Water is de Bewijsbare Beïnvloedbare Factor van het Klimaat

De aarde verdroogt door menselijk ingrijpen : Klimaatopwarming: waarom water zwaarder weegt dan CO2.

Jump to the Published Scientific Article here.

Korte samenvatting

Aanleiding: De blog reageert op een NRC-interview met Pieter Pauw (TU Eindhoven) over de kop “Deze klimaatzomer kostte Nederland 9 miljard euro”, waarin hij toegeeft dat er “vooral anekdotisch bewijs” is en “geen totaalcijfers”.

De centrale vraag: Deze blog onderzoekt waar dat getal van 9 miljard vandaan komt en betoogt dat het antwoord niet in de klimaatnatuurkunde ligt, maar in de aanname van het IPCC dat CO₂ de oorzaak (hefboom) van de opwarming is.

De vacuum.net-theorie: de Blog presenteert een alternatieve theorie die dezelfde natuurkundige basis heeft (balans, broeikaseffect, logaritmische forcering), maar CO₂ niet als oorzaak ziet, maar als een “aflezing” van de mate waarin het menselijke net nog niet gesloten is.

Water als sturende factor: Volgens deze theorie is water (verdamping, bodemvocht, grondwater) de vrije en lokaal stuurbare stand, die met 64% het grootste aandeel heeft in de opwarming, tegenover 36% voor CO₂.

Herkomst van de 9 miljard: Het getal is afkomstig van kredietverzekeraar Allianz Trade en berust op een rekenregel die uitgaat van 3% productiviteitsverlies per graad boven de 30 °C; het meet dus alleen hitte zoals die was, ongeacht de oorzaak.

Conclusie: Het verschil tussen het IPCC en de net-theorie zit niet in de opwarming zelf (die ontkent geen van beide), maar in de boekhouding: het IPCC stuurt op CO₂, terwijl de net-theorie wijst op water als de beïnvloedbare factor – en “de boekhouding is waar het geld zit”.

Klimaatmars in de herfst van dit jaar in Amsterdam. Foto Simon Lenskens

O

J.Konstapel,6-11-2026.

Aanleiding NRC: Deze klimaatzomer kostte Nederland 9 miljard euro. ‘De regering snapt niet waar de kosten van klimaatverandering werkelijk liggen’

Aanleiding. Op 5 november 2026 stond in NRC een interview met Pieter Pauw, docent klimaatfinanciering aan de TU Eindhoven. De kop: “Deze klimaatzomer kostte Nederland 9 miljard euro.” Verderop in het stuk zegt hij: “Er is vooral anekdotisch bewijs” en “we hebben geen totaalcijfers.” Dit stuk gaat over de vraag waar dat getal vandaan komt. Het antwoord ligt niet in de natuurkunde van het klimaat. Het ligt in één aanname van het IPCC. Die aanname wordt hier onderzocht met de vacuum.net-theorie.


1. Wat het IPCC beweert

De klimaattheorie van het IPCC bestaat uit vijf uitspraken.

  1. Balans. De aarde ontvangt zonlicht en straalt warmte uit. In evenwicht zijn die gelijk. Zonder dampkring zou het oppervlak 255 K zijn, −18 °C.
  2. Broeikas. Waterdamp, CO₂ en enkele andere gassen nemen uitgaande warmte op en geven een deel terug. Daardoor is het oppervlak 33 graden warmer: 288 K, 15 °C.
  3. Forcering. Meer CO₂ verschuift de laag die als laatste naar buiten straalt omhoog. Elke verdubbeling van CO₂ geeft dezelfde extra forcering, ongeveer 3,9 W/m².
  4. Respons. De aarde warmt op tot de balans weer sluit. Zonder terugkoppeling ongeveer 1,1 graad per verdubbeling. Met terugkoppeling van waterdamp, wolken en ijs ongeveer 3 graden.
  5. Toeschrijving. De gemeten opwarming sinds 1850 komt vrijwel geheel door menselijke uitstoot. CO₂ is de hefboom.

De eerste vier uitspraken zijn natuurkunde. Ze zijn ouder dan het IPCC: Fourier, Tyndall en Arrhenius beschreven ze in de negentiende eeuw. De vijfde is de conclusie waarvoor het IPCC bestaat. Aan die vijfde hangt al het geld: de schadeclaims, de klimaatfondsen, de warmtenetten, de windparken.

