Belasting

J.Konstapel,Leiden,2-11-226.

`Aanleiding: Oud-medewerker Financiën heeft oplossing voor vastgelopen belastingstelsel: ‘Pak eerst de techniek aan, dan is er kans van slagen’

Een evenwichtig belastingstelsel: onderzoek vanuit vacuum.net

2 nov 2026 · @hans konstapel

Vraag en werkwijze

De vraag: wat is een evenwichtig belasting- en toeslagenstelsel, met de vacuum.net-theorie als basis. Het voorlopige antwoord: in het net is evenwicht een eigenschap van sluiting. Het is geen gewenste verdeling. De verdeling (hoe progressief, hoeveel opbrengst) is een parameter binnen een gesloten structuur.

Werkwijze:

  1. Feiten over de onevenwichten verzameld uit het ABDTOPConsult-rapport Belastingen in maatschappelijk perspectief (Bouwstenen, februari 2024) en het FD-interview met Oscar Schouw (2-11-2026). Elk cijfer is nagerekend of naast een tweede bron gelegd.
  2. Evenwicht afgeleid uit de Ninth Edition van de theorie (constable.blog, 29-10-2026), te beginnen bij de grond: de trinity −1, 0, +1 en de axioma’s N1–N5.
  3. De afgeleide criteria als hypothese getoetst aan de feiten en bijgesteld tot er geen onverklaarde onevenwichten meer over waren.

Feiten: waar het stelsel uit balans is

In 2025 bedroegen de belasting- en premieontvangsten €460,5 mld (CBS). Daarvan komt 53% uit arbeid, 24% uit consumptie en 14% uit kapitaal. Er staan tegelijk €21,6 mld toeslagen uit aan circa 6 mln huishoudens. Dat zijn twee stromen in tegengestelde richting.

De mixpercentages zijn nagerekend uit de CBS-reeks: arbeid = loon/IB + Zvf + Aof + AWf (€245,7 mld), consumptie = btw + accijnzen + EB + MRB (€112,0 mld), kapitaal = Vpb + dividendbelasting + OZB (€62,8 mld), overig €40 mld (9%). Bouwstenen noemt voor eerdere jaren bijna 50/30/20. Die verhouding komt in hoofdlijn overeen.

OnevenwichtFeitBron 1Bron 2
Grondslag versmald190 fiscale regelingen, samen €163 mld derving. Dat is 40,8% van €400 mld (Bouwstenen) en 35% van de ontvangsten in 2025Bouwstenen p. 14, 42Ambtelijk rapport Aanpak fiscale regelingen 2023 (geciteerd)
Zelfde grondslag meermaals belastEigen woning: eigenwoningforfait, OZB en waterschapsbelasting, alle drie op de WOZ-waardeFD/SchouwRendement.nl
Tarieven vermenigvuldigdOverdrachtsbelasting 2026: 0%, 2%, 8% en 10,4%. Energiebelasting elektriciteit: 6 tariefkolommenFD/SchouwBelastingdienst; hypotheekberekenen.nl
Toeslagen lopen rond€21,6 mld aan ~6 mln huishoudens (gemiddeld €3.600). In 2014 was het €11,6 mld (×1,86). Uitvoeringskosten 2026: €389 mln (1,8% van de uitkering)Jaarrapportage Dienst Toeslagen 2025Kamerantwoorden Eerenberg (juni 2026)
Terugvordering door ongelijke venstersVoorschot op geschat inkomen, afrekening op jaarinkomen. Bij stijgend inkomen of verandering in de leefsituatie volgt terugvordering, met onzekerheid, niet-gebruik en schulden als gevolgBouwstenen p. 68Commissie Sociaal Minimum 2023 (geciteerd)
Marginale druk gestapeld5% van de bevolking boven 70% marginale druk (Bouwstenen). 12% van de werkenden boven 60%, 4% boven 70% en ~2% boven 80% (SZW). Eén op de drie mensen gelooft niet dat meer werken loontBouwstenen p. 77SZW-Kamerbrief 3-2-2023; AWVN 2023
Druk niet progressief over het geheelTotale druk ca. 47% bij P20–P30 en ca. 40% voor midden- en hogere inkomens, aflopend tot 21% bij de top 0,01% (2016)CPB 2022, figuur 11 in BouwstenenNOS 24-3-2022
Werkenden ongelijk belastIB-ondernemer en dga betalen doorgaans minder dan een werknemer; de Aof-premie werkt als 1,5% extra belasting op werknemersBouwstenen p. 88CPB Policy Brief 2012/02 (verschil 15–25 procentpunt, oudere data)
Vermogen geconcentreerd, overdracht uitgesteldHuishoudensvermogen €4.272 mld (2022). Top 1% bezit 26% van het vermogen en 75% van het aanmerkelijk belang (€431 mld). De effectieve druk op erfenissen boven €500.000 is sinds 2007 het sterkst gedaaldBouwstenen tabel 10, p. 118, p. 142IBO Vermogensverdeling 2022 (via Hart van Nederland, Taxlive)
Box 3 vastgelopenRaad van State (advies, gepubliceerd 2-11-2026): wetsvoorstel intrekken, in 2030 in één keer een vermogenswinstbelasting. Uitvoeringstoets Belastingdienst negatief op alle vijf onderdelenAccountancy Vanmorgen 2-11-2026Accountant.nl 2-11-2026

