J.Konstapel,Leiden,19-8-2026.
Aanleiding
Een gesprek gisteravond laat op de radio met Eveline de Groot : Wat valt er te doen tegen de revival van het patriarchaat?
De ladder en het net
Waarom de herontdekking van Germaine de Staël vastloopt op één woord
Er is deze zomer een filosoof herontdekt. Germaine de Staël (1766–1817) schreef midden in de Franse Revolutie een theorie over de menselijke natuur, verdween twee eeuwen uit de canon, en staat nu weer in de belangstelling. In april 2026 promoveerde Eveline Groot in Rotterdam op haar werk. Het is degelijk onderzoek en het herstelt een onterecht verdwenen denker.
Maar de herontdekking gebruikt een instrument dat niet past bij wat De Staël schreef. Dat instrument is de ladder: macht als één grootheid, in handen van één groep, die stijgt of daalt. Wie met de ladder leest, kan haar tekst niet zien.
Want zij schreef geen tegenstelling. Zij schreef een vierdeling.
Wat De Staël bouwde
Haar hoofdwerk is De l’influence des passions sur le bonheur des individus et des nations uit 1796, geschreven tijdens de Terreur.
Zij scheidt de ziel van de geest. De ziel draagt het gevoel, de geest de rede. Vervolgens doet zij iets ongebruikelijks: zij sorteert allebei nog een keer.
Bij de hartstochten onderscheidt zij een slechte kant. Partijgeest, eerzucht, roemzucht. En een goede kant. Pitié, medelijden, dat zij la vertu primitive noemt. Het morele goede komt niet uit de rede maar uit deze hartstocht, en het komt eerst.
Bij de rede doet zij hetzelfde. Beschouwing en studie leveren afstand op en daarmee onpartijdig oordeel. Maar koud rekenen levert het tegendeel. Zij noemt het utilitaire calculus met zoveel woorden: een afweging van voordelen kan uitkomen op het opofferen van onschuldigen.
Vier vakken dus. Niet twee polen. En elk vak vult zij met voorbeelden uit haar eigen tijd.
Haar scherpste begrip
Het beste stuk gereedschap in dat boek is esprit de parti, partijgeest. Het wordt meestal gelezen als een ander woord voor fanatisme. Dat is het niet.
De Staël vergelijkt het met amour propre, eigenliefde. Bij eigenliefde word je verblind door je eigen overtuiging. Bij partijgeest word je verblind door het ontbreken ervan. Partijgeest wist de eigen overtuiging uit ten gunste van een zaak van buiten. Zij schrijft dat de zuiverheid van het dogma dan belangrijker wordt dan het slagen van de zaak.
Twee dingen verdwijnen tegelijk: het eigen oordeel, en het vermogen tot compromis. Daarna, schrijft zij, ligt de weg open naar elke misdaad in naam van de zaak.
Dat is geen morele klacht. Dat is een structuurbeschrijving, opgeschreven door iemand die de Terreur van dichtbij zag.
Waar het herstel blijft steken
Het proefschrift van Groot reconstrueert die vierdeling correct. Het doet ook iets moedigers dan het krijgt toegeschreven. In het laatste hoofdstuk benoemt zij de aanname dat vrouwen zich moeten voegen naar de rangen van mannen als een aanname, en niet als een neutraal doel. Zij vindt die bij Wollstonecraft en bij Beauvoir.
Dat is het juiste bezwaar. Een hogere sport bezetten verandert de ladder niet.
Maar daarna houdt het op. Het alternatief wordt geformuleerd als gelijkheid tegenover verschil. Dat paar gaat nog steeds over de verdeling van posities. Er is geen woord voor een verhouding die helemaal geen positie is.
Twee tellingen maken dat concreet. In 157 pagina’s staat het woord patriarchaal drie keer, waarvan twee keer binnen een citaat van iemand anders. Het woord matriarchaat staat er nul keer. Er is geen theorie van overheersing in dat boek. Er is een theorie van de hartstochten, en de overheersing wordt afgehandeld met een geleend woord.
Op één plek zie je wat dat kost. Waar het proefschrift uitlegt waarom bepaalde auteurs worden onderschat, staat: hegemonische structuren, en dan tussen haakjes patriarchaal, en ook imperiaal, en ook koloniaal. Drie etiketten op elkaar gestapeld, zonder onderscheid. Daar doet het woord het werk dat de analyse hoort te doen.
