Een Innovatief Model voor een oude Publieke Omroep V3.0

Is het mogelijk om content automatisch te genereren, inclusief drama en documentaires?

de Russische literatuuronderzoeker Mikhail Bakhtin wist hoe dat moest.

de vijf chronotopes van Bahktin.geprojecteerd in de tijd.
De held staat op een duidelijk gedefinieerd pad dat over een brug leidt, weg van het vertrouwde en richting het onbekende.

Direct naar de Samenvatting druk hier

Dit is versie 3.0.

De impuls maakt deel uit van een zowel links- als rechts ronddraaiende ctclus waarbuhj de emoties het actie-potentiaal zijn.
De rechterhelft van de hersenen verbindt de emoties (water) met de spirit (geest?).

1. Inleiding

Er is besloten om de NPO te gaan reorganiseren; dit bracht mij in de verleiding om een totaal nieuw omroepmodel te ontwerpen, gebaseerd op een eerder werkzaam software-systeem dat we Impuls-TV noemden.

Met behulp van Gemini en GPT-4 kreeg ik snel in de gaten dat het Nederlandse model veel duurder is en veel minder kwaliteit produceert dan bijv. de BBC, die een meerderheid van de succesvolle Nederlandse formats levert en nu druk doende is om een digitale strategie te implementeren waarbij ze zelf veel content verkopen aan Netflix.

Hierbij staan de moderne media ook weer onder druk, omdat de smaak van de consument snel verandert en er steeds meer behoefte ontstaat aan diepgang, ook bij de jeugd.

Ondertussen hadden wij in 2004 al een formatgenerator klaar, wiens verdere ontwikkeling vastliep op angstige investeerders, zoals Hans H.

Historie

Deze blog is daarom een vervolg op Impuls TV en de Maatschappij van Spel en Samenspel., een model om een maatschappij in balans te brengen wat een toepassing is van een oud model uitgevonden door de inmiddels overleden Roger Schank, de uitvinder van AI.

Hierbij wordt er gebruikgemaakt van ervaringen in de vorm van cases.

2. Impuls TV

was een kortdurend samenwerkingsverband in 2004 met Endemol, KPN Research (TNO) en Cordys gebaseerd op Mosaic (de kern van Cordys) en is gebaseerd op het PoC-model toegespitst op de Emoties.

Model van de Emoties

StoryTeller

de storyteller is drie keer gemaakt en wetenschappelijk uitgetest door Prof John Rijsman van de Universiteit van Tilburg.

Model ImpulsTV is gebaseerd op het model van de Emoties wat nu weer past op de rechter-hersenhelft.

Aanleiding

Er is besloten om de NPO te gaan reorganiseren.

Dit biedt de mogelijkheid om een monitor te bouwen die de harmonie/balans in Nederland herstelt m.b.v de theorie in de voorgaande blog.over spel en samenspel.

In deze blog wordt de per versie stap voor stap het ontwerp toegelicht, gebaseerd op uitgebreid onderzoek m.b.v. Gemini Deep Research, GPT en CLAUDE.

3 Kwaliteitsgericht Contentproductiemodel voor de Nederlandse Publieke Omroep

is gemaakt door Claude naar aanleiding van het rapport van Gemini Deep Research hierboven.

1. Uitgangspunten

Het model is gebaseerd op drie kernprincipes:

  • Publieke waarde: Prioriteit geven aan maatschappelijke relevantie boven commerciële aantrekkingskracht
  • Intrinsieke kwaliteit: Focus op objectief meetbare kwaliteitscriteria
  • Inclusieve bereik: Alle Nederlanders bereiken met diverse, hoogwaardige content

2. Classificatiesysteem voor contentproductie

2.1 Primaire dimensies

DimensieBeschrijvingMeetcriteria
Maatschappelijke relevantieMate waarin content bijdraagt aan publiek debat en begripActualiteit, probleembewustzijn, handelingsperspectief
Artistieke kwaliteitVakmanschap in uitvoering en originaliteitProductiewaarden, innovatie, vakkundige uitvoering
Educatieve waardeKennisoverdracht en stimulering van kritisch denkenCorrectheid, didactische opbouw, diepgang
Culturele diversiteitRepresentatie van diverse groepen en perspectievenInclusiviteit, authenticiteit, perspectievenrijkdom
Democratische functieBijdrage aan functioneren democratische samenlevingControlefunctie, onafhankelijkheid, pluriformiteit

