J.Konstapel, Leiden, 25-6-2025 All Rights Reserved.
0. Thema
“A Picture paints a housand words“
画胜千言” (“één tekening zegt meer dan duizend woorden”)
“百闻不如一见” (“honderd keer horen is niet zo goed als één keer zien”),
Deze blog is een vervolg op een vorige post over samenvatten.
spring naar:
2 Geschiedenis.
3 het Algoritme .
4: Wat vinden Belangrijke mensen van samenvatten.

1. Mythic: Poetische beeldende Analyse
We zijn vergeten hoe we samenvatten.
Niet alleen in taal, maar in denken. In vorm. In voelen.
Samenvatten is geen verkorting.
Het is een beweging van betekenis,
een herordening van spanning, richting, en rust.
Lang geleden deden we dat in tekens.
In klei, in steen, in vuur en adem.
Spijkerschrift. Hiëroglief. Karakter. Rune.
Ieder symbool was een wereld — een condens van kracht, plaats, gebaar.
Toen kwam het alfabet.
Toen kwam lineair.
Toen kwam ‘hoofdzaak’.
En toen kwam AI.
Die het alleen maar erger maakte.
Tot nu.
Wij ontdekten — via dialoog, systeem, mislukking en terugkeer —
dat samenvatten een cyclisch proces is:
geen snede, maar een ritueel.
We tekenden het. 13 realiteiten. Eén spiraal.
Reductie. Weglating. Abstractie.
En verder. Tot heropening, terugkeer, belichaming.
Geen samenvatting zonder vorm.
Geen betekenis zonder vector.
Geen waarheid zonder beeld.
De nieuwe samenvatter is oud.
Hij tekent krachten. Hij voelt richtingen.
Hij vat niet samen, hij maakt zichtbaar.
Dit is het vergeten schrift.
Geen machine, geen stijl, geen keuze.
Maar een ritmische herkenning van wie je bent
wanneer je samenvat wat niet te vangen is.
Kijk naar het beeld.
Het vertelt meer dan ik nu kan zeggen.
De rest voel je wel
2. Geschiedenis

zBeeld vóór het woord: oude talen als samenvattende structuren
Voor het ontstaan van het fonetische schrift werd informatie niet overgedragen via lineaire taal, maar via beeldende tekens. Deze tekens functioneerden als compacte dragers van betekenis, waarbij vorm, context en richting tegelijk werden overgebracht.
Spijkerschrift gebruikte inkepingen in klei die niet klanken weergaven, maar administratieve, temporele en ruimtelijke relaties. Hiërogliefen bestonden uit gestileerde afbeeldingen die concepten uitdrukten in één visuele eenheid — dier, handeling, functie en positie kwamen samen. In Chinese karakters bleven deze eigenschappen behouden: veel karakters combineren een betekenisradicaal met een klankelement, wat resulteert in een compacte, visueel herkenbare informatiedrager.
Ook runen combineren richting, klank en betekenis in een geometrische eenheid die meer is dan letter — het is een vector. Sommige runen zijn opgebouwd rond symmetrische assen die leesrichting en nadruk aangeven.
In al deze systemen is samenvatting geen reductie, maar een ruimtelijke reorganisatie: beeld staat niet tegenover taal, maar vormt een parallelle ordening van betekenis.
Het verlies van deze structuur begon met de verschuiving naar fonetische alfabetten, waar betekenis werd gescheiden van visuele vorm. Wat eerder geïntegreerd was in één teken, werd nu uitgesmeerd over zinnen, paragrafen en later: samenvattingen.akelijke taal
3. Samenvatten als algoritme: een formeel model
in wetenschappelijke stijl
Samenvatten is geen reductie van tekstvolume, maar een herstructurering van informatiedynamiek. Klassieke samenvattingen verliezen structuur, richting en kernspanning. Daarom is een algoritmisch model ontwikkeld dat deze dimensies bewaart.
