Wij zijn het vaccuum, wat vroeger ether,tao of einsof of het Licht werd genoemd.
Het is gebaseerd op `één principe zelf-resonantie.
Alle wetenschappen zijn afhankelijk van de schaal en een perspectief wat past op PoC.,die bestaat uit 2×2 perspectieven,
Dit betekent dat ik met een simpel model alles kan uitrekenen en dat doe ik m.b.v. Claude/Fable-5.
Hebt u vragen wilt U iets laten berekenen?
Stuur een email aan hans.konstapel@gmail.com.

Dit artikel voorspelt de periode 2026-2031 op basis van het vacuum-model “, waarbij nu droogte als startpunt dient.
Het model stelt dat grote ontladingen (zoals extreme regen, economische crashes of conflicten) volgen op opgebouwde spanning wanneer kleine ontladingen worden geblokkeerd.
De voorspellingen worden gedaan met behulp van drie meetinstrumenten (stabiliteit, topologie en externe druk) en zijn vooraf geregistreerd om getoetst te kunnen worden.
De uitkomst is geen geleidelijke verandering, maar een afwisseling van extreme droge en natte periodes, met ontladingen in economie en politiek.
M eer weten over de stand van de AArde druk hier.
J.KonstapelLeiden,6-8-2026.
De aanleiding
De zomer van 2026 is een meting.
In juli viel er circa 12 mm regen. Normaal is 75 mm. Alleen 2018 was droger, met 9,8 mm. Het neerslagtekort staat op 236 mm en loopt op naar 280 mm. Daarmee hoort 2026 bij de 5% droogste jaren sinds het begin van de metingen. De Rijn en de Maas staan historisch laag. In Limburg en bij Bordeaux branden bossen. Waterschappen in het zuiden zijn door hun maatregelen heen.
De gangbare uitleg is een keten van oorzaken. Een hogedrukgebied blokkeert de Atlantische storingen. Dat komt door een meanderende straalstroom. Die komt doordat de pool sneller opwarmt dan de tropen. Elke schakel klopt. Maar de keten leest de gebeurtenis achterstevoren. Vooruit gelezen, met één model, is de droogte geen ongeluk. Het is het zichtbare gedrag van een beladen net. En een beladen net laat zich vooruit lezen.
Dat doet dit stuk. Het neemt de droogte als instap en kijkt vijf jaar vooruit, over de sporten van de ladder: klimaat, economie, politiek, de mens, de grond. Het volledige artikel met alle toetsen staat in het Engels online bij Academia : Five Years Ahead . Deze blog legt het uit.
Het net in acht regels
Het model is één machine. Acht regels volstaan.
Eén primitief. De draad: een zelfresonerende stroom. Twee toestanden — open (grondtoestand) en gesloten (de eerste winding).
Windingen stapelen. Een gesloten draad is een winding. Windingen winden om windingen. Elke stabiele laag is een sport van de ladder: licht, materie, cel, mens, samenleving, planeet, ster, sterrenstelsel.
Sluiting selecteert zichzelf. Op een gesloten lus blijft alleen wat in fase terugkeert. Dat dwingt gehele getallen af: 5, 6, 7 lobben op een ring, kleine-geheeltallige resonanties in een baan, discrete sporten op de ladder.
Het medium heeft een toestand. De spanning van het net — χ — bepaalt welke vormen toegelaten zijn. Dit is geen oorzaak-gevolg. Toestand en vorm zijn twee kanten van één conditie.
Belading is meetbaar. Nadert een laag haar stabiliteitsgrens, dan verstijft ze. Herstel na kleine verstoringen vertraagt. Autocorrelatie stijgt. Variantie stijgt. Het model zet zichzelf op deze vingerafdruk in — bewust, en met vooraf vastgelegde toetsen.
Uitgestelde ontlading is vergrote ontlading — waar de klep dicht zit. Een laag die niet in kleine stappen kan ontladen, ontlaadt in één grote. De voorwaarde hoort bij de regel: hij geldt waar de ontladingspaden geblokkeerd zijn. Waar ventielen open staan, verdampt het uitstel. De bosbouw kent beide helften.
De context erboven bepaalt de toegelaten vormen. Belading is intern. Ontlading volgt uit belading. Wat van boven komt is niet de trigger maar de wending: de trage variabelen die beslissen welke vormen nog passen. Een staande vorm houdt zolang hij past.