2. Wat de vacuum.net-theorie is

De vacuum.net-theorie begint één stap eerder dan de natuurkunde. Ze begint bij één onderscheid.

Stel je één draad voor. De draad kan zichzelf kruisen. Bij elke kruising zijn er drie standen: boven, onder, of niet. Dat zijn de drie waarden −1, 0 en +1. Meer is er niet.

Drie standen op rij vormen een venster. Een venster sluit als de som nul is, geteld in drieën. Van de 27 mogelijke vensters sluiten er 9. Wat sluit, blijft bestaan. Wat niet sluit, draagt spanning en gaat door naar de volgende schaal.

Uit deze regels volgt een klein aantal stellingen. Ze zijn bewezen en voor dit stuk opnieuw nagerekend.

  • Een reeks zonder spanning herhaalt zich elke drie stappen.
  • Twee gesloten vensters sluiten alleen aan elkaar als ze gelijk zijn.
  • Elke gesloten reeks valt uiteen in drie vormen: staan, ontmoeting (x, −x) en ring (x, x, x).
  • Samenvoegen gaat in gelijke blokken van twee of drie. Dat geeft een ladder: één grove stap bevat 2ᵃ·3ᵇ fijne stappen.
  • De kleinste knoop die niet ongedaan te maken is, heeft drie kruisingen.
  • De stijfheid van het medium is geen constante. Ze hangt af van de dichtheid.
  • Op elke schaal gelden dezelfde regels opnieuw.

Dat is de hele grond. Alles wat volgt, is deze grond toegepast op steeds grotere schalen.

3. Van telling naar klimaat, in grote stappen

De volledige afleiding telt 42 stappen. Hier de hoofdlijn.

Materie. Wat sluit, is massa. Licht is een draad die niet sluit. Het elektron is licht dat zich in een dubbele lus heeft gesloten. Het proton is een sluiting van drie windingen. Een ring met lading plus en een ring met lading min vormen samen een ontmoeting: het atoom. Twee atomen met open plaatsen sluiten samen: het molecuul.

Hier zit een belangrijk punt. Een molecuul van twee gelijke atomen, zoals stikstof (N₂) en zuurstof (O₂), blijft bij elke trilling symmetrisch. Het koppelt niet aan licht. Een molecuul van verschillende atomen, zoals CO₂ en H₂O, verandert bij een trilling van stand. Het koppelt wel. Daarom zijn stikstof en zuurstof doorzichtig voor warmtestraling en zijn CO₂ en water dat niet.

Leven. Ketens van moleculen vormen woorden. Een ketting kan alleen zonder spanning worden verlengd met een kopie van zichzelf. Dat is erfelijkheid. Een ring die open ketens omsluit, is een cel. Een plant legt licht vast als ring (suiker) en laat een open venster na: zuurstof. Een dier opent die ring weer en geeft het gas terug: CO₂. Plant en dier zijn samen een ontmoeting. Alleen samen sluiten ze.

De mens. De mens is geen losse laag. De mens is een letter van een grotere sluiting: het menselijke net. Dat net is meetbaar. Mens en vee vormen 94 procent van alle zoogdiermassa. Driekwart van het ijsvrije land is in gebruik. De gemaakte massa (gebouwen, wegen, machines) is even groot als alle levende biomassa en verdubbelt elke twintig jaar. Het net verbruikt 592 exajoule per jaar, 15 procent van alle fotosynthese op aarde.

Vier vijfde van dat verbruik komt uit kool, olie en gas. Dat zijn ringen die miljoenen jaren buiten de omloop lagen. Ze worden geopend zonder dat een plant op dezelfde schaal ze weer vastlegt. Dat laat een open venster na.

Klimaat. De planeet sluit als wat binnenkomt, wat weggaat en de eigen stand samen nul geven. Dat is de energiebalans. De dampkring is een ladder van lagen. Verdubbeling van een gas is één sport op de ladder, en elke sport is gelijk. Daarom is de forcering logaritmisch. De planeet duwt terug met een stijfheid die van haar toestand afhangt, en die stijfheid wordt zwakker naarmate de stand hoger is.

Tot zover volgt het IPCC. Nu het verschil.

4. Waar het IPCC en het net uit elkaar gaan

In het net liggen drie lagen in drie verschillende restklassen samen in één venster. Dat geldt ook voor het weer. Bodem, water en weer vormen één venster. De stand van het weer ligt vast door bodem en water. Water is de laag die alle drie toestanden doorloopt: damp, vloeistof, ijs. Water is daarmee de vrije stand.

