J.Konstapel,Leiden,30-8-2026

Collin gereconstrueerd
Reconstructie van het Collin-model uit de openbare bouwstenen die het Research Program van 2014 noemt, aan elkaar gekoppeld. Per onderdeel staat of het uit een bron komt [B] of een afleiding is [R].
J. Konstapel / Constable Research, 30 augustus 2026.
0. Wat er in het programma staat en wat ik daaruit heb opgehaald
Het Research Program [1, §6.2] zegt letterlijk waar Collin van gemaakt is:
- het universele steady-state-model van In ‘t Veld en Malotaux (TU Delft, ca. 1980), eerste en tweede orde;
- uitgebreid met semantische en leertaken;
- uitgebreid met derde- en vierde-orde reflectie;
- met Guilfords kubus als derde dimensie: leerniveaus;
- een toolbox: kompas (Collin), landkaart (steady-state-model), meetlat (CMMI);
- drie kennissoorten Why/What/How en drie actor-modi;
- een 3D-ketenmodel met product-, proces- en talentruimte [1, §4.2];
- objecten, subjecten, coaches [2].
Bouwstenen 1, 4, 5 (CMMI) zijn openbaar en zijn opgehaald. Het steady-state-model staat in Veeke, Ottjes & Lodewijks (2008) [3] en is in 2025 uitvoerig ontleed door Dekkers [4]. Guilfords Structure of Intellect en CMMI zijn standaardliteratuur. Bouwstenen 2, 3, 6, 7, 8 zijn Collins eigen toevoegingen; die worden hieronder op de openbare onderdelen gelegd.
1. Laag 0 — het steady-state-model [B]
Bron: In ‘t Veld (1975), Veeke e.a. (2008, pp. 77–81), Dekkers (2025, §2).
Het model beschrijft één terugkerend proces en zijn besturing.
Primair proces. Zet stroomelementen (invoer) om in uitvoer met behulp van een systeem van middelen (mensen, machines). Het proces is de transformatie; de middelen keren na afloop terug in hun begintoestand.
Drie grenszones.
- Invoerzone: coderen (invoer passend maken voor het proces), buffer, kwaliteitsfilter, overloop.
- Uitvoerzone: decoderen (uitvoer passend maken voor de omgeving), buffer, filter, overloop.
- Regelzone, met vier functies: initiëren (norm stellen), meten, vergelijken/evalueren (meting tegen norm), regelen/ingrijpen (op proces, invoer of middelen).
Drie regelmechanismen.
- Feedback: meten op de uitvoer, ingrijpen stroomopwaarts.
- Feedforward: meten op de invoer, ingrijpen stroomafwaarts.
- Aanvullen van tekorten: afwijkende uitvoer in een apart proces alsnog op norm brengen (herbewerking).
Twee orden. Eerste orde: ingrijpen op het proces bij afwijking. Tweede orde: de norm zelf bijstellen. De evaluatiefunctie geeft bovendien een signaal af aan adaptieve processen — verandering van structuur — die het steady-state-model uitdrukkelijk níet zelf beschrijft [4, §2.2]. Dat is de plek waar Collin aanhaakt (§2).
PROPER-model [3, hfdst.]: één steady-state-model beschrijft één aspect; een industrieel systeem vraagt er drie, gekoppeld: materiaalstroom, orderstroom, middelenstroom.
flowchart LR subgraph IN["Invoerzone"] enc["coderen · buffer · filter"] end subgraph P["Primair proces"] T["transformatie<br/>(met middelen)"] end subgraph OUT["Uitvoerzone"] dec["decoderen · buffer · filter"] end subgraph REG["Regelzone"] I["initiëren<br/>(norm)"] M["meten"] E["evalueren<br/>(meting ↔ norm)"] R["regelen /<br/>ingrijpen"] end omg1((omgeving)) --> enc --> T --> dec --> omg2((omgeving)) M -. feedforward .-> enc dec -. feedback .-> M M --> E --> R --> T I --> E E -. "signaal naar<br/>adaptieve processen" .-> A["(buiten het model)"]
2. Laag 1 — Collins uitbreiding: semantische en leertaken, derde en vierde orde [B + R]
Wat de bron zegt [B]. Collin voegt semantische en leertaken toe, waardoor de actor kan spreken over de kwaliteit van informatie en kennis als invoer; cognitie wordt intrinsiek deel van het cybernetische systeem. Daarna komen derde- en vierde-orde reflectie erbij om inductief denken te bevorderen [1, §6.2].
