Het Ongrijpbare

Wat Zich Terugtrekt Zodra Je Het Vastpakt

Aanleiding

Dit plaatje is een toepassing van PoC (Paths-of-Change) op de geometrie die weer een gevolg was van een presentatie lang geleden over Antifragility een boek van Nassim Taleb wat weer past op Heuristics..

Het valt mij op dat mensen tegenwoordig steeds meer vergeten, waardoor je hetzelfde heel vaak uit kunt leggen wat iedere keer weer Nieuw lijkt te zijn.

Dat gaat zeker over PoC, een heel simpel 2×2-algoritme, waarmee je alles direct kunt verklaren zoals de Wiskundige Geometrie.

The four Geometries of Paths of Change

Dit is een spinn-off van een Nieuwe Ethica van Spinozadie gaat over compressie.

PoC bevat 24=4! paden, die 4 volledig onafhankelijke wereldbeelden verbinden.

Het gaat om

Rang-(blauw)

en

Volgorde (Rood) ten opzichte van

Spel-(geel)

en

Samen(groen) -Spel,

waarbij spel het omgekeerde is van een rangorde waarbij de beste wint.

Spel is een voorbeeld van gelijksoortigheid,waarbij iedere soort gelijkheid niet opgaat incusief niet-gelijkheid.

Het is de absolute paradox.

In het midden van het midden zit het Hart.

Alan Fiske noemt het hart Kama Muta in de Kabbalah heet het hart Tiferet.

Geel = het Scheppende:

In deze blog wordt het Gele verder uitgewerkt.

Wat Zich Terugtrekt Zodra Je Het Vastpakt

Een essay over Geel/Mythic, het gebaar dat vorm ontloopt, en waarom zeven onafhankelijke tradities hetzelfde zagen


Inleiding: het wereldbeeld dat geen wereldbeeld is

In het raamwerk van Will McWhinney (Paths of Change, 1997) opereert elke organisatie, elk mens, elk politiek systeem vanuit een dominant wereldbeeld: analytisch (blauw), zintuiglijk (rood), sociaal (groen) of mythisch (geel).

In eerdere essays op dit blog is die vierdeling gebruikt om te verklaren waarom D66 zestig jaar lang alleen in het blauwe register kon denken, en waarom de VVD haar eigen relationele diagnose steeds weer procedureel probeerde op te lossen.

Dit essay stelt een ongemakkelijke vraag over diezelfde vierdeling:

klopt de plaatsing van Geel/Mythic wel? Staat het echt naast Blauw, Rood en Groen, als vierde gelijkwaardige cel in het schema — of is er iets fundamenteel anders aan de hand?

Het antwoord kwam niet uit een redenering, maar uit een reeks onafhankelijke vondsten uit tradities die niets van elkaar wisten: een Griekse filosoof uit de zesde eeuw voor Christus, een Vedantische commentaartraditie, een Chinese tekst uit de Strijdende Staten-periode, een Duitse achttiende-eeuwse filosoof, een twintigste-eeuwse hermeneuticus, en de kwantumveldentheorie.

Zeven bronnen, geen gemeenschappelijke voorouder, één patroon.


Deel 1: Het gat dat gebeurt zodra je het dichtmaakt

Neem de bekendste parabel uit hoofdstuk zeven van de Zhuangzi. Hundun — de keizer van het Midden, een wezen zonder gezicht, zonder voor of achter — wordt bezocht door twee bevriende buurvorsten, Snel en Plotseling. Uit dankbaarheid voor zijn gastvrijheid besluiten ze hem te geven wat ieder ander wezen heeft: de zeven openingen om te zien, te horen, te ademen, te eten. Eén opening per dag. Op de zevende dag sterft Hundun.

Belangrijk detail: de vorsten handelen niet uit kwaadwilligheid. Ze handelen uit dankbaarheid. De vernietiging van het vormloze wordt niet veroorzaakt door vijandschap, maar door de wens om een geschenk af te maken. Dat maakt het patroon interessant in plaats van louter tragisch: precies competentie en goede wil zijn hier de instrumenten die falen, omdat het geen falen van vaardigheid is.