Tabel 10 is nagerekend: de onderdelen tellen op tot €4.271 mld (afronding). Woning netto: 2.107 − 768 = €1.339 mld. Financieel netto: 391 + 164 − 136 = €419 mld.

Niet bevestigd met een tweede bron: Schouws “~10 mln mensen zonder aangifte” en het rapport Op weg naar 2040 zelf. Dat rapport is niet openbaar vindbaar (gezocht via rijksoverheid.nl, open.overheid.nl en de vakpers).

Afleiding: evenwicht in het net

Uit de grond en de axioma’s volgen acht criteria. Samen beschrijven ze wanneer een stelsel sluit. Ze zeggen niets over de hoogte van tarieven.

De grond. De trinity −1, 0, +1 telt op tot nul. Een venster van drie trits sluit als de som 0 mod 3 is (T1). Nagerekend: van de 27 vensters sluiten er 9, precies die waarin alle trits gelijk of alle verschillend zijn (T3–T4). Daarvan sluiten er 7 met som 0. Die sluiten op hun eigen schaal (carry 0). De 2 vensters (+1,+1,+1) en (−1,−1,−1) dragen ±1 over naar de volgende schaal (T7.1). Wat niet sluit, gaat door als spanning (N2).

Vertaling naar een stelsel. Een passage is een geldstroom: loon, winst, aanwas, besteding, overdracht. Per huishouden en per venster zijn er drie standen: +1 afdracht aan het collectief, 0 rust (de belastingvrije zone) en −1 ontvangst (inkomensondersteuning).

CriteriumElement van de theorieWat het voor een stelsel betekent
E1 Eén adresT12: elk getal heeft precies één balanced-ternary-adresDezelfde passage heeft één heffingsadres, ongeacht rechtsvorm, leefvorm of overheidslaag
E2 Gelijke naadT11: een naad tussen twee gesloten vensters sluit alleen als ze identiek zijnHeffing en ondersteuning gebruiken hetzelfde venster: dezelfde periode en dezelfde meting van inkomen
E3 Eerste passageN3: bij elke knoop legt de eerste passage de richting vastDe heffing valt bij de eerste passage (aan de bron, op het moment van betaling) en niet bij een latere aangifte
E4 Gesloten patroonT3–T4: alleen alle-gelijk of alle-verschillend sluitEen tariefpatroon is óf uniform (vlak) óf bij elke stap verschillend (glad progressief). Een mengsel van plateaus en afbouwpieken sluit niet
E5 Overdracht naar de volgende schaalN2, N5: wat op de ene schaal niet sluit, is materiaal van de volgendeWat binnen een leven niet sluit (onuitgekeerde winst, ongerealiseerde aanwas), sluit expliciet bij de overgang (schenking, erfenis)
E6 Lek alleen aan de grensT22: lading verandert alleen door snijden, de doelruimte verlaten of een grens passerenBinnen het stelsel gaat niets verloren. Afwijking ontstaat alleen bij grenspassage, dus grensregels zijn het enige lekpunt
E7 Verlies in het grootboekPhysics T6: verlies is boekhouding op het net, geen lek eruitNiet-gebruik, terugvorderingen en uitvoeringskosten staan in dezelfde boekhouding als de opbrengst
E8 Respons naar toestandN4: de respons van het medium is een toestandsfunctieProgressie naar draagkracht past in het net, als één functie van de toestand en niet als een stapeling van losse functies

Gevolg: een stelsel is in evenwicht als elke passage één adres heeft (E1), in hetzelfde venster sluit (E2, E3), een gesloten patroon volgt (E4) en zijn rest naar de juiste schaal overdraagt (E5). Lek mag dan alleen nog aan de grens optreden (E6) en elk verlies moet in het grootboek staan (E7).

