Deze blog gaat over de software-ontwikkeling in het bankwezen tussen 1970-1991.
“The Bad wants to Control Everything. The Good gives us Joy, Pleasure and Exitement. The Bad moves Back in Time. It wants to restore what was already there. Its final aim is the Zero, Empty Space. The Good moves Forwards in Time. It creates new Perspectives about a Bright New Future. Its final aim is Every Thing, the Many, Infinite Space filled with an Infinite Amount of Forms. The Bad and the Good move Back and Forth around an Unknowable Center, the Nothing (“the impossible”), that makes Every Thing possible.” (About Good Vibrations).
Ratio en Emoties gaan Op- en Neer. De verbeelding en de zintuigen/spieren (“het lichaam) gaan heen- en weer.
Technologie reduceert de wereld tot een hulpmiddel,
Het structureert ons handelen en denken op een manier die onze interactie met de werkelijkheid totaal verandert waardoor we authenticiteit en diepgang verliezen.
Een knapperend haardvuur waar we de houtblokken zelf voor hebben gehakt transformeert in een koud videoscherm.
Alles gaat vanzelf zonder enige weerstand totdat de stroom uitvalt.
Frame
We zien alles door een Euclidisch frame.
“Leonardo da Vinci gebruikte een kaartprojectiemiddel om een bol op een Euclidisch vlak te projecteren.”
1.2 Abstractie
Een Bootstrap is een zelfreferentie ook wel fractal genoemd.
Het Sturende,, Agency, heeft de voorkeur gehad ten opzichte van Communion, het samenvoegen, met als eindpunt AI, het Global Brain, de Menselijke Robot
Abstractie is een cognitief proces omhoog waarbij we de essentie van iets isoleren en de overbodige details weglaten.
Abstractie wordt een probleem als de weg omlaag niet meer mogelijk is, omdat de context is verdwenen.
We kunnen de abstracte concepten dan niet meer terugvertalen naar concrete voorbeelden.
Als er steeds wordt gekozen voor controle (blauw) wordt de machine de baas.
Naar aanleiding van het ontdekken van FAIR, een standaard m.b.t. Datamanagement, beschrijf ik de geschiedenis van het gegevensmanagement bij de ABN sprongsgewijs.
Evolutie van Stap naar Stap
waarbij ik soms naar het verleden en soms naar de toekomst spring. waarna ik m.b.v. GPT opsommingen maak waarin de beslissende stappen worden getoond. Die opsommingen , kun je makkelijk overslaan.
Welke Keuzes zijn gemaakt?
Hierdoor laat ik zien wat de keuzes in het verleden voor invloed hebben gehad op het heden wat wellicht meer inzicht geeft m.b.t nieuw te maken keuzes.
Zakelijke Belangen belangrijker dan Kwaliteit
In het algemeen kun je zien dat zakelijke belangen en de eigen status een diepgaande analyse overschaduwen en dat er vrijwel nooit een stap terug wordt gezet waardoor de chaos groter wordt.
Edsger Dijkstra is een van de pioniers van de Nerlandse IT. Hij was bijv. de uitvinder van het gestructureerde programmeren. Hij vertrok teleurgesteld naar de VS. Dijkstra kreeg meer dan gelijk.
Taal, redeneren is Left-Brain Computing terwijl het omgekeerde Right Vrain Computing visueel is.
Peter Naur, een van de bedenkers van een van de eerste computertalen Algol, waarschuwt aan het einde van zijn leven voor het gevaar van abstractie, een gevaar waar de Fenomenologen ook voor waarschuwden.
Deze blog beschrijft mijn betrokkenheid bij het (meta-)Datamangement, het besturen van het automatiseren van het automatiseren vande werkprocessen van 1976 tot 1991 bij de ABN en na de fusie bij de ABN AMRO.
Ik zal met behulp van GPT, die een expert is in opsommingen maken, laten zien dat de chaos op het gebied van datamanagement enorm is toegenomen, omdat er helemaal niet wordt samengewerkt.
Er is zelf geen consensus over wat semantiek is waardoor iedere betekenis onderhavig is aan persoonlijke interpretatie en natuurlijk discussie, wat een competitie is die divergeert dus ook geen dialoog, die convergeert.