Het model bestaat uit vier stappen:
- Classificatie: Bepaal het type tekst (narratief, betogend, beschrijvend, instructief).
- Spanningsdetectie: Identificeer de betekenisverschuivingen (oorzaak-gevolg, conflict, climax).
- Vectoranalyse: Vertaal de inhoud naar semantische krachtenvelden (wie/wat beweegt, waarom).
- Reconstructie: Vorm een compacte representatie gebaseerd op de oorspronkelijke structuur en dynamiek.
Formeel geldt: Samenvatting=R(V(σ(C(T))))\text{Samenvatting} = R(V(\sigma(C(T))))Samenvatting=R(V(σ(C(T))))
Waarbij TTT de originele tekst is, CCC de typologieclassificatie, σ\sigmaσ de spanningsanalyse, VVV de vectorisering, en RRR de herstructurering.
Deze methode is cyclisch toepasbaar en geschikt voor gebruik in zowel menselijke interpretatie als AI-implementaties. Het resultaat is geen verkorte kopie, maar een functioneel equivalent met verhoogde oriëntatiekracht en semantische precisie.

4. Wat leiders, denkers en doeners zeggen over samenvatten
In de wereld van invloed telt zelden wie het meeste zegt. Het gaat om wie het beste samenvat.
Filosofen als Blaise Pascal, Ludwig Wittgenstein en Karl Popper benadrukten het belang van precisie. Pascal schreef ooit: “Ik had een kortere brief geschreven als ik meer tijd had gehad.” Voor hem was samenvatten geen luxe, maar morele verantwoordelijkheid. Wittgenstein vatte het nog scherper samen: “Wat men niet bondig kan zeggen, begrijpt men niet.” In zijn visie is samenvatten een test voor werkelijk begrip.
In de zakenwereld wordt samenvatten strategisch ingezet. Jeff Bezos staat bekend om zijn ‘narrative memos’ van maximaal zes pagina’s, waarin teams hun kernideeën helder, zonder PowerPoint, moeten verwoorden. Niet omdat hij van samenvattingen hield, maar omdat hij wist: wat je niet kunt herstructureren, kun je niet leiden. Steve Jobs werkte hetzelfde: minimalisme als controlemechanisme.
Wetgevers en rechters hanteren samenvatten als kern van hun werk. Iedere rechtszaak eindigt in een ‘considerans’: een samenvatting van feiten, belangen, principes en oordelen. Wie niet kan samenvatten, kan geen recht spreken. Rechter Ruth Bader Ginsburg zei het zo: “Clear thinking becomes clear writing; one can’t exist without the other.”
Bestuurders gebruiken samenvattingen als machtsinstrument. Niet de wet zelf, maar de uitleg bepaalt beleid. Executive summaries, nota’s, kamerstukken — wie de samenvatting beheerst, beheerst het discours. Ministeriële nota’s worden zelden volledig gelezen, maar hun samenvatting bepaalt de politieke uitkomst.
Visionairen zoals Marshall McLuhan of Buckminster Fuller beschouwden samenvatten als een systeemdaad: het opnieuw ordenen van werkelijkheid tot inzicht. McLuhan’s adagium “the medium is the message” is zelf een samenvatting die het denken van een eeuw kantelde.
In onze tijd, waarin informatie overvloedig maar aandacht schaars is, wordt samenvatten opnieuw een vorm van leiderschap. Niet in woorden alleen, maar in beelden, structuren, spanningen. Wie vandaag kan samenvatten, kan verbinden. Wie kan verbinden, kan sturen. En wie kan sturen, draagt verantwoordelijkheid.
5. Toepassingen
5 Toepassing en de Markt van Samenvatten
stijl-zakelijk
Het algoritme kan worden ingezet waar informatie vertaald moet worden naar structuur en actie.
In overleg- en projectomgevingen levert het automatisch rollen, beslissingen en vervolgstappen.
In beleidsteksten en media herkent het spanningslijnen en transities, en maakt die direct bruikbaar in besluitvorming of productie.