Toetsing en convergentie

Na drie rondes verklaren de criteria E1–E8 alle tien gevonden onevenwichten. Er is geen onevenwicht gevonden dat zonder schending van een criterium optreedt. Evenwicht in het net is daarmee een structuureigenschap. De hoogte van de druk en de mate van progressie zijn parameters (E8).

Ronde 1. Hypothese: evenwicht is gelijke druk voor iedereen. Verworpen, om twee redenen. De totale druk is voor P30–P99 al vrijwel gelijk (ca. 40%), terwijl daar wel terugvorderingen en pieken in de marginale druk optreden. Bovendien laat N4 een respons die van de toestand afhangt uitdrukkelijk toe.

Ronde 2. Hypothese: evenwicht is sluiting volgens E1–E8. Elk onevenwicht getoetst op het criterium dat geschonden wordt:

OnevenwichtGeschonden criteriumMechanisme in netwoorden
190 regelingen, €163 mld dervingE1Eenzelfde passage krijgt per regeling een ander adres
Eigen woning drie keer belastE1Eén grondslag (WOZ) met drie adressen
Overdrachtsbelasting 4 tarieven, energiebelasting 6E1, E4Eenzelfde passage met een adres dat afhangt van wie passeert; het venster mengt
Werknemer, IB-ondernemer, dga ongelijkE1Arbeid krijgt per rechtsvorm een ander adres; spanning loopt naar het adres met de laagste druk (zzp-groei)
Toeslagen lopen rond, terugvorderingenE2, E3Het voorschotvenster (maand, geschat) en het afrekenvenster (jaar, definitief) zijn niet identiek; de naad blijft open en de rest komt later terug als schuld
Marginale druk gestapeld (4–5% boven 70%)E4Twee schijven plus afbouw van kortingen en toeslagen vormen een gemengd venster
Top 0,01% op 21%E5Ingehouden winst in de bv sluit niet op de eigen schaal; de BOR laat ook de overgang naar de volgende schaal deels open
Erfenisdruk boven €500.000 gedaaldE5Overdracht naar de volgende schaal sluit minder
Vpb laag voor een mobiele grondslag, expatregelingE6Afwijking aan de grens, alleen gerechtvaardigd door grenspassage
Besluitvorming zonder niet-gebruik en terugvorderingE7Verlies staat niet in het grootboek, dus het stelsel lijkt gesloten terwijl het dat niet is

Ronde 3. Bijstelling. De belastingmix (53% arbeid, 14% kapitaal) is in de afleiding geen criterium. Het is een uitkomst. Als E1 en E5 gelden, draagt een euro dezelfde druk ongeacht zijn vorm (loon, winst, aanwas), op de toestandsafhankelijkheid van E8 na. De scheve mix volgt dan uit de schendingen van E1 en E5. Die hoeft dus niet als apart doel te worden opgenomen.

Toets aan het buitenland.

  • Estland schafte in 2026 de inkomensafhankelijke afbouw van de vrije som af en koos een uniforme vrije som van €700 per maand. Dat is een gemengd venster dat een gesloten venster werd (E4).
  • Australië laat werkgevers sinds 2018–2019 per betaalperiode melden (Single Touch Payroll). Dat is heffing bij de eerste passage (E3).
  • Slowakije (2013) en Tsjechië (2021) draaiden hun vlaktaks terug, onder meer omdat de progressie te laag was. Een vlak venster zonder toestandsrespons botst met E8.

