Het begint met Albert Bouwers.
In deze serie laat ik zien hoe je energie uit het vacuüm kunt halen zonder verbranding of een andere manier om rotatie op te wekken, zoals die nodig is in een motor, een stoommachine of een elektriciteitscentrale.
Zes bouwers – van Moray en Schauberger tot Tesla, Reich en moderne Casimir‑chips – laten zien hoe licht, beweging en warmte kunnen ontstaan zonder brandstof.
Dit vervolg op de Vacuum.Net-theorie herleest hun apparaten als mazen in een vol vacuüm en schetst zo het mogelijke einde van het vuurtijdperk.
Het artikel weeft Morays koude lampen, Schaubergers spiraalgoten, Teslas galmende aarde, de Correa-ontladingen, Reichs kist en nieuwe nanotech samen tot één patroon: het vacuüm als vol net.
Door deze bouwers opnieuw te lezen, wordt zichtbaar hoe energie lokaal kan sluiten – en waarom dan geen klassieke bron meer nodig is.
J.Konstapel, Leiden,24-9-2026.
Dit is een vervolg op “Is onze energievoorziening bestand tegen de huidige geopolitieke onzekerheid?
Een eeuw lang werkten enkele bouwers met licht, beweging en warmte zonder iets te verbranden. Thomas Henry Moray liet veertig lampen koud branden. Viktor Schauberger stuurde boomstammen zwaarder dan water door koude spiraalgoten. Nikola Tesla hoorde de aarde galmen en liet lampen branden zonder draad. Paulo en Alexandra Correa vonden een ontlading die uit zichzelf pulseert. Wilhelm Reich liet Albert Einstein een kist zien die warmer bleef dan de kamer. Drie groepen van nu krijgen stroom uit vaste vormen van een paar honderd nanometer.
De meeste van deze apparaten werkten waar hun bouwer stond. Elders werkten ze niet. De gangbare conclusie is dat ze nooit gewerkt hebben. Die conclusie volgt uit het kader, niet uit de apparaten.
Het kader dat de bouwers onmogelijk maakt
In de natuurkunde van de twintigste eeuw is het vacuüm leeg. Het is de vloer, op nul gezet. Licht, beweging en warmte ontstaan dan alleen door iets op te tillen en terug te laten vallen. Steenkool wordt verbrand. Water wordt stoom. Uranium wordt gespleten. Elke lamp hangt aan het eind van een lange keten die met vuur begint.
Binnen dat kader kan een kist zonder brandstof geen veertig lampen laten branden. Dus was er een verborgen batterij, een meetfout of wensdenken. Wie het kader verandert, leest dezelfde apparaten anders.
Het volle net
Het vacuüm is vol. Het beeld is een visnet, gespannen in water. De strengen van het net lopen overal: door lucht, water, steen en lichaam. Ze staan onder spanning, altijd. Waar strengen om elkaar winden, ontstaan knopen. Dat noemen we materie. Tussen de strengen liggen mazen: openingen met een vorm en een maat.
De plaatselijke toestand van het net heet χ. Wat wij constanten noemen, hangt van χ af. Het kleinste register heeft drie waarden: +1, 0 en −1. Lading is zo’n trit op een streng.
Stroom is dan trits die in één richting over een streng schuiven. Beweging is een winding die meeneemt wat in haar as ligt. Warmte is spanning die in materie sluit, verdeeld over veel kleine windingen. Het net is vol, ervoor en erna. De vraag is nooit hoeveel. De vraag is waar, en in welke vorm, een maas de spanning laat sluiten.
Moray: koude lampen
Moray (Salt Lake City, 1892–1974) bouwde rond 1925 een kist van 55 kilo. Een antenne, een aardpen, een zachte zilverwitte steen uit Zweden en een vacuümbuis zonder gloeidraad. Hij schreef dat een generator geen elektriciteit maakt. Het is een pomp.
Chester Todd verklaarde onder ede dat hij veertig lampen van 100 watt zag branden, plus een strijkijzer. De lampen bleven koud. Elk had alleen een heet plekje ter grootte van een muntje. Todd kon ze aan- en uitzetten door naar de kist toe of ervan af te lopen. De kist moest eerst met een draaiknop worden afgestemd. Toen Moray de aardedraad losmaakte, ging het licht uit.