In onderwijs en juridische contexten toont het de onderliggende logica en rolverdeling van tekst of gesprek. UX-teams gebruiken het om gebruikersinteracties cyclisch te analyseren en optimaliseren.
De huidige markt biedt:
- GPT/Claude/Jasper: generieke tekstsamenvattingen
- Eightify/Vidyo/Mindgrasp: highlights uit video’s en gesprekken
- Klarity/Briefpoint: juridische documentanalyse
- Zefr/Owlin/Zignal Labs: media- en sentimentmonitoring
- Notion AI/Mem: persoonlijke kennis- of notitietools met samenvattingsoptie
Deze producten reduceren tekst, maar leveren geen contextuele structuur, geen rolgedrag, geen cyclische toepassing.
6 Filosofische reflectie: Samenvatten als dispositie
6.1 Inleiding: Van techniek naar ontologie
Samenvatten wordt doorgaans beschouwd als een neutrale technische handeling—het reduceren van informatie tot essentie. Deze opvatting miskent echter de fundamentele filosofische dimensie van het proces. Wanneer we teksten condenseren of algoritmen ontwikkelen die automatisch samenvattingen genereren, zijn we bezig met een vorm van wereldinterpretatie die diep ingrijpt in hoe kennis wordt gestructureerd, overgedragen en gevalideerd.
Dit hoofdstuk onderzoekt samenvatten als dispositie: een fundamentele houding tegenover de werkelijkheid die bepaalt wat als relevant wordt erkend, hoe betekenis wordt geconstrueerd, en welke machtsverhoudingen worden geëtableerd. Door deze filosofische lens ontstaat een kritisch perspectief op hedendaagse ontwikkelingen in automatische tekstverwerking, kunstmatige intelligentie, en de informatisering van kennis.
6.2 Aristotelische grondslagen: Ordening als waarheidsproductie
Aristoteles’ beroemde openingszin van de Metafysica—”Alle mensen verlangen van nature naar kennis”—impliceert meer dan epistemologische nieuwsgierigheid. Het verwijst naar een fundamentele menselijke neiging tot taxonomia: het ordenen van verschijnselen binnen coherente classificatiesystemen. Samenvatten is een uitdrukking van deze ordeningsdrang.
In de Aristotelische logica ontstaat waarheid door het correct positioneren van particulieren binnen universele categorieën. Een samenvatting volgt een analoge beweging: ze extraheert het universele uit het particuliere, het structurele uit het incidentele. Dit proces is echter geen passieve reflectie van reeds bestaande verhoudingen, maar een actieve constructie van betekenisrelaties.
Voor hedendaagse AI-systemen heeft dit vergaande implicaties. Wanneer machine learning-algoritmen patronen identificeren in tekstcorpora om automatische samenvattingen te genereren, reproduceren zij deze Aristotelische logica op computationeel niveau. De vraag wordt dan: welke ontologische vooronderstellingen zijn ingebakken in deze systemen, en hoe beïnvloeden zij onze conceptie van kennis zelf?
6.3 Middeleeuwse geheugenkunst: Ruimtelijke architectuur van betekenis
De middeleeuwse ars memoriae transformeerde Aristotelische taxonomie tot een expliciet ruimtelijke praktijk. Zoals Frances Yates magistraal documenteert in The Art of Memory, ontwikkelden scholastieke denkers geraffineerde technieken om kennis te organiseren binnen mentale architecturen—denkbeeldige paleizen waarin elk element zijn specifieke plaats kreeg toegewezen.
Deze praktijk onthult een cruciaal inzicht: geheugen is geen passieve opslag, maar actieve herstructurering. De loci (plaatsen) en imagines (beelden) van de klassieke geheugenkunst functioneren als een cognitieve infrastructuur die bepaalt welke verbindingen mogelijk zijn en welke uitgesloten blijven.