Dit is geen alleenstaand verhaal in de tekst. Een paar bladzijden eerder, in hetzelfde hoofdstuk, pocht een sjamaan genaamd Jixian dat hij ieders lot van diens gezicht kan aflezen met de zekerheid van een god. Vier keer wordt hij naar de wijze Huzi gebracht. Vier keer laat Huzi zijn gezicht een andere, ongrijpbare vorm aannemen — puur Aarde, dan Hemel-en-Aarde in balans, dan een bodemloze draaikolk — tot Jixian bij de vierde ontmoeting geen gezicht meer vindt om te lezen, en vlucht. Eén hoofdstuk, twee verhalen: een gezicht dat weigert stil te houden voor wie het probeert te lezen, en een gezicht dat wordt gedood door het alsnog te geven.

De traditie bewaart ook de omgekeerde beweging. Elders in de Zhuangzi beschrijft Confucius’ leerling Yan Hui een oefening die hij zuowang noemt, “zitten en vergeten”: eerst laat hij de morele categorieën los waarmee hij is opgevoed, dan de riten en de muziek, dan — na zeven dagen vasten van het hart — zijn ledematen en lichaamsvorm, zijn verstand, elke uiterlijke vorm, tot er niets meer over is dat een zelf genoemd kan worden. De commentaartraditie noemt waar deze oefening naartoe leidt: Hundun zelf, de ongedifferentieerde wortel die één is met de Dao. In het ene verhaal wordt een wezen om zeep geholpen door er uit vriendelijkheid vorm aan toe te voegen; in het andere ontdoet een mens zichzelf, met opzet, laag voor laag, van diezelfde vorm. Elke stap in zuowang is aftrekken, nooit opbouwen — en dat is precies waarom het lukt waar directe pogingen tot spontaniteit vastlopen. Je kunt niet proberen te vergeten op dezelfde manier als je probeert te presteren, want vergeten heeft geen doel om naartoe te werken.


Deel 2: Zes andere ontdekkingen, van dezelfde vorm

Wat de Zhuangzi op twee manieren laat zien — vernietiging door toevoeging, bevrijding door aftrekking — duikt onafhankelijk op in zes andere plaatsen.

Heraclitus (fragment 52, Griekenland, ca. 500 v.Chr.) zei dat de tijd een kind is dat een bordspel speelt, en dat het koningschap aan het kind toebehoort. Niemand heeft ooit vastgesteld welk spel precies gespeeld wordt, of volgens welke regel. Dat wordt meestal behandeld als een vertaalprobleem. Misschien is het dat niet: een spelend kind past geen regel toe die je zou kunnen opschrijven en aan iemand anders doorgeven. De regel, als die er is, bestaat alleen in het spelen zelf, en verdwijnt zodra iemand hem probeert te isoleren.

Lila (Vedanta, commentaar op de Brahmasutra 2.1.33) beschrijft schepping als spel — Brahman schept zoals een mens ademt, niet omdat er iets ontbreekt en schepping die leegte vult, maar omdat er niets ontbreekt. Zodra er een motief wordt toegevoegd — zelfs een goedaardig motief, zelfs “voor het welzijn van de schepping” — stopt lila met lila te zijn en wordt het werk.

Kant (Kritik der Urteilskraft, §§10-17) noemt dit Zweckmäßigkeit ohne Zweck, doelmatigheid zonder doel. Het vrije spel van verbeelding en verstand in het esthetisch oordeel beantwoordt aan geen begrip, geen regel, geen doel. Een smaakoordeel kan niet worden afgeleid uit een principe en aan iemand anders als bewijs worden overhandigd — het kan alleen, telkens opnieuw, worden geveld.

Gadamer (Wahrheit und Methode) gaat verder dan Kant: het eigenlijke subject van een spel, stelt hij, is niet de speler maar het spel zelf, dat zichzelf speelt door wie er toevallig in staat. De speler beheerst het spel niet van buitenaf; de speler wordt meegenomen in een beweging die haar eigen heen-en-weer al in zich heeft, onafhankelijk van ieders bedoelingen ermee.