Meetbare indicatoren voor het ontwerp, één per criterium:

CriteriumIndicatorHuidige waarde
E1Aantal heffingsadressen per grondslagWoning 3; arbeid 3 regimes
E2Aandeel huishoudens met een terugvorderingNog niet vastgesteld
E3Aandeel inkomen belast bij de eerste passageNog niet vastgesteld
E4Aantal knikken in de marginale-drukcurve; aandeel boven 70%4–5% boven 70%
E5Effectieve druk per euro naar vorm, ook bij overdrachtTop 0,01%: 21% tegenover ca. 40% voor het midden
E6Aantal grensregimes dat afwijkt van het binnenlandse adresNog niet vastgesteld
E7Niet-gebruik en terugvordering als post in de begrotingOntbreekt

Schouw en Bouwstenen tegen de criteria

Schouws voorstel voldoet aan E1–E4 en E8. Over E5–E7 zegt het interview niets. Bouwstenen dekt E1, E5 en E7, maar houdt het mengpatroon in de tarieven in stand (E4).

CriteriumSchouw, Op weg naar 2040 (volgens FD)Bouwstenen (ABDTOPConsult 2024)
E1 Eén adresElke grondslag één keer belast; eigen woning één heffing, opbrengst “achter de voordeur” verdelen; leefvormneutraalWerkenden gelijker belasten (“globaal evenwicht”); 190 fiscale regelingen terugbrengen
E2 Gelijke naadDatahub met inkomensgegevens; ondersteuning los van het fiscale jaarinkomenOnderkent dat terugvorderingen ontstaan door voorschot versus definitief inkomen; verwijst naar apart toeslagenrapport
E3 Eerste passageRealtime inhouding door werkgever of opdrachtgever; geen aangifte voor ~10 mln mensenVooringevulde aangifte als “verworvenheid”; uitkeerbare kortingen zouden 2,5 mln extra aangiften vergen
E4 Gesloten patroonVlaktaks boven een vrije som (uniform venster); progressie vanaf ca. €75.000Fiche A05: inkomensonafhankelijke toelagen plus meer, progressievere schijven (strikt oplopend venster)
E5 OverdrachtNiet genoemdBox 2, lenen van eigen bv, erf- en schenkbelasting en BOR aanpassen
E6 GrensNiet genoemdPijler 2 (15%), Unshell, harmonisatie van expatregeling
E7 GrootboekNiet genoemdBesluitvorming moet ook onzekerheid, terugvordering en niet-gebruik wegen
E8 ToestandProgressie boven ca. €75.000Progressie in zichtbare tarieven in plaats van afbouw van kortingen

Gevonden samenhang. Schouw (vlak) en Bouwstenen A05 (meer schijven) lijken tegenstrijdig, maar beide voldoen aan E4. Een uniform venster en een strikt oplopend venster sluiten allebei. Het huidige stelsel combineert twee schijven met afbouwende kortingen en toeslagen en sluit dus niet.

Stelselwet. Schouw wil eerst de techniek vastleggen en daarna pas de tarieven bepalen. Dat volgt dezelfde scheiding als de theorie: een definitie die niet verandert, met parameters daarbinnen die wel kunnen veranderen.

Open punten voor het ontwerp

  • Keuze binnen E4. Zowel het uniforme venster als het strikt oplopende venster sluit. In de theorie draagt alleen het uniforme niet-nul venster (+1,+1,+1) een rest over naar de volgende schaal. Het strikt oplopende venster sluit met carry 0. Wat dat betekent voor de keuze tussen vlaktaks (Schouw) en meer schijven (Bouwstenen A05), is een ontwerpvraag.
  • Overlap van de standen +1 en −1. Hoeveel huishoudens betalen in hetzelfde jaar inkomstenbelasting én ontvangen een toeslag? Dat cijfer is niet gevonden en is nodig om het rondpompen te meten.
  • E5 is de grootste leemte in Schouws voorstel. Box 2, uitgestelde winstuitkering, erf- en schenkbelasting en BOR staan niet in het interview. Box 3 ligt na het RvS-advies weer open tot 2030.
  • Ontbrekende bronnen. Het rapport Op weg naar 2040 zelf, het cijfer “~10 mln zonder aangifte”, actuele cijfers voor de druk op werknemer, zzp en dga (Bouwstenen figuur 24), het definitieve SER-advies en de hervormingsagenda die eind 2026 naar de Kamer gaat.
  • Volgende stap. De criteria als eisen gebruiken en een stelsel ontwerpen waarin elke grondslag één adres heeft, heffing en ondersteuning in één venster vallen en overdracht expliciet sluit.

Bronnen