2.2 Secundaire kenmerken

KenmerkSubcategorieën
Narratieve structuurLineair, non-lineair, episodisch, serieel
GenreInformatief, educatief, cultureel, drama, amusement, etc.
Format-kenmerkenLive, interactief, documentair, fictie, debat, etc.
Doelgroep-specificiteitAlgemeen publiek, jongeren, ouderen, specifieke gemeenschappen
Platform-optimalisatieTelevisie, online, audio, crossmediaal

3. Sturingsmechanismen

3.1 Contentplanning

  1. Portfoliobenadering: Evenwichtige verdeling van programma’s over primaire dimensies
  2. Lacune-identificatie: Systematische analyse van ondervertegenwoordigde genres/thema’s
  3. Trendanalyse: Anticiperen op maatschappelijke ontwikkelingen en behoeften

3.2 Kwaliteitsborging

  1. Redactionele onafhankelijkheid: Scheiding tussen inhoudelijke keuzes en externe belangen
  2. Peer review: Interne en externe beoordeling van programmaconcepten op kwaliteitscriteria
  3. Publieksonderzoek: Kwalitatieve feedbackmechanismen naast kwantitatieve metingen
  4. Transparantie: Duidelijke verantwoording van besluitvorming en middelenbesteding

3.3 Talentontwikkeling

  1. Diversiteit in makers: Actief bevorderen van diverse stemmen in het maakproces
  2. Innovatiefonds: Specifieke middelen voor experimentele formats en nieuwe makers
  3. Samenwerkingsmodellen: Partnerschappen tussen ervaren en opkomende makers

4. Implementatiekader

4.1 Organisatiestructuur

Een thematische indeling in plaats van verzuilde omroepen:

  1. Informatiedomein: Nieuws, actualiteit, onderzoeksjournalistiek
  2. Kennisdomein: Educatie, wetenschap, documentaires
  3. Cultuurdomein: Kunst, muziek, drama, literatuur
  4. Maatschappijdomein: Debat, diversiteit, levensbeschouwing
  5. Innovatiedomein: Experimentele formats, nieuwe media, crossmediale projecten

4.2 Budgetteringsmodel

  1. Basisbudget per domein gebaseerd op maatschappelijk belang
  2. Kwaliteitsbonus voor programma’s die hoog scoren op primaire dimensies
  3. Innovatiebudget voor het ontwikkelen van nieuwe formats en talent
  4. Impactmeting op basis van bereik én waardering binnen doelgroepen

4.3 Evaluatiecyclus

  1. Jaarlijkse domeinanalyse: Beoordeling van prestaties per thematisch domein
  2. Driejaarlijkse portfolioherziening: Strategische bijsturing van het totaalaanbod
  3. Vijfjaarlijkse systeemevaluatie: Fundamentele beoordeling van het hele model

5. Digitale strategie

  1. Platform-onafhankelijke productie: Content geschikt voor meerdere distributiekanalen
  2. Data-gedreven publieksinzicht: Gebruikersgedrag analyseren zonder commerciële focus
  3. Interactiemogelijkheden: Publiek betrekken bij programmaontwikkeling
  4. Archief- en hergebruikbeleid: Langdurige beschikbaarheid en educatief gebruik
  5. Personalisatie met behoud van publieke waarden: Suggesties die diversiteit bevorderen

4. Factoren die bijdragen aan het succes en de populariteit van televisieprogramma’s in Europa en de Verenigde Staten.

1. Socio-demografische factoren

  • Leeftijd: Er is een duidelijke generatiekloof, waarbij jongere doelgroepen vaker overstappen naar streamingdiensten en online platforms, terwijl oudere generaties trouw blijven aan traditionele televisie.
  • Geslacht: Er zijn geslachtsspecifieke voorkeuren voor bepaalde genres, wat suggereert dat omroepen zich moeten aanpassen aan deze demografische verschillen.
  • Sociaal-economische status: Hogere sociaal-economische groepen hebben vaker voorkeur voor educatieve of documentaires, terwijl andere groepen meer ontspanningsgerichte programma’s kiezen.