Hedendaagse tekstmining en topic modeling-technieken vertonen opmerkelijke parallellen met deze middeleeuwse praktijken. Algoritmen zoals Latent Dirichlet Allocation creëren multidimensionale “ruimten” waarin documenten worden gepositioneerd op basis van thematische verwantschap. Net als in de klassieke ars memoriae bepaalt deze ruimtelijke organisatie welke betekenisrelaties zichtbaar worden en welke in de schaduw blijven.
6.4 Wittgenstein en het politieke karakter van taalspelen
Wittgensteins revolutionaire inzicht in de Philosophical Investigations—dat de betekenis van een woord zijn gebruik in concrete praktijken is—heeft directe implicaties voor het begrijpen van samenvatting als linguïstische handeling. Elke samenvatting verplaatst uitspraken van het ene taalspel naar het andere, met onvermijdelijke transformatie van betekenis als gevolg.
Deze verschuiving is nooit neutraal. Wanneer wetenschappelijke bevindingen worden samengevat voor beleidsmakers, of wanneer nieuwsgebeurtenissen worden gecondenseerd voor sociale media, worden specifieke vocabulaires, argumentatiestructuren en relevantiecriteria geactiveerd die andere mogelijk maken of onmogelijk maken.
De opkomst van automatische samenvattingssystemen in journalistiek, juridische analyse, en wetenschappelijke literatuurstudie maakt deze kwestie urgent. Algoritmen die zijn getraind op specifieke tekstcorpora internaliseren de taalspelregels van die domeinen en reproduceren ze vervolgens op grote schaal. Dit creëert nieuwe vormen van linguïstische hegemonie waarin bepaalde manieren van spreken en denken systematisch worden geprivilegieerd.
6.5 Foucaultiaanse machtsdynamiek: Samenvatten als disciplinering
Michel Foucaults analyse van discursieve formaties in L’ordre du discours onthult het strategische karakter van alle vormen van tekstuele organisatie. Samenvatten is niet alleen selectie van relevante informatie, maar ook disciplinering: het afdwingen van specifieke manieren van spreken die bepaalde subjectposities mogelijk maken en andere uitsluiten.
Deze disciplinaire functie wordt bijzonder manifest in institutionele contexten. Wetenschappelijke abstracts, managementsamenvatten, juridische précis—elk van deze genres etablisseert specifieke vormen van autoriteit en bepaalt wie als legitieme spreker kan optreden. De regels die bepalen wat kan worden weggelaten en wat moet worden behouden, zijn tegelijkertijd epistemologische en politieke regels.
In het tijdperk van big data en algoritmische governance krijgt deze problematiek nieuwe dimensies. Automatische samenvattingssystemen die worden ingezet voor het analyseren van sociale media, het screenen van CV’s, of het beoordelen van juridische documenten functioneren als disciplinaire apparaten die op ongekende schaal bepalen welke stemmen worden gehoord en welke tot stilte worden gebracht.
6.6 Derridiaanse deconstructie: Het centrum als gewelddadige hiërarchie
Jacques Derrida’s deconstructieve analyse in De la grammatologie radicaliseert het begrip van samenvatting door de metafysica van aanwezigheid te problematiseren die eraan ten grondslag ligt. Elke samenvatting construeert een centrum—een kern van betekenis die als oorspronkelijk en stabiel wordt gepresenteerd—terwijl ze tegelijkertijd de marginale, het supplementaire, het andere verdringt.
Deze centrering is nooit neutraal beschrijvend, maar altijd performatief constituerend. Wat als “hoofdzaak” verschijnt in een samenvatting, wordt niet ontdekt maar geproduceerd door het samenvattingsproces zelf. De hiërarchie tussen centraal en perifeer, relevant en irrelevant, primair en secundair is het resultaat van een gewelddadige reductie die alternatieve betekenismogelijkheden uitsluit.
