J.Konstapel,Leiden,16-8-2026.
Spring naar de theorie hier.
Aanleiding
Een artikel in de Volkskrant was duidelijk laat zien hoe triest de psychiatrie er voor staat,
In de Volkskrant stond vandaag het verhaal van een meisje van zestien. Ze heeft twaalf instellingen vanbinnen gezien. Talloze crisisopnamen, isoleercel, dwangvoeding. Ze kreeg onderweg vijf diagnoses: autisme, complexe PTSS, een eetstoornis, een gedragsstoornis, hoogbegaafdheid. Na al die jaren wil ze niet meer.
De reflex is om te vragen wat er is misgegaan. Te weinig geld, te weinig plekken, te weinig deskundigheid. Ik denk dat er iets anders aan de hand is, en dat het erger is, omdat geen enkele hoeveelheid geld het oplost.
Er is namelijk twaalf keer gemeten met een instrument dat op dit soort dingen niet past. En dat instrument gaf twaalf keer hetzelfde niet-antwoord.
Een schaar die dit niet knipt
De psychiatrie werkt met categorieën. Er is een lijst, en die lijst ligt vast voordat de patiënt binnenkomt. Je kijkt welke hokjes passen.
Dat werkt zolang mensen zich als losse onderdelen gedragen. Maar een mens is geen optelsom van kenmerken. Wat een toestand betekent, hangt af van alles eromheen — van waar iemand is, met wie, na wat, en waar het naartoe leek te gaan. Dat is geen romantiek over de complexiteit van de ziel. Het is een eigenschap van het systeem.
En een lijst met vaste items kan zo’n systeem niet lezen. Niet omdat de lijst slecht is opgesteld, maar omdat de items hun betekenis meebrengen in plaats van hem ter plekke te krijgen.
Zo’n instrument geeft trouwens nooit “geen antwoord”. Het geeft een gedeeltelijke match. En dan nog een. Vijf diagnoses bij één meisje zijn niet vijf aandoeningen. Het is vijf keer dezelfde meetfout.
Daarna komt de tweede reflex: dan zit ze blijkbaar op de verkeerde plek. Overplaatsen. Twaalf instellingen zijn geen twaalf behandelingen. Het zijn twaalf metingen met hetzelfde meetlint.
De vraag anders stellen
Haal de categorieën weg en er blijft precies één ding over dat je nog over iemand kunt zeggen: waar hij staat.
Dat klinkt als een schrale rest. Het is het tegenovergestelde. Positie is het enige wat tegelijk van binnen en van buiten hetzelfde is. Het gevoel ergens te staan, en de meetbare hoek waaronder je staat, zijn één ding onder twee lezingen. Daar is geen vertaalslag nodig, en juist die vertaalslag is waar geest en materie sinds Descartes op stuklopen.
De vraag wordt dan niet meer wat heeft deze persoon? maar waar staat deze persoon, en wat blokkeert de beweging?
Dat is geen woordspel. Het verandert alles wat daarna gebeurt.
Vier mensen die dit al deden
Het bijzondere is dat dit geen nieuw idee is. Het is alleen nooit als één ding herkend, omdat niemand het object had om het op te schrijven.
Carl Rogers stelde het principe vast: de cliënt is de deskundige, de therapeut voegt niets toe. Zijn eigen uitkomstonderzoek liet zien dat succes niet van de techniek kwam.
Eugene Gendlin vond het mechanisme. Er is een lichamelijk aanvoelen dat aan woorden voorafgaat, en een woord dat van buiten wordt aangereikt levert niets op. Alleen een woord dat past, geeft die kleine verschuiving in het lichaam waaraan je merkt dat het klopt. Anders gezegd: je vóélt wanneer iemand een vaste lijst op je loslaat.
David Grove maakte er een handeling van. Hij haalde het werk uit de taal en zette mensen in de kamer. Hij ontdekte dat hij door iemand langzaam rond te draaien bij elke hoek iets anders kreeg — en dat de fysieke draai de psychische knoop losmaakte. Niet als beeld. Als procedure.
Rudolf Laban had daar vijftig jaar eerder al een schrift voor. Hij ontwierp een notatie voor beweging in de ruimte zoals bladmuziek er een is voor toon. Zijn beroemde oefenkubus — de danser staat in een denkbeeldige kubus en reikt naar de vlakken, de ribben, de hoeken — is niet alleen een trainingshulpmiddel. Het is een telraam.
De kubus
Drie assen. Elke as drie standen: heen, midden, terug. Dat geeft zevenentwintig richtingen. Ze vallen precies uiteen: één midden, zes rechte richtingen naar de vlakken, twaalf naar de ribben, acht naar de hoeken.
Die acht hoeken zijn de richtingen waarin je alle drie de assen tegelijk gebruikt.
