De Slimme marketing van D66

J.Konstapel Leiden, 5-9-2025.

Dit is een vervolg op Hoe Creatief Liberaal-Sociocratisch Nederland kan Redden. waarin ik het vandaag verschenen verkiezingsprogramma van D66 bespreek,

Uiteindelijk kwam ik tot de conclusie dat D66 zijn kaart slim speelt, omdat ze zeker weten dat ze nodig zijn in een VVD, CDA, GroenLinks-PVDA-kabinet.

frames die verbinden waar anderen polariseren

D66 speelt een bijzonder spel in de verkiezingscampagne van 2025.

Waar andere partijen kiezen voor klassieke tegenstellingen, positioneert D66 zich als de partij die problemen oplost in plaats van problemen benoemt. Hun marketing is een meesterclass in het vermijden van ideologische valkuilen—maar roept ook vragen op over de grens tussen politiek en reclame.

D66: “Het kan wél” – optimisme als wapen

Het kernframe van D66 is radicaal eenvoudig: “Het kan wél.” Rob Jetten zet dit direct af tegen de politieke cultuur: “De politiek blijft hangen in stilstand. Ruziemakers bepalen de toon en roepen vooral wat níet kan. Partijpolitiek wint te vaak van het landsbelang.”

Hun marketing draait op drie pijlers:

Grote beelden die inspireren: “Wat als we weer durven dromen op de schaal van de Deltawerken?” Het plan voor tien nieuwe steden wordt concreet gemaakt met IJstad: “We creëren nieuw land tussen Amsterdam en Flevoland, als eerste stad van de tien.” Rob Jetten verklaart: “De politiek van nu moet groots durven denken. Alleen dan kunnen we de woningnood echt aanpakken.”

Praktische vrijheid: “Baas-over-eigen-bits” en de “Nederlandpas” maken abstracte concepten (digitale rechten, mobiliteit) concreet en voelbaar. Alexandra van Huffelen, partijvoorzitter, vat het samen: “Ze luisteren naar wat er leeft, óók naar de zachte stem.”

Sociaal-liberale brug: “Vrijheid pas echt bestaat als iedereen de kansen heeft om ook echt vrij te zijn.” Hiermee vermijdt D66 de klassieke links-rechts val.

Media-reacties: tussen bewondering en scepsis

De IJstad-plannen leverden gemengde reacties op. “Veel geld, erkent Jetten. ‘Maar de woningnood kan niet worden opgelost door klein te denken'”, aldus het Algemeen Dagblad. D66-Kamerlid Hans Vijlbrief verdedigde de realiseerbaarheid: “Leidsche Rijn heeft ook tien jaar geduurd, maar er staat in Utrecht nu wel min of meer een nieuwe stad.”

Critici wezen op praktische bezwaren. Volgens Adformatie “leverde het plan na de presentatie gemengde reacties op, waarbij de critici praktische bezwaren zien, zoals stikstofuitstoot, een tekort aan bouwvakkers en ellenlange vertragende procedures.”

Opvallend was de controverse rond D66’s branded content-strategie. De partij lanceerde een podcast “10 Nieuwe Steden” in samenwerking met NRC, waarbij Rob Jetten stelde: “Sommige mensen denken dat het niet kan, zo’n nieuwe stad. Met het initiatief voor deze podcast gaan we onderzoeken en bewijzen dat het wel kan.”

Op forum FOK.nl ontstond kritiek: “Heel veel zendtijd voor deze politieke partij. En ook gewoon via de reguliere NRC audio app […] Je denkt dat je een journalistieke krant of audio-programma opent, en dan is het een groot gekocht D66 bal.” Anderen reageerden pragmatischer: “Volgens mij betalen ze hier gewoon voor, dus het zijn feitelijk advertenties. Maar gezien de woningnood lijkt het me een uitstekend onderwerp om campagne mee te voeren.”

VVD: missies zonder magie

De VVD probeert zakelijkheid te verkopen met hun frame “Keuzes voor een nieuwe tijd met vrijheid, veiligheid en groei.” Hun programma spreekt van “vijf grote missies” en “een sterker Nederland door een kleine overheid.”

Het verschil met D66: waar D66 droomt over nieuwe steden, denkt VVD in termen van “radicale economische groei” en “vermindering van asielinstroom.” De VVD blijft hangen in de klassieke liberale formule zonder de verbindende taal die D66 wél heeft gevonden.

