op klimaat- en energiebeleid
  2. Strategische herbegronding: Zijn kritiek op de focus van het CDA op het platteland en de noodzaak van een verhaal dat bij de hele samenleving resoneert
  3. Institutionele innovatie: Voorstellen om het aantal moties per parlementaire fractie te beperken als reactie op procedurele inflatie

7. Comparatieve Perspectief

7.1 Internationale Patronen

Christendemocratische partijen in Europa hebben vergelijkbare uitdagingen ervaren, waarbij Duitse bondskanselier Angela Merkel’s vermijding van expliciet christelijke standpunten tijdens haar verkiezingscampagne van 2005 exemplarisch is voor de christendemocratische vlucht van het “C-label”. Onderzoek naar politieke business cycles toont aan dat politici systematisch economische en fiscale condities manipuleren voor verkiezingen om hun herverkiezingskansen te vergroten.

7.2 Nederlandse Specificiteiten

Het Nederlandse partijsysteem wordt gekenmerkt door vijf dominante partiifamilies, waarbij de christelijke familie momenteel wordt vertegenwoordigd door het CDA en de ChristenUnie. Het CDA functioneert binnen een politieke context waarin consensuspolitiek en coalitievorming centraal staan, wat opportunistische flexibiliteit zowel mogelijk als strategisch rationeel maakt.

8. Methodologische Overwegingen

Deze analyse steunt op verschillende databronnen:

  1. Peilingdata: Ipsos I&O en Verian/EenVandaag peilingen uit 2025
  2. Programmatische teksten: CDA verkiezingsprogramma’s en beleidsdocumenten
  3. Parlementaire gegevens: Stemgedrag en parlementaire initiatieven van Bontenbal
  4. Comparatieve case studies: Vergelijking met andere Europese christendemocratische partijen

De beperkingen van deze studie liggen in de relatief korte periode van Bontenbal’s leiderschap en de inherente moeilijkheid om opportunistische motieven te onderscheiden van strategische noodzaak in democratische politiek.

9. Conclusies en Implicaties

9.1 Hoofdbevindingen

Het electorale herstel van het CDA onder Bontenbal vertoont karakteristieken van zowel strategisch opportunisme als authentieke vernieuwing. Het voorgestelde cyclische model suggereert dat het CDA structureel afhankelijk is geworden van externe ritmes en stimuli, waarbij retorische aanpassingen (geel/groen) worden gebruikt om bestuurlijke continuïteit (blauw/rood) te maskeren.

Onderzoek naar kiezersreacties op opportunistisch gedrag toont aan dat opportunisme negatieve effecten heeft op steun voor zittende partijen vanwege zorgen over toekomstige prestaties en procedurele eerlijkheid. Echter, onder goede economische omstandigheden zijn kiezers nog steeds meer geneigd om de zittende partij te steunen ondanks hun negatieve reactie op opportunisme.

9.2 Theoretische Bijdragen

Deze studie contribueert aan de literatuur door:

  1. Conceptuele vernieuwing: Introductie van een vierfasig cyclisch model voor christendemocratisch politiek gedrag
  2. Empirische validatie: Toepassing van opportunisme-theorieën op hedendaagse christendemocratische praktijk
  3. Institutionele analyse: Verbinding tussen partij-intern gedrag en systemische electorale dynamiek

9.3 Praktische Implicaties

Voor het CDA zelf impliceert deze analyse dat duurzaam electoraal succes vereist dat de vier geïdentificeerde cycli (geel-groen-blauw-rood) intern worden verbonden door een coherente ideologische visie. De kernprincipes van rentmeesterschap, solidariteit, verantwoordelijkheidsspreiding en publieke rechtvaardigheid bieden daarvoor het normatieve fundament, mits zij worden vertaald naar hedendaagse maatschappelijke uitdagingen.