Het ontbrekende woord
De antropologie heeft dat woord al sinds 1991.
Alan Fiske stelde vast dat mensen overal ter wereld hun verhoudingen met vier vormen inrichten, en met niet meer dan vier. Elke cultuur gebruikt alle vier. Culturen verschillen in wélke vorm welk gebied bestuurt.
Delen: wat van mij is, is van ons. Niemand telt bijdragen. Rangorde: wie hoger staat gaat voor, en beschermt naar beneden. Ruilen om beurten: gelijk oversteken, om de beurt, gelijke porties. En prijzen: alles vergelijkbaar via één maat, meestal geld.
Fiske koppelde er de vier meetschalen aan, en die koppeling is exact. Delen is nominaal: erbij of niet, geen volgorde. Rangorde is ordinaal: volgorde zonder afstand. Ruilen is interval: gelijke verschillen. Prijzen is ratio: een echt nulpunt en verhoudingen.
Daarmee is het beslist. Het zijn geen vier hoeveelheden van één ding. Het zijn vier verschillende wiskundige structuren. Je komt niet van de ene naar de andere door iets te verhogen of te verlagen.
En dan het paar zonder naam. Rangorde plus prijzen is rang en tarief. Dat noemen we de economie. Ruilen plus delen is beurt en gift, wederkerigheid en erbij horen. Daar bestaat geen gewoon woord voor. Het is waar de oude literatuur naar zocht met het woord matriarchaat, en dat woord is onbruikbaar geworden zodra het ging betekenen: vrouwen aan de macht.
Daar zit de verwarring. Een matriarchaat is geen patriarchaat met een vrouw aan het hoofd. Vrouwen aan de macht is rangorde met een andere bezetting. Het echte alternatief is een ander paar verhoudingen.
De Staël op het raster
Leg haar vier vakken op de vier verhoudingen, en het past.
Partijgeest is delen dat is vastgelopen. Het lidmaatschap is totaal, niemand telt bijdragen, de grens tussen binnen en buiten is absoluut — en de eigen overtuiging is opgelost in de groep. Precies wat zij beschrijft.
Eerzucht en roemzucht horen bij rangorde. Allebei mikken ze op een positie. Zij merkt op dat roem erkenning vereist, en dat erkenning door anderen wordt verleend — waarmee wie roem zoekt zich onderwerpt aan het publiek.
Het utilitaire calculus is prijzen. Levens komen in één maat terecht en worden tegen een totaal weggestreept. Haar bezwaar is niet dat de rekensom fout is. Haar bezwaar is dat er überhaupt één maat voor bestaat.
Pitié is delen in gave vorm. Ongedifferentieerde aandacht voor een ander, vóór elke verrekening. Vandaar de eerste deugd.
En beschouwing ligt het dichtst bij ruilen om beurten: de opbrengst is onpartijdig oordeel, en onpartijdigheid is gevallen als gelijkwaardig behandelen.
Daaruit volgt meteen iets. Haar lijst van slechte hartstochten is geen lijst van ondeugden. Het is een lijst van wat elke verhouding wordt als ze de enige is. Elke verhouding heeft een goed gebruik. Elke verhouding wordt vernietigend zodra ze alleen komt te staan.
En haar recept is dan ook geen matiging. Het is menging.
Wat dit betekent voor de vraag van vandaag
De publieke vraag van deze zomer is of de mannelijke overheersing terugkomt, en wat daartegen te doen valt.
Beide helften van die vraag hebben de vorm van een ladder. Terugkomen veronderstelt één grootheid die op en neer gaat. Tegen veronderstelt een tegenkracht van bovenaf.
Op het raster verandert de vraag van vorm. Wat patriarchaat heet is het paar rangorde plus prijzen, dat gebieden gaat besturen die vroeger door andere verhoudingen werden bestuurd. De opkomst ervan is geen hoeveelheid die stijgt. Het is een mengsel dat van samenstelling verandert.
Om dat concreet te maken: elke verhouding was gehuisvest in instellingen.
Delen woonde in familie, buurt, parochie, dorp, dienstplicht. Ruilen om beurten woonde in vakbond, gilde, vereniging, onderling fonds, leerlingwezen, amateursport, koor. Rangorde woonde in school, werkgever, staat, kerkbestuur. Prijzen woonde in de markt.
De vraag is dus niet welke waarden zijn veranderd. De vraag is welke huisvesting nog staat.