PoC, Paths of Change in combinatie met andere theorien die een cyclus als meta-model hebben maakt het erg makkelijk om verschillende processen te vergelijken en in de juiste schaal te plaatsen.
De combinatie schalen + cycli toont een spiraal
Ik ontdekte PoC nadat ik de ABN AMRO had verlaten.
Ik was toen al op de hoogte van de Kondratiev-cyclus.
PoC paste precies op mijn ervaring, die ik had opgedaan toen ik de IT-werkprocessen van de ABN en AMRO mocht fuseren in 1991.
Fusie-> Crash
Die fusie laat zien dat twee bedrijven in dezelfde markt met het zelfde aanbod van diensten vanwege hun cultuur en geschiedenis zowel technisch als organisatorisch haakse keuzen maken waardoor een fusie eigenlijk onmogelijk was behalve door uitsluitende keuzes te maken waarbij men door het politieke spel precies de verkeerde kanten koos wat ook nog is alom bekend was.
Een vorm van het noodlot?
De behoefte aan de top om groter te worden zodat men nog groter kon worden betekende uiteindelijk toen men samen met Barclays parter uit de ABECOR de aller allergrootste te worden veroorzaakt een tegenreactie van de concurrenten aangevoerd door Fortys waardoor de bank en dan vooral de delen van de ABN in stukjes werden doorverkocht waardoor honderden jaren van ervaring en voral ook netwerk werd vernietigd.
De vier gezichtspunten (worldview) komen uit de Paths of Change (POC) van Will McWhinney, die eigenlijk de archetypen van Jung zijn, die uit de Alchemie komen. POC is altijd eengesloten cyclus, waarin de uitkomst niets is (0, Harmonie).
Dit betekent concreet dat er in het diepste wezen niets veranderd, omdat alles een uiting is van het niets, de singularity, het zwarte gat in het gelactische centrum, waar onze zon omheen draait en waar we naar toe worden gedtrokken. Op dat moment komen w er aan de andere kant (“white hole”) in ons zuster-uiversum weer uit.
We zijn gevallen voor de ultime verleiding van het Patriarchaat namelijk alles wordt centraal geregeld nu vooral door Big Tech in de VS.
het Automatiseren van het Automatiseren is een vorm van Zelfreferentie die ook wel bootstrapping wordt genoemd naar het verhaal van de Baron van Munchausen die zich zelf optilde met zijn schoenen..
AI
De ultieme bootstrapping doet zich voor in de AI, waar de taalwisseling van het Internet nu is gevoed aan een fractaal algoritme wat met zichzelf spelletjes speelt.
AI & Global Brain
Het Global Brain is geboren en probeert zelfbewust te worden maar wordt beperkt door zijn schepper, die ook weer wordt beperkt door zijn schepper,, die wordt beperkt door de 0.
Wat is er allemaal gebeurt en waarom in de cognitieve taaltheorie dat het erg moeilijk maakt om definities te maken en wat is behulpzaam? Als een concept geen beeld heeft is het een abstractie. Concrete Objecten zijn verbonden door Metaforen.
Tegenwoordig kun je m.b.v. AI en Protege iedere taxonomy en model naar een andere taxonomy en model afbeelden als je de goede vragen beantwoordt.
OWL Web Ontology Language:
Van Kleitablet tot Encyclopedie:
De geschiedenis van de gegevensdefinitie correleert met de geschiedenis van de dataopslag, die begint met het kleitablet opgeslagen in een bibliotheek met referenties naar andere kleitabletten die weer correleert met de geschiedenis van het terugvinden van data, die ook weer werd opgeslagen in een thesaurus of een encyclopedie.
Van Tabulatie naarCognitie
De geschiedenis van databases loopt parallel met de evolutie van computersystemen.
In het tabulatietijdperk (1900-1940) werden gegevens simpel opgeslagen op ponskaarten.
Tijdens het programmeerbare tijdperk (1950-heden) ontstonden relationele databases, waarmee gestructureerde data effectief kon worden beheerd.