Waar dat in laag 0 valt [R].
- Semantische taken zijn de coderings- en decoderingsfuncties van de grenszones, uitgebreid van vorm naar betekenis. Dekkers merkt op dat ook initiëren en evalueren coderingsfuncties zijn in Shannons zin [4, §2.1]. Collin maakt die vier coderingen tot expliciete taken: wat betekent deze invoer, deze norm, deze meting, deze uitvoer — voor wie.
- Leertaken zijn het signaal dat de evaluatiefunctie afgeeft aan de adaptieve processen [4, §2.2]. Het steady-state-model laat die open; Collin vult ze in.
- Derde orde: leren hoe normen worden gesteld (reflectie op initiëren).
- Vierde orde: leren hoe wordt geleerd (reflectie op de derde orde).
Drie modi van de actor [B → R]. Het programma noemt uitvoeren, ontwikkelen en richten, en koppelt die aan How (subject), What (object) en Why (klant) [1, §2.3, §4.2, §7.2]. Gelegd op laag 0 en 1:
| Modus | Kennissoort | Functies in het model | Orde |
|---|---|---|---|
| Uitvoeren | How (subject) | primair proces; regelen/ingrijpen | 1 |
| Ontwikkelen | What (object) | meten; evalueren; norm bijstellen | 2–3 |
| Richten | Why (klant) | initiëren; leren hoe genormeerd wordt | 3–4 |
Het schakelen tussen de drie modi is wat het programma “natuurlijk ondernemerschap” noemt; de kringloop Why→What→How→Why is het “herstel van de kenniskringloop” [1, §4.2].
flowchart TB subgraph O4["4e orde — leren te leren"] L4["reflectie op de leerstrategie"] end subgraph O3["3e orde — leren"] L3["reflectie op het normeren<br/>(Why · richten)"] end subgraph O2["2e orde — norm bijstellen"] L2["initiëren · evalueren<br/>(What · ontwikkelen)"] end subgraph O1["1e orde — regelen"] L1["meten · vergelijken · ingrijpen<br/>(How · uitvoeren)"] end P["primair proces"] P --> L1 --> L2 --> L3 --> L4 L4 -. "semantische taken:<br/>betekenis van invoer, norm,<br/>meting, uitvoer" .-> L1 L2 -->|norm| L1 L3 -->|nieuwe normering| L2 L4 -->|nieuwe leerwijze| L3
3. Laag 2 — Guilford als derde dimensie [B + R]
Wat de bron zegt [B]. Geïnspireerd op Guilfords kubus is een derde dimensie toegevoegd: leerniveaus (Bloom e.a.). Dat maakt leerstrategieën en zelfinstructie bespreekbaar [1, §6.2]. Elders: Guilfords intelligentiemodel werd miskend omdat het semantisch vermogen in de jaren ’70 niet werd begrepen; in combinatie met In ‘t Veld is het doorontwikkeld tot een universeel reflectiemodel [1, §3 punt 3].
Guilford, Structure of Intellect [B]. Drie assen: operaties (cognitie, geheugen, divergente productie, convergente productie, evaluatie), inhouden (figuraal, symbolisch, semantisch, gedragsmatig), producten (eenheden, klassen, relaties, systemen, transformaties, implicaties).