Wat er gemeten is
Vriendschap. Het aandeel Amerikaanse mannen zonder enige naaste vriend ging van 3 procent in 1990 naar 15 procent in 2021, een vervijfvoudiging. Mannen met zes of meer naaste vrienden: van 55 naar 27 procent. Bij vrouwen ging het van ongeveer 2 naar 10 procent. Emotionele steun van een vriend in de afgelopen week: vrouwen 41 procent, mannen 21 procent. De tijd die mensen met vrienden doorbrengen daalde met 37 procent sinds begin jaren tien.
Partnervorming. Dit is de scherpste meting die er is. Halverwege de twintigste eeuw ontmoetten heteroparen elkaar via vrienden (circa 30 procent), familie (27), school (24), buren (12), kerk (9). In het begin van deze eeuw: online 39 procent, vrienden 20, familie 7, kerk 4, buurt 3. Online haalde vrienden in rond 2013.
Kijk naar wat er is verdwenen. Familie, kerk, buurt, vrienden — precies de instellingen van delen en van ruilen om beurten.
De politieke kloof. In 2021 noemde 44 procent van de jonge Amerikaanse vrouwen zich liberaal tegenover 25 procent van de jonge mannen, de grootste kloof in 24 jaar peilen. In 2026 identificeert 66 procent van de vrouwen van 18 tot 29 zich als Democraat en 44 procent van de Gen Z-mannen. Bij de Britse verkiezingen van 2024 stemde in de leeftijd 18–24 32 procent van de vrouwen Groen tegen 12 procent van de mannen, en 12 procent van de mannen Reform tegen 6 procent van de vrouwen.
En één nuance die de zaak sterker maakt. Een Europese studie over 466.089 twintigers in 32 landen, 1990–2023, vindt op de gewone links-rechtsschaal geen scherpe divergentie. De kloof zit in stemgedrag en in opvattingen over de sekseverhouding, niet in ideologische zelfplaatsing.
Het is dus geen ideologische verschuiving. Het is iets anders dat zich uit langs het enige kanaal dat open staat.
Waarom nu
Een metende infrastructuur kan delen niet dragen. Delen is nominaal: geen volgorde, geen maat, bijdragen worden niet bijgehouden. Een platform is precies een apparaat dat bijhoudt. Volgers, likes, bereik, score, rang. Het kan ongemeten lidmaatschap niet representeren, want meten is wat het is.
Ruilen om beurten kan het evenmin dragen. Dat vereist een begrensde groep en een geheugen van beurten. Platforms hebben onbegrensde groepen en geen beurtstructuur.
Wat overblijft is precies rangorde en prijs. Dat zijn de twee die het medium wél kan representeren, en dus wat het produceert.
Dit is geen oorzaak-gevolgverhaal. Het is selectie door passen: wat in de vorm past blijft over, wat er niet in past verschijnt niet. De datums kloppen met die lezing. Verzadiging van de smartphone rond 2012, kanteling in partnervorming rond 2013, uiteenlopen van de jeugd vanaf ongeveer 2014.
Waarom het asymmetrisch uitpakt
Beide groepen reageren op hetzelfde feit, maar vanaf een andere plaats.
De instellingen die het mannelijke delen en ruilen huisvestten waren enkelvoudig van functie: vakbond, kerk, dienstplicht, leerlingwezen, arbeidersvereniging, amateurclub. Enkelvoudige instellingen storten in één keer in. De cijfers laten dat zien: mannen verloren hun vriendschapskring ongeveer vijf keer zo hard.
De instellingen die het vrouwelijke delen huisvestten liepen door verwantschap en zorg heen. Die netwerken zijn taaier, want ze zijn niet vrijwillig en niet opzegbaar. Vandaar 10 tegen 15 procent, en 41 tegen 21 procent bij emotionele steun.
Wie zijn wederkerigheidsinstellingen kwijt is en alleen rang aangeboden krijgt, grijpt naar rang. Dat is de rechtse beweging bij jonge mannen. Wie de ladderinstellingen op grote schaal is binnengekomen en ze van onderaf tegenkomt, betwist de rang. Dat is de linkse beweging bij jonge vrouwen.
Geen van beide is een terugkeer van het patriarchaat. Allebei zijn het wat een samenleving met twee van de vier verhoudingen produceert.