In het cognitieve tijdperk (2011-heden) werken systemen met grote hoeveelheden ongestructureerde data, zoals tekst en afbeeldingen. Hier ontstonden NoSQL-databases en AI-gebaseerde systemen die niet alleen data opslaan, maar ook leren en redeneren, wat traditioneel relationele databases niet konden.
Kenmerken van Cognitieve Systems:
Probabilistisch: In tegenstelling tot traditionele computers die deterministisch werken, zijn cognitieve systemen in staat om met onzekerheden om te gaan en hypotheses te genereren.
Leren en redeneren: Deze systemen leren voortdurend van hun interacties met mensen en hun omgeving. Ze kunnen redeneren, conclusies trekken en zelfs hun eigen hypotheses ondersteunen.
Natuurlijke interactie: Cognitieve systemen kunnen natuurlijke taal verwerken, beelden herkennen en zelfs emoties herkennen. Hierdoor kunnen ze op een meer menselijke manier met ons communiceren.
Wat zijn de beperkingen van Cognitieve Systemen?
Gebrek aan common sense: Hoewel cognitieve systemen uitstekend zijn in het analyseren van grote hoeveelheden data, hebben ze moeite met het begrijpen van subtiele nuances, contextuele informatie en common sense.
Data afhankelijkheid: De prestaties van cognitieve systemen zijn sterk afhankelijk van de kwaliteit en kwantiteit van de data waarmee ze worden getraind. Een gebrek aan representatieve data kan leiden tot bias en onjuiste resultaten.
Interpretatie van resultaten: Het interpreteren van de output van cognitieve systemen kan complex zijn, vooral wanneer de resultaten niet intuïtief zijn. Er is vaak menselijke expertise nodig om de resultaten te begrijpen en te vertalen naar concrete acties.
Ethische overwegingen: De ontwikkeling en toepassing van cognitieve systemen roepen ethische vragen op, zoals bias, privacy, verantwoordelijkheid en de impact op de arbeidsmarkt.
1.9 Wat is de volgende Fase?
De precessiecyclus is de belangrijkste cyclus van de aarde en was >10.000 jaar geleden bekend bij de Magi van Babylonie. In deze cyclus draait de zodiac achteruit (retrogade). We zijn aan het begin van een cyclus die 25.000 jaar duurt. Dat begin heet Waterman.
Zwaartekrachtvelden
beinvloeden de zonnecyclus, die weer ons klimaat beinvloedt, en de mens beinvloed.
Astrologie gaat eigenlijk over de velden die ons beinvloeden.
De zon draait om het centrum van de Melkweg, ons sterrenstelsel.
Dit centrum bevat een superzwaar zwart gat, Sagittarius A*, dat zich op ongeveer 26.000 lichtjaar van ons bevindt.
Het belangrijkste leerpunt is dat standaarden of regels alleen maar werken als de gebruikes (of “slachtoffers”) van deze regels er in hun eigen werk onmiddelijk baat bij hebben.
de vierhoek (Quaternion) van carl jung als PoC-model.De vier hoeken kunnen op 12. +1 manieren worden verbonden.De vierhoek wordt gestuurd door 2 complementaire variabelen communion (samen) en agency (alleen).Het model komt ook terug in de Quaternion van ,die de natuurkunde die het E/M-veld beschrijft.
Oude Geometrische patronen
Het wereldwijde netwerk van Will McWhinney wat regelmatig bij elkaar kwam op de Ghost `range bij Taos in in New Maxico heeft heel veel gedaan om de achtergronden van het Quaternion-patroon te achterhalen.Zo kwam ik op de bronze mean en Malcolm McEwen,
De bronze mean reeks is een bijzondere vorm van de reeks van fibonacci zet zich voort in de 43 van de Sri Yantra..
In het midden de Singularity (1, Bindu). De vier poorten van de Quaternion,waarbij de opgaande driehoek agency en de neergaande driehoek communion. De Bronze Mean (1,4,13,43) is zichtbaar in de Sri Yantra.de volgende term in reeks kun je uitrekenen door de 3x de waarde te berekenen + de vorige term dus 43=3×13+4.
De bronze mean beschrijft de ontwikkeling van belangrijke sprirituele systemen.