En nu het aardige. Datzelfde getal acht komt bij Laban nog een keer voor, op een plek die niets met ruimte te maken heeft. Hij onderscheidt acht bewegingskwaliteiten — deppen, zweven, duwen, wringen, slaan, hakken, glijden, flikken — en die ontstaan uit drie keuzes van twee: zwaar of licht, snel of langzaam, recht of omweg. Weer acht.
Acht hoeken voor waar je heen gaat. Acht kwaliteiten voor hoe je er komt. Dezelfde structuur, twee lezingen.
Dat is precies het onderscheid dat in dit werk steeds terugkomt. Er is een laag die vastligt — waar je staat — en een laag die beweegt — hoe gespannen het er is. Ze worden voortdurend door elkaar gehaald, en dat door elkaar halen is waar de meeste schade vandaan komt.
Twee geschiedenissen
Grove liep tegen datzelfde onderscheid aan zonder ernaar te zoeken.
Als je iemand terugtrekt door zijn gevoelens en gebeurtenissen, krijg je de persoonlijke geschiedenis: wat er gebeurd is, wie het deed. Maar als je op een andere manier terugtrekt, kom je bij iets anders uit — een geschiedenis die volgens hem volledig losstaat van familie en biografie, en die over herkomst en bestemming gaat.
Twee geschiedenissen. Onafhankelijk. De tweede niet uit de eerste af te leiden.
Daaruit volgt de scherpste breuk met de huidige praktijk. Wat vastligt is nooit het probleem. Een plek is geen gebrek. Alles wat behandelbaar is, is spanning — en spanning heeft een duur, geen aard. Een toestand die twintig jaar heeft geduurd is nog steeds spanning. Hij heeft een lange vasthoudtijd, en dat is iets anders dan chronisch zijn.
Wat het systeem doet
Zet je de vereisten naast de praktijk, dan staat er iets ongemakkelijks.
Wat nodig is: eerst de ruis omlaag, via nabijheid en veiligheid. Wat er gebeurt: isoleercel, dwang, fixatie — alle drie verhogen de ruis.
Wat nodig is: één stabiel veld om iemand heen, opgebouwd en vastgehouden. Wat er gebeurt: overplaatsing, twaalf keer, en elke overplaatsing breekt precies datgene wat stabiliseert.
Wat nodig is: iemand die eigenaar is van de samenhang rond deze patiënt. Wat er gebeurt: vijftien psychiaters, twintig artsen en dertig verpleegkundigen die om beurten zeggen dat ze hier niet van zijn.
Wat nodig is: bewegingsruimte. Wat er gebeurt: bewegingsruimte inperken.
Elke regel staat omgekeerd. Dat is geen slordigheid. Dat is een systeem dat consequent tegen zijn eigen variabelen in werkt, en het zal dezelfde uitkomsten blijven produceren bij elk budget, omdat de protocollen geschreven zijn in het kader dat de regels omkeert.
Waarom de goede behandelaar zich niet kan verdedigen
Er is nog een gevolg, en dat vind ik het meest verontrustende.
Een behandelaar die met categorieën werkt kan zijn zorgvuldigheid laten zien: het dossier, de diagnose, de richtlijn die gevolgd is. Een behandelaar die naast iemand gaat zitten en het veld vasthoudt, kan dat niet. Er is niets in het huidige dossier dat registreert wat hij deed.
De psychiater in de Volkskrant zegt dat de inspectie hem vooral aanraadt goed te documenteren. Dat is hetzelfde contextvrije instrument, één niveau hoger toegepast — nu op de behandelaar. Wie het goed doet, staat structureel bloot aan het verwijt van onzorgvuldigheid, en kan dat verwijt niet weerleggen zolang er niets gemeten wordt.
Dat is voor mij de eerste reden om een meetinstrument te bouwen. Niet betere behandeling — verdedigbare praktijk. Zolang samenhang, vasthoudtijd en doorstroming niet worden vastgelegd, heeft de goede clinicus geen bewijs en heeft het foute kader al het bewijs.
Wat het kost om dit te toetsen
Dit hoeft geen theorie te blijven. De voorspellingen zijn hard: wie veel verplaatst wordt gaat achteruit, ook als je voor ernst corrigeert. Wie eerst wordt teruggehaald naar een rustiger uitkijkpunt houdt zijn oplossing langer vast dan wie er dwars doorheen wordt geduwd. Vasthoudtijd voorspelt beter dan piekspanning.
Wat is ervoor nodig? Twee hartslagbandjes van dertig euro. Een vloer. Twee keer per dag een cijfer. En één behandelaar die bereid is hoek en volgorde te noteren in plaats van het verhaal.
Een raamwerk waarvan de eerste toets zestig euro kost, heeft geen excuus om een raamwerk te blijven.
Denk je aan zelfdoding? Bel 0800-0113 of chat op 113.nl.
BIJLAGE
Een wiskundig model voor Psychopathologie en Psychotherapie
Over het Herstellen van de Breuk tussen Geest en Materie.
David Grove