Dat verklaart ook het landenpatroon. De kloof is het scherpst waar de formele gelijkheid het verst is doorgevoerd. Formele gelijkheid wordt bereikt met wet en markt, en dat zijn ordinale en ratio-instrumenten. Ze verdelen posities uitstekend en bouwen geen wederkerigheid. Je kunt de posities gelijktrekken en het net toch hebben weggehaald.
Wat De Staël hier zegt
Partijgeest is haar naam voor wat er gebeurt met iemand die geen eigen stand heeft en er een krijgt van een zaak van buiten. Het eigen oordeel verdwijnt, en het vermogen tot compromis verdwijnt mee. Altijd allebei.
Dat is de manosfeer. Het is ook het spiegelbeeld ervan. Beide bewegingen werven bij mensen zonder stand door er een te verstrekken.
Zij had het niet over mannen of over vrouwen. Zij had het over wat er met een mens gebeurt als delen instort tot totaal lidmaatschap en er verder niets meer over is.
En breder
Hetzelfde patroon zit overal, want het is één beweging. Politiek is peiling en zetelaantal geworden. Wetenschap is citatie en impactfactor. Onderwijs is ranking en diploma. Kunst is streams en charts. Zorg is doorlooptijd. Steeds hetzelfde: het instrument kan alleen rangorde en verhouding weergeven, dus wat er niet in past houdt op te bestaan als categorie.
Daarom slaat het woord patriarchaat ook zo goed aan. Het is zelf een ordinaal woord. Het past in de infrastructuur die het bekritiseert. Een kritiek die alleen in rangordetermen te formuleren is, bevestigt de rangorde.
Nog één ding
Groot laat in haar eerste hoofdstuk zien hoe De Staël uit de filosofie is geschreven. Niet met een besluit. Met een herindeling. Een filosoof werd een schrijfster, en dat etiket deed twee eeuwen lang de rest.
Herindelen is een rangorde-handeling. Het sorteert, het argumenteert niet.
Daarom keert het eendimensionale instrument aan beide kanten van de zaak terug. Het apparaat dat De Staël verwijderde, sorteerde haar omlaag. Het apparaat dat haar nu verdedigt, sorteert de verwijdering onder één kopje. Allebei ordinaal. Geen van beide kan een verhouding beschrijven die geen positie is.
De Staël is een beter instrument voor haar eigen zaak dan het vocabulaire waarmee zij nu wordt gered. Dat is het scherpste wat over deze herontdekking te zeggen valt, en het is in haar voordeel gezegd.
Verder lezen
Germaine de Staël, De l’influence des passions sur le bonheur des individus et des nations (1796). Waarom lezen? Omdat elke samenvatting de vierdeling wegdrukt. In het boek zelf wordt zowel de rede als de hartstocht twee keer gesorteerd, en die dubbele sortering ís het argument. Leesadvies. Vrij beschikbaar in het Frans via Project Gutenberg. Lees de hoofdstukken over partijgeest, over filosofie en over studie achter elkaar; alleen in die volgorde worden de vier vakken zichtbaar. Een moderne Engelse vertaling bestaat nog niet. Eveline Groot werkt aan een kritische editie van een Nederlandse vertaling.
Germaine de Staël, Essai sur les fictions (1795). Waarom lezen? Kort, en het verklaart waarom zij romans schreef. Zonder dit essay lijken Delphine en Corinne een carrière naast de filosofie in plaats van een onderdeel ervan.
Eveline Groot, Reason and the Passions in the Philosophy of Germaine de Staël (proefschrift, Erasmus Universiteit Rotterdam, 17 april 2026). Waarom lezen? Het is de enige systematische behandeling van De Staël als filosoof in plaats van als letterkundige, en het gaat zorgvuldig om met de primaire tekst. Leesadvies. Hoofdstuk 2 voor de hartstochten. Hoofdstuk 5 voor het bezwaar tegen aanpassing aan de mannelijke rang. Hoofdstuk 1 voor het verwijderingsmechanisme — dat is het deel met de breedste toepassing buiten De Staël om.
Eveline Groot, “Public Opinion and Political Passions in the Work of Germaine de Staël”, Ethics, Politics & Society 4 (2021): 126–152. Waarom lezen? Open access, en de makkelijkste ingang tot het hele project. De publieke opinie wordt er tegelijk als bevrijdend en als uitsluitend behandeld — dezelfde dubbele waardering als de vier vakken.