Een test uit 1937 toont 35 lampen van 100 watt en een strijkijzer van 1.200 watt. Omgerekend: 35 × 100 + 1.200 = 4.700 watt. Per kilo kist is dat 4.700 ÷ 55 ≈ 85 watt, zonder brandstof.
In het net staat de kist op een streng tussen lucht en aarde. Die twee hebben een verschillende χ. Daartussen staat spanning, dag en nacht. Aarde aangesloten en licht aan horen bij elkaar. Knip de streng naar de aarde door en er is geen weg om te sluiten. De koude buis met de steen is een ongelijke maas: één kant sluit anders dan de andere. Dat laat één open doorgang. De draaiknop brengt de maas in pasvorm met de winding die daar loopt. Moray voegde niets toe. Hij vormde de opening.
Todds hand is de mens in de maas. Een lichaam is zelf een knoopstructuur. Op de ene afstand past de vorm en sluiten de lampen. Op een andere niet.
Het Octrooibureau wees af omdat er geen energiebron was en de buizen geen gloeidraad hadden. Het mat de kist tegen een leeg vacuüm. Latere nabouw gebruikte een andere plek, een andere steen of geen, een vaste stand en onderzoekers op afstand. Die maas houdt andere windingen vast.
Wat het mensen brengt. Elk huis staat op een streng tussen lucht en aarde. Een lichaam kan de maas voltooien. Dat wijst naar licht dat sluit waar iemand loopt. Een kind dat ‘s nachts naar de wc gaat. Een oudere die naar de keuken schuifelt. Het licht sluit rond wie beweegt en de gang wordt weer donker als die voorbij is. Geen schakelaar zoeken in het donker.
Schauberger: de winding in water
Schauberger (1885–1958) was boswachter in Opper-Oostenrijk. Hij weigerde een academische opleiding en leerde van bos en water. Hij zag forellen stilstaan in een kolkende beek, bijna zonder vinslag. Hij zag een forel in een draaiing onder een waterval verdwijnen en moeiteloos omhoog zweven.
Vanaf 1922 bouwde hij houtgoten met een spiraalvormige doorsnede. Weinig water, koud gehouden. Stammen van enkele tonnen gingen kilometers ver naar beneden. Bosbouwambtenaren noemden het ontwerp onuitvoerbaar. Het werkte, en tot 1928 bouwde hij zulke goten in Oostenrijk, Beieren en Joegoslavië.
Eén keer moest hij een voorraad hout verplaatsen die anderen niet in beweging kregen. Hij wachtte tot de vroege ochtend, als het water het koudst is. In één nacht ging 16.000 kubieke meter hout naar het dal. Reken een nacht als tien uur: 16.000 ÷ 10 = 1.600 m³ per uur, ofwel 0,44 m³ hout per seconde, tien uur lang.
Water is het zwaarst bij 4 °C: 1.000,0 kilo per kuub. Bij 20 °C is dat 998,2 kilo. Verschil: 1,8 kilo, ofwel 0,18 procent. Dat gewichtsverschil maakt van een vastgelopen goot geen goot die 16.000 kuub per nacht draagt. Het verschil tussen ochtend- en middagwater zit niet in het gewicht. Het zit in de toestand.
In het net is de draaikolk een winding die naar binnen sluit. Koud water is een toestand χ waarin water zijn winding vasthoudt. De forel is een maas in de stroom: het water sluit achter hem en hij staat stil zonder te duwen. De spiraalgoot houdt de winding heel, waar een rechte goot haar breekt in wervelingen. De stam ligt in de as en wordt gedragen door de sluiting. Forel, goot en forelturbine zijn dezelfde winding op drie maten.
In 1944 werd Schauberger onder doodsbedreiging ingelijfd bij de SS. Bij de ineenstorting werden zijn prototypes vernietigd. In 1945 nam een Sovjetteam zijn papieren en modellen mee uit zijn flat in Wenen. Een kopie op tekening, getest in warm water, in een rechte laboratoriumgoot, om twaalf uur ‘s middags, mist alles waar het om ging.
Wat het mensen brengt. Water beweegt als zijn winding mag sluiten. Spiraalvormige leidingen houden water in beweging en schoon. Irrigatiegoten in droog land dragen water verder met minder water, als het koel en gevormd blijft. Een boer op zandgrond in een droge zomer heeft niet meer water uit diepere lagen nodig. Hij heeft water nodig dat zijn winding houdt.