Hetzelfde geldt voor de CO₂-band. Zonlicht, aardstraling en de CO₂-band vormen één venster. De stand van CO₂ ligt vast door wat binnenkomt en wat weggaat.

Zet die twee uitkomsten naast de mens als letter van het net. Dan is de CO₂-stijging de rest van het laden van het menselijke net. Het is de maat van een sluiting die nog niet gesloten is. Een aflezing van waar het net staat. Geen hefboom die iemand bedient.

Het IPCC leest dezelfde meting anders. Het leest de aflezing als oorzaak en maakt er de hefboom van. Dat is de vijfde uitspraak. De natuurkunde is dezelfde. De lezing niet.

5. Wat dat betekent met de IPCC-getallen zelf

Het verschil is geen kwestie van andere natuurkunde. Het blijkt al uit de boekhouding van het IPCC.

  • CO₂ is gestegen van 278 naar 429 deeltjes per miljoen. Dat geeft 2,3 W/m² extra forcering.
  • De aarde straalt 3,2 W/m² meer uit per graad opwarming. CO₂ alleen geeft dus 0,72 graad.
  • Gemeten is 1,44 graad. Dat is het dubbele.
  • Het verschil loopt via water: waterdamp 1,30, wolken 0,42, ijs en sneeuw 0,35 W/m² per graad.
  • Per verdubbeling van CO₂: 1,15 graad zonder terugkoppeling, 3,2 graad met. Het aandeel van CO₂ is 36 procent. Het aandeel van water is 64 procent.

Het IPCC noemt water een terugkoppeling van CO₂. Het net noemt water een eigen stand. En water is, anders dan een wereldgemiddelde, lokaal stuurbaar.

  • Verdamping van één millimeter per dag voert 28,4 W/m² af. Dat is twaalf keer het CO₂-effect.
  • Sinds 1700 is 3,4 miljoen vierkante kilometer moeras drooggelegd, een vijfde van alles.
  • Het land verdampt nu 1.260 tot 3.500 kubieke kilometer per jaar minder dan vroeger.
  • De landbouw heeft 133 miljard ton bodemkoolstof verloren. Dat is 63 ppm, ruim 40 procent van de stijging sinds 1750.
  • Een ontwaterde veenweide stoot 20 ton CO₂ per hectare per jaar uit. Elke tien centimeter hoger grondwater bespaart minstens 3 ton.

Geen van deze getallen spreekt de opwarming tegen. Ze veranderen alleen wat je als oorzaak boekt en waar je op stuurt.

6. Drie plekken waar de modellen van hun eigen regels afwijken

Het net levert geen getallen in graden. Het levert regels. Aan die regels kun je de klimaatmodellen toetsen. Drie afwijkingen vallen op. Alle drie zijn in de klimaatliteratuur zelf al vastgesteld.

  1. Sluiting. Een planeet in evenwicht sluit haar energiebalans. In een analyse van zestien CMIP6-modellen nemen er vier in elk scenario meer energie op in de oceaan dan er aan de bovenkant binnenkomt. Dat is een lek. Het net noemt het kunstmatige spanning.
  2. Gelijke sport per verdubbeling. Het net zegt: elke verdubbeling geeft evenveel. Het IPCC gebruikt een formule waarin de forcering per verdubbeling toeneemt: 3,77, 4,14 en 4,21 W/m² voor de eerste, tweede en derde verdubbeling. Een stralingsberekening van Romps en collega’s leidt juist een strikte logaritme af. Het net staat aan hun kant.
  3. Toestandsafhankelijke respons. Het net zegt: de terugduwkracht wordt zwakker bij een hogere stand. Een precieze stralingsberekening bevestigt dat teken. Maar modellen die het veelgebruikte RRTMG-stralingsschema gebruiken, tonen een valse piek in de gevoeligheid rond 310 K. Dat is een rekenfout, geen natuurkunde.

7. Terug naar de 9 miljard

Het getal in de NRC-kop komt niet van Pauw zelf. Het komt van kredietverzekeraar Allianz Trade. Het rust op een rekenregel: de productiviteit daalt 3 procent per graad tussen 30 en 35 °C, toegepast op de ergste vijf hittedagen van de zomer. Triodos komt met een eigen methode op een vergelijkbaar bedrag. De auteurs van die methode noemen hun weging zelf “een inschatting, geen gefitte parameters”.