Alan Fiske, “The Four Elementary Forms of Sociality”, Psychological Review 99 (1992): 689–723. Waarom lezen? Voor de koppeling van de vier verhoudingen aan de vier meetschalen. Die koppeling maakt van de reductie tot één dimensie een aantoonbare fout in plaats van een kwestie van smaak. Leesadvies. Het boek Structures of Social Life (1991) geeft hetzelfde met het volledige etnografische materiaal, maar is lang. Begin bij het artikel.
Gerda Lerner, The Creation of Patriarchy (1986). Waarom lezen? Omdat het de zaak dateert. Lerner betoogt dat mannelijke overheersing een historische constructie is, gevormd in Mesopotamië tussen ruwweg 3100 en 600 v.Chr., en dus een begin heeft. Leesadvies. Let op: Lerner verwerpt de gedachte van een voorafgaand universeel matriarchaat. Dat verzwakt het betoog hierboven niet maar versterkt het. Een gemaakt systeem laat zich beschrijven in termen van welke verhoudingen het bevorderde en welke het wegdrukte.
Heide Goettner-Abendroth, Matriarchal Societies (herziene editie, 2012). Waarom lezen? Het overzichtswerk over samenlevingen zonder besturende hiërarchie. Het levert het empirische punt dat zulke samenlevingen bestaan en niet het spiegelbeeld zijn van hiërarchische. Leesadvies. Lees het om het casusmateriaal, niet om de terminologie. Het woord matriarchaat wekt in elke moderne Europese taal de verkeerde indruk.
Michael Rosenfeld, Reuben Thomas en Sonia Hausen, “Disintermediating your friends”, PNAS 116 (2019): 17753–17758. Waarom lezen? De nuttigste meting uit dit stuk. Het volgt per decennium wélke instelling mensen aan hun partner hielp, en laat familie, kerk, buurt en vrienden verdrongen worden door een metende omgeving, met de kanteling rond 2013. Leesadvies. Bekijk eerst de grafiek. De lijnen voor familie, kerk en buurt dalen al vanaf ongeveer 1940; die voor vrienden pas vanaf circa 1995. Dat verschil in timing is zelf informatief.
Daniel A. Cox, “The State of American Friendship”, Survey Center on American Life (2021). Waarom lezen? De bron van de vriendschapscijfers. Let op dat de hele verdeling is opgeschoven, niet alleen de staart — dat maakt het structureel in plaats van een verhaal over een paar geïsoleerde mensen.
Bryce Ward, analyses van de American Time Use Survey (vanaf 2022). Waarom lezen? Voor de daling van 37 procent in tijd met vrienden sinds begin jaren tien. Het is Wards analyse van de onderliggende overheidsdata, geen cijfer dat het statistiekbureau zelf publiceerde.
John Burn-Murdoch, “A new global gender divide is emerging”, Financial Times, januari 2024. Waarom lezen? De compacte presentatie van de kloof tussen jonge mannen en jonge vrouwen, met de data erbij.
“Is there a growing gender divide among young adults in regard to ideological left–right self-placement?”, European Sociological Review 41 (2025): 862 e.v. Waarom lezen? Het eerlijke tegenwicht. Over 466.089 twintigers in 32 landen blijkt de divergentie in gewone links-rechtsplaatsing bescheiden en ongelijk verdeeld. Leesadvies. Lees het niet als weerlegging maar als plaatsbepaling: het verschijnsel is relationeel en niet ideologisch, en dat is precies het betoog hierboven.
Albert Borgmann, Technology and the Character of Contemporary Life (1984). Waarom lezen? Voor het device paradigm: techniek levert een gemak en trekt de praktijk eromheen terug. Naast Fiske gelezen beschrijft het dezelfde terugtrekking van de andere kant — Borgmann over wat wordt weggehaald, Fiske over wat nog weergegeven kán worden.
Alice Evans, The Great Gender Divergence (lopend werk). Waarom lezen? Voor het vergelijkende werk over waarom die kloof per land verschilt. Juist die variatie tussen landen is het materiaal waarmee de netlezing te toetsen is.
Will McWhinney, Paths of Change (1992). Waarom lezen? Een model van vier wereldbeelden, onafhankelijk afgeleid, dat hetzelfde terrein in vieren deelt als Fiske. Waar twee onafhankelijke afleidingen op vier uitkomen, is vier waarschijnlijk geen artefact van een van beide.