Tesla: de galmende aarde
In 1899 bouwde Tesla (1856–1943) een laboratorium op de vlakte bij Colorado Springs. Een hoge mast met een bol erop en een zeer grote resonantiespoel. Op 3 juli trok een onweersbui over en weer weg. Zijn instrumenten reageerden niet steeds zwakker. Ze stegen en daalden, met vaste tussenpozen. Tesla concludeerde dat de bliksem staande golven in de aarde had gezet. De aarde galmde als een aangeslagen klok.
Hij stemde mast en spoel af tot ze met die galm meeschoten. Hij liet lampen branden zonder draad naar de spoel.
Eén berekening. De omtrek van de aarde is ongeveer 40.000 kilometer. Een golf tussen grond en bovenste atmosfeer loopt met ongeveer 300.000 kilometer per seconde. Een winding die precies één keer rond de aarde past, gaat dan 300.000 ÷ 40.000 = 7,5 keer per seconde rond. Winfried Schumann voorspelde dit in 1952. Balser en Wagner maten het in 1960: ongeveer 7,8 keer per seconde. Het kleine verschil komt doordat de holte tussen aarde en ionosfeer geen perfecte geleider is.
Dat is selectie door passen op planeetschaal. Van alle windingen die bliksem start, blijven alleen die waarvan de lengte om de aarde past. Ze galmen nu nog. Teslas mast op de grond is dezelfde streng tussen lucht en aarde als bij Moray, maar tientallen meters hoog. Een lamp met een kleine spoel in pasvorm sluit overal waar die winding loopt. Er hoeft niets vervoerd te worden. Het net is er al.
De grotere toren op Long Island kwam zonder geld en werd gesloopt. Wat Tesla in Colorado zag, hing af van de vlakte, de hoogte, de onweersbuien van die zomer en de maten die hij met de hand afstemde.
Wat het mensen brengt. De oude keten brengt stroom per kabel naar elk huis. Tesla laat een andere vorm zien. Een dal zonder hoogspanningslijn, een boerderij aan het eind van een lange weg, een huis na een storm die de kabels heeft neergehaald: elk staat nog op de winding van de aarde. Wat nodig is, is een maas die past. Geen kabel die aankomt.
De Correa’s: het smalle venster
Paulo en Alexandra Correa werkten bij Toronto met ontladingen in deels vacuüm gezogen buizen. Bij lage stroom geeft zo’n buis een zachte gloed. Bij hoge stroom een boog: een felle, vernietigende vonk. Daartussen ligt een smal gebied. Daar begint de ontlading uit zichzelf te pulseren, in een vast ritme dat geen oscillator van buiten zet. Midden jaren negentig kregen ze er drie Amerikaanse octrooien op, waaronder US 5.502.354.
Eugene Mallove, redacteur van Infinite Energy, werkte met hen. Samen ontwikkelden ze een warmtetoestel, de HYBORAC. Volgens Mallove gaf het gemiddeld ongeveer 2 watt voelbare warmte, dag en nacht gelijk. Omgerekend: 2 × 24 = 48 wattuur per dag, of 48 × 365 ≈ 17,5 kilowattuur per jaar. Een rustend menselijk lichaam geeft ongeveer 100 watt warmte af. De HYBORAC gaf dus een vijftigste van een rustend mens, continu, zonder brandstof en zonder zon.
In het net zet de constante spanning de spanning in de buis, niet het ritme. Onder het venster is de maas te dicht: alleen gloed. Erboven scheurt ze: boog. In het venster opent en sluit de maas in haar eigen ritme. Elke puls is één doorgang die opengaat en sluit. Het venster verschuift met gas, elektroden, temperatuur en de hand van wie het bedient. Een laboratorium dat het venster niet vindt, vindt niets.
Wat het mensen brengt. Warmte kan in materie sluiten zonder vlam en zonder zon. De hoeveelheid was klein. De vorm telt. Een oud huis in de winter, een kamer van iemand die het gas niet kan betalen, een noodonderkomen na een ramp: elk heeft warmte nodig die niet gekocht en bezorgd hoeft te worden. Wanden waarvan de opbouw de spanning als warmte laat sluiten, zijn een ander antwoord dan een ketel.
Reich en Einstein: de toets als maas
Wilhelm Reich (1897–1957), arts en psychoanalyticus, bouwde kisten van afwisselend organische en metalen lagen. De lucht boven zo’n kist was iets warmer dan de kamer, zonder warmtebron erin.