2. Psychologische factoren

  • Behoeften en motivaties: Kijkers kiezen programma’s die voldoen aan hun behoefte aan ontspanning, informatie, of sociale verbondenheid.
  • Persoonlijkheidskenmerken: Mensen met een hoge mate van sensatiezucht kiezen vaak voor actievolle of spannende genres, terwijl anderen de voorkeur geven aan intellectueel stimulerende inhoud.

3. Culturele en contextuele factoren

  • Culturele relevantie: In Europa is er een sterke voorkeur voor lokaal geproduceerde en cultureel relevante inhoud, wat het succes van publieke omroepen bevordert.
  • Taal: Programma’s in de moedertaal van de kijker genieten de voorkeur, wat invloed heeft op de internationale distributie van televisieprogramma’s.

4. Populaire genres en formats

  • Drama: Drama, vooral misdaad-, medische en historische drama’s, blijft populair in zowel Europa als de VS.
  • Comedy: Sitcoms en zwarte komedies blijven populair door hun vermogen om ontspanning en escapisme te bieden.
  • Reality TV: Realitytelevisie blijft een krachtig genre, met formats die kijkers actief betrekken, zoals talentenjachten en competitieprogramma’s.
  • Nieuws en actualiteiten: Nieuwsprogramma’s, vooral op publieke zenders, blijven van groot belang, vooral in Europa.

5. Belang van programmakwaliteit

  • Impact op kijkersperceptie: De kwaliteit van de productie heeft een significante invloed op de waargenomen geloofwaardigheid en aantrekkelijkheid van programma’s.
  • Hoogwaardige productie: Programma’s met hoge productiewaarden en bekende acteurs trekken vaak meer kijkers en behouden hun loyaliteit.

6. Programmeringsstrategieën

  • Strategische planning: Het kiezen van de juiste tijd om programma’s uit te zenden is cruciaal voor het maximaliseren van het bereik.
  • Cross-promotie: Het gebruik van sociale media om programma’s te promoten is essentieel voor het genereren van buzz en het aantrekken van kijkers.

7. Sociale media en televisie

  • Mond-tot-mondreclame: Sociale media spelen een belangrijke rol in het versterken van de populariteit van programma’s door online gesprekken en aanbevelingen.
  • Interactie met kijkers: Omroepen benutten sociale media voor directe interactie met hun publiek, wat leidt tot sterkere betrokkenheid en hogere kijkcijfers.
  • Hashtag campagnes: Het gebruik van branded hashtags stimuleert de betrokkenheid van kijkers en versterkt de relatie tussen het programma en zijn fans.

8. Dynamisch classificatiesysteem voor televisieprogramma’s

  • Er wordt een nieuw classificatiesysteem voorgesteld dat rekening houdt met demografische gegevens, psychologische factoren, culturele context en populaire genres. Dit systeem is bedoeld om omroepen te helpen bij het afstemmen van hun content op veranderende trends en kijkersbehoeften.

5. Verschil Nederland en Engeland

Een uniek aspect van het BBC-model is de zeer succesvolle commerciële tak, BBC Studios.

Dit bedrijfsonderdeel, ontstaan uit een fusie van productie- en distributieactiviteiten, opereert wereldwijd en genereert aanzienlijke inkomsten (ruim £1,8 miljard in 2023-24) en winst (EBITDA van £202 miljoen in 2023-24) door het produceren van content voor zowel de BBC als derde partijen (zoals Netflix, Amazon, PBS) en het exploiteren van intellectueel eigendom (IP).

Geconfronteerd met dalende lineaire kijkcijfers, vooral onder jongeren , en de intense concurrentie van streamingdiensten, heeft de BBC een duidelijke ‘digital-first’ strategie omarmd.