Twee dingen vallen op. Het getal zegt niets over klimaatverandering. Het telt de hitte zoals die was, ongeacht de oorzaak. En de schade die Pauw opnoemt (funderingen, oogsten, laag water in de rivieren, veevoer) is schade van water. Te veel, te weinig, op de verkeerde plek. Dat is precies de vrije stand uit de afleiding.

De oplossingen die hij noemt sturen op CO₂: elektrisch rijden, 81 procent minder uitstoot, een Klimaatfonds. Over dat wereldgetal zegt hij zelf dat Nederland er “weinig aan kan doen”. Over grondwater, verdamping en veen zegt het interview niets. Dat is het gevolg van de vijfde uitspraak. De aflezing is de hefboom geworden, en de stuurbare stand is uit de boekhouding verdwenen.

8. Wat nog open staat

De afleiding is niet af. Drie dingen ontbreken.

  • Drie getallen volgen nog niet uit het net: de fijnstructuurconstante, de verhouding tussen proton- en elektronmassa, en de forceringscoëfficiënt per verdubbeling. Zolang die open staan, levert het net geen graden. Het toetst structuur en teken, niet de grootte van de opwarming.
  • Een toets uit het essay van 3 oktober is nog niet uitgevoerd: sluit het venster van zonnevlekken, El Niño en temperatuur sinds 1870 vaker dan één op de drie keer?
  • Hoe de volgende sluiting van het menselijke net eruitziet, zegt geen van de bronnen.

9. Conclusie

Vanaf het eerste onderscheid afgeleid, staat de natuurkunde van het IPCC overeind. Balans, broeikas, logaritmische forcering en een toestandsafhankelijke respons volgen in structuur. De getallen zijn invoer.

De toeschrijving volgt niet. Het net leest de CO₂-stijging als een aflezing van waar het menselijke net staat. Niet als de hefboom waarmee het wordt bewogen. De vrije, stuurbare stand van het weer is water.

Het verschil tussen de twee theorieën zit niet in de opwarming. Die ontkent geen van beide. Het zit in de boekhouding. En de boekhouding is waar het geld zit.


Geannoteerde referentielijst

Eigen werk

  1. Konstapel, J. (2026). The Vacuum.Net Theory, Ninth Edition: Foundations 9.2. De grondtekst. Vijf axioma’s en 24 stellingen over sluiting, periode, naden, ladders en diepte. Alles in paragraaf 2 van dit stuk komt hieruit.
  2. Konstapel, J. (2026). Physics 9.0. Koppelt de sluitingen aan deeltjes: elektron, proton, spin, lading. De tekst noemt dit zelf identificaties.
  3. Konstapel, J. (2026). All Facts and Theories of Physics and Chemistry Derived from the Vacuum.Net Theory. Boek van 7 november 2026. Voert de afleiding door van atoom tot klimaat. Zet de drie ontbrekende getallen zelf op open (R1, R2, R24). Zegt letterlijk: “Het net voegt in deze editie geen nieuw getal toe aan de klimaatwetenschap.”
  4. Konstapel, J. (2026). The History of Life on the Net. Boek van 14 oktober 2026. Volgt de vormen van het net door de geschiedenis van het leven, van de eerste cel tot het menselijke net. Hoofdstuk 22 en 23 leveren de metingen van paragraaf 3: biomassa, landgebruik, energie, gemaakte massa.
  5. Konstapel, J. (2026). Climate Physics in Plain Language. Essay van 3 oktober 2026. Plaatst bodem, water en weer, en zonlicht, aardstraling en CO₂-band, elk in één venster. Bron van de zin “Carbon dioxide is a reading, not a lever.”
  6. Konstapel, J. (2026). Klimaatopwarming: waarom water zwaarder weegt dan CO₂. Blog van 2 oktober 2026. De boekhouding van paragraaf 5: 36 procent CO₂, 64 procent water, met IPCC-getallen.
  7. Konstapel, J. (2026). Klimaatbeleid zonder bodem en water werkt niet. Blog van 2 oktober 2026. Verdamping, moerasverlies, bodemkoolstof, veen. Stelt vier metingen per perceel voor.
  8. Konstapel, J. (2026). The Respondent–Judge Protocol. De toetsmethode. Een onafhankelijke beoordelaar schrijft eigen code voordat hij het werk van de ander leest. Voor dit stuk toegepast op alle getallen.

