Op Zoek naar het Hart van de Verloren Ziel

“Deze waarheid, die boven de geest van de mens staat, is waar de mens zich aan moet onderwerpen… Dit is het licht dat de ziel verlicht, zodat zij de waarheid kan zien. Dit is geen licht dat de ogen aanschouwen, maar datgene waarmee de ziel zelf wordt verlicht.”
(Augustinus De Civitate Dei, Boek XI, Hoofdstuk 2)

Direct naar de conclusie druk hier.

Kantelpunt

Nietsche leefde precies op het kantelpunt 1889 tussen tussen de Oude en de Nieuwe tijd (Late Modernity) ingeleid door de val van de Berlijnse muur in 1989.

0. Introductie

Net als na de Franse Revolutie, toen de grote idealen van vrijheid, gelijkheid en broederschap leken te verzanden in chaos en dictatuur, volgde er na de val van de Muur een periode van grote verwachtingen en bittere teleurstellingen.

De hoop op een nieuwe wereldorde maakte plaats voor een zoektocht naar identiteit, een verlangen naar authenticiteit en een afkeer van rigide ideologieën.

De Romantiek is weer terug.

Kubler Ross model voor Rouwverwerking.

Samenvatting:

Naar de samenvatting druk hier.

1. Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap

Het wordt tijd om weer de baricade op te gaan om de Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap terug te halen en van een nieuw jasje te voorzien.

In deze blog laat ik zien dat we erg nog veel last hebben van oude indelingen, die de context vernietigen en het creatieve potentieel belemmeren waardoor uiteindelijk alles stil lijkt te staan.

De vier deugden van Plato geprojecteerd op de Christelijke deugden

Een slogan die de deugden van Plato zou weerspiegelen in plaats van de idealen van de Franse Revolutie, zou er zo uit kunnen zien:

“Wijsheid, Rechtvaardigheid en Harmonie”

  • Wijsheid (Sophia) vervangt Vrijheid, omdat het wijsheid is die richting geeft aan het juiste gebruik van vrijheid en de keuzes van individuen en leiders bepaalt.
  • Rechtvaardigheid (Dikaiosyne) vervangt Gelijkheid, omdat Plato’s rechtvaardigheid inhoudt dat iedereen in de samenleving eerlijk wordt behandeld en op basis van zijn capaciteiten een passende rol vervult.
  • Harmonie (Sophrosyne) vervangt Broederschap, omdat matigheid en zelfbeheersing bijdragen aan evenwicht en samenwerking binnen de samenleving, net zoals broederschap mensen verbindt.

De Muur komt Weer terug:

1889 ligt precies in het midden tussen 100 jaar verleden (1789, Bastille)) en 2089 (toekomst, Berlijn, einde Sovjetunie) ) waarin twee keer de Muur werd gebroken waarna de ratio van de taal op een veel slimmere manier kon binnenkomen namelijk via het Global Brain.

Nu wil men weer een nieuwe muur bouwen rondom Europa om de arme sloebers tegen te houden die graag het vieze slecht betaalde werk willen doen.

Leve de Robot!

In Europa prefereert men nu de witte Robot.

Pepper a humanoid robot by Aldebaran Robotics and SoftBank Mobile.
Ontwerp van een Nette Robot
'Of the Consciousness Soul' Diagram
Rudolf Steiner stelt dat de menselijke ziel zich in drie stadia ontwikkelt:
Gewaarwordingsziel: Gedomineerd door zintuiglijke waarneming en emoties.
Verstandsziel: Waarin denken en logica de overhand krijgen.
Bewustzijnsziel: Dit is het hoogste stadium, waarin de mens zich volledig bewust is van zijn eigen denken en morele autonomie ontwikkelt.

Neo-Romantiek

De Romantiek als een reactie op de Rationaliteit van de Verlichting is weer terug.

Er is een sterke nadruk op individualiteit, authenticiteit, rebellie tegen maatschappelijke conventies, en de viering van diversiteit.

Net als in de romantiek wordt de persoonlijke ervaring en emotie vaak centraal gesteld, en wordt er gezocht naar betekenis buiten de traditionele, rationele kaders van de maatschappij.

De (neo-)Romantiek speelt zich af op het Speelveld tussen Spel en Samenspel.

2. VerstoRingen:

De Ongeletterdheid neemt toe

Een curriculum dat te veel gericht is op toetsen en examens in plaats van op het ontwikkelen van kennis en vaardigheden onderdrukt de creativiteit en intrinsieke motivatie van leerlingen.

De Schuld ligt altijd Elders

Het ligt niet aan het systeem vinden de Bestuurders maar aan de kinderen ,hun ouders, de samenleving en de digitalisering.

Kijk op Children of the code.org of druk hier.

Als je het handboek van de psychiatrie, het diagnostisch en statistisch handboek voor psychische stoornissen (DSM), zou raadplegen voor iedere Nederlander dan voldoet 42 procent aan de criteria van een ‘psychische stoornis’.

Stoornis -> Norm

Een stoornis is een afwijking van een norm gesteld door Experts.

Neurodiversiteit

De journalist Steve Silberman schreef er een bestseller over “NeuroTribes: The Legacy of Autism and the Future of Neurodiversity.waarin hij laat zien welke definities er allemaal waren voor autisme totdat hij via de Oostenrijkse medicus Hans Asperger tot de essentie kwam.

Divergeren <-> Convergeren

Een vergelijkbare term is neurodivergent wat convergeren als norm stelt.