CDA: fatsoen als kompas

Henri Bontenbal positioneert het CDA met “Bouwen op vertrouwen” en “onze keuzes voor een fatsoenlijk land.” Het frame is moreel en traditioneel: “Ten eerste moet de politiek orde op zaken stellen.”

Bontenbal erkent de moeilijkheid: “Populisme bestrijd je niet met populisme, maar met een beter verhaal.” Hun marketing zoekt legitimiteit in waarden (“verantwoordelijkheid, fatsoen en vertrouwen”) en lokale herkenning. Jean Wiertz, partijvoorzitter: “Het CDA is een partij die wil bouwen op vertrouwen, die het aandurft eerlijke keuzes te maken, ook als die lastig zijn.”

Het CDA kiest bewust voor kleinschaligere beelden dan D66. Waar D66 spreekt van “tien nieuwe steden”, heeft het CDA het over uitbreiding met “een wijkje erbij.”

PvdA/GL: solidariteit als antwoord

Frans Timmermans opent met het meest ideologische frame: “Het is tijd voor solidariteit.” Hun verkiezingsprogramma heet “Een nieuwe start voor Nederland” en belooft “het grootste investeringsprogramma in decennia.”

De marketing is moreel geladen: “De afgelopen jaren regeerde het eigenbelang” en “Als je de samenleving inricht als markt, komen niet mensen, maar de winst centraal te staan.” Timmermans benadrukt: “We willen een samenleving vormen waarin we succes niet langer afmeten aan de waarde die je onttrekt, maar aan de bijdrage die je levert aan de samenleving.”

Dit is klassieke links-rechts mobilisatie—het tegenovergestelde van D66’s verbindende aanpak.

Waarom D66’s frames effectiever zijn (en riskanter)

D66 heeft drie strategische voordelen:

1. Positieve energie: Waar VVD waarschuwt voor migratie, CDA spreekt over stilstand en PvdA/GL afrekent met het verleden, kiest D66 voor “Het kan wél.”

2. Concrete beelden: “Tien nieuwe steden” en IJstad zijn visualiseerbaar. VVD’s “vijf missies” en PvdA/GL’s “nieuwe verzorgingsstaat” blijven abstract.

3. Ideologische neutraliteit: D66 vermijdt het links-rechts frame door vrijheid én solidariteit samen te voegen. Dit werkt in een tijd waarin kiezers moe zijn van polarisatie.

Maar er zitten ook risico’s aan deze strategie. Critici spreken van “interessantdoenerij en politiek correct geneuzel” en “paradepaardje 10 nieuwe steden.” De branded content-controverse toont hoe D66’s slimme marketing ook weerstand oproept tegen wat als manipulatie wordt ervaren.

De prijs van slimme marketing

D66’s strategie maakt de partij kwetsbaar voor de vraag: kunnen jullie het ook waarmaken? “Het kan wél” wordt gevaarlijk als het in de praktijk niet wél kan. Hans Vijlbrief erkende al: “Laten we realistisch zijn: dit plan stamp je niet volgend jaar de grond uit.”

PvdA/GL en CDA hebben ideologisch simpelere verhalen die gemakkelijker vol te houden zijn. D66 moet nu bewijzen dat hun optimistische marketing ook daadwerkelijk tot resultaten leidt.

De branded content-discussie illustreert een dieper probleem: wordt politieke communicatie te veel marketing? Zoals één commentator opmerkte: “Niet zo raar dat steeds meer mensen zich afwenden van normale kranten en journalistiek.”

Conclusie

D66 speelt het marketing-spel het slimst door verbinding te zoeken waar anderen tegenstelling organiseren. Hun frames activeren hoop in plaats van angst, bieden concrete beelden in plaats van abstracte doelen, en vermijden ideologische reflexen.

Maar deze strategie heeft een prijs: verwachtingen worden hoog opgeschroefd, en de grens tussen politiek en reclame vervaagt. Het succes van “Het kan wél” hangt nu af van één vraag: gelooft het midden dat D66 daadwerkelijk kan leveren wat ze beloven?

Of zoals Jetten zelf zegt: “Wij komen op voor de mensen die samen de mouwen opstropen en laten zien dat het wél kan. Onze toekomst maken we zelf.” De kiezers zullen bepalen of ze hem geloven.