Voor de bredere studie van christendemocratische politiek suggereert deze analyse dat partijen die succesvol navigeren tussen verschillende politieke cycli niet noodzakelijk opportunistisch zijn, maar mogelijk een vorm van “adaptief institutionalisme” praktiseren waarbij strategische flexibiliteit wordt gecombineerd met normatieve consistentie.

10. Vervolgonderzoek

Toekomstig onderzoek zou zich kunnen richten op:

  1. Longitudinale analyse: Evaluatie van Bontenbal’s leiderschap over een langere periode
  2. Comparatieve studie: Vergelijking met andere Europese christendemocratische revivals
  3. Experimenteel onderzoek: Systematische analyse van kiezersreacties op verschillende vormen van politiek opportunisme
  4. Institutionele dynamiek: Onderzoek naar de interne partijstructuren die cyclisch gedrag faciliteren of beperken

Literatuurlijst

Primaire Bronnen

Peilingonderzoek en Data

  • EenVandaag/AVROTROS (2025). “VVD en CDA nu even groot in zetelpeiling: kiezers vinden Dilan Yeşilgöz ‘premier-onwaardig’ en Henri Bontenbal ‘duidelijk en integer’.” EenVandaag Opiniepanel.
  • Ipsos I&O (2025). “De herrijzenis van het CDA.” Ipsos I&O Publiek, april 2025.
  • NOS (2025). “Peilingwijzer: CDA nu even groot als VVD, JA21 gestegen.”

Officiële Documenten

  • CDA (2023). Verkiezingsprogramma “Recht doen”.
  • CDA (2025). Partijwebsite en beleidsdocumenten. http://www.cda.nl
  • Tweede Kamer der Staten-Generaal (2025). “Bontenbal H. (CDA).” Parlementaire activiteiten en kamervragen.

Theoretische Literatuur

Politiek Opportunisme en Business Cycles

  • Akhmedov, A., & Zhuravskaya, E. (2004). Opportunistic political cycles: Test in a young democracy setting. Quarterly Journal of Economics, 119(4), 1301-1338.
  • Nordhaus, W. (1975). The political business cycle. Review of Economic Studies, 42(2), 169-190.
  • Rogoff, K. (1990). Equilibrium political budget cycles. American Economic Review, 80(1), 21-36.
  • Walter, S. (2009). The limits and rewards of political opportunism: How electoral timing affects the outcome of currency crises. European Journal of Political Research, 48(4), 459-490.

Stemgedrag en Electorale Dynamiek

  • Beckman, T., & Schleiter, P. (2020). Opportunistic election timing, a complement or substitute for economic manipulation? The Journal of Politics, 82(3), 1127-1141.
  • Kayser, M.A., & Peress, M. (2018). Voter reactions to incumbent opportunism. The Journal of Politics, 80(4), 1237-1249.

Christendemocratische Studies

Algemene Theorie

  • Kalyvas, S.N. (1996). The Rise of Christian Democracy in Europe. Cornell University Press.
  • Van Kersbergen, K. (1995). Social Capitalism: A Study of Christian Democracy and the Welfare State. Routledge.
  • Van Kersbergen, K., & Manow, P. (Eds.) (2009). Religion, Class Coalitions, and Welfare States. Cambridge University Press.

Nederlandse Context

  • Becker, J.W., & Vink, R. (1994). Secularisatie in Nederland, 1966-1991. SDU Uitgeverij.
  • Pennings, P. (1991). Verzuiling en ontzuiling: De lokale verschillen. Kampen: Kok.
  • Ten Napel, H.-M.T.D. (1992). ‘Een eigen weg’: De totstandkoming van het CDA (1952-1980). Kampen: J.H. Kok.
  • Zwart, R.S. (1996). ‘Gods wil in Nederland’: Christelijke ideologieën en de vorming van het CDA (1880-1980). Kampen: Kok.