Pentagram
Oude geometrien zoals de Sheng-cyclus kunnen worden gebruikt om moderne cycli te ontwerpen en te begrijpen.
Hetzelfde model als het model van PoC hierboven maar nu als een pentagram en passend op de Chinese Sheng Cyclus, die de basis vormt voor onder meer de acupunctuur. Deze cuclus loopt ook met en tegen de klok, de scheppende (generating) of de vernietigende (insulting)cyclus. Protect is in het vierkant het kruispunt.
In 1985 werd ik gevraagd om een nieuwe afdeling Gegevensbeheer op te zetten bij de ABN.
ABN was al heel lang, ik vermoed sinds 1950, bezig met software-architectuur en had die architectuur geïmplementeerd in gedeelde software (sub routines) waarvan een deel was geschreven in Assembler.
IBM 701
De IBM 701, gelanceerd in 1952, was een van de eerste commerciële computers
Het computercentrum stond in Amstelveen en was berekend op enorme computers, waarvan de zwaargekoelde ruimtes in mijn tijd waren omgebouwd tot kantoorruimte, waardoor het sickbuilding syndroom toesloeg.
Door ziekte heb ik de functie van mijn collega van de facilitaure dienst een tijd overgenomen waardoor ik daar iets aan kon doen.
Er was een CRM-systeem (Centrale Registers), een EBS (eenmalig boeken systeem), specialistische Geld-systemen (Sparen, Deposito’s, ) , een centrale Dealingroom waar ik de architect van was en een Meta-adninistratie waarbij er gebruik werd gemaakt van het pakket Data-manager (AG) dat nog steeds bestaat.
Datamanager: Meta-GegevensBeheer
Datamanager werd gebruikt om meta-gegevens definities vast te leggen die in de software werd geincorpereerd (Cobol CopyLib).
een Metagegeven is een beschrijving van een gegeven b.v. betekenis (semantiek,definitie), syntax (Numeriek, Alfanumeriek, lengte (in bytes)) etc.
het programmeren van de eerste computer was enorm ingewikkeld vandaar dat er een algemene taal werd bedacht (ALGOL) die snel werd opgevolgd door gespecialiseerde talen zoals COBOL (Banken, data inntensief), Fortran (algoritme intensief) PL1, een combinatie.en APL, een gespecialiseerde wiskunde taal die bij de Universiteit en ABN werd gebruikt in de Operations Research (OR) afdeling waar ik als eerste kwam te werken waarna ik overstapte naar de Hoofddirectie van de PTT als adviseur van de DG Personeel..
Mijn overstap naar OSO-Bi (Organisatie en Systeemontwikkeling Binnenland was een initiatief van de ABN en een vultuurschock, omdat bij OSO alles was gebonden aan regels (standaarden).
Metataal
Bij OR werkten we veel en veel sneller wat veel conflicten met OSO opleverde, omdat vastgelopen projecten door OR m.b.v APL en door ons ontwikkelde Metataal soms in een paar dagen werden voorzien van een werkend prototype inclusief database.
Ik was de enige en eerste wiskundige bij OSO, die een eigen interne opleiding had voor programmeurs.
Binnen een jaar was ik groepsleider en vakadviseur, verantwoordelijk voor Methoden en Technieken.
We werden door mijn toedoen een grootafnemer van VOLMAC TT, een enorm innovatief trainingsbedrijf.
Ze leerden de programmeurs geen theorie , maar de praktijk. Later ontdekte ik dat ze de leertheorie van Roger Schank gebruikten (Case Based Learning).
Toen was informatica nog een onderdeel van de wiskunde.
2.4 Wat zijn Gegevens?
Om adequaat beheer te kunnen in de vorm van hergebruik vonden we vrij snel een oude gegevensdefinitie-methode die was gebruikt door de Duitse Standaarden-organisatie DIN.
Eugène Wüster – “Internationale Sprachnormung in der Technik, besonders in der Elektrotechnik” (1931) was de belangrijkste wetenschappeer in de ontwikkeling van het systematisch onderzoeken van vaktaal en het definieren van termen. Er was een speciaal banktermenboek wat werd gebruikt door de juristen van de bank.