Het IPCC en de forcering

  1. Forster, P. et al. (2021). The Earth’s energy budget, climate feedbacks, and climate sensitivity. IPCC AR6 WGI, hoofdstuk 7. De bron van de vijf uitspraken. Geeft 3,93 W/m² per verdubbeling, de terugkoppelingen (Planck −3,22; waterdamp 1,30; wolken 0,42; ijs 0,35) en een gevoeligheid van 3 graden.
  2. IPCC (2021). Chapter 7 Supplementary Material, §7.SM.1.3. Bevat de formule van Meinshausen waarmee de forcering per verdubbeling is nagerekend.
  3. Meinshausen, M. et al. (2020). GHG concentrations and their extensions to 2500. Geosci. Model Dev. 13, 3571. De bron van de bovenlogaritmische formule. Forcering per verdubbeling loopt op van 3,77 naar 4,21 W/m².
  4. Romps, D. M., Seeley, J. T., Edman, J. P. (2022). Why the forcing from CO₂ scales as the logarithm. J. Climate 35, 4027. Leidt uit de vorm van de CO₂-band af dat de forcering strikt logaritmisch is. Komt overeen met de ladderregel van het net.
  5. Feldman, D. R. et al. (2015). Observational determination of surface radiative forcing by CO₂. Nature 519, 339. Meting van het directe CO₂-effect aan het oppervlak over tien jaar. Bevestigt uitspraak 2 en 3 met waarnemingen.
  6. Harries, J. E. et al. (2001). Nature 410, 355. Satellietmeting van de verandering in het uitgaande spectrum tussen 1970 en 1997 in de banden van CO₂ en methaan.
  7. Arrhenius, S. (1896). Philosophical Magazine 41, 237; Tyndall, J. (1861). Phil. Trans. 151, 1. De oorspronkelijke natuurkunde van uitspraak 1 en 2.

De modellen en hun afwijkingen

  1. Grandey, B. S. et al. (2023). Monte Carlo drift correction. Geosci. Model Dev. 16, 6593. Analyse van drift in zestien CMIP6-modellen. Vier nemen meer energie op dan er binnenkomt. Bron van afwijking 1.
  2. Kluft, L. et al. (2021). Temperature-dependence of the clear-sky feedback. Geophys. Res. Lett. 48. Lijn-voor-lijn stralingsberekening: de terugkoppeling wordt zwakker bij opwarming. Toont ook de valse piek in het RRTMG-schema. Bron van afwijking 3.
  3. Bloch-Johnson, J. et al. (2021). Climate sensitivity increases under higher CO₂ levels. Geophys. Res. Lett. 48. Modellen tonen een hogere gevoeligheid bij meer CO₂. Het teken komt overeen met de hefboom van het net.

Water en bodem

  1. Sanderman, J., Hengl, T., Fiske, G. J. (2017). Soil carbon debt of 12,000 years of human land use. PNAS 114, 9575. De 133 miljard ton bodemkoolstof die de landbouw heeft losgemaakt.
  2. Fluet-Chouinard, E. et al. (2023). Extensive global wetland loss. Nature 614, 281. 3,4 miljoen vierkante kilometer moeras drooggelegd sinds 1700, uit meer dan 3.000 archiefbronnen.
  3. Sterling, S. M., Ducharne, A., Polcher, J. (2013). Nature Climate Change 3, 385. Het land verdampt 1.260 tot 3.500 kubieke kilometer per jaar minder door veranderd landgebruik.
  4. Evans, C. D. et al. (2021). Overriding water table control on managed peatland greenhouse gas emissions. Nature 593, 548. Het grondwaterpeil bepaalt de uitstoot uit veen. Elke tien centimeter telt.
  5. Minasny, B., McBratney, A. B. (2018). Eur. J. Soil Sci. 69, 39. Meer organische stof houdt weinig extra water vast. Bodemkoolstof is een grote voorraad en een kleine spons.
  6. Friedlingstein, P. et al. (2025). Global Carbon Budget 2024. Earth Syst. Sci. Data 17, 965. De jaarlijkse koolstofboekhouding. Fossiel 10,3 miljard ton per jaar.