Zelfde machine op elke sport — als hypothese. Dat verschillende systemen bij stabiliteitsverlies vergelijkbare voorlopers tonen, is gevestigde complexiteitswetenschap. Het net stelt de sterkere these: die overeenkomst bestaat omdat één schaalinvariante machine op elke sport draait. Het bewijs daarvan is de openstaande rekenopgave van het model.
In het artikel staan deze regels samengeperst in één vergelijking: een snel deel (de toestand van de laag) en een langzaam deel (de spanning, gestuurd door de sport erboven). Daaruit volgt wanneer de vingerafdruk van regel 5 móét verschijnen — en wanneer niet. Die grens staat erbij. Dat is de wetenschappelijke rugdekking.
De methode: regimes, menu, meters
Het net voorspelt geen punten. Het voorspelt regimes — en prijst ze met kansen.
De kalender van de hogere windingen. De wendingen komen van de trage variabelen, en die hebben bekende klokken. Het seizoenswiel: één jaar. De zonnecyclus: circa elf jaar — cyclus 25 is over zijn maximum (2024–2025) heen, het minimum valt rond 2030–2031. Deze klokken zijn astronomie. Ze dateren de contextwendingen vooraf.
Het geheeltallige menu. Op de poollus van de straalstroom sluiten alleen golfgetallen 5 tot 8 op zichzelf. De toekomst is dus geen open veld maar een kort menu van vormen die kúnnen staan.
Drie meters. Niet één instrument maar drie, elk met eigen wiskunde. De stabiliteitsmeter: hersteltijd, autocorrelatie, variantie. De topologiemeter: persistente homologie — de lussenboekhouding die de crashes van 2000 en 2008 vooraf detecteerde. De forcingmeter: de externe last zelf — bodemvocht, voedselprijzen, schuldendienst. De operationele weddenschap van het model: de drie samen voorspellen beter dan elk apart. Ook die weddenschap staat in de toetstabel.
De sporten, vooruit gelezen
Klimaat. De blokkade van 2026 is een staande golf: golfgetal 6–8, vastgeklikt omdat hij in fase met zichzelf terugkeert. Drie geprijsde claims. Eén: het najaar brengt de vergrote ontlading — zware regen op keiharde bodem, dus afstroming en lokale overstromingen; kans 70% tegen een basiskans van 35%. Twee: minstens één nieuwe vastgeklikte droogtezomer vóór 2032; kans 55% tegen 23% basis. Drie: minstens één vastgeklikt nát extreem seizoen in hetzelfde venster; kans 50% tegen 23%. Het páár droog-én-nat is de onderscheidende toets. De trendlezing zet op één teken in; het net zet op beide. Een eerdere versie noemde het jaartal 2029 — dat was intervalmystiek en is ingetrokken. De reeks 2003, 2010, 2015, 2018, 2022, 2026 heeft geen stabiele periode; wat stijgt is de kans, niet de klok.
Economie. De droogte schrijft zich eerst in via voedsel. Oogstverliezen van 2026 werken door in de prijzen van 2027. Hier bestaat een geijkte drempel: kruist de FAO-voedselprijsindex (op de basis 2002–2004 = 100) de band rond 210, dan volgen ontladingen in regio’s waar de klep dicht zit — geen buffer, geen kleine ontladingspaden. Noord-Afrika eerst, langs de lijnen van de Ceuta-oversteek van juli 2026, die zelf al een vroege ontlading was. Voor de financiële markten weigert het model een datum en levert het de meters. De belading is aanwezig: recordschulden, geconcentreerde indexgewichten, traag herstel na kleine schokken. De claim is voorwaardelijk en scherp: áls er een correctie van meer dan 20% komt, dan hebben beide meters in de twaalf maanden ervoor uitgeslagen. Komt de klap op vlakke meters, dan telt dat tegen het model.
Politiek. De datering rust op een meetbare grootheid: institutionele vertraging. Wat in 2022–2025 is opgewonden — mobilisatie, herbewapening, bondgenootschappelijke verplichtingen — bereikt zijn beslispunten één tot drie jaar later. Dat legt het afwikkelingsvenster in 2026–2028, onafhankelijk van de zon. De zonneflank komt er alleen voorwaardelijk bij: áls de prikkelbaarheids-these van Tsjizjevski klopt, daalt de achtergrondspanning vanaf 2029 richting het minimum — historisch de jaren van consolidatie en verdragen. En regel 6 waarschuwt specifiek voor bevroren fronten: wat dicht wordt gehouden zonder kleine ontladingen, ontlaadt groter wanneer het opengaat.