De ambitie is om te transformeren van een traditionele broadcaster naar een digitale mediaorganisatie, met de online platforms BBC iPlayer (video) en BBC Sounds (audio) als centrale pijlers.

De hogere kwaliteit van het tv-aanbod in Engeland komt door vier hoofdfactoren:

Hoger productiebudget: Britse programma’s, vooral van de BBC, hebben grotere middelen voor technisch hoogstaande producties, zoals The Crown en Planet Earth.

Innovatie en creativiteit: Britse televisie is bekend om innovatieve formats en creatieve verhalen, zoals Sherlock en Doctor Who, die grenzen verleggen.

Culturele impact: Britse programma’s hebben internationale invloed en behandelen vaak maatschappelijke en culturele kwesties, wat hen meer relevant maakt.

Zenderstructuur: De BBC heeft de vrijheid om hoogwaardige programma’s te maken zonder commerciële druk, wat leidt tot risicovolle en vernieuwende content.

De kosten per inwoner voor de publieke omroep in Nederland en het Verenigd Koninkrijk zijn:

Nederland: ongeveer €68,57 per inwoner.

Verenigd Koninkrijk: ongeveer £54,91 per inwoner.

Engeland is dus goedkoper.

Hier is een lijst van BBC-formats die door de Nederlandse omroepen zijn overgenomen:

  1. The VoiceThe Voice of Holland
  2. Deal or No DealDeal or No Deal
  3. Strictly Come DancingDancing with the Stars
  4. Top GearTop Gear Nederland
  5. Who Do You Think You Are?Verborgen Verleden
  6. The ApprenticeDe Ondernemer
  7. Come Dine with MeCome Dine with Me
  8. The Great British Bake OffHeel Holland Bakt
  9. Pooch PerfectHond in de Maak
  10. The Great British Sewing BeeSewing Bee
  11. Cash in the AtticHet Wondere Huis
  12. First DatesFirst Dates
  13. The ChoirDe Beste Zangers

6. Bronnen en Conclusie

Pew Research Center – News Consumption Trends Link: Pew Research – News Consumption Trends

Ofcom – Media Nations Reports Link: Ofcom – Media Nations Reports

Nielsen – Consumer Trends and MediaLink: Nielsen – Consumer Trends

Deloitte – Digital Media Trends Link: Deloitte – Digital Media Trends

EBU – Public Service Media TrendsLink: EBU – Public Service Media Trends

Samenvatting Research

Samenvatting van de conclusies:

De verschuiving naar on-demand en gepersonaliseerde content: Mensen consumeren steeds vaker on-demand content via streamingdiensten en sociale platforms. Het traditionele televisiekijken neemt af, vooral onder jongere doelgroepen, die de voorkeur geven aan snellere, gepersonaliseerde formats zoals video’s op TikTok of YouTube. (Ondersteund door Ofcom en Deloitte)

Verlangen naar betrouwbaarheid en authenticiteit: In een wereld van desinformatie en een overvloed aan content is er een groeiende vraag naar betrouwbare en authentieke informatie. Mensen zoeken naar content die hen helpt de wereld te begrijpen, vooral in tijden van onzekerheid en polarisatie. Dit weerspiegelt een verschuiving van oppervlakkige entertainment naar diepere, betekenisvolle inhoud, zoals documentaires en onderzoeksjournalistiek. (Ondersteund door Pew Research Center en EBU)

Interactiviteit en verbondenheid: De consument zoekt meer verbondenheid en interactieve ervaringen, bijvoorbeeld via sociale media en gezamenlijke kijkervaringen. Het verlangen naar gemeenschap en participatie is duidelijk zichtbaar, met platforms die de nadruk leggen op sociale interactie (bijvoorbeeld TikTok, waar gebruikers ook actief deelnemen in de vorm van reacties en contentcreatie). Dit wijst op een verschuiving van passief kijken naar actieve deelname. (Ondersteund door Deloitte en Nielsen)

Snelle en toegankelijke content: Mensen willen snelle toegang tot content die hen direct aanspreekt, wat ook het succes van korte, snackable video’s verklaart. De consument heeft minder geduld voor lange uitzendingen en zoekt content die in hun persoonlijke tijdschema past. (Ondersteund door Nielsen en Deloitte)

Conclusie:

Er is een duidelijke verschuiving gaande in hoe mensen media consumeren.