De kwantumveldentheorie vond een versie van hetzelfde patroon zonder ernaar te zoeken. Bij spontane symmetriebreking is de onderliggende wet — de Lagrangiaan — volkomen symmetrisch: geen voorkeursrichting, geen regel die zegt welke van de vele mogelijke grondtoestanden zich zal voordoen. Toch doet zich een grondtoestand voor, en die is asymmetrisch, en niets in de symmetrische wet kon vooraf zeggen welke het zou worden. De wet is vormloos ten aanzien van de uitkomst. De uitkomst is uniek. Niets heeft gekozen.

Heidegger (Der Ursprung des Kunstwerkes) gaf dit patroon zijn meest directe filosofische naam: de aarde. Elk kunstwerk opent een wereld — een structuur van betekenis, gebruik, verwijzing — en elke wereld rust op een aarde die het werk juist naar voren brengt door haar nooit volledig bloot te leggen. De aarde is pas open en helder wanneer ze wordt begrepen als wat zich essentieel niet laat onthullen, wat zich terugtrekt uit elke onthulling en zich voortdurend gesloten houdt. Een wereld die erin slaagde haar eigen grond volledig te verlichten — niets gesloten, niets achtergehouden — zou geen totale waarheid hebben bereikt. Ze zou de aarde kwijt zijn, en daarmee het enige wat iets ooit als waar liet verschijnen.

BronPlaats en tijdWat zich terugtrekt
Heraclitus, fragment 52Ionië, ca. 500 v.Chr.De regel van het spel
Lila (Brahmasutra 2.1.33)Vedanta, vroege jaartellingHet motief van de schepping
Hundun / zuowangChu-China, ca. 300 v.Chr.Het gezicht, het zelf
Kant, Zweckmäßigkeit ohne ZweckKönigsberg, 1790Het begrip achter het oordeel
Gadamer, SpielontologieDuitsland, 1960De speler als heerser over het spel
Spontane symmetriebrekingKwantumveldentheorie, 20e eeuwDe keuze van de grondtoestand
Heidegger, aarde/aletheiaFreiburg, 1935De grond onder elk kunstwerk

Deel 3: Het gedeelde gebaar

Geen van deze zeven is dezelfde bewering. Ze komen uit Ionië, van de oevers van de Ganges, uit het koninkrijk Chu aan de Yangtze, uit het achttiende-eeuwse Königsberg, uit de twintigste-eeuwse veldentheorie, uit het twintigste-eeuwse Freiburg. Ze delen geen voorouder. Wat ze delen is een gebaar: iets trekt zich terug uit precies de handeling waarmee het wordt vastgelegd, en die terugtrekking is geen bijwerking van onhandig vastpakken — het is wat vastpakken doet, iedere keer, zonder uitzondering. Je kunt niet beter grijpen en het dan toch vasthouden. Het grijpen zelf is het verliezen.

Dit is geen wanorde. Wanorde is mislukte orde — hetzelfde soort ding als orde, aan de verliezende kant van dezelfde schaal. Wat zich hier terugtrekt stond nooit op die schaal. Het heeft geen regel, niet omdat een regel ontbreekt en in principe geleverd zou kunnen worden, maar omdat het leveren ervan precies de handeling is die er een einde aan maakt. Het heeft geen doel — niet de afwezigheid van een doel dat iemand vergat te formuleren, maar activiteit die nooit, op geen enkel niveau, een middel tot iets anders was. En elk voorval is werkelijk uniek: niet omdat nog niemand de algemene wet heeft gevonden waar het onder valt, maar omdat er geen tweede geval is waarover een wet zou kunnen gaan.


Deel 4: Waarom Geel geen vierde cel is

Hier wordt het ongemakkelijk voor het model waarmee dit blog werkt. In McWhinney’s vier wereldbeelden — Blauw/Unity, Rood/Sensory, Groen/Sociaal, Geel/Mythic — wordt Geel gewoonlijk geplaatst als vierde kwadrant naast de andere drie: regel, actie, relatie, betekenis. Die plaatsing is zelf misschien al een handeling van het soort dat hierboven beschreven staat — een vierde opening geboord in iets dat geen gezicht had om mee te beginnen.