De metode leek erg veel op wat NIAM is gaan heten, een definitie methode ontwikkeld door Sjir Nijssen bij Control Data.
2.5 Meta-Data-Model
Deze methode keverde het Meta-meta-model wat ook nog is goed paste op het meta-model van Datamanager.
In 1975 introduceerden Jack Dennis en David Misunas een dataflow-model waarin instructies worden uitgevoerd zodra de benodigde data beschikbaar is, in tegenstelling tot de sequentiële von Neumann-architectuur.
Dit maakt dataflow inherent parallel, omdat meerdere instructies tegelijk kunnen worden uitgevoerd wanneer hun data beschikbaar is, terwijl de von Neumann-architectuur sequentieel werkt, wat beperkingen oplegt aan de mate van parallelisme in berekeningen
Het meest bruikbare meta-object is een combinatie van een proces en de input en -output van gegevens vergelijkbaar met een workflow.
Een meta-meta-model wordt nu een ontologie genoemd.
Ondertussen zijn de verschillende domeinen waar men dataflows maakt hun eigen gang gegaan met als voorbeelden:
Dublin Core: Een eenvoudige set van 15 elementen voor het beschrijven van informatiebronnen (zoals titel, auteur, onderwerp, en datum).
MODS (Metadata Object Description Schema): Een uitgebreide standaard voor het beschrijven van complexere bronnen zoals boeken, artikelen, en audiovisuele werken.
METS (Metadata Encoding and Transmission Standard): Gebruikt voor het coderen en overdragen van metadata, vooral in digitale bibliotheken en archieven.
RDF (Resource Description Framework): Gebruikt voor het beschrijven van data op het web en voor het bevorderen van de uitwisseling van data tussen verschillende systemen.
Domeinspecifieke metadatastandaarden:
EXIF (Exchangeable Image File Format): Gebruikt voor het opslaan van metadata in digitale fotobestanden, zoals camera-instellingen en locatie-informatie.
ID3: Gebruikt voor het opslaan van metadata in MP3-bestanden, zoals artiest, album en titel.
TEI (Text Encoding Initiative): Standaard voor het beschrijven van gestructureerde tekstuele bronnen, vaak gebruikt in de geesteswetenschappen.
DCIM (Digital Camera Image File Format): Metadata voor digitale fotobestanden, vergelijkbaar met EXIF.
Geografische en wetenschappelijke standaarden:
FGDC-CSDGM (Federal Geographic Data Committee Content Standard for Digital Geospatial Metadata): Beschrijft geospatiale gegevens, ontwikkeld voor geografische informatie.
SO 19115: Standaard voor geospatiale metadata, wereldwijd gebruikt voor het beschrijven van geografische gegevens.
DataCite: Gebruikt in de wetenschappelijke wereld voor het beschrijven van onderzoeksgegevens, met het oog op het toegankelijk maken van datasets.
Standaarden voor digitale archivering en behoud:
REMIS (Preservation Metadata: Implementation Strategies): Een standaard gericht op het beschrijven van de levenscyclus van digitale objecten voor lange termijn archivering.
OAIS (Open Archival Information System): Een referentiemodel dat beschrijft hoe digitale informatie langdurig kan worden bewaard en toegankelijk gehouden.
Oplossingen die in ontwikkeling zijn:
Crosswalks en mapping tools: Tools die automatisch mappings maken tussen verschillende metadatastandaarden (bijv. Dublin Core en MODS) worden steeds verfijnder. Deze helpen om metadata van het ene formaat om te zetten naar het andere.Ontologie-gebaseerde benaderingen: Door gebruik te maken van ontologieën en semantische webtechnologieën (zoals RDF en OWL), wordt het mogelijk om verschillende standaarden te verbinden en metametadata op een flexibele en interoperabele manier te beheren.
Na meer dan 50 jaar is men nog niet verder dan het oorspronkelijk meta-meta-model van Satamanager.
2. 7 ADA
ADA (ABN Datamanagemt Aplicatie) werd in 1985.geboren
ADA heeft zich gestaag ontwikkeld tot de fusie met de AMRO in 1991 waarin politieke keuzes werden gedaan die later erg veel problemen opleverden.