Europese Vergelijkingen

  • Bale, T. (2006). A decade of Christian Democratic decline: The dilemmas of the CDU, ÖVP and CDA in the 1990s. Government and Opposition, 41(4), 469-490.
  • Gehler, M., & Kaiser, W. (Eds.) (2004). Christian Democracy in Europe Since 1945. Routledge.
  • Hanley, D. (Ed.) (1994). Christian Democracy in Europe: A Comparative Perspective. Pinter Publishers.

Partijsystemen en Institutionele Analyse

Nederlandse Politiek

  • Andeweg, R.B., Irwin, G.A., & Louwerse, T. (2020). Governance and Politics of the Netherlands (5th ed.). Red Globe Press.
  • Lijphart, A. (1999). Patterns of Democracy: Government Forms and Performance in Thirty-Six Countries. Yale University Press.
  • Vollaard, H., Voerman, G., & Van de Walle, N. (2015). The Netherlands. In D.M. Viola (Ed.), Routledge Handbook of European Elections (pp. 158-173). Routledge.

Politieke Partijen Algemeen

  • Katz, R.S., & Mair, P. (1995). Changing models of party organization and party democracy: The emergence of the cartel party. Party Politics, 1(1), 5-28.
  • Kirchheimer, O. (1966). The transformation of the Western European party systems. In J. LaPalombara & M. Weiner (Eds.), Political Parties and Political Development (pp. 177-200). Princeton University Press.
  • Panebianco, A. (1988). Political Parties: Organization and Power. Cambridge University Press.

Methodologie en Onderzoeksmethoden

Institutionele Analyse

  • Hall, P.A., & Taylor, R.C.R. (1996). Political science and the three new institutionalisms. Political Studies, 44(5), 936-957.
  • March, J.G., & Olsen, J.P. (1989). Rediscovering Institutions: The Organizational Basis of Politics. Free Press.
  • Steinmo, S., Thelen, K., & Longstreth, F. (Eds.) (1992). Structuring Politics: Historical Institutionalism in Comparative Analysis. Cambridge University Press.

Comparative Case Study Methods

  • George, A.L., & Bennett, A. (2005). Case Studies and Theory Development in the Social Sciences. MIT Press.
  • Gerring, J. (2007). Case Study Research: Principles and Practices. Cambridge University Press.

Historische en Sociologische Studies

Ontzuiling en Secularisatie

  • Righart, H. (1986). De katholieke zuil in Europa: Het ontstaan van verzuiling onder katholieken in Oostenrijk, Zwitserland, België en Nederland. Amsterdam: Boom.
  • Thurlings, J.M.G. (1978). De wankele zuil: Nederlandse katholieken tussen assimilatie en pluralisme. Deventer: Van Loghum Slaterus.

Politieke Sociologie

  • Daalder, H. (1966). The Netherlands: Opposition in a segmented society. In R.A. Dahl (Ed.), Political Oppositions in Western Democracies (pp. 188-236). Yale University Press.
  • Lijphart, A. (1968). The Politics of Accommodation: Pluralism and Democracy in the Netherlands. University of California Press.

Specialistische Studies

Rentmeesterschap en Christelijke Ethiek

  • Van der Linden, M., & Dubbink, J. (2020). Rentmeesterschap: Een klassiek christelijk model opnieuw onderzocht. In N. Pruiksma et al. (Eds.), De schepping in het midden: Klimaatcrisis als theologische uitdaging (pp. 74-81). Nederlandse Zendingsraad.
  • Woldring, H. (2012). History and basic ideas of the Christian Democratic Party in the Netherlands. CDA Research Institute Working Papers.

Europese Integratie en Christendemocratisme

  • Kaiser, W. (2007). Christian Democracy and the Origins of European Union. Cambridge University Press.
  • Gehler, M. (2001). Christian Democracy and European integration: The experience of Austria, Belgium and the Netherlands 1945-1957. Journal of Contemporary European Studies, 9(3), 311-329.

Noot: Deze literatuurlijst omvat zowel direct geciteerde bronnen als aanvullende werken die relevant zijn voor de theoretische en empirische analyse van christendemocratische politiek in Nederland en Europa.