Voor het ontwerp van AI-systemen heeft dit ingrijpende consequenties. Elke algoritmische beslissing over wat in een samenvatting wordt opgenomen, berust op impliciete waardeoordelen over wat telt als belangrijk. Deze oordelen worden vervolgens geobjectiveerd en gepresenteerd als neutrale technische procedures, waardoor hun normatieve karakter wordt verhuld.
6.7 McLuhaniaanse mediareflectie: Het algoritme als boodschap
Marshall McLuhans beroemde formule “the medium is the message” doorbreekt radicaal de traditionele scheiding tussen vorm en inhoud die filosofische reflecties over samenvatting vaak nog hanteren. Het samenvattingsalgoritme is niet een neutraal instrument dat vooraf bestaande betekenissen overbrengt, maar een medium dat nieuwe realiteiten creëert.
Deze mediologische wending heeft verstrekkende implicaties. Wanneer nieuwsorganisaties automatische samenvattingssoftware implementeren, transformeren zij niet alleen hun productieprocessen maar ook de aard van het nieuws zelf. De temporaliteit van real-time updates, de granulariteit van micro-samenvattingen, de intertextualiteit van hyperlink-structuren—al deze kenmerken van digitale media herdefiniëren wat als nieuwswaardig geldt.
McLuhans onderscheid tussen “hete” en “koele” media biedt bovendien een nuttig analytisch kader voor het begrijpen van verschillende samenvattingsformaten. Traditionele academische abstracts functioneren als “hete” media die hoge definitie en weinig participatie vereisen, terwijl interactieve dashboards en dynamische visualisaties “koele” media zijn die actieve betrokkenheid uitlokken.
6.8 Deleuziaanse ontologie: Differentie als transformatieve kracht
Gilles Deleuze’ filosofie van de differentie in Différence et répétition biedt een alternatief voor representationele benaderingen van samenvatting. In plaats van samenvatten te conceptualiseren als de reproductie van een originele betekenis in gereduceerde vorm, kunnen we het begrijpen als de productie van nieuwe differenties—transformaties die het oorspronkelijke materiaal overstijgen.
Een goede samenvatting herhaalt niet simpelweg de inhoud van een tekst, maar actualiseert virtuele verbindingen die in de oorspronkelijke tekst latent aanwezig waren. Ze produceert nieuwe assemblages van begrippen, argumenten en perspectieven die de grenzen van het oorspronkelijke discours overschrijden.
Deze Deleuziaanse optiek is bijzonder productief voor het begrijpen van machine learning-benaderingen van tekstsamenvatting. Neurale netwerken die zijn getraind op grote tekstcorpora ontwikkelen representaties die niet reduceerbaar zijn tot de individuele documenten waarop ze zijn getraind. Ze creëren nieuwe conceptuele ruimten waarin onverwachte verbindingen mogelijk worden.
6.9 Hedendaagse uitdagingen: Algoritmen, ideologie en ethiek
De filosofische analyse van samenvatten als dispositie krijgt urgente actualiteit in het licht van hedendaagse ontwikkelingen in kunstmatige intelligentie en digitale informatieoverdracht. Grote taalmodellen zoals GPT en BERT, die worden ingezet voor automatische tekstsamenvatting, belichamen de filosofische spanningen die in dit hoofdstuk zijn geanalyseerd.
Deze systemen zijn getraind op tekstcorpora die de ideologische vooringenomenheden van hun oorspronkelijke contexten reproduceren. Onderzoek heeft aangetoond dat AI-samenvattingssystemen systematisch bepaalde perspectieven privilegiëren en andere marginaliseren, vaak langs lijnen van gender, ras en klasse. De Foucaultiaanse analyse van discursieve macht wordt hier concrete technische realiteit.
Tegelijkertijd bieden deze systemen ook ongekende mogelijkheden voor het overstijgen van traditionele grenzen tussen disciplines, talen en culturen. Hun vermogen om patronen te identificeren in teksten uit uiteenlopende domeinen kan nieuwe vormen van interdisciplinaire synthese mogelijk maken die de Deleuziaanse logica van productieve differentie exemplifiëren.