Op 13 januari 1941 bezocht Reich Einstein in Princeton. Ze spraken urenlang. Einstein zag het temperatuurverschil zelf. Zijn assistent Leopold Infeld bood een verklaring: warme lucht van het tafelblad stroomt langs de kist omhoog. Einstein schreef Reich dat dit het effect verklaarde. Reich antwoordde met nieuwe opstellingen: kist op een andere ondergrond, van boven opgehangen, elders geplaatst. Het verschil bleef, volgens zijn verslag. Einstein antwoordde niet meer.
Dit gaat niet over de vraag of Reichs kist werkte. Het gaat over hoe de toets werd gelezen. De kist is een maas van afwisselende lagen, met aan elke laag twee verschillende kanten. De warmte boven de kist is spanning die sluit in de lucht waar de maas eindigt. Infelds verklaring legde een nieuwe maas om de toets heen: tafel, kamer en een leeg vacuüm. Die maas hield maar één lezing vast, convectie. Reichs vervolgmetingen pasten er niet in. Dus werden ze niet vastgehouden.
Wat het mensen brengt. Als elke toets een maas is, dan laat een toets door vreemden onder standaardcondities alleen zien wat in standaardcondities past. Wat sluit in een venster, op een plek, met een persoon, laat zij niet zien. Wie dat wel laat zien, is wie ermee leeft. Wie naast de kist zit, door de gang loopt, bij dageraad naar het water kijkt. Zijn verklaring is geen zwakker bewijs dan een gecontroleerde toets. Het is bewijs van binnen de maas.
Moddel, Thibado en White: de maas zonder draaiknop
Drie groepen van nu werken met vaste vorm.
Garret Moddel (University of Colorado) plaatste in 2021 een optische holte van minder dan een micrometer aan één kant van een snelle diode. Zonder aangelegde spanning liep er meetbaar stroom. Een dunnere holte gaf meer stroom. Zijn groep voerde acht soorten foutcontroles uit. Alle acht waren negatief.
Paul Thibado (University of Arkansas) koppelt vrijhangend grafeen, een koolstoflaag van één atoom dik, aan een circuit met twee tegengesteld geplaatste diodes. Bij kamertemperatuur rimpelt het grafeen. De twee paden geven een pulserende gelijkstroom die werk verricht aan een belasting. Eén diode werkt niet. Twee tegengestelde wel.
Harold White, voorheen NASA, richtte in 2026 Casimir Inc. op in Houston. De MicroSparc-chip is 5 bij 5 millimeter, gespecificeerd op 1,5 volt en 25 microampère. Elke holte op de chip heeft twee vaste wanden met een rij geïsoleerde micropilaren in het midden. Elektronen in de wanden gaan in één richting naar de pilaren. Beschikbaarheid staat gepland voor 2028. De prototypes gaven tot nu toe millivolts tot volts bij picoampères.
Deze groepen staan in een Nederlandse lijn. In 1948 liet Hendrik Casimir bij Philips in Eindhoven zien dat twee platen dicht bij elkaar veranderen wat het vacuüm ertussen doet. In 1958 deed Marcus Sparnaay, ook bij Philips, de eerste meting.
De getallen. Een winding die tussen twee wanden moet passen, is hoogstens twee keer de spleet lang. Bij 100 nanometer passen alleen windingen korter dan 200 nanometer. Per chip: 1,5 V × 25 µA = 37,5 microwatt. Een chip beslaat 0,000025 m². Per vierkante meter is dat 0,0000375 ÷ 0,000025 = 1,5 watt, dag en nacht. Een Nederlands huishouden gebruikt ongeveer 2.700 kilowattuur per jaar. Gedeeld door 8.760 uur is dat 308 watt. Eén vlakke laag chips zou 308 ÷ 1,5 ≈ 205 m² vragen. Casimir Inc. plant stapels van honderd lagen. Dan blijft er ongeveer 2 m² over: het formaat van een deur.
Het verschil met de specificatie is groot. 25 microampère gedeeld door 1 picoampère is 25 miljoen. De prototypes van nu sluiten een vijfentwintigmiljoenste van wat het ontwerp beoogt.
