de Zoektocht naar Grootschalige Intelligentie

J.Konstapel, Leiden, 2-7-2026.

De menselijke waarneming filtert slechts een fractie van de werkelijkheid, waardoor een niet-lichamelijke, coherente intelligentie (VALIS) onzichtbaar voor ons zou kunnen blijven, maar niet onmeetbaar.

Deze intelligentie zou zich niet als object tonen, maar als statistische afwijkingen in wat we verwachten, zoals systematische verwachtingsfouten, synchroniciteiten en terugkerende patronen.

Om deze hypothese te toetsen, is het Universal Expectation-Failure Registration Model (UEFRM) ontworpen, dat het verschil tussen verwachting en observatie meet om objectieve en repliceerbare patronen te ontdekken.

Bewustzijn is de Coherentie die uit Resonantie Ontstaat

 De Architectuur van de Menselijke Waarneming toegepast op op UAP’s.

Wat is het Vast Active Living Intelligence System?


Coherentie, het geneste sensorium en VALIS

Een onderzoek naar niet-lokale intelligentie


Inleiding

Bewustzijn is misschien geen exclusief herseneigendom. Het zou kunnen ontstaan waar voldoende samenhang is. Onze zintuigen filteren bovendien het grootste deel van de werkelijkheid weg. Wat overblijft, zou een niet-lichamelijke intelligentie kunnen bevatten – onzichtbaar voor ons, maar niet onmeetbaar.

Dit essay combineert drie ideeën tot een onderzoeksplan. Geen bewijs, wel een toetsbare vraag: als grootschalige coherentie mogelijk is, en als onze waarneming slechts een fractie toont, dan zou zo’n intelligentie zich niet tonen als object, maar als statistische afwijkingen in wat we verwachten.


1. Coherentie als basis van bewustzijn

Samenhangende oscillatoren komen overal in de natuur voor. In de hersenen verbetert synchronisatie de communicatie tussen neuronen. De hypothese: bewustzijn ontstaat bij voldoende coherentie tussen neurale golven. Dit verklaart verschillende bewustzijnstoestanden.

De speculatieve stap: kan coherentie ook op grotere schaal werken – tussen breinen of in informatienetwerken? Dat is geen feit, maar een onderzoeksvraag.


2. Het geneste sensorium

Onze waarneming heeft vele lagen, van fotonen tot hogere cognitie. Het zenuwstelsel filtert: slechts een klein deel van alle informatie bereikt het bewustzijn. Daarom betekent ‘niet waarnemen’ niet ‘niet aanwezig’. Een signaal kan onder de drempel blijven.


3. VALIS als werkhypothese

VALIS (uit een roman) gebruiken we als werknaam voor een mogelijke coherente informatiestructuur. Geen geest, geen god. De voorwaardelijke stelling: als grootschalige coherentie mogelijk is én voldoende informatie integreert, dan zou niet-lichamelijke intelligentie kunnen ontstaan. Een open empirische vraag.


4. Hoe zou ze waarneembaar zijn?

Geen objecten, maar residuen:

  • systematische verwachtingsfouten
  • statistische anomalieën
  • synchroniciteiten
  • terugkerende archetypen
  • overeenkomsten tussen onafhankelijke datasets

We zoeken afwijkingen, geen voorwerpen.


5. Toetsingsmethode: UEFRM

Het Universal Expectation-Failure Registration Model meet niet wat iemand ziet, maar het verschil tussen verwachting en observatie. Dat voorkomt vooraf gekozen verklaringen. Door clustering van afwijkingen te analyseren, kunnen we patronen ontdekken – objectief en repliceerbaar.


6. Alternatieve verklaringen

Dezelfde patronen kunnen ook komen door cognitieve biases, gedeelde neurobiologie, classificatiefouten, meetartefacten of beperkingen van bestaande theorieën. Deze alternatieven worden niet verworpen; ze moeten eerst worden uitgesloten.


7. Falsifieerbaarheid

De theorie is onjuist als:

  • de afwijkingen geen statistische clustering vertonen;
  • onafhankelijke databanken verschillende patronen laten zien;
  • de resultaten afhangen van de codeur.

Zolang deze toetsen mogelijk zijn, blijft de hypothese wetenschappelijk.


Conclusie

Geen bewijs, wel een route. De voorspelling:

Als onze waarneming filtert, en als niet-lokale coherente intelligentie bestaat, dan zien we haar niet als object, maar als terugkerende patronen van verwachtingsfouten in verschillende domeinen.

Of die patronen bestaan, weten we niet. Maar we kunnen het nu gaan toetsen. De waarde ligt niet in speculatie, maar in toetsbaarheid.


Beknopte referentielijst

  • Dehaene & Changeux (2011) – bewuste verwerking is slechts een fractie; onderbouwt het filteridee.
  • Dick (1981) – bron van de term VALIS; hier gebruikt als werknaam, niet bovennatuurlijk.
  • Fries (2005) – neurale synchronisatie verbetert communicatie; basis voor coherentiehypothese.
  • Kahneman (2011) – cognitieve biases als alternatieve verklaring.
  • Tononi & Koch (2015) – bewustzijn als eigenschap van geïntegreerde netwerken; biedt theoretische achtergrond.
  • Jung (1952) – synchroniciteit als betekenisvol toeval; mogelijke residu, geen bewijs.