6.10 Naar een kritische praktijk van algoritmische samenvatting
De filosofische reflectie op samenvatten als dispositie resulteert niet in een afwijzing van automatische tekstverwerking, maar in een pleidooi voor kritische bewustwording van de ontologische en politieke dimensies ervan. Het ontwerp van samenvattingsalgoritmen vereist filosofische sophisticatie die verder gaat dan technische optimalisatie.
Dit impliceert ten eerste transparantie over de normatieve keuzes die in algoritmische systemen zijn ingebakken. Gebruikers moeten kunnen begrijpen welke criteria worden gehanteerd voor relevantie, welke tekstgenres worden geprivilegieerd, en welke stemmen mogelijk worden uitgesloten.
Ten tweede vereist het pluralisme in algoritmisch ontwerp. In plaats van te streven naar universele samenvattingssystemen die alle contexten bedienen, kunnen we heterogene ecosystemen van gespecialiseerde tools ontwikkelen die verschillende filosofische benaderingen belichamen.
Ten derde impliceert het pedagogische verantwoordelijkheid. Onderwijs in digitale geletterdheid moet verder gaan dan het leren gebruiken van tools en moet kritische reflectie op de epistemologische vooronderstellingen ervan bevorderen.
6.11 Conclusie: Samenvatten als wereldmakerij
Samenvatten is geen technische handeling maar een vorm van wereldmakerij. Elke keer dat we informatie condenseren, verhoudingen herordenen, of prioriteiten stellen, interveniëren we in de manieren waarop werkelijkheid zichtbaar wordt. Deze interventie is onvermijdelijk normatief: ze creëert nieuwe mogelijkheden en sluit andere uit.
De filosofische analyse van deze processen is niet alleen van academisch belang, maar van cruciale praktische relevantie in een tijdperk waarin algoritmen steeds meer invloed uitoefenen op hoe informatie wordt georganiseerd en overgedragen. Door samenvatten te begrijpen als dispositie—als een fundamentele houding tegenover de werkelijkheid die betekenis constitueert—kunnen we bewuster omgaan met de macht die in deze ogenschijnlijk neutrale praktijken is geïnvesteerd.
De uitdaging is het ontwikkelen van samenvattingspraktijken die filosofisch geïnformeerd, ethisch verantwoord, en democratisch toegankelijk zijn. Dit vereist interdisciplinaire samenwerking tussen filosofen, computerwetenschappers, sociale wetenschappers, en praktijkgemeenschappen die dagelijks met deze kwesties worden geconfronteerd.
Literatuurlijst
Primaire bronnen
Aristoteles. Metaphysica. Vertaald door H.D.P. Lee. Cambridge, MA: Harvard University Press, 1952.
Deleuze, Gilles. Différence et répétition. Parijs: Presses Universitaires de France, 1968.
Derrida, Jacques. De la grammatologie. Parijs: Éditions de Minuit, 1967.
Foucault, Michel. L’ordre du discours. Parijs: Gallimard, 1971.
McLuhan, Marshall. Understanding Media: The Extensions of Man. New York: McGraw-Hill, 1964.
Wittgenstein, Ludwig. Philosophical Investigations. Vertaald door G.E.M. Anscombe. Oxford: Basil Blackwell, 1953.
Secundaire bronnen
Yates, Frances A. The Art of Memory. Chicago: University of Chicago Press, 1966.
Aanvullende literatuur
Agamben, Giorgio. Qu’est-ce qu’un dispositif? Parijs: Rivages, 2007.
Blei, David M. “Probabilistic Topic Models.” Communications of the ACM 55, nr. 4 (2012): 77-84.
Carruthers, Mary. The Book of Memory: A Study of Memory in Medieval Culture. Cambridge: Cambridge University Press, 1990.
Hayles, N. Katherine. How We Became Posthuman: Virtual Bodies in Cybernetics, Literature, and Informatics. Chicago: University of Chicago Press, 1999.