De mens. De kleinste winding draagt de stapel. De Nederlandse WIA-instroom van twintigers met mentale uitputting is de beladingssignatuur op de menssport: de spanning van de lagen erboven landt in de strakste winding, en kleine ontladingspaden ontbreken. Zonder ingreep stijgt de instroom door — de trage variabelen draaien niet vanzelf. Het antwoord is geen behandeling van individuen maar ontladingsarchitectuur: coherentie-infrastructuur, gedoseerde ontkoppeling van permanente connectiviteit, meetbaar via hartritmevariabiliteit. Dit is de enige sport waar de vooruitblik een keuze is. Bouw de ventielen en de curve buigt rond 2028–2029. Bouw ze niet, en hij buigt niet.
De grond. Eerlijkheid voorop: het net dateert geen aardbevingen. De schaalwetten van bevingen en de naschokwetten zijn bovendien iets ánders dan de vingerafdruk van de stabiliteitsmeter — drie aparte vragen, hier apart gehouden. Wat het model wél claimt is bescheiden en toetsbaar: de stabiliteitsmeter op continue rek- en grondwaterdrukdata moet laten zien dat de beladingstoestand van een breuksysteem verandert als de forcering verandert. Het Nederlandse dossier is Groningen: de verminderde gaswinning heeft de belading verlegd, en dat moet zichtbaar zijn in de publieke KNMI-catalogus.
De vloer. Het vacuüm zelf heeft zijn eigen toets — de voorspelling voor de fijnstructuurconstante bij de witte dwerg G191-B2B. Die pin woont in de werkplaats, bij de afleidingsketen. Deze vooruitblik staat op de sporten erboven en wordt daar gescoord. De lezer accepteert één weddenschap per keer.
Eén programma
Alle sporten eindigen bij dezelfde architectuur: drie meters op zes sporten, één dashboard. De stabiliteitsfamilie is gevalideerd in de ecologie. De topologiemeter op de markten van 2000 en 2008. De forcingmeter op de onrust van 2011. Het vijfjarenprogramma van deze vooruitblik is de uitrol: geopotentiaalvelden, prijsvelden, conflictdata, rekdata, hartritmes. Waar de meters draaien, wordt geloven overbodig. De wijzer wordt afgelezen, niet geloofd.
En elke claim hierboven staat in het artikel in een preregistratietabel: dataset, venster, drempel, nulmodel, scoringsregel. Acht toetsen, elk met een manier om te falen. Dat is het verschil tussen een wereldbeeld en een instrument.
Leeslijst, geannoteerd
Eigen lijn — begin hier:
- Konstapel, Five Years Ahead v2 (2026). Het Engelse artikel onder deze blog. Bevat de vergelijking, de kansen, de volledige toetstabel F1–F8. Wie één stuk leest, leest dit.
- Konstapel, The Net — The Vacuum from the Smallest Strand to the Greatest Knot (2026). Het moederdocument. De acht regels en de ladder komen hiervandaan.
- Konstapel, The Vacuum as Weather (2026). Waarom het weer de best geïnstrumenteerde sport van de machine is. De basis voor de droogte-als-meting.
- Konstapel, Where War Comes From (2026). De politieksport: veldspanning tegenover het intentie-frame, met de Russische lijn van Tolstoj tot Tsjizjevski.
- Konstapel, Where the Exodus Comes From (2026). Het klepmodel van Noord-Afrika en Ceuta juli 2026 als vroege ontlading. Nodig om de voedselprijs-claim te plaatsen.
- Konstapel, The Inventions of the Net (2026). De catalogus waar het meterprogramma thuishoort.
Externe getuigen — elk dekt één stap:
- Petoukhov e.a., PNAS 110 (2013). De gemeten geheeltallige vergrendeling: quasi-resonante versterking van planetaire golven 6–8. Lees de gepubliceerde commentaren erbij; het debat gaat over de trendgrootte, niet over het mechanisme.
- Francis & Vavrus, GRL 39 (2012). Dalend pool-tropen-contrast, tragere en golvender straalstroom. Lees mét de critici; het debat gaat over de omvang, niet het teken.
- Scheffer e.a., Nature 461 (2009). Critical slowing down: de theoretische basis van de stabiliteitsmeter, inclusief de geldigheidsgrens (lokaal stabiliteitsverlies). Het toegankelijkste startpunt van de externe lijst.