Koppeling [R]. Guilfords operaties vallen één op één op de regelfuncties van laag 0/1:
| Guilford-operatie | Steady-state-/Collin-functie |
|---|---|
| Cognitie | meten, coderen (semantische taak) |
| Geheugen | e-Memory (§5) |
| Evaluatie | evalueren |
| Convergente productie | regelen/ingrijpen (één juiste correctie) |
| Divergente productie | initiëren en derde orde (nieuwe normen, nieuwe wegen) |
Guilfords inhoud “semantisch” is de as die In ‘t Veld miste en die Collin toevoegt. Bloom levert de derde as: per functie het niveau waarop de actor haar beheerst — onthouden, begrijpen, toepassen, analyseren, evalueren, creëren.
Het reflectiemodel is dus een kubus: regelfunctie × orde × leerniveau. Een cel is bijvoorbeeld: evalueren, derde orde, niveau analyseren — “de actor kan ontleden hoe de norm tot stand kwam”.
4. De toolbox [B + R]
| Instrument | Basis [B] | Vraag die het beantwoordt [R] |
|---|---|---|
| Kompas | Collin (het reflectiemodel) | In welke modus en op welke orde ben ik nu? Richten, ontwikkelen of uitvoeren? |
| Landkaart | Steady-state-model | Waar in het proces en zijn besturing sta ik, en wie staat waar? |
| Meetlat | CMMI (niveaus 1–5: initieel, beheerst, gedefinieerd, kwantitatief beheerst, optimaliserend) | Hoe volwassen is elke regelfunctie van dit team of deze keten? |
CMMI’s vijf niveaus lopen parallel aan de orden: niveau 2–3 is eerste/tweede orde in werking, niveau 4 is meten en evalueren op cijfers, niveau 5 (optimaliserend) is de derde en vierde orde. De meetlat meet dus hoe ver een actor of team op het kompas is geraakt.
Talent–activiteit [B]. Drucker en Malotaux: de wisselwerking tussen gedrag (handelingen) en interne structuur (talenten) was een “known unknown”; met de toolbox kan die afstemming worden gemaakt en groeit de intrinsieke motivatie [1, §6.2]. [R]: activiteiten zijn de cellen van de kubus; talenten zijn Guilfords vermogens; de match is een toewijzing van actor aan cel.
5. e-Memory [B + R]
[B]. Door Why-, What- en How-kennis met semantische tools te verbinden ontstaat “een expliciet en dynamisch collectief geheugen” [1, §7.2]. Veeke: universeel reflectiemodel als basis voor collectieve intelligentie en collectief geheugen (e-Memory) [5].
[R]. e-Memory is Guilfords operatie geheugen, uitgevoerd op het niveau van het netwerk in plaats van het individu. Wat erin komt: de uitkomst van elke evaluatie (meting, norm, verschil, ingreep, effect), gecodeerd met de semantische taak (voor wie betekende dit wat). Wat eruit komt: normen en ingrepen voor volgende rondes, ook bij andere actoren. Zo wordt de innovatiekennis van zeven pioniersbedrijven een set templates voor MKB en onderwijs [1, §4.2].
6. De keten: 3D-ketenmodel en PROPER [B + R]
[B]. Collin onderscheidt op ketenniveau drie definitieruimtes: product (modulair), proces (dynamisch, template van ketenrollen), talent (intelligent; = Collin) [1, §4.2]. Een keten heeft drie dimensies: waardecreatie, kenniscreatie, intelligentie [1, §4.1].
[B]. Het PROPER-model van Delft koppelt drie steady-state-modellen: materiaalstroom, orderstroom, middelenstroom [3].
[R]. Dat is dezelfde driedeling:
| Collin-ruimte | PROPER-aspect | Wat stroomt |
|---|---|---|
| Productdefinitie | materiaalstroom | het object |
| Procesdefinitie | orderstroom | de opdracht, de rolvolgorde |
| Talentdefinitie | middelenstroom | de mens, met talenten |
Collin is het PROPER-model waarin de derde stroom — de middelen — niet als capaciteit maar als lerende actor wordt gemodelleerd. Dat is precies wat het programma bedoelt met “het subject werd in de oude economie buiten beschouwing gelaten” [1, §4.2] en met Druckers klacht over de scheiding van subject- en objectdenken [1, §2.4].