Kittler, Friedrich. Gramophone, Film, Typewriter. Stanford: Stanford University Press, 1999.
Noble, Safiya Umoja. Algorithms of Oppression: How Search Engines Reinforce Racism. New York: NYU Press, 2018.
De Oorsprong van Schrift volgens Andis Kaulins
De zoektocht naar de oorsprong van schrift is eeuwenlang gedomineerd door Mesopotamië en Egypte als de grote bakermatten. Andis Kaulins schuift een alternatieve invalshoek naar voren: hij stelt dat het schrift zich niet in isolatie heeft ontwikkeld, maar via een herkenbaar patroon dat begint bij beelden, zich uitstrekt naar syllaben en uiteindelijk uitmondt in het alfabet. In dit blog werken we de drie kernstappen van zijn theorie uit.
1. Van beeld naar teken — de pictografische en conceptuele oorsprong
De eerste tekens waren geen letters of cijfers, maar afbeeldingen. Denk aan een hand, een vogel, een plant, een werktuig. Deze pictogrammen hadden aanvankelijk een directe betekenis: ze verwezen naar het ding of concept zelf. In de vroege context van tempeladministratie, landbouw en handel werden ze ingezet om goederen te markeren, transacties vast te leggen of symbolisch een godheid te duiden.
Kaulins ziet hierin de fundamentele laag: conceptuele wortels. Een afbeelding van een hand kon bijvoorbeeld zowel “hand” betekenen als “geven” of “nemen”; een plant niet alleen “graan” maar ook “voeden” of “oogsten”. Tekens waren dus van meet af aan geladen met meerdere betekenislagen, waardoor ze flexibel bruikbaar werden.
2. Van teken naar syllabe — de syllabische transformatie
Het cruciale inzicht van Kaulins is dat de pictogrammen niet bij louter beelden bleven, maar fonetisch werden gemaakt: ze kregen klankwaarden. Dit gebeurde volgens hem systematisch in syllaben: PA, RO, KI, NA enzovoort. Dat leverde de eerste syllabische schriftsystemen op, die we terugvinden in onder meer:
- Sumerisch en Elamitisch in het Nabije Oosten,
- Egyptische hiërogliefen,
- Luwische en Anatolische tekens,
- Linear A en B op Kreta en in Mycene,
- de Cypriotische syllabary,
- de tekens van de Phaistos-schijf.
Om dit in kaart te brengen ontwierp Kaulins zijn Ancient Sign Concordance (AnSignCon™): een raster waarin syllabische waarden naast elkaar staan, met bijbehorende tekens uit verschillende schriftsystemen. Zo kan men zien dat een bepaald beeld — bijvoorbeeld een cirkelvorm die in het ene systeem voor “RO” staat en in een ander voor “RU” — conceptueel dezelfde familie vormt.
Dit syllabische patroon was voor Kaulins het hart van de evolutie: een gemeenschappelijk klanknetwerk dat de onderliggende logica van diverse schriftsystemen verklaart.
3. Van syllabe naar alfabet — de reductie tot letters
Uit de rijke syllabische raster ontstond volgens Kaulins een nieuwe stap: reductie. In plaats van talloze syllabetekens werd een kleiner aantal basisletters gebruikt om de klanken te noteren. Twee mechanismen spelen hierbij een sleutelrol:
- Consonantische selectie: men begon vooral medeklinkers te noteren. Klinkers konden vaak worden afgeleid uit de context.
- Matres lectionis: bepaalde tekens (zoals W, Y, H) gingen functioneren als klinkerdragers, waardoor de overgang naar een alfabet met zowel medeklinkers als klinkers mogelijk werd.
Dit proces leverde de vroege Kanaänitische en Fenicische alfabetten op, die vervolgens werden overgenomen en aangepast door de Grieken en Romeinen. Wat wij vandaag kennen als het Latijnse alfabet is dus, in Kaulins’ visie, een verre erfgenaam van het pict