In het net is de holte een maas. Haar breedte selecteert welke windingen passen. De holte aan één kant is de ongelijkheid die één doorgang openlaat. Een dunnere holte houdt meer buiten, dus gaat er meer door: dat is Moddels meting, gelezen als selectie door passen. Thibado’s rimpelende grafeen is een maas die steeds van vorm verandert en via een van twee paden sluit. Stapelen is dezelfde maas op meer lagen.
Waarom hier geen draaiknop nodig is. Dit is het kernpunt van de hele reeks. Moray, Schauberger en Tesla werkten met mazen van centimeters tot kilometers. Die passen op grote windingen, en grote windingen verschillen per plek, per uur en per persoon. Daarom moesten die bouwers met de hand afstemmen, het moment kiezen en erbij zijn. Moddel en White werken met mazen van honderd nanometer. Die passen op kleine, diepe windingen. Op die diepte is het net in Houston, Boulder en Leiden vrijwel gelijk. Het venster zit in de vorm zelf.
Wat het mensen brengt. Een lamp die alleen voor zijn maker werkt, helpt één huishouden. Een maas die op diepe windingen past, helpt elk huishouden. Ook dat van mensen die nooit aan een knop zullen draaien.
Eén patroon, zes keer
Elk apparaat in deze reeks heeft dezelfde vijf kenmerken.
Een streng tussen twee toestanden: lucht en aarde, as en wand, kathode en anode, organische en metalen laag, holte en open kant. Een maas waarvan de vorm op een winding past: een afgestemde kist, een spiraalgoot, een resonantiespoel, een venster in een ontlading, een gelaagde kist, een spleet van honderd nanometer. Ongelijkheid die één doorgang openlaat. Geen hitte: koude lampen, koud water, koude kathodes, kamertemperatuur. En een venster waarbuiten niets sluit: een knopstand, een ochtenduur, een afgestemde lengte, een stroombereik, een plek, een spleetbreedte.
De mazen lopen van ongeveer 10⁻⁷ meter (Moddel, White, Thibado) via 0,1 meter (de Correa’s), 1 meter (Moray, Reich) en 1.000 meter (Schauberger) tot 4 × 10⁷ meter (Tesla). Dat is een factor van ongeveer 4 × 10¹⁴: veertien ordes van grootte. Overal hetzelfde patroon. Dat is identiteit over schaal. Een leeg vacuüm heeft voor elk van deze apparaten een aparte verklaring nodig. Het net heeft er één.
Op grote schaal hoort de bouwer bij de maas. Todds hand schakelde Morays lampen. Schauberger koos het uur. Tesla stemde met de hand af. Dat is geen gebrek. Zo zijn grote mazen. Op kleine schaal verlaat de bouwer de maas. Dat is de stap die de bouwers van nu zetten.
Elke toets van deze apparaten was zelf een maas. Een gecontroleerde nabouw legt de plek vast, haalt de bouwer weg, standaardiseert het tijdstip en gaat uit van een leeg vacuüm. Voor apparaten op grote schaal blijft dan niets over. Voor apparaten op nanoschaal misschien wel, omdat de pasvorm niet meer van plek en persoon afhangt. De toets laat zien wat in de toets past. Wat het net doet, laat zij niet zien.
Wat verdwijnt, wat blijft
Als licht, beweging en warmte sluiten waar mensen zijn, verliest de lange keten haar doel. Brandstofimport, pijpleidingen, centrales, handelsvloeren en de grensconflicten eromheen hebben dan geen reden meer. Dat is een verlies voor de vele mensen van wie het werkende leven daarop gebouwd is.
Wat blijft, is hun kennis. Wie weet hoe stromen zich gedragen, waar druk zich opbouwt en wanneer een systeem bezwijkt, weet wat een maas nodig heeft. Dat werk verhuist van de haven en de centrale naar de straat en het huis.
En de bouwer keert terug. Moray in zijn werkplaats, Schauberger aan de beek, Tesla op de vlakte: mensen die nauwkeurig keken en met de hand vormden. Op grote schaal blijft dat de manier waarop een maas in pasvorm komt. De diepe maas maakt sluiting beschikbaar voor iedereen. De grote maas houdt een plaats open voor wie kijkt.
De bouwers in deze reeks waren geen mislukte uitvinders van machines. Het waren lezers van het net. Ze lieten geen apparaten na om te kopiëren. Ze lieten één patroon na, zes keer gezien. De bouwers van nu dragen dat patroon naar een diepte waar het niet meer afhangt van wie ernaast staat. Als het daar aankomt, eindigt het vuurtijdperk niet met een nieuwe bron. Het eindigt omdat er geen bron meer nodig is.