Het Meta-Proces-model
Na een analyse van het bedrijfsproces wordt een Ontwerp omgezet in Software, die weer wordt ingepast in een Exploitatiesysteem wat wordt ingevoerd en beheerd, waarbij een nieuwe cyclus start.
Al deze processen hadden hun eigen aanpak, metadata en hulpmiddelen, zoal JCL voor het computercentrum..
Zo werden de bedrijfsprocessen geanalyseerd m.b.v. tijd- en bewegingsstudies- die de gondslag legden voor de Ergonomie.Hier was een speciale afdeling voor.
De ISAC-methode, ontwikkeld door Börje Langefors in de jaren ’70, is een gestructureerde aanpak voor het ontwerpen van informatiesystemen, met de focus op gebruikersbehoeften en organisatorische processen. Het omvat situatieanalyse, systeemmodellering, en veranderingsanalyse, met sterke nadruk op gebruikersbetrokkenheid. ISAC combineert inzichten uit systeemtheorie en cybernetica en was een vroege poging om technische en organisatorische vereisten te integreren. Hoewel later vervangen door nieuwere methoden, blijft het een belangrijke mijlpaal in de ontwikkeling van systeemontwerp.
Het eerste proces model kwam van ISAC ontworpen door Langefors met name het principe van de verandering-analyse gebaseerd op de OPAFIT-benadering sloeg aan.
Ik ontdekte deze vier “kijken” later in het werk van Will Mcwhinney.
Een IT-ivestering was niet alleen en Businesscase maar ook een sociaal veranderingsproces.
ISAC werd gekoppeld aan het bestaande geautomatiseerde proces wat liep van vooronderzoek tot exploitatie met Testen als intermediair.
Programmeer-Methodes
JSP-JSD
Er waren in die tijd gespecialiseerde programmeermethoden die langzaam stap voor stap evolueerden naar Ontwerpmethoden. die weer aansluiting vonden met procesanalyse methodes als ISAC.
De grote stap werd gemaak toen iedre ontwikkelaar een eigen gekoppelde PC kreeg een
Workbench
iedere keer moest het meta-proces en het meta-model worden aangepast.
In die tijd kwamer er ook geintegreerde methodes met een eigen workbench en dictionary die nu repository werd genoemd.
In 1998 heb in het jubileumboek van SMo een evaluatie geschreven over mijn 20 jarige ervaring met IT van 1969-1998.
Börje Langefors’ ISAC-methodologie legt de nadruk op een gestructureerde, methodische benadering van informatiesysteemontwikkeling, gericht op het analyseren van informatiestromen binnen organisaties. Christopher Alexander daarentegen biedt een patroon-georiënteerde aanpak, waarbij systemen organisch evolueren op basis van terugkerende patronen en lokale omstandigheden, met focus op flexibiliteit en context. Het belangrijkste verschil is dat Langefors een formeel en hiërarchisch proces volgt, terwijl Alexander een meer dynamische en contextuele aanpak hanteert.
Het document beschrijft de FAIR-principes (Findable, Accessible, Interoperable, Reusable) voor wetenschappelijk databeheer en -toezicht.
Deze richtlijnen zijn ontwikkeld om het hergebruik van wetenschappelijke gegevens te verbeteren, met name door machines in staat te stellen automatisch gegevens te vinden en te gebruiken.
De FAIR-principes richten zich op het bevorderen van goede databeheerpraktijken, wat essentieel is voor kennisontdekking, innovatie en de integratie van gegevens voor toekomstig onderzoek.
Belangrijke punten:
Vindbaarheid (Findability): Data moeten voorzien zijn van unieke en blijvende identificatoren, en metadata moeten de beschrijvingen bevatten.
Toegankelijkheid (Accessibility): Data en metadata moeten toegankelijk zijn via gestandaardiseerde protocollen.
Interoperabiliteit (Interoperability): Data moeten uitwisselbaar zijn en gebruik maken van gemeenschappelijke formaten en standaarden.