Anders gezegd: Blauw heeft een regel nodig die twee keer hetzelfde geldt. Rood heeft een uitkomst nodig die te bewerkstelligen valt. Groen heeft een betekenis nodig die twee mensen kunnen delen. Elk van deze drie is een manier om iets herhaalbaar, controleerbaar, overdraagbaar te maken. Geel is, op basis van het bovenstaande, wat deze drie wereldbeelden eruitzien vanaf de andere kant van het moment vóórdat een van hen zich om hun object heeft gesloten. Het is geen gelijke naast Blauw, Rood en Groen. Het is de voorwaarde die elk van hen onderbreekt om te kunnen bestaan — het spel vóór de regel eruit wordt gehaald, de adem vóór hij een motief wordt, het gezicht vóór de eerste opening wordt geboord.

Dit is ook de reden waarom de quaternion-formalisering van Paths of Change (q = w + xi + yj + zk), waarin Geel één vectorcomponent inneemt naast Rood, Groen en Blauw, tegen haar eigen grens aanloopt. Een quaternion heeft vier vaste, orthogonale componenten per constructie, en orthogonaliteit is zelf al een relatie, al een vorm. Wat in Geel zich terugtrekt uit vorm kan, zonder tegenspraak, niet één van vier componenten zijn binnen een structuur die volledig is opgebouwd uit formele relaties tussen componenten. De quaternion kan Geel’s effecten weergeven — de verbeeldende, scheppende pool zoals zichtbaar vanaf de kant van Blauw, Rood en Groen — maar niet de onderbreking zelf, om dezelfde reden dat een foto kan laten zien hoe een deur eruitzag toen hij openstond, nooit het openen zelf.


Deel 5: Waar dit begon — de geometrie achter het beeld

Dit onderzoek begon met één enkel beeld: vier geometrieën, Rang/Volgorde tegenover Spel/SamenSpel, een Hart in het gedeelde centrum. De bron achter dat beeld is Alan Fiske’s Relational Models Theory, die vier elementaire vormen van menselijke relatie onderscheidt — Communal Sharing, Authority Ranking, Equality Matching, Market Pricing — en die Fiske zelf al koppelde aan vier wiskundige structuren, in lijn met Stevens’ meetschalen: Communal Sharing bij een equivalentierelatie (ongedifferentieerde gelijkheid, geen metriek), Authority Ranking bij een ordinale schaal (een totale ordening, rang), Equality Matching bij een intervalschaal (additieve balans), Market Pricing bij een ratioschaal (verhouding, een vast nulpunt).

Rang/Volgorde is, in het oorspronkelijke plaatje, Authority Ranking: een ordinale geometrie, een lijn met een richting erop. Spel/SamenSpel, de gestelde tegenpool, hoort bij Communal Sharing: een equivalentierelatie, een geometrie van pure gelijkheid zonder enige metriek — elk punt verwisselbaar met elk ander, niets om te rangschikken. Dat is al, onafhankelijk van alles wat hierboven verzameld is, een formele manier om “vormloos” te zeggen.

Maar Communal Sharing beschrijft, bij Fiske zelf, nog steeds een relatie tussen mensen — een “wij,” iets dat twee mensen in principe samen zouden kunnen erkennen. Wat de zeven ontdekkingen hierboven laten zien, zit één stap verder terug: niet de geometrie van gelijkheid tussen twee dingen, maar wat voorafgaat aan het trekken van de twee dingen die vervolgens gelijk of verschillend verklaard zouden kunnen worden. Hundun heeft geen tweede partij om ongedifferentieerd mee te zijn. De dromende Zhuangzi heeft geen vlinder die apart van hem staat om een equivalentierelatie mee te delen — het onderscheid zelf is nog niet getrokken.


Slotopmerking

Dit essay heeft, door dit alles te zeggen, ook naar een hand gereikt. Het heeft zeven ongrijpbare dingen op een rij gezet, ze een gemeenschappelijke naam gegeven, die naam in een schema geplaatst met drie andere namen. Dat is een gat geboord met goede bedoelingen, zoals dat van Snel en Plotseling, en het zal aan zijn onderwerp iets hebben aangedaan dat lijkt op wat hun geschenk aan Hundun’s gezicht aandeed.