Asperger’s Syndroom

Asperger-syndroom wordt gekenmerkt door moeite met sociale interactie, weinig gebruik van non-verbale communicatie en een sterke focus op specifieke interesses en herhalend gedrag.

Wat is Normaal?

Vooral Medische Classificaties hebben enorme invloed op het levenspad van mensen waarbij “normaal” vooral van toepassing is op de mensen die passen in het bestaande systeem.

Wat is Paranormaal?

Het woord “paranormaal” verwijst naar verschijnselen of ervaringen die buiten de wetenschappelijk verklaarbare realiteit vallen.

Het bijzonder hier is dat een tekort aan verklaring resulteert in een afwijzing van de realiteit, die vaak ook is wordt geweten aan een stoornis.

Tijd is een symmetrisch concept

3. Invloed Techniek

Het aanpassen van het systeem wordt met de huidige stand van zaken in de techniek steeds makkelijker waardoor steeds meer mensen normaal worden.

Hierbij is het van groot belang, dat deze techniek vanuit een collaboratieve visie wordt ontworpen inplaats vanuit een centrale overheidsvisie.

Menselijke Maat

Wat van groot belang is om te beseffen is dat een technisch instrument (“device“) zich toont als een organisme met een persoonlijkheid.

Op weg naar de virtuele overheid.

Alfa <-> Beta

Ik ben op de middelbare school in de eerste klas blijven zitten vanwege mijn taal. Ik was goed in wiskunde.Ondanks dat was ik goed in talen leren spreken.

Ik had dus geen stoornis, die zat in het taalonderwijs en de wijze van testen.

Het ging dus vooral om het verschil tussen Syntax en Semantiek.

4.Yin & Yang

Myers Briggs (MB):

MB gebruikt vier “psychische functies”, die elkaars tegendeel zijn.

Ze worden beschreven m.b.v. twee variabelen Agency (besturen) en Communion (verbinden), die elkaars tegendeel zijn.Ze lijken op de Yang en Yin van het taoïsme.

A en C zijn continue variabelen met grenzen Hoog vs Laag en een midden (het niets of nul).

Later ontdekte ik dat ik een (Myers Briggs) (MB) INFP ben wat betekent dat ik volgens de MB-test Introvert, Empatisch, Intuitief en een Observator ben. Myers Brigss komt van Carl Jung, die het weer uit de Alchemie heeft gehaald.

MB kun je weergeven met 5 punten, waarbij Blauw Thinking,, Rood Sensing,Groen Feeling en Geel iNtuiting is. Perceiving/Judging is de Observator (In de Wereld, Boven de Wereld) en de rotatie (met de klok, tegen de klok)van de vier kleuren bepaalt Introvert (Naar Binnen) en Extravert (Naar Buiten).
De chinese ~Sheng Cyclus neemt het Midden (wit) mee in de cyclus.

IP: Interpersonal Theory

Met yin en yang, agency en communion of 0 en 1 kun je van alles maken tot de meest symmetrische symmetrie de E8 aan toe.

Zegel van Salomo

Achter de E8-symmetrie is het Hart Chakra of het Zegel van Salomo.

Het staat voor de spiegeling van de mens rondom het hart Hoofd boven, Lichaam onder.

Met de E8 symmetrie kunnen alle gebeurtenissen en wetten in de natuurkunde worden verklaard vanwege de simpele aanname dat alles om alles draait.

IP Is een persoonlijkheidstheorie bedacht door Slack Sullivan die de Electro-Magnetische (E/M) theorie van Clerk Maxwell als uitgangspunt nam.

Interpersonal Circumplex (IC)

Het IC laat zien dat er oneindig veel verschillende mensen zijn als we kijken naar hun gedrag in relaties met anders actors, waarbij een actor ook een machine of een natuurkracht kan zijn als een storm of een zonsondergang.

Er zijn in iedere taal heel veel woorden die relaties beschrijven.

IP kan ook worden voorgesteld m.b.v. het Interpersonal Circumplex. Het interpersoonlijk circumplex wordt gedefinieerd door twee orthogonale assen: een verticale as (van status, dominantie, macht, ambitieusheid, assertiviteit of controle) en een horizontale as (van aangenaamheid, mededogen, zorgzaam, solidariteit, vriendelijkheid, warmte, verbondenheid of liefde).
De combinatie van deze twee assen leidt tot een cirkelvorm, waarbij elk punt op de cirkel een specifieke combinatie van interpersoonlijke gedragingen vertegenwoordigt.

Biofield

mensen zijn Electro-Magnetische organismen.

Het menselijke E/M-veld wordt het Bioveld genoemd.

Mensen trekken elkaar aan en stoten elkaar af net als magneten.

Voor meer informatie druk hier.

PsychoPathologie:

Een stoornis is een eenzijdige (te) ontwikkeling van een van de vier functies.

Interpersonal Theory. beschrijft de persoonlijkheid m.b.v. twee variabelen Communion (Wij) en Agency die beiden lopen van hoog naar laag.(Ik). Een “stoornis” is een combinatie van extremen.

Met behulp van IP kun je de neurodiversiteit indelen:

1. Hoog Communion / Hoog Agency:

  • ADHD
    • Kenmerken: Actieve sociale interacties met impulsiviteit en hyperactiviteit, wat relaties kan bemoeilijken.
  • Bipolaire Stoornis
    • Kenmerken: Emotionele schommelingen die leiden tot intense sociale ervaringen en relaties.