- Gidea & Katz, Physica A 491 (2018). Persistente homologie detecteert 2000 en 2008 vooraf. De topologiemeter — andere wiskunde dan de stabiliteitsmeter, hier bewust apart gehouden.
- Lagi, Bertrand & Bar-Yam, arXiv:1108.2455 (2011). De voedselprijsdrempel rond 210 (basis 2002–2004) en de onrust van 2011. De ijking van de forcingmeter.
- Tsjizjevski, Physical Factors of the Historical Process (1924). De prikkelbaarheids-these. Kandidaat-status: lees het als voorgestelde koppeling, niet als vaststaand — zo gebruikt het artikel het ook.
- KNMI droogtemonitoring (2026). De tekortreeks 236→280 mm en de vergelijking met 2018. De meting waar alles mee begint.
- SILSO / NOAA zonnecyclusdata. Maximum cyclus 25 in 2024–2025, minimum rond 2030–2031. De kalender van de hogere winding, vrij raadpleegbaar.
Wetenschappelijk Artikel

De Stand van de Aarde
Hoe de aarde erbij staat tot 2031 — en waar die stand vandaan komt
De vraag
Elke winding heeft een stand: hoe hij draait, hoe hij helt, waar zijn as heen wijst, hoe zijn veld erbij staat, hoe zijn massa verdeeld is, hoe hij ademt. Voor de aarde zijn dat gemeten grootheden. Deze blog doet twee dingen. Eerst leest hij de stand vijf jaar vooruit, onderdeel voor onderdeel, met getallen. Daarna de diepere vraag: waar komt die stand vandaan? Het antwoord vergt een stap naar buiten — de aarde bekeken vanuit het zonnestelsel, in de taal van deze serie: vanuit de knoop waar de aarde in gewonden zit.
Het volledige Engelse artikel met alle bronnen staat online: The Stand of the Earth. Het sluit aan op Five Years Ahead, dat het weer, de economie en de samenleving vooruit las. Dit stuk neemt de sport eronder: de planeet zelf.
De stand vandaag
Zes onderdelen.
De draaiing. Eén omwenteling in 23 uur 56 minuten. De lange trend is vertragen: de getijden dragen draaiing over aan de Maan, de dag wordt 2,3 milliseconde langer per eeuw. Maar sinds ongeveer 2020 draait de aarde juist iets sneller dan de atoomklok. De kortste dag ooit gemeten viel op 5 juli 2024: 1,66 milliseconde onder de 86.400 seconden. Die versnelling komt van de uitwisseling tussen de windingen bínnen de planeet — kern en mantel die draaiing ruilen — met aan het oppervlak één regelknop: waar het water zit.
De helling. De as helt 23,44 graden. Die helling ligt niet vast: ze slingert tussen 22,1 en 24,5 graden in 41.000 jaar en neemt nu af, 0,47 boogseconde per jaar. We zitten middenin de band, op weg omlaag.
De richting. De as wijst niet naar een vaste ster. Hij beschrijft een kegel, eens per 25.772 jaar — de precessie, de klok van de wereldtijdperken. Het lentepunt schuift van Vissen naar Waterman, ruwweg 2.150 jaar per teken. Bovenop die zwaai wiebelt de pool (de Chandler-slingering van 433 dagen) en drijft hij: de hele twintigste eeuw richting Canada, sinds ongeveer 2000 buigend naar 26 graden oost. Die knik heeft een gemeten oorzaak: verplaatst water. Smeltend ijs, en — opmerkelijk — opgepompt grondwater, dat alleen al de pool tussen 1993 en 2010 bijna een meter verzette.
Het veld. De magnetische dipool is sinds de jaren 1840 zo’n 9 procent zwakker geworden. De Zuid-Atlantische Anomalie — de zwakke plek waar de stralingsgordel het dichtst bij het oppervlak komt — groeit en is in twee lobben gesplitst. De magnetische noordpool loopt richting Siberië, circa 35 kilometer per jaar.
Massa en adem. De zeespiegel stijgt circa 4,5 millimeter per jaar, versnellend. CO₂ staat rond 430 ppm en stijgt zo’n 2,5 ppm per jaar. De snelle adem van de planeet is ENSO: de Pacifische slingering die warmte, water en — via het water — draaiing herverdeelt.