Objecten, subjecten, coaches [B → R]. Objecten (product, proces) zijn de eerste twee stromen. Subjecten (leverancier, klant) zijn de actoren in de regelzones aan beide kanten van een grenszone. Coaches (leerproces, leerstof) zijn de derde en vierde orde, als aparte rol ondersteund — omdat een actor in uitvoermodus daar zelf niet komt. Dat verklaart waarom Collin aan beide kanten van de tafel coaches zet [2]: elke partij heeft zijn eigen adaptieve proces nodig.
flowchart LR subgraph MAKER["Maker (leverancier)"] mO["object: product/proces"] mS["subject: actor in regelzone"] mC["coach: 3e/4e orde"] end subgraph GEBR["Gebruiker (klant)"] gO["object: product/proces"] gS["subject: actor in regelzone"] gC["coach: 3e/4e orde"] end mO <-- "grenszone: coderen/decoderen<br/>(semantische taak)" --> gO mS <-- "Why/What/How uitwisselen" --> gS mC <-- "e-Memory: gedeeld" --> gC
7. Het pentagram (Konstapel) op de reconstructie [R, ter toetsing]
Konstapel: Collin is Paths of Change als pentagram; vier wereldbeelden plus kruispunt; unity = kennis; elke overgang gaat door het kruispunt met een up- en een down-stand.
Een mogelijke legging op laag 0–2, uitsluitend als voorstel:
| PoC-punt | Collin-functie | Kennissoort |
|---|---|---|
| Unity (kennis) | e-Memory; initiëren vanuit bestaande kennis | What (kennis over het object) |
| Sensorisch | meten; coderen van invoer | What (waarneming) |
| Mythisch | derde/vierde orde; divergente productie; nieuwe normen | Why |
| Sociaal | de grenszone tussen maker en gebruiker; het netwerk | How (samen doen) |
| Kruispunt | evalueren | — |
| Kruispunt up | evalueren als waarnemer: meting tegen norm leggen, niet ingrijpen | reflectie |
| Kruispunt down | evalueren als deelnemer: regelen/ingrijpen | uitvoering |
Dit is de plek waar de reconstructie de eigen figuur van Konstapel nodig heeft. De toewijzing van What aan twee punten (unity én sensorisch) is de zwakke plek; het programma geeft daarvoor geen uitsluitsel.
8. Gripler op de reconstructie [R]
De run-stappen van Gripler (Decision Memo §5.2) vallen op de functies van laag 0 als volgt:
| Gripler-stap | Steady-state-/Collin-functie | Orde |
|---|---|---|
| TRIGGER | invoer komt de grenszone binnen | — |
| PERCEPTION | coderen + filter (signalen rangschikken, laagste laten vallen) | semantische taak |
| CONTEXT | coderen: betekenis voor deze uitvoering | semantische taak |
| PREDICTION | feedforward: meten op invoer, vooruit bijsturen | 1 |
| DECISION | vergelijken met norm (policy) | 1 |
| ACTION | regelen/ingrijpen | 1 |
| MEASUREMENT | meten op uitvoer | 1 |
| OUTCOME | evalueren | 1 |
| MEMORY_UPDATE | geheugen (e-Memory) | — |
| Governance / policy (Operator) | initiëren: norm stellen | 2 |
| Human learning commit | signaal naar adaptief proces, met poort | 3 (alleen de poort) |
Wat Gripler heeft: het primaire proces, feedforward, feedback, vergelijken, ingrijpen, geheugen, en de tweede orde (policy als norm) bij Operator. Dat is het steady-state-model van In ‘t Veld, redelijk volledig, met een hash eroverheen.
Wat Gripler niet heeft, in Collin-termen:
- Aanvullen van tekorten (het derde regelmechanisme): geen herbewerkingspad; een run die faalt, faalt gesloten.
- Initiëren als actorfunctie: wie de norm stelt is “Founder Input Required” (Constitution §11); Collin legt dat bij de klant (Why).