2. Hoog Communion / Laag Agency:

  • Autisme Spectrum Stoornis (ASS)
    • Kenmerken: Moeite met sociale communicatie en een gevoel van hulpeloosheid in sociale situaties.
  • Sociale Angststoornis
    • Kenmerken: Intense angst in sociale situaties, wat leidt tot vermijding en isolatie.

3. Laag Communion / Hoog Agency:

  • Narcistische Persoonlijkheidsstoornis
    • Kenmerken: Overmatige focus op eigen behoeften, met vaak een gebrek aan empathie voor anderen.
  • Obsessieve-Compulsieve Stoornis (OCS)
    • Kenmerken: Behoefte aan controle en perfectionisme, wat sociale interacties kan beïnvloeden.

4. Laag Communion / Laag Agency:

  • Schizoïde Persoonlijkheidsstoornis
    • Kenmerken: Vermijden van sociale interacties, emotionele afstandelijkheid.
  • Schizofrenie
    • Kenmerken: Ernstige verstoring in realiteitswaarneming, vaak met sociale isolatie.

5. Extra Neurodiverse Stoornissen:

  • Dyslexie
    • Kenmerken: Moeite met lezen en schrijven, wat sociale uitdagingen kan opleveren.
  • Dyscalculie
    • Kenmerken: Moeite met wiskundige concepten, wat invloed kan hebben op zelfvertrouwen.
  • Tourette Syndroom
    • Kenmerken: Motorische en vocale tics, die sociale interacties kunnen bemoeilijken.

Leer& SportStijl

Met behulp van MB kun je nog veel meer bepalen bijv. een Leerstijl en zelfs een Sport-profiel.

Ik ontdekte ook dat er twee soorten wiskundigen zijn namelijk Zieners en Redeneerders.

Een goed voorbeeld is Fermat die zijn inzicht ergens in de kantlijn formuleerde en enorm veel redeneerders aan het werk zette,.

Inzicht <-> Uitzicht:

Zieners (N):

kunnen met interne plaatjes spelen.

Kijk verder naar het werk van George Lakoff,

Ieder concept heeft een prototype wat zich toont als een beeld (foto) of een beeldenreeks (film).

Bewegen

Een zelfstandig naamwoord is een foto van een werkwoord dus alles beweegt.

Zien is hetzelfde als de N van MB.Het complement is Waarnemen (Sensing).

Alle onderdelen van MB zijn elkaars complement wat betekent dat hun doorsnede de Lege Verzameling is (het Niets).

Zieners hebben het moeilijk in onze maatschappij , omdat “evidence-based” de mantra van de wetenschap is, die het monopolie op kennis heeft maar niet goed weet wat ervaring is.

Voelers (F)

De feeling van Myers Brigs zit in een plaats in het lichaam (bijv. de buik).

Het is de Felt Sense van Focusing ontdekt door Eugene Gendlin.

Ervaring (S<->F) <-> Theorie (T)

Een ervaring is een sterke Positieve of Negatieve Emotie die ontstaat als het resultaat van een Actie niet voldoet aan de Verwachting.

In Nederland met zijn Calvinistische Pruisische leercultuur wordt zo’n ervaring een fout genoemd waarbij vaak wordt vergeten dat niet de ervaring maar de theorie geimplanteerd als verwachting de oorzaak is.

Volgens de recent overleden Roger Schank kan het onderwijssysteem veel simpeler.

Analyseer de theorie door succesvolle experts te interviewen

zoek naar hun failures. Die zijn er altijd. Leer daarna de theorie door de failures te laten gebeuren in een passende context.

Educational Game

Dit kun je net als Schank inpassen in een spannend spel (simulatie).

Ik heb dit al in 1998 voorgesteld in een door het Ministerie van Onderwijs betaald onderzoeksrapport.

Roger Schank

5. Dyslexie

Moeite met Lezen en Spellen

Dyslexie is een leerstoornis die invloed heeft op het vermogen van iemand om nauwkeurig en vloeiend te lezen en te spellen.

Understanding Reading van Frank Smith betoogt dat lezen een natuurlijk proces is, vergelijkbaar met taalverwerving. Hij bekritiseert fonetisch onderwijs en benadrukt dat begrip, gebaseerd op context en bestaande kennis, centraal staat in lezen.

lezers voorspellen de betekenis van tekst op basis van context en kennis, wat helpt bij een vlotte verwerking van tekst. Je hoeft dus niet alle woorden te lezen om een tekst te snappen.

Teksten zijn soms onbegrijpelijk.

Dyslexie krijgt veel aandact omdat:

Onderwijssector: Scholen maken zich zorgen omdat dyslexie invloed heeft op leerprestaties.

Diagnose-industrie: Specialisten en testen creëren soms een gevoel van urgentie.

Maatschappelijke verwachtingen: Veel focus op lees- en schrijfvaardigheid als sleutel tot succes.

Ouders en media: Ouders maken zich zorgen en media versterken die angst soms.

Beleidsmakers: Overheden willen gelijke kansen en besteden veel aandacht aan leerstoornissen.

Dyslexie wordt versterkt door:

Dyslexie kan verergerd worden door twee hoofdproblemen: het schrift en het onderwijssysteem.

Schrift: Inconsistenties tussen spelling en uitspraak, vooral in talen zoals Engels en Nederlands, maken het leren lezen en schrijven moeilijker voor dyslectici. In meer fonetische talen zoals Italiaans is dyslexie vaak minder problematisch.