De baan. Excentriciteit 0,0167 en dalend: de baan wordt ronder. Het perihelium valt begin januari, in de noordelijke winter — dat verzacht onze seizoenen en verscherpt de zuidelijke.
Vijf jaar vooruit
De draaiing: de schrikkelseconde-beslissing. De snelle fase houdt aan; recordkorte dagen keren elke zomer terug. Het praktische gevolg is dateerbaar: de tijdrekening nadert de eerste négatieve schrikkelseconde uit de geschiedenis. Het smeltende ijs remt de draaiing iets en heeft de beslissing uitgesteld; het verwachte venster is 2029–2030. Voorspelling: de beslissing komt vóór 2031 op tafel, kans 70 procent.
Helling en richting: klein, exact, controleerbaar. De helling neemt 2,3 boogseconde af. Het lentepunt schuift 4,2 boogminuut. En de oostwaartse pooldrift houdt aan — hier schrijft het droogtedossier zich in dít dossier. Droogte en grondwaterwinning verplaatsen watermassa; verplaatste watermassa verzet de pool en verandert de daglengte. De droogte van 2026 is dus niet alleen een weergebeurtenis. Ze komt in de stand van de aarde te staan: microseconden in de dag, een knik in het poolpad, een handtekening in de zwaartekrachtkaarten van de GRACE-satellieten. Eén machine, twee sporten, drie wijzers — en toetsbaar op publieke data.
Het veld. Op de gemeten trend: de Anomalie groeit enkele procenten, de twee lobben wijken verder uiteen, satellietstoringen boven de regio nemen toe, de magnetische noordpool legt nog eens 175 kilometer af. Geen omkering, geen excursie: op het gemeten tempo heeft de dipool nog eeuwen. Het model voegt geen drama toe dat de data niet dragen.
Massa en adem. Zeespiegel: plus 2,2 centimeter in 2031, marge 0,4. CO₂: rond 442 ppm — geen knik in de curve binnen het venster, want geen enkele draaiknop binnen het venster buigt hem. ENSO: minstens één El Niño vóór 2031, kans boven de 85 procent; het begin ervan moet vooraf leesbaar zijn in de stabiliteitsmeter uit Five Years Ahead.
De baan. Onveranderd op deze termijn. De baan is de traagste wijzer op het paneel — en precies daarom hoort hij in het volgende deel.
Waar de stand vandaan komt
Geen van de zes onderdelen is een eigenschap van de aarde alleen. Bekeken vanuit het zonnestelsel is elk onderdeel een pasvorm: de gedaante die één winding aanneemt binnen een knoop. Dit is constitutief, geen oorzaak-gevolg. De knoop duwt de aarde niet in haar stand; de stand ís de manier waarop deze winding binnen de andere sluit.
De Maan vergrendelt de helling. Zonder de Maan zou de helling van de aarde chaotisch zwalken tussen 0 en 85 graden, over miljoenen jaren. Mars bewijst het: geen grote maan, en zijn helling heeft aantoonbaar tientallen graden geslingerd. Het koppel van de Maan sluit de lus en klemt de helling in de smalle band van 22 tot 24,5 graden. De stabiliteit van elke klimaatzone — en daarmee van de ladder van het leven erboven — hangt aan één dichtbij gewonden winding. De helling is geen keuze van de aarde; ze is de sluiting van het paar aarde-Maan.
De knoop draait de as. Precessie is de trek van Zon en Maan aan de equatoriale buik van een draaiend lichaam. Een draaiende winding in het spanningsveld van de knoop kan zijn as niet stilhouden; de kegelzwaai is de staande vorm die hem rest. De wereldtijdperkenklok van 25.772 jaar is dus geen mystiek en geen toeval: het is de traagste zichtbare draaiing van onze positie in de knoop — dezelfde klok die Our Address in the Net achter de zodiaktijdperken las.
De resonanties van de knoop schrijven het menu. De drie Milanković-wijzers — excentriciteit (100.000 en 405.000 jaar, aangedreven door Jupiter en Saturnus), helling (41.000 jaar), seizoensprecessie (23.000 en 19.000 jaar) — zijn de kleine-geheeltallige resonanties van de knoop, uitgedrukt bij de aarde. Het geheeltallige menu van de baansport. De huidige stand is specifiek: excentriciteit laag en dalend, de precessieforcering dus zwak. Op deze wijzer alleen gelezen is het huidige interglaciaal uitzonderlijk lang — de volgende natuurlijke ijstijd-inzet ligt in de orde van 50.000 jaar weg. Onze vijf jaar vallen in een vlakke plek van 50.000 jaar op de traagste wijzer. Dat is waardevol om te weten: niets in het baanmenu draait binnen enige menselijke planningshorizon. Wat wél draait zijn de snellere windingen — de zonnecyclus en het seizoen.
De flank van de Zon bepaalt het weer van het veld. De magnetosfeer van de aarde is een winding bínnen de heliosfeer: het eigen veld van de Zon, gewonden in de Parker-spiraal. Zonnecyclus 25 zit op zijn dalende flank (maximum 2024–2025, minimum rond 2030–2031). Dalende flanken dragen terugkerende snelle stromen uit coronale gaten: de geomagnetische belading blijft hoog tot in 2027–2028 en zakt dan naar het minimum. Het poollicht van 2024–2026 was de handtekening van deze flank; het venster tot 2028 blijft het leveren, daarna wordt de hemel stil.
De galaxie draagt de knoop. De hele zonneknoop draait rond het galactisch centrum met zo’n 230 kilometer per seconde, één omloop in ruwweg 230 miljoen jaar, koersend richting Hercules. Op vijf jaar draagt dit niets meetbaars bij — en dat zeggen hoort bij de discipline. De galactische winding is echt, ze is ons adres, en haar klok is te traag voor deze vooruitblik. Identiteit over schaal, met de schalen eerlijk gehouden.
In één zin. De draaiing is van de aarde zelf; de helling is de vergrendeling van de Maan; de richting zwaait met het koppel van de knoop; het menu zijn de resonanties van de knoop; het veldweer is de flank van de Zon; de drager is de galaxie. De stand van de aarde is de geneste pasvorm van één winding op zes diepten — en elke diepte heeft haar eigen klok.
Wat dit onderuit zou halen
Vijf manieren om ongelijk te krijgen. Geen proces richting een negatieve schrikkelseconde vóór 2031. Een pooldrift die tegen de hydrologische voorspelling in keert terwijl het water blijft schuiven. Een Anomalie die stabiliseert of krimpt. Geen El Niño vóór 2031. Of een aantoonbaar stabiele aardhelling zónder het koppel van de Maan. Elk van de vijf staat open op publieke data.
Leeslijst, geannoteerd
Eigen lijn — begin hier:
- Konstapel, The Stand of the Earth (2026). Het Engelse artikel onder deze blog, met alle getallen, de falsificaties en het volledige statusgrootboek.
- Konstapel, Five Years Ahead v2 (2026). De metgezel: weer, economie en samenleving vooruit gelezen, met de drie meters en de toetstabel. Dit stuk is er de planetaire vloer van.
- Konstapel, The Net (2026). Het moederdocument met de acht regels; regel 3 (het geheeltallige menu) en regel 7 (de context erboven) dragen het kosmologische deel.
- Konstapel, Our Address in the Net (2026). De zonneknoop op drie diepten en de zodiakklok als precessie gelezen.
Externe getuigen — elk dekt één stap:
- Laskar, Joutel & Robutel, Nature 361 (1993). Doorgerekend: de Maan stabiliseert de aardhelling; zonder haar zwalkt de as chaotisch. De vergrendeling, wiskundig.
- Touma & Wisdom, Science 259 (1993). De chaotische helling van Mars — het controle-experiment dat de natuur voor ons draaide.
- Berger & Loutre, Science 297 (2002). Een uitzonderlijk lang interglaciaal voor de boeg: de vlakke plek van het baanmenu, doorgerekend.
- Seo e.a., Geophysical Research Letters 50 (2023). Grondwaterwinning verzette meetbaar de rotatiepool. De water-naar-stand-koppeling waar het droogtedossier op aansluit.
- Agnew, Nature 628 (2024). IJssmelt, aardrotatie en de naderende negatieve schrikkelseconde: de basis van het venster 2029–2030. Goed leesbaar.
- Finlay e.a., IGRF/WMM-documentatie. Dipoolafname, de evolutie van de Zuid-Atlantische Anomalie en de poolsnelheden: het velddossier.
- GRACE/GRACE-FO-missieliteratuur (Tapley e.a.). De zwaartekrachtwijzer: hoe verplaatst water vanuit een baan gewogen wordt.
- SILSO / NOAA zonnecyclusdata. Maximum cyclus 25 in 2024–2025, minimum rond 2030–2031: de kalender van het veldweer, vrij raadpleegbaar.