Geannoteerde referenties
Het net
Konstapel, J. (2026). “De Volledige Afleiding van de Vacuum.Net Theorie.” constable.blog, 14 september 2026. Waarom lezen? De volledige afleiding van het net in deze blog: strengen, knopen, χ als toestand en constanten als functies van χ.
Konstapel, J. (2026). “Vacuum.Net Theory en Maxwell’s Erfenis.” constable.blog, 20 september 2026. Waarom lezen? Lading als trit in Maxwells scalaire register. Dat is de basis voor wat hier stroom heet.
Konstapel, J. (2026). “Where Electricity Comes From: The Full Vacuum and the End of the Fire Age.” Constable Research, Leiden, 24 september 2026. Waarom lezen? Het zusterartikel. Werkt de getallen van de Houston-chip uit op nationale schaal en beschrijft wat verandert in de Nederlandse energieketen.
Konstapel, J. (2026). “Builders of the Net: Six Builders Who Worked Without Fire, Read in the Vacuum Net.” Constable Research, Leiden, 24 september 2026. Waarom lezen? Het Engelse artikel waarop deze blog rust, met alle berekeningen en de volledige referentielijst.
Moray
Moray, T.H. (1960; uitg. J.E. Moray, 1978). The Sea of Energy in Which the Earth Floats. Salt Lake City: Cosray Research Institute. Waarom lezen? Morays eigen verslag, met zijn opvatting dat een generator alleen een pomp is. Leesadvies: eerst zijn beschrijvingen van de demonstraties, de latere redactionele hoofdstukken lezen als het verslag van de familie.
King, M.B. (2005). The Energy Machine of T. Henry Moray. Kempton, IL: Adventures Unlimited Press. Waarom lezen? De volledigste geschiedenis van het apparaat, met foto’s en schakelschema’s, door een ingenieur die zelf met zulke schakelingen werkte.
Verklaringen onder ede over Moray, o.a. Chester M. Todd (19 maart 1971) en David Gardner, gebundeld op rexresearch.com onder “Moray: The Sea of Energy”. Waarom lezen? De directe getuigenissen: koude lampen, het hete plekje, schakelen met de hand, de aardedraad, de draaiknop. Leesadvies: integraal lezen. De kleine details wegen het zwaarst.
US Patent 2.460.707 (1949). Moray, T.H., “Electrotherapeutic Apparatus.” Waarom lezen? Het enige octrooi dat Moray kreeg. Toont zijn buizen en condensatoren in een vorm die het bureau wel accepteerde.
Schauberger
Alexandersson, O. (1982). Living Water: Viktor Schauberger and the Secrets of Natural Energy. Wellingborough: Turnstone Press. Waarom lezen? De eerste toegankelijke Engelse beschrijving van zijn leven en werk, met de forellen en de goten. Leesadvies: de hoofdstukken over goten en forel vóór die over zijn machines.
Coats, C. (1996). Living Energies. Bath: Gateway Books. Waarom lezen? Uitgebreide, geïllustreerde behandeling van watertemperatuur, draaikolken en implosie. Leesadvies: gebruik de tekeningen van spiraalgoten om de lezing van de winding te volgen.
Schauberger, V. (1998–2000). The Eco-Technology Series (4 delen, vert. en uitg. C. Coats). Bath: Gateway Books. Waarom lezen? Zijn eigen woorden over koud water, de forel en de goten.
Baumgartner, W. (1993). “Energy Extraction from the Vortex.” Proceedings of the International Symposium on New Energy, Denver. Waarom lezen? Het verslag van een bouwer die zelf jarenlang een forelturbine naar Schauberger bouwde.
Tesla
Tesla, N. (1978). Colorado Springs Notes, 1899–1900. Red. A. Marinčić. Belgrado: Nolit. Waarom lezen? Zijn dagelijkse laboratoriumnotities, met de waarneming van staande golven op 3 juli 1899. Leesadvies: begin bij begin juli 1899 en volg daarna zijn afstemnotities.