Onderwijssysteem: Traditionele onderwijsbenaderingen zijn vaak niet afgestemd op de behoeften van leerlingen met dyslexie. Gebrek aan vroege signalering, onvoldoende training bij docenten en weinig gepersonaliseerde ondersteuning maken het moeilijk voor deze leerlingen om te slagen.

Welke LeesTechniek bestaat er:

Spraak-naar-tekst software: Zet gesproken woorden om in tekst (bijv. Dragon NaturallySpeaking).

Tekst-naar-spraak software: Laat tekst voorlezen (bijv. Kurzweil 3000, VoiceOver).

Dyslexie-vriendelijke lettertypes: Speciale lettertypes die lezen makkelijker maken (bijv. OpenDyslexic).

Audioboeken en e-readers: Luister naar boeken of pas tekstweergave aan (bijv. Audible, Kindle).

Leersoftware en apps: Tools voor lezen, schrijven en spelling (bijv. Ghotit, ClaroRead).

AI-gebaseerde hulpmiddelen: Slimme tools die gepersonaliseerde feedback geven (bijv. Grammarly).

Toetsen en Testen

De aanpak van toetsen en diagnoses in het onderwijs verschilt sterk tussen Nederland en andere landen. Terwijl Nederland een sterke toetscultuur en specifieke diagnostische procedures heeft, zijn er landen zoals Finland en Zweden die meer nadruk leggen op formatieve evaluatie en inclusieve ondersteuning.

Beperkingen van Toetsen en Testen

Focus op cognitieve vaardigheden: Veel gestandaardiseerde toetsen, zoals de Cito-toets, zijn voornamelijk gericht op cognitieve vaardigheden zoals lezen, rekenen en schrijven. Dit laat weinig ruimte voor de evaluatie van andere belangrijke vaardigheden die bijdragen aan de algehele ontwikkeling van een kind.

Creativiteit: Creatieve vaardigheden, zoals artistiek en muzikaal talent, probleemoplossend vermogen en innovatief denken, worden meestal niet gemeten door traditionele toetsen. Dit kan leiden tot een vertekend beeld van een leerling’s capaciteiten en potentieel.

Sociale vaardigheden: Vaardigheden zoals communicatie, samenwerking en emotionele intelligentie zijn cruciaal voor succes in het leven en op de werkvloer, maar worden vaak niet geëvalueerd in het kader van standaardtoetsen. Deze vaardigheden zijn echter essentieel voor de algehele ontwikkeling van een kind.

Indeling Middelbaar Onderwijs en Selectie

De indeling van het middelbaar onderwijs verschilt sterk tussen landen, van de vroege selectie in Nederland en Duitsland tot de flexibele en inclusieve benadering in Finland.

Deze structuren hebben invloed op de druk die op leerlingen wordt gelegd, de sociale gelijkheid en de mogelijkheden voor verdere ontwikkeling.

Arbeidsmarkt en Techniek

Interdisciplinariteit: De moderne arbeidsmarkt vraagt steeds vaker om interdisciplinaire vaardigheden. Werknemers moeten in staat zijn om theoretische kennis toe te passen in praktische situaties en vice versa.

Dit kan betekenen dat de traditionele scheiding tussen hoog (hoofdig) (en laag (handig) theoretisch en praktisch onderwijs niet langer effectief is.

Betekenisvolle Context

Algemeen Principe: Mensen onthouden beter als ze de informatie kunnen relateren aan iets dat ze al begrijpen of waar ze al interesse in hebben.

Dit komt doordat onze hersenen informatie categoriseren en verbindingen maken om het onthouden te vergemakkelijken.

Wil hier meer over weten kijk dan bij Roger Schank of spring terug naar hier. of kijk bij Just-in-Time Leren.

Taal

volgens.de onderwijskunde leer je taal door een woord te ontleden in geluiden die lettercombinaties zijn.

Hersenonderzoek ondersteunt het dual-route model, dat stelt dat er twee leesroutes zijn:

  • Fonologische route: Wordt gebruikt om nieuwe of onbekende woorden klank voor klank te decoderen, waarbij het temporo-pariëtale gebied en de linker frontale cortex actief zijn.
  • Lexicale route: Herkent bekende woorden direct via het visuele woordvormgebied, zonder ze te ontleden.

De hersenen wisselen tussen deze routes, afhankelijk van de bekendheid met een woord.

Daarnaast worden ook motorische en auditieve gebieden geactiveerd tijdens het lezen, vooral bij het hardop lezen of het “intern” uitspreken van woorden.

Geschiedenis van de taal

Talen zijn gemaakt net als het schrift.

Mensen wisselden klanken uit en wezen met de vinger.

Dyslexie is geen stoornis maar een tekort in het schrijfsysteem wat op vele manieren kan worden opgelost bijvoorbeeld m.b.v. voorleestechnologie die nu al bestaat.

CUNEIFORM. Sumerian pictographic tablet of a property deed. Third millenium B. C
CUNEIFORM. Sumerian pictographic tablet of a property deed. Third millenium B. C

Het spijkerschrift, ontwikkeld rond 3300 v.Chr. door de Sumeriërs in Mesopotamië, is een van de oudste schrijfsystemen. De ontwikkeling van het spijkerschrift verliep in verschillende fasen:

  1. Pictografisch (ca. 3500–3000 v.Chr.): Eenvoudige afbeeldingen vertegenwoordigden objecten.
  2. Logografisch (ca. 3000–2600 v.Chr.): Symbolen stonden voor woorden en ideeën, steeds abstracter.
  3. Fonetisch (ca. 2600–2400 v.Chr.): Symbolen vertegenwoordigden klanken en lettergrepen.
  4. Syllabisch (ca. 2400–2000 v.Chr.): Elk teken stond voor een lettergreep, toepasbaar op meerdere talen.
  5. Simplificatie en verbreiding (ca. 2000–1000 v.Chr.): Het schrift werd eenvoudiger en verspreidde zich naar andere culturen.