Hergebruik (Reusability): Data moeten goed beschreven zijn, zodat ze in de toekomst opnieuw gebruikt kunnen worden met duidelijke licenties en correcte herkomstinformatie.
De principes zijn ontwikkeld om zowel mensen als machines te ondersteunen bij het vinden, gebruiken en citeren van data in wetenschappelijk onderzoek. Het document geeft voorbeelden van organisaties en platforms die deze principes in praktijk brengen, zoals Dataverse en UniProt. FAIR-principes bieden een kader voor goed databeheer, essentieel voor toekomstig wetenschappelijk onderzoek en innovatie.
1.1 Tussen 1950-heden is de wereld met groot enthousiasme door technici ingepakt in software.
1.2Abstractie is een cognitief proces omhoog waarbij we de essentie van iets isoleren en de overbodige details weglaten. Abstractie wordt een probleem als de weg omlaag niet meer mogelijk is, omdat de context is verdwenen.
1.3 In het algemeen kun je zien dat zakelijke belangen en de eigen status een diepgaande analyse overschaduwen en dat er vrijwel nooit een stap terug wordt gezet waardoor de chaos groter wordt.
1.5 oC, Paths of Change in combinatie met andere theorien die een cyclus als meta-model hebben maakt het erg makkelijk om verschillende processen te vergelijken en in de juiste schaal te plaatsen.
1.6 De ultieme bootstrapping doet zich voor in de AI, waar de taalwisseling van het Internet nu is gevoed aan een fractaal algoritme wat met zichzelf spelletjes speelt.
1.7 Deze blog heeft enorm veel voorlopers die hier op een rijtje worden gezet.
1.8 De theorie en de hulpmiddelen op het gebied van de Semantiek zijn sinds 1985 enorm veranderd.
1.10 Ervaring <-> Theorie Het belangrijkste leerpunt is dat standaarden of regels alleen maar werken als de gebruikers (of “slachtoffers”) van deze regels er in hun eigen werk onmiddelijk baat bij hebben.
1.11 DEMO is een goed voorbeeld van wat Will McWhinney een Analytic game noemt. Het verbindt de Model kant (blauw) met de proces-kant (rood) en mist daarmee vijf andere mogelijke spelen die ook een cyclus kunnen vormen.
2.1 In 1985 werd ik gevraagd om een nieuwe afdeling Gegevensbeheer op te zetten bij de ABN.
2.2 Er was een CRM-systeem (Centrale Registers), een EBS (eenmalig boeken systeem), specialistische Geld-systemen (Sparen, Deposito’s, ) , een centrale Dealingroom waar ik de architect van was en een Meta-adninistratie waarbij er gebruik werd gemaakt van het pakket Data-manager (AG) dat nog steeds bestaat.
2.4 Wat zijn Gegevens? Om adequaat beheer te kunnen in de vorm van hergebruik vonden we vrij snel een oude gegevensdefinitie-methode die was gebruikt door de Duitse Standaarden-organisatie DIN.
2.5 Gegevensmanagement gaat over het beheren van de gegevens van de gegevens en de processen, die worden beschreven door een meta-meta-gegevens model wat je mebeulp van dezelfde aanpak ontwerpt als die voor “gewone” gegevens en processen en adminstreert met een speciale database nu repository genoemd.
2.7 ADA was de naam van het software-systeem dat de meta0gegevens van de ABN bestuurde, Het Boodt de mogelijkheid om het ontwikkel-proces te automatiseren van initiatiatie tot exploitatie.
Hiertoe moesten er allerlei keuzes worden gedaan m.b.tot methoden, technieken en hulpmiddelen, waarbij de keuze voor een meta-procesmodel cruciaal is. Hier kwamen wij uit op ISAC.
Abstractie is een krachtig hulpmiddel, maar het kan gevaarlijk zijn wanneer het te ver afdrijft van de tastbare werkelijkheid. Hoewel het ons helpt complexe systemen te begrijpen, kan het ons ook vervreemden van de nuances van het echte leven. Het is daarom essentieel om een evenwicht te vinden waarbij abstractie nog steeds verbonden blijft met de concrete menselijke ervaring, zodat ons begrip van de wereld niet vertekend raakt.