Schumann, W.O. (1952). “Über die strahlungslosen Eigenschwingungen einer leitenden Kugel, die von einer Luftschicht und einer Ionosphärenhülle umgeben ist.” Zeitschrift für Naturforschung A 7, 149–154. Waarom lezen? De voorspelling dat de ruimte tussen aarde en ionosfeer rond acht keer per seconde galmt. Een tweede, onafhankelijk anker onder de berekening van 7,5.
Balser, M., Wagner, C.A. (1960). “Observations of Earth–ionosphere cavity resonances.” Nature 188, 638–641. Waarom lezen? De eerste meting van de galm van de aarde, bij 7,8 per seconde. Zestig jaar na Tesla.
De Correa’s en Mallove
Correa, P.N., Correa, A.N. (1996). US Patent 5.502.354, “Direct current energized pulse generator utilizing autogenous cyclical pulsed abnormal glow discharges.” Waarom lezen? Beschrijft het venster tussen gloed en boog en hoe de ontlading erin blijft. Leesadvies: de beschrijving van de werkgebieden vóór de conclusies.
Mallove, E.F. (1991). Fire from Ice: Searching for the Truth Behind the Cold Fusion Furor. New York: Wiley. Waarom lezen? Hoe een resultaat dat niet in het kader paste werd behandeld. Verklaart waarom hij later met de Correa’s werkte.
Mallove, E.F. (2004). Laatste radio-interview, 3 februari 2004. Transcript op aetherometry.com. Waarom lezen? Zijn eigen samenvatting van het PAGD-werk en de HYBORAC.
Reich en Einstein
Reich, W. (red.) (1953). The Einstein Affair. Rangeley, ME: Orgone Institute Press. Waarom lezen? De brieven en de vervolgopstellingen. Leesadvies: lees de brieven op datum en let op hoe de verklaring vastligt vóór de volgende meting.
Fleck, L. (1935). Entstehung und Entwicklung einer wissenschaftlichen Tatsache. Basel: Benno Schwabe. Engels: Genesis and Development of a Scientific Fact, University of Chicago Press, 1979. Waarom lezen? Een arts die zelf meewerkte, beschrijft hoe de Wassermann-test werd bijgesteld tot hij gaf wat verwacht werd. Het klassieke verslag van de toets als maas. Leesadvies: eerst hoofdstuk 4.
De bouwers van nu en de Nederlandse lijn
Casimir, H.B.G. (1948). “On the attraction between two perfectly conducting plates.” Proceedings KNAW 51, 793–795. Waarom lezen? De Nederlandse oorsprong: vorm alleen verandert wat het vacuüm tussen twee platen doet.
Sparnaay, M.J. (1958). “Measurements of attractive forces between flat plates.” Physica 24, 751–764. Waarom lezen? De eerste meting van het Casimir-effect, bij Philips. Een bouwersartikel.
Moddel, G., Weerakkody, A., Doroski, D., Bartusiak, D. (2021). “Optical-cavity-induced current.” Symmetry 13, 517. Waarom lezen? Stroom uit een eenzijdige holte zonder aangelegde spanning, met de acht foutcontroles volledig uitgeschreven. Leesadvies: begin bij de grafiek van stroom tegen holtedikte.
Moddel, G., et al. (2021). “Casimir-cavity-induced conductance changes.” Physical Review Research 3, L022007. Waarom lezen? De begeleidende meting: dezelfde holte verandert hoe de diode geleidt.
Thibado, P.M., et al. (2020). “Fluctuation-induced current from freestanding graphene.” Physical Review E 102, 042101. Waarom lezen? Het grafeencircuit met twee tegengestelde diodes en pulserende gelijkstroom.
Thibado, P.M., Neu, J.C., Kumar, P., Singh, S., Bonilla, L.L. (2023). “Charging capacitors from thermal fluctuations using diodes.” Physical Review E 108, 024130. Waarom lezen? Waarom één diode niet werkt en twee wel. De helderste tekst over ongelijkheid als één open doorgang.
White, H. (2026). “Emergent Quantization from a Dynamic Vacuum.” Physical Review Research, 9 maart 2026. Waarom lezen? De theorie achter de Houston-chip, met een dynamisch in plaats van leeg vacuüm. Leesadvies: eerst inleiding en conclusie.
Casimir Inc. (2026). Persbericht 12 mei 2026; technologiepagina casimir.inc; octrooiaanvraag US20240415034A1. Waarom lezen? De eigen beschrijving van vaste wanden en micropilaren, en de specificatie van 1,5 V bij 25 µA.