Terug naar het begin druk hier

Bijlage 1: Cognitief Modelleren

kun je baseren op verschillende uitingen van wat we nu even het cognitieve systeem noemen.

Mijn favoriete model kreeg ik van een vriend van mijn vriend will McWhinney John Cotterill

Ik heb GPT-4 gevraagd om een aantal voorbeelden van een recent model:

ACT-R

ACT-R (Adaptive Control of Thought-Rational) is een cognitieve architectuur die menselijk denken en leren modelleert. Het werkt als volgt:

  1. Modules: Gespecialiseerde onderdelen die verschillende cognitieve functies uitvoeren (zoals geheugen, perceptie en motorische controle).
  2. Productieregels: “Als-dan”-regels die gedrag sturen op basis van binnenkomende informatie.
  3. Parallelle verwerking: Meerdere cognitieve processen worden tegelijkertijd uitgevoerd.
  4. Declaratieve en procedurele kennis: Onderscheid tussen feitenkennis (declaratief) en vaardigheden (procedureel).
  5. Leren: Het systeem leert door succesvolle strategieën te versterken en efficiënter te worden.

Global Workspace Theory

Bijlage 2: Wat Maxwell’s Wetten Ons Kunnen Leren Over Psychopathologie

In deze bijlage verkennen we hoe de wetten van Maxwell inzicht bieden in de onderliggende dynamieken van psychopathologie.

We zullen elk van de vier hoofdwetten van Maxwell omzetten naar psychologische concepten en zien hoe ze kunnen helpen bij het begrijpen van de oorzaken en symptomen van psychische aandoeningen.

1. Gauss’ Wet voor Elektrische Velden: Emotionele Overbelasting

In de natuurkunde stelt Gauss’ wet dat elektrische velden worden veroorzaakt door ladingen.

Hoe sterker de lading, hoe sterker het elektrische veld dat deze veroorzaakt.

Op psychologisch niveau kunnen we dit zien als een metafoor voor emotionele overbelasting.

Bij psychische stoornissen zoals angststoornissen of depressie kunnen mensen een overmatige emotionele lading met zich meedragen.

Deze “lading” kan angst, verdriet, of woede zijn, en creëert een veld dat hun gedachten, gedrag en interacties met anderen beïnvloedt.

Zo kan iemand met posttraumatische stressstoornis (PTSS) voortdurend in een staat van hyperalertheid verkeren omdat hun interne “emotionele lading” nog steeds een sterk veld van angst opwekt, zelfs zonder externe dreiging.

2. Gauss’ Wet voor Magnetische Velden: Polariteit in Emoties

Gauss’ wet voor magnetische velden stelt dat magnetische monopolen niet bestaan – er is altijd een noord- en zuidpool.

In psychologische termen vertaalt dit zich naar het concept van dualiteit in emoties:

menselijke emoties bestaan nooit geïsoleerd. Mensen ervaren altijd een mix van tegenstrijdige emoties, zelfs binnen psychopathologie.

Bij stoornissen zoals borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS) is deze dualiteit bijzonder duidelijk.

Mensen met BPS ervaren vaak intense en snel wisselende emoties die variëren van extreme liefde tot intense haat voor dezelfde persoon.

Dit reflecteert de polariteit van hun emotionele leven – net zoals een magneet altijd twee polen heeftwet helpt ons te begrijpen dat psychische aandoeningen vaak worden gekenmerkt door emotionele tegenstellingen die elkaar versterken of afwisselen, wat leidt tot onvoorspelbaar gedrag en gedachten.

3. Faraday’s Wet van Inductie:

Veranderende Velden Creëren Psychologische Reacties

Faraday’s wet stelt dat veranderende magnetische velden een elektrische stroom kunnen induceren.

Psychologisch kunnen we dit zien als een metafoor voor de manier waarop externe veranderingen of triggers intense emotionele reacties kunnen opwekken bij mensen met een psychische stoornis.

Mensen met angststoornissen, zoals paniekstoornissen, ervaren vaak dat kleine veranderingen in hun omgeving of interne processen (zoals een snellere hartslag) een massale emotionele respons uitlokken, zoals een paniekaanval. Net zoals een veranderend magnetisch veld een stroom kan opwekken, kunnen schijnbaar kleine triggers bij psychische stoornissen een enorme impact hebben.

4. Ampère-Maxwell Wet:

Feedbacklussen Tussen Gedachten en Emoties

De Ampère-Maxwell wet beschrijft hoe elektrische en magnetische velden elkaar beïnvloeden en versterken.

In de psychologie kunnen we dit vertalen naar feedbacklussen tussen gedachten en emoties.

Bij psychische aandoeningen zoals depressie of obsessieve-compulsieve stoornis (OCD) zien we dat negatieve gedachten negatieve emoties veroorzaken, en die emoties versterken op hun beurt weer de negatieve gedachten.

Dit creëert een vicieuze cirkel waarin de negatieve psychologische processen zichzelf in stand houden, net zoals elektrische en magnetische velden elkaar blijven versterken.