Er is geen manier om hierover te schrijven die het gebaar volledig vermijdt — schrijven is zelf een vorm van grijpen. Wat wel kan: het schema open laten in plaats van gesloten. Niet “Geel is X,” maar Geel als de naam voor de plek waar het benoemen zelf gebeurt, en elke keer iets kost.


Geannoteerde referentielijst — voor verdere verdieping

Wereldbeelden en het PoC-raamwerk

McWhinney, W. (1997). Paths of Change: Strategic Choices for Organizations and Society. Sage. Waarom lezen? Het basisboek voor de vier wereldbeelden waarmee dit hele blog werkt. Nodig om te begrijpen waarom de plaatsing van Geel als vierde cel hier ter discussie wordt gesteld. Leesadvies: Hoofdstuk 1-3 volstaan voor de kern.

Fiske, A.P. (1991). Structures of Social Life: The Four Elementary Forms of Human Relations. Free Press. Waarom lezen? De bron achter het oorspronkelijke “Geometrische PoC”-beeld. Fiske’s eigen koppeling van de vier relatievormen aan meetschalen is het formele startpunt van Deel 5. Leesadvies: Het inleidende hoofdstuk geeft de vier vormen; de wiskundige bijlage is optioneel.

De Zhuangzi en het Chu-sjamanisme

Zhuangzi, hoofdstuk 7 (“Fit for Emperors and Kings”) — de Hundun-parabel en de Jixian/Huzi-episode; hoofdstuk 6 (“The Great and Venerable Teacher”) — zuowang; hoofdstuk 2 — de vlinderdroom. Waarom lezen? De kernteksten van dit essay. Burton Watson’s vertaling (Columbia University Press) is toegankelijk voor de leek. Leesadvies: Begin met hoofdstuk 7 — kort, en bevat zowel Hundun als Jixian.

Li, P. & Tian, C. (2024). “Chu culture-related romanticism and shamanism in Zhuangzi: A translation perspective.” Cultural Forum, 1(1). Waarom lezen? Toont aan dat de sjamanistische figuren in de Zhuangzi geen toevallige beeldspraak zijn maar direct te herleiden zijn tot de Chu-cultuur waaruit de tekst voortkwam. Leesadvies: De sectie over Wu Zhu en Shenwu Jixian sluit direct aan op Deel 1.

Slingerland, E. (2003). Effortless Action: Wu-wei as Conceptual Metaphor and Spiritual Ideal in Early China. Oxford University Press. Waarom lezen? De meest grondige academische behandeling van de wu-wei-paradox: waarom spontaniteit niet doelbewust nagestreefd kan worden. Leesadvies: De inleiding formuleert de paradox scherper dan enige samenvatting kan.

Westerse filosofie van het spel en de verberging

Kant, I. Kritik der Urteilskraft, §§10-17. Waarom lezen? De klassieke formulering van doelmatigheid zonder doel — het dichtstbijzijnde Westerse equivalent van wat de Zhuangzi laat zien. Leesadvies: §15 is het kortst en het meest direct.

Gadamer, H.-G. Wahrheit und Methode, Deel I.2. Waarom lezen? Gaat verder dan Kant: het spel speelt zichzelf, de speler wordt erdoor meegenomen. Leesadvies: De paragrafen over de ontologie van het kunstwerk als spel zijn het relevantst.

Heidegger, M. (1935/36). “Der Ursprung des Kunstwerkes,” in Holzwege / vertaald in Poetry, Language, Thought. Waarom lezen? Geeft het patroon zijn scherpste naam: de aarde die zich terugtrekt in precies het werk dat haar toont. Leesadvies: Het gedeelte over de spanning tussen Wereld en Aarde is voldoende voor de kern.

De fysica van het ongekozene

Coleman, S. (1985). Aspects of Symmetry. Cambridge University Press. Waarom lezen? De klassieke, toegankelijke behandeling van spontane symmetriebreking voor wie de wiskunde wil zien staan. Leesadvies: Hoofdstuk 5 behandelt precies het voorbeeld dat in dit essay wordt gebruikt

What Withdraws When It Is Held


On Geel / Mythic in the Geometry of Paths of Change