- Derde en vierde orde: geen reflectie op het normeren of op het leren; het learning commit is een poort, geen proces.
- Coaches: geen rol die de derde/vierde orde draagt.
- De kubus: geen leerniveau per functie; geen meetlat.
- De middelenstroom als lerende actor: geen talentruimte; de mens is rol en goedkeurder.
- Grenszones tussen organisaties: tenant in plaats van keten; geen coderen/decoderen tussen maker en gebruiker.
- Kompas: niets vertelt de deelnemer in welke modus hij is.
Kort: Gripler is laag 0 met een geheugen. Collin is laag 0 + 1 + 2, in een keten van drie stromen, met coaches en een toolbox.
9. Wat deze reconstructie niet kan
- Figuur 3 uit het programma (“het reflectiemodel genaamd Collin”) is niet beschikbaar; de kubus in §3 is mijn ordening van wat de tekst zegt.
- Rozie’s pentagram staat niet in de bronnen; §7 is een voorstel ter toetsing door Konstapel.
- Bijlage 3 (Kauffman/Möbius) en 4 (trialogisch leren) ontbreken; alles over Möbius blijft buiten de reconstructie.
- Het paper van 2012 [6] is niet integraal gelezen.
10. Bronnen
[1] Lohman, T. & Veeke, H. (2014). Collin Research Program, doc. P.6.8 v3, RCS, ISBN 978-90-73357-16-7. adoc.pub/collin-research-program.html. Waarom lezen? De enige tekst waarin Collins samenstelling staat (§6.2), de drie ruimtes (§4.2), Why/What/How (§2.3, §7.2) en de toolbox.
[2] Collin (2014). Het nieuwe samenwerken aan complexe totaaloplossingen in de Installatie & Bouw — First Time Right. docplayer.nl/105676981. Waarom lezen? Objecten, subjecten, coaches aan beide kanten; Collin als leerstrategie; het ervarium.
[3] Veeke, H.P.M., Ottjes, J.A. & Lodewijks, G. (2008). The Delft Systems Approach: Analysis and Design of Industrial Systems. Springer, London. Steady-state-model pp. 77–81; PROPER-model. Waarom lezen? Het steady-state-model uit eerste hand, door dezelfde Veeke; en PROPER, waar het 3D-ketenmodel op is geënt. Vrij beschikbare kopie: dvikan.no (NTNU-studentenserver).
[4] Dekkers, R. (2025). “On the Origins and Applications of the Cybernetic Steady-State Model as Systems-Theoretical Reference Model.” Systems 13(11), 961. Open access. eprints.gla.ac.uk/365834. Waarom lezen? Ontleedt het model in zijn bouwstenen (grenszones, coderen, vier regelfuncties, drie regelmechanismen) en zegt precies wat het níet doet: adaptieve processen. Dat is de plek van Collin. Leesadvies: §2 en §2.2.
[5] collinweb.nl — “Wie”. Veeke’s omschrijving van het universele reflectiemodel en e-Memory.
[6] Lohman, T., Hak, J. & Gielingh, W. (2012). How the Liberation of Human Talents can Leverage the Innovation Potential of Industrial Enterprises. ResearchGate 272675904. Waarom lezen? Methodic Innovation als suite op open standaarden; rolherdefinitie naar talent. Nog niet integraal gelezen.
[7] Guilford, J.P. (1967). The Nature of Human Intelligence. McGraw-Hill. Structure of Intellect: operaties × inhouden × producten. Waarom lezen? De as “semantisch” en de operaties die Collin op de regelfuncties legt.
[8] Bloom, B.S. e.a. (1956), herzien Anderson & Krathwohl (2001). Taxonomie van leerdoelen. De derde as van de kubus.
[9] CMMI Institute. CMMI for Development, niveaus 1–5. De meetlat.
[10] Konstapel, J. (30-8-2026), mondeling: Collin = PoC als pentagram; unity = kennis; kruispunt met up/down.