Dit concept helpt ons te begrijpen dat veel psychische stoornissen te maken hebben met zelfversterkende negatieve feedbacklussen, waarbij gedachten en emoties elkaar continu in stand houden en versterken.

Terug naar het begin druk hier

Samenvatting

Hfdst 1, Uniek

In de periode 1789 tot heden zijn er twee muren geslecht, die van de Bastille (1789)  en die van Berlijn (2089) , die het einde van de sovjet-unie markeerde.

de romantiek als reactie op de Verlichting die het logisch redeneren (Ratio) voorop stelde, is nooit weggeweest.

Het unieke van de mens is van veel groter belang dan al de mogelijke vakjes met positieve en negatieve (stoornis) waardering waarin de wetenschap de mens kan indelen.

Hfdst 2.Storingen

De neurodiversiteit is nu de top van de verstoringspyramide terwijl de toenemende ongeletterdheid het systeem doet kraken.

Hfdst 3 Techniek

De techniek kan erg veel tekortkomingen compenseren vooral als er wordt gelet op bedienbaarheid en collaboratie. Uiteindelijk kan de Robot het vervelende werk doen als we maar genoeg electriciteit hebben om ze aan de praat te houden.

Hfdst 4 Yin en Yang

Met yin en yang, 0 en 1 of agency en communion kortom het <-> kun je alles samenstellen en is het universum een combinatorisch wonder met een automatische noodstop als het expanderen te hart gaat.

Hfdst 5 Dyslexie

Dyslexie is een goed voorbeeld van een stoornis die niet aan de mens ligt maar aan onvolwassen techniek.Het schrijven is 7000 jaar oud.

Bijlage 1 Cognitieve Modellen:

Een verzameling van de vele blogs en video’s over de stand van zaken van het onderzoek.

Bijlage 2 Waarom de mens een E/M-veld is.

Terug

Terug naar het begin druk hier

Conclusie

De 20ste Eeuw is voorbij:

Alles bestaat uit Licht.

Het begon met een zoektocht naar de achtergronden van de dyslexie waarbij ik snel uit kwam op de geschiedenis van het schrift en de taal die beiden zijn gemaakt. Door wie weet ik nog niet (aliens?)..

Daarna ontdekte ik de neurodiversiteit en de behoefte om uniek te zijn wat past op de Romantiek, die al vaak langs kwam in de vorm van Rudolf Steiner en Johann Wolfgang von Goethe.

Steiner was de privésecretaris voor de Oostenrijkse schrijver en Goethe-kenner Karl Julius Schröer.

Ik was al op de hoogte van de relatie tussen Carl Jung en Wolfgang Pauli en de relatie tussen de natuurkunde van Clerk Maxell en de Interpersonal theory, die weer past op het Taoisme.

De mens is net zo uniek als de meest symmetrische symmetrie de E8 waarachter het zegel van salomo duidelijk zichtbaar is.

De wetenschap van de verlichting heeft de mens verengd tot een Duveltje in een Doosje.

Terug naar het begin druk hier

Het Mysterie van Noach’s Ark

Hoe oud is de Sphynx?

In deze blog ga ik terug naar de schepping ,die vermoedelijk met Noach opnieuw begon in de buurt van Van, in het land van Arafat (Armenie nu Turkije). ga naar Van, druk hier.

Een babylonische kaart waarop de plaats van de Arc van Noach wordt aangeduid in Urartu bij de berg Ararat,

Th

Ik begin in 3117 v.Chr. een heel bijzondere datum vanwege een heel bijzondere zonne eclips, die zoveel indruk maakte, dat men dacht dat de wereld opnieuw begon en ga verder terug tot de Jonge Dryas 12.000 vChr druk hier.

Ondertussen springen we van Egypte via Anatolie en Sumerie naar Harrapa en ontdekken erg veel over waar het schrift vandaan komt.

Datering Zondvloed:

De datering van de Zondvloed varieert enorm, afhankelijk van de benadering:

Bijbelse datering: ca. 2348 v.Chr. (James Ussher).

Mesopotamische overstromingen: ca. 2900-4000 v.Chr. (Gilgamesj-epos, Leonard Woolley).

Zwarte Zee-theorie: ca. 5600 v.Chr. (Ryan en Pitman).

Leonard Woolley: het Gilgamesh-epos:

Arafat: heeft de zoektocht naar de Ark eindelijk succes?

Black Sea flood: Ryan en Pitman):

In hun onderzoek uit 1997 stelden ze voor dat er rond 5600 v.Chr. een plotselinge en catastrofale stijging van het waterniveau in de Zwarte Zee plaatsvond, als gevolg van het doorbreken van de Bosporus, de zeestraat die de Zwarte Zee met de Middellandse Zee verbindt.

Het Tijdperk van de de Stier

Een zegel uit Harappa.

Dit deel van de blog komt van het zeer gedegen werk van Andis Kaulins.Kijk ook naar deze PDF Die gaat over zijn onderzoek naar het ontstaan van het schrift.

Kalenders

De zonneclips s’ochtends 25 december 3117 v.Chr. (Kerstmis) markeert

het begin van het Tijdperk van de Stier

het begin van de Maya Lange Telling,

de Kali Yuga in de Hindoeïstische tijdrekening,

sommige interpretaties van de Bijbelse kalender, en

het begin van de regering van Menes/Narmer, de eerste farao van Egypte en de heerser van de Poolster.

Dat de drie “grote” wereldkalenders op het zelfde moment beginnen toont dat er op dat moment een wereldregering was.

Narmer, de Heerser van de Poolster

De poolster is de toegang tot de hemel met behulp van de Jakobsladder.

De poolster wisselt door de precessie waardoor er steeds nieuwe ster sterrenbeeld-combinaties ontstaan, die het makkelijk maken om te dateren.

De poolster staat hier in Thuban (Alpha Draconis), de Valk wat duidt op <3117. BC. De pharao’s hadden een speciale geheime Horus Naam, die was verbonden met hun geboortedatum.

Wie was Koning Narmer?

de voorlopers van Menes of Narmer:

Koning Narmer verenigt de twee helften van Egypte.

De zonneeclips van 3117 staat getekend op de Narmer Palette. Rechts: Twee leeuw-achtige dieren, die de zon symboliseren, vechten tegen elkaar. Met hun kunstzinnig gevormde, overlange, in elkaar verstrengelde nekken, tonen ze de “O-vorm” van de totale zonsverduistering.

Palette of King Narmer, from Hierakonpolis, Egypt, Predynastic, c. 3000–2920 B.C.E., slate, 2′ 1″ high (Egyptian Museum, Cairo).

Licht vs Donker

Links: Narmer wordt aan de rechterkant beschermd door de valk van de hemel boven hem.

We lezen de grafische elementen met de valk als HR-M(r)DZ, “God van het Licht“, zoals in de latere Perzische Ahura Mazda.

De verslagen vijand knielt voor Narmer. Deze vijand wordt door de hiërogliefen geïdentificeerd als ANG(r)-MEN, oftewel “Angru Mainyu”, de latere “Ahriman“, of de “God van de Duisternis”.

Dit zijn de twee tegenstanders in de veel latere leringen van Zarathustra (Zoroaster). De achterkant van de Narmer-palet toont dus de overwinning van het licht op de krachten van de duisternis.

HandelsNetwerken

Het feit dat Narmer de sstrijd aanbindt met Ahriman duidt op een relatie met Sumerie, vermoedelijk de stad Susa.

Gilden en Handel

De ambachtslieden waren in die tijd al georganiseerd in gilden, die waren verbonden aan een rijke handelaar of koning, die een eigen transportsysteem had.

Voor 3000 v.Chr. liepen de handelsroutes voornamelijk over land en langs de kust tussen Egypte en de Levant. Overlandroutes door de Sinai verbonden Egypte met steden zoals Tel Erani en Tel Bet Yerah. Via deze routes werden goederen zoals koper, goud, olie en luxeproducten verhandeld.

Mesopotamische steden zoals Uruk en Ur hadden ook uitgebreide handelscontacten met Anatolië en de Levant.

Het gezonken Ulubururun schip (1300BC) bevatte een kado van Nefertite aan Suppiluliuma I, Koning van de Hittiten, , omdat ze een echtgenoot zocht, omdat haar man Toetanchamon was overleden.

The Development of the Ancient Sea Trade Routes in the Mediterranean Sea Roman Trade Routes
cht_chidambaram_nataraja_orion_correlation_2

Nataraja is (Shiva) eigenlijk een sterrenkaart gericht opOrion,de machtige jager, die in andere culturen dezelfde rol speelt, als in Egypte. De Pyramides in Gizeh staan gericht op Orion.

Harappa

Harappa is een van de belangrijkste archeologische vindplaatsen van de Indusvallei-beschaving, die een van de oudste stedelijke beschavingen ter wereld was, samen met Mesopotamië en het oude Egypte.

De ontwikkeling van het schrift is goed te volgen door de ontwikkeling van stempel te volgen. Schrift heeft hier een representatieve functie. Het staat ergens voor. Verder is de rol die schrift speelt in de adminstratie van eigendommen ook in graanpakhuizen essentieel.

Het Indus-schrift is een uniek schriftsysteem dat zowel afbeeldingen (pictogrammen) als symbolen voor ideeën (ideogrammen) combineert met klanktekens (fonogrammen) om taal weer te geven.

Zondvloed

Het lijkt er op dat de reden voor de zondvloed is gevonden namelijk een opbrekende komeet uit het strrenbeeld de Stier rond 11.00 jaar geleden gedocumenteerd in Göbekli Tepe vlak bij het Kasteel van Van.

De oudste sterrenkaart werd in het Duitse plaatsje Nebra gevonden. Het stadje maakte deel uit van een Keltische cultuur, die in conflict kwam met Julius Cesar en daarmee de Romeinen.

De kennis van de Astronomie nu Astrologie genoemd is duizenden jaren oud. Ze was nodig om te kunnen navigeren op zee en in het leven. Dat bleek uit de patronen, die nauwkeurig werden geobserveeld en in klei en steen werden vastgelegd.

Haldi de god van Urartu (nu Armenie) met de Ram, de Boom des Levens , de vleugels van de feniks, de Zon en het teken van de Quaternio.

De Stier->Landbouw

Het tijdperk van de Stier i wordt geassocieerd met landbouw, vruchtbaarheid en de verering van stier-symbolen in verschillende culturen, zoals de stiergodheden in het oude Egypte en Mesopotamië. .

Ram -> Strijd

Het tijdperk van de Ram (ongeveer 2000 v.Chr. tot 0) past bij de opkomst van krijgsculturen, zoals die van de Hettieten en de oude Grieken, waar oorlogszuchtige goden zoals Mars en Ares belangrijk werden.

Vissen->Tweestrijd

het tijdperk van de vishaak” roept het beeld op van een wereld waarin mensen worden “gevangen” in een strijd tussen verschillende krachten, zoals goed en kwaad, waarheid en leugen.