Waar vroeger lineaire televisie en lange formats populair waren, verschuift de voorkeur nu naar gepersonaliseerde, on-demand content die snel en makkelijk toegankelijk is. Mensen verlangen niet alleen naar vermaak, maar ook naar betrouwbare informatie en authentieke ervaringen, terwijl ze steeds meer op zoek zijn naar verbondenheid met anderen via interactieve platforms.

De behoefte aan betrouwbare en diepgaande content neemt toe, vooral in tijden van polarisatie en overvloedige online informatie.

Deze trends duiden op de veranderende rol van media in het dagelijks leven van de consument, die steeds kritischer en selectiever wordt in wat hij of zij consumeert.

7. Samenvatting

Deze blog bespreekt de herstructurering van de NPO (Nederlandse Publieke Omroep) en introduceert een nieuw omroepmodel gebaseerd op een eerdere samenwerking (Impuls-TV).

Het doel is om een modern en innovatief model te ontwerpen dat maatschappelijke balans bevordert, met behulp van nieuwe technologieën zoals Gemini Deep Research, GPT, en CLAUDE.

Het model is gebaseerd op het “Model van de Emoties” en omvat verschillende dimensies voor contentproductie, kwaliteitscontrole, en talentontwikkeling.

Hoofdstukindeling: Een Innovatief Model voor een oude Publieke Omroep

1 Inleiding

Aankondiging van de NPO-herstructurering

Introductie van het innovatieve omroepmodel gebaseerd op Impuls-TV

2 Historie en Oorsprong van Impuls-TV

Het ontstaan van Impuls-TV en samenwerking met Endemol, KPN Research en Cordys

Het PoC-model en de focus op emoties en situationeel leren

Wetenschappelijke onderbouwing van het “Model van de Emoties”

3 De Grondslagen van het Nieuwe Model

Uitgangspunten: Publieke waarde, intrinsieke kwaliteit, en inclusieve bereik

Classificatiesysteem voor contentproductie:

Primaire dimensies (maatschappelijke relevantie, artistieke kwaliteit, educatieve waarde, culturele diversiteit, democratische functie)

Secundaire kenmerken (genre, narratieve structuur, doelgroep-specificiteit, platform-optimalisatie)

Sturingsmechanismen en Kwaliteitsborging

  • Contentplanning: Portfoliobenadering, lacune-identificatie, trendanalyse
  • Kwaliteitsborging: Redactionele onafhankelijkheid, peer review, transparantie, publieksonderzoek
  • Talentontwikkeling: Diversiteit in makers, innovatiefonds, samenwerkingsmodellen

Implementatie en Organisatiestructuur

  • Thematische indeling van de omroepen (Informatiedomein, Kennisdomein, Cultuurdomein, Maatschappijdomein, Innovatiedomein)
  • Budgettering en evaluatiestructuur (Basisbudget, kwaliteitsbonus, innovatiebudget)
  • Jaarlijkse domeinanalyse, driejaarlijkse portfolioherziening, vijfjaarlijkse systeemevaluatie

Digitale Strategie en Innovatie

  • Platform-onafhankelijke productie, data-gedreven inzichten, en interactiemogelijkheden
  • Archiefbeleid, personalisatie, en de rol van publieke waarden

4. Internationale Vergelijkingen

Vergelijking tussen de publieke omroepen van Nederland en het Verenigd Koninkrijk (BBC-model)

Kosten per inwoner en succes van BBC-formats in Nederland

Socio-Culturele en Psychologische Factoren

  • Demografische, psychologische en culturele trends die de populariteit van televisieprogramma’s beïnvloeden
  • Het belang van betrouwbare en authentieke informatie in tijden van desinformatie

6. Conclusie en Toekomstvisie

  • De verschuiving van lineaire televisie naar on-demand en gepersonaliseerde content
  • De opkomst van interactieve en community-gedreven media en de rol van publieke omroepen in dit nieuwe landschap