Het menselijke net

  1. Elhacham, E. et al. (2020). Global human-made mass exceeds all living biomass. Nature 588, 442. De gemaakte massa is even groot als alle biomassa en verdubbelt elke twintig jaar.
  2. Bar-On, Y. M., Phillips, R., Milo, R. (2018). The biomass distribution on Earth. PNAS 115, 6506. Verdeling van alle levende massa. Mens en vee tegenover wilde dieren.
  3. Greenspoon, L. et al. (2023). The global biomass of wild mammals. PNAS 120. Wilde landzoogdieren wegen drie kilo per mens.
  4. Ellis, E. C. et al. (2010). Anthropogenic transformation of the biomes, 1700 to 2000. Global Ecol. Biogeogr. 19, 589. Driekwart van het ijsvrije land in gebruik of ingesloten.
  5. Energy Institute (2025). Statistical Review of World Energy; IEA (2025). Global Energy Review. 592 exajoule per jaar, 80,9 procent fossiel.

Zon en zonnestelsel

  1. Kopp, G., Lean, J. L. (2011). Geophys. Res. Lett. 38. De zonneconstante 1361 W/m² en de zonnecyclus van ±0,12 W/m².
  2. Feulner, G., Rahmstorf, S. (2010). Geophys. Res. Lett. 37. Een nieuw groot zonneminimum koelt hooguit 0,3 graad tot 2100.
  3. Laskar, J. et al. (2004). Astron. Astrophys. 428, 261. De baanparameters van de aarde over miljoenen jaren. Verandering per eeuw verwaarloosbaar.
  4. Hays, J. D., Imbrie, J., Shackleton, N. J. (1976). Pacemaker of the ice ages. Science 194, 1121. De baan stuurt de ijstijden over tienduizenden jaren.
  5. Stefani, F. et al. (2019). Solar Physics 294, 60; Cameron, R. H., Schüssler, M. (2013). Astron. Astrophys. 557, A83. Vóór en tegen een planetaire sturing van de zonnecyclus. Open.
  6. Kirkby, J. et al. (2011, 2016). Nature 476, 429 en 533, 521. Het CLOUD-experiment: kosmische straling helpt wolken kiemen, maar het klimaateffect is klein.
  7. Shaviv, N. J., Veizer, J. (2003). GSA Today 13, 4. Spiraalarmen en ijstijden over honderden miljoenen jaren. Gepubliceerd en betwist.
  8. Hathaway, D. H. (2015). The solar cycle. Living Rev. Sol. Phys. 12, 4. Overzicht van de elfjarige cyclus.

De casus

  1. Uijtewaal, R. (2026). Deze klimaatzomer kostte Nederland 9 miljard euro. Interview met Pieter Pauw. NRC, 5 november 2026. De aanleiding. Bevat de citaten “vooral anekdotisch bewijs” en “geen totaalcijfers”.
  2. Allianz Trade (2026). Climate Economics Report 2026; Triodos Bank (2026). Hot Summer Economics, met achtergrondnotitie. Herkomst van de 9 miljard. Methode: 3 procent productiviteitsverlies per graad boven 30 °C. Triodos noemt de eigen weging “judgement rather than fitted parameters”.
  3. Oxfam (2025). Carbon Inequality Kills. Bron van de uitspraak dat de rijkste 0,1 procent evenveel uitstoot als de armste 3,5 miljard.
  4. Agora Energiewende (2025). Die Energiewende in Deutschland: Stand der Dinge 2024. Duitse uitstoot op het laagste niveau sinds de jaren vijftig.

Overig

  1. Rowlands, P. (2007). Zero to Infinity. World Scientific. De nilpotente algebra waaruit de massaschil, spin en Pauli-uitsluiting volgen. Afleidingsbron van de Physics-tekst.
  2. Lenz, F. (1951). Physical Review 82, 554. De bekende toevalstreffer 6π⁵ ≈ 1836,12 voor de verhouding proton–elektron. Gebruikt als vergelijking: een getal uit het net dat minder dicht komt dan dit toeval, is geen afleiding.
  3. OEIS A001867. De telling van ternaire kettingen, gebruikt bij de toets van de ontbrekende getallen.

© 2026 J. Konstapel, Constable Research, Leiden. All rights reserved.

Article DOI: 10.13140/RG.2.2.29279.01448

he Climate Theory of the IPCC Derived from the Vacuum.Net Theory: