De Veranderende Dynamiek van El Niño: Een Paleoklimatologisch Perspectief

De Wetenschap Redacteur Felix Voogt van de NRC trekt conclusies, die op geen ekele wijze uit de publicatie in Science te halen zijn.

“Onderzoekers boorden in duizend jaar oude fossiele koraalskeletten. Ze vonden een sterk verband tussen klimaatverandering en het periodieke natuurverschijnsel dat wereldwijd voor ontregeling zorgt.”

J.Konstapel Leiden ,6-9-2026.

Aanleiding

Een arttikel in de NRC van vandaag: El Niño’s worden sterker door klimaatverandering, blijkt uit boringen in fossiele koralen

Vervolg op “Why The Universe Has a Lot of Time” (3 september 2026). Het Engelse essay met de volledige onderbouwing, het statusoverzicht en de geannoteerde referenties: het Artikel: “What a Millennium of El Niño Records Actually Tests“.


Een klok zonder tikken

In de Stille Oceaan hangt een slinger. Om de paar jaar zwaait hij naar de warme kant — dan noemen we hem El Niño — en daarna terug naar de koude kant — dan heet hij La Niña. Iedereen kent de gevolgen: hittegolven, droogtes, overstromingen, mislukte oogsten aan de ene kant van de oceaan en stortregens aan de andere.

Maar deze slinger heeft iets vreemds. Hij tikt niet. Een gewone klok slaat elke seconde, precies. Deze slinger zwaait soms na twee jaar terug, soms na vijf, soms na zeven. Bijna regelmatig — maar nooit precies. Al zolang we meten, en zoals nu blijkt, al minstens duizend jaar.

Deze zomer verscheen in Science een studie die dat duizend jaar zichtbaar maakt. Onderzoekers boorden in oude koralen bij de Galápagos-eilanden. Koraal groeit in laagjes, zoals een boom in ringen, en in de scheikunde van die laagjes staat de temperatuur van het zeewater geschreven. Zo kun je terugkijken tot ver voor er thermometers bestonden.

Wat de koralen vertellen

Drie dingen, en het derde is het belangrijkste.

Eén: de slinger zwaait tegenwoordig harder. De schommelingen van de afgelopen dertig jaar zijn ruwweg een derde groter dan in de duizend jaar daarvoor. Een tweede, volledig onafhankelijke reconstructie — via boomringen in plaats van koraal — komt tot dezelfde conclusie. Dat is een echte meting, twee keer onafhankelijk gedaan.

Twee: de extra kracht zit vrijwel helemaal aan één kant. Niet El Niño én La Niña zijn sterker geworden — vooral El Niño. De slinger zwaait tegenwoordig verder naar warm dan naar koud.

Drie — en nu wordt het interessant: vroeger was het andersom. Dezelfde onderzoekers keken ook naar koralen van vierduizend jaar geleden. Toen zwaaide de slinger óók stevig — ongeveer zo hard als in de jaren zestig en zeventig. Maar toen sloeg hij het verst uit naar de kóude kant. Sterke La Niña’s, in plaats van sterke El Niño’s.

Dat derde punt lijkt een voetnoot. Het is de sleutel.

Twee knoppen, geen één

Want wat zegt dit eigenlijk? Dat er aan deze slinger twee losse knoppen zitten.

De ene knop bepaalt hoe hard hij zwaait. De andere bepaalt naar welke kant hij het verst uitslaat. En de geschiedenis laat zien dat die knoppen onafhankelijk van elkaar bewegen: vierduizend jaar geleden hard-en-koud, het afgelopen millennium zacht, nu hard-en-warm.

Wie zegt “de opwarming pompt El Niño op” doet alsof er maar één knop is: meer energie erin, hardere slinger eruit. Maar dan zou je verwachten dat temperatuur en slingerkracht netjes samen oplopen. De boomring-onderzoekers hebben dat nagemeten: het verband is zwak. Zij wijzen op iets anders — niet de gemiddelde temperatuur van de aarde, maar het temperatuurverschil tussen de west- en de oostkant van de Stille Oceaan. De vorm van het speelveld, niet de hoeveelheid energie.

In de taal van mijn theorie: er is een verschil tussen het adres en de spanning. Het adres is de bevroren achtergrond — het speelveld, de opstelling, dat wat langzaam verandert. De spanning is wat er óp dat speelveld gebeurt — het laden, vasthouden en ontladen, de slinger zelf.

De koralen laten precies die scheiding zien. De slinger — de spanningslaag — is van alle tijden. Hij zwaaide vierduizend jaar geleden, hij zwaait nu, en niets wijst erop dat zijn mechanisme is veranderd. Wat wél veranderd is, is het speelveld waarop hij hangt. En een gekanteld speelveld verandert niet hoe de slinger werkt — het bepaalt naar welke kant hij het hardst uitslaat.

De opwarming van de aarde kantelt momenteel het speelveld naar de warme kant. Daarom ontlaadt het systeem nu vooral in El Niño’s. Niet omdat de slinger is opgevoerd, maar omdat het veld scheef staat.

Eerlijk over wat sneuvelde

Wetenschap die alleen successen meldt, is reclame. Dus ook dit.

Ik heb een tijdje het vermoeden gehad dat er in de tussenpozen tussen sterke El Niño’s een vast getallenpatroon zat — reeksen als 2, 3, 5, 8 jaar. In korte, moderne meetreeksen leek daar iets van te zien.

Deze week heb ik dat vermoeden getest op een onafhankelijke reconstructie van elfhonderd jaar, met vooraf vastgelegde spelregels en een statistische controle. De uitkomst is helder: het patroon bestaat niet. Over het volle millennium is er niets bijzonders aan de tussenpozen. Wat er in de korte moderne reeks leek te zitten, was vrijwel zeker toeval — het soort patroon dat je altijd vindt als je maar weinig gebeurtenissen hebt en veel vrijheid om te kiezen wat “een gebeurtenis” is.

Die hypothese is dus dood, en dat schrijf ik op. Niet omdat het leuk is, maar omdat een theorie die haar eigen doden niet telt, geen theorie is maar een geloof.

En hier is het merkwaardige: juist door die dood werd zichtbaar waar ik wél had moeten kijken.

De komma en de slinger

In het vorige stuk op dit blog liet ik zien dat het universum nooit helemaal sluit. Verdubbelen en verdrievoudigen — de twee ladders waar alles op rust — lopen nooit precies in de pas. Er blijft altijd een klein tekort over, een rest die nergens heen kan. De pianostemmer kent die rest al drieduizend jaar: de komma. En de kern van dat stuk was: die komma is geen foutje. De komma is de motor. Een systeem waarin alles precies sluit, heeft niets meer te vereffenen — geen stroom, geen beweging, geen leven. Dood. Alleen het tekort houdt de boel in beweging.

Kijk nu nog eens naar de slinger in de Stille Oceaan.

Een slinger die een schuld draagt die nóóit vereffend kan worden, kan niet stil blijven hangen op zijn rustpunt. Elke ontlading mist het nulpunt — precies uitkomen is immers onmogelijk. En die misser wordt vanzelf de nieuwe lading, aan de ándere kant. Te ver naar warm gezwaaid? Dan staat er nu spanning naar koud. Te ver naar koud? Spanning naar warm.

Uit dat ene gegeven — er blijft altijd een rest — volgen in één klap de drie eigenschappen die El Niño al duizend jaar laat zien:

  • hij stopt nooit (de rest raakt nooit op, dat is wiskundig gegarandeerd);
  • hij herhaalt nooit exact (daarom tikt de klok niet — soms twee jaar, soms zeven);
  • hij moet heen en weer — pendelen tussen warm en koud is de enige manier waarop je een schuld kunt dragen die je nooit kunt afbetalen.

Ik zocht de komma op de verkeerde plek. Niet in de tussenpozen tussen de slagen — dat patroon is netjes gesneuveld — maar in het slingeren zélf. Het heen-en-weer ís de komma aan het werk.

De taakverdeling

Alles samen wordt het beeld verrassend eenvoudig:

De komma drijft de slinger aan en verbiedt hem te stoppen of te herhalen. Het adres kantelt het speelveld en bepaalt naar welke kant hij het hardst uitslaat.

De komma is eerlijk — hij trekt naar geen van beide kanten. Alle scheefheid komt van het speelveld. Vierduizend jaar geleden stond dat veld naar koud gekanteld; nu, door de opwarming, naar warm.

Daarom is de krantenkop “opwarming maakt El Niño 37% sterker” nét niet goed. De opwarming voert de slinger niet op. Ze kantelt het huis waarin hij hangt. Dat lijkt een detail, maar het is het verschil tussen een systeem begrijpen en een getal onthouden.

Wat vaststaat en wat niet

Voor wie de boekhouding wil, in gewone taal:

Gemeten, twee keer onafhankelijk: de slinger zwaait nu harder dan in het afgelopen millennium, en vooral naar de warme kant. Vierduizend jaar geleden zwaaide hij ook hard, maar naar de koude kant.

Aannemelijk, niet bewezen: dat de menselijke opwarming de belangrijkste oorzaak van de huidige kanteling is. De timing klopt en het valt buiten wat klimaatmodellen aan natuurlijke variatie produceren — maar het is geen laboratoriumproef waarin CO₂ de enige knop is.

Gesneuveld: het vaste getallenpatroon in de tussenpozen. Getest, gewogen, te licht bevonden, opgeschreven.

Hypothese, wachtend op formeel bewijs: dat het eeuwige heen-en-weer van El Niño en La Niña de komma is die zich laat zien — de onvereffenbare rest, gedragen door te pendelen. De eerste helft van die redenering is een stelling; de tweede helft is een schets die nog uit de grondregels van de theorie moet worden afgeleid. Dat is het volgende werk.

Tot slot

De pianostemmer wist het al: niets sluit helemaal, en wie het tekort wegsmokkelt bij de ene kwint, hoort het terug bij de andere. De oceaan blijkt op dezelfde manier gestemd. Er hangt een slinger in die nooit stilvalt, nooit exact herhaalt, en eeuwig pendelt tussen warm en koud — omdat er een rest is die nergens heen kan.

Wij hebben dat huis intussen scheef gezet. De slinger doet gewoon zijn werk. Maar hij slaat nu het verst uit naar de kant waar wij het speelveld heen gekanteld hebben.

Artikel