Haldi, de god van Urartu, lijkt op Mithras.

yanis Kalesi

“Ayanis Kalesi” bevindt zich in het oosten van Turkije, nabij het Vanmeer. Het is een belangrijke archeologische vindplaats die dateert uit het Urartu-koninkrijk, ongeveer 2.700 jaar geleden.

Het fort, ook wel bekend als Ayanis-kasteel, omvat een tempel gewijd aan de god Haldi en staat bekend om zijn gedetailleerde steenhouwkunst en albastdecoraties.

Göbekli Tepe

Göbekli Tepe, in Turkije, is ‘s werelds oudste bekende tempelcomplex, gebouwd rond 9600 v.Chr. door jager-verzamelaars, duizenden jaren voor de komst van landbouw en vaste nederzettingen.

Het bestaat uit cirkelvormige structuren met grote, met dieren versierde T-vormige stenen zuilen, die voorzien zijn van de tekens van de zodiac.

Vanaf 10.000 v.Chr. tot de oprichting van het Urartu-koninkrijk in de 9e eeuw v.Chr. onderging de regio een lange evolutie van kleine, geïsoleerde gemeenschappen van jager-verzamelaars naar een gecentraliseerd koninkrijk.

Göbekli Tepe vertegenwoordigt het vroege begin van georganiseerde gemeenschappen, terwijl Urartu de culminatie is van duizenden jaren sociale, technologische en politieke ontwikkeling in het gebied.

Martin Sweatman’s Onderzoek, met name gericht op locaties zoals Göbekli Tepe, toont aan dat symbolen in oude kunst, die eerder werden gezien als afbeeldingen van dieren, in werkelijkheid astronomische markeringen kunnen zijn voor sterrenbeelden. Deze sterrenbeelden werden gebruikt om belangrijke kosmische gebeurtenissen vast te leggen, waaronder catastrofale inslagen zoals de komeet van de Jonge Dryas, die mogelijk grote klimaatveranderingen veroorzaakte.

Urartu

De beweging van Mitrash kwam uit anatolie vermoedelijk in de omgeving van Yanis Kalesi wat oorspomkelijk de kern was van een heel oud koninkrijk Urartu dat de oorsprong is van Armenie, het eerste christelijke koninkrijk.

Atrahasis

Urartu is ook de plek waar noach, toen Atra-hasis genoemd, terecht kwam na de zondvloed.

Het oudste bekende verhaal over de zondvloed is te vinden in het Atra-Hasis-epos, een Akkadisch verhaal dat dateert van rond de 18e eeuw v.Chr. Het Atra-Hasis-epos bevat niet alleen een zondvloedverhaal, maar ook de schepping van de mensheid en de verhouding tussen mensen en goden.

Mitrash->Perseus

Recent ontdekte ik dat de Mitrash-beweging die keizer constantijn dwong om voor de christenen te kiezen berust op de interpretatie van een sterrenkaart die betrekking heeft op Perseus en de prcessie-cyclus, die de hemel laat draaien.

Mithras en de Renaissance

In de renaissance brachten de rijke medici de kennis weer terug die via de bibliotheek van Alexandrie naar Constantinopel was gebracht.

Waar gaan de mysterien van eigenlijk Dionysos over?

Bijlage Tracie/Frygie

Er zijn aanwijzingen dat Dionysos, of ten minste enkele van zijn belangrijkste attributen, afkomstig zou kunnen zijn uit Thracië of Frygië.

Extase

Er werden kruiden of planten toegevoegd aan de wijn, zoals:

  • Mandragora (alruin): Een psychoactieve plant die hallucinogene effecten kan veroorzaken.
  • Opium: Uit papavers kan een soort opium worden gewonnen, en het is bekend dat de oude Grieken en andere culturen in de regio opium gebruikten.
  • Ergot: Een schimmel die op graan groeit en een belangrijke rol zou hebben gespeeld in andere mysteriën, zoals de Eleusinische mysteriën. Ergot bevat alkaloïden die vergelijkbare effecten hebben als LSD.

Bijlage Armenie

De Terugkeer van de Moedergodin

0. Introductie

Deze blog is een vervolg van een onderzoek naar de bron van de mensheid, die vermoedelijk van de steppen komt.

Hier herontdekte ik de Moedergodin.

Ik ontdekte ook, hoe ze consequent is verwijderd uit de Abrahammische godsdiensten en ingeruild voor een agressieve god.

Meer weten over het Matriarchaat? druk hier

In deze blog laat ik zien hoe en door wie de Moedergodin werd verwijderd waardoor wij nu een Patriarchaat hebben.

Direct naar de Samenvatting druk hier

Direct naar de Conclusie druk hier

Direct naar de Bijlage met Theorie druk hier

1.: De Amerikaanse Samenleving is Patriarchaal en Geweldadig.

Een voorbeeld van een Patriarchaat is de Amerikaanse samenleving.

In de Amerikaanse samenleving vinden de republikaanse kiezers het acceptabel, dat de Vader geweld gebruikt om de kinderen te corrigeren.

Waar komt deze opvoedings-filosofie vandaan?

Alan Fiske en George Lakoff geven antwoord op deze vraag.

Alan Fiske zocht uit waarom geweld in veel culturen en contexten als moreel en zelfs noodzakelijk wordt beschouwd.

George Lakoff analyseerde de politieke moraal, die past op het christelijke Amerikaanse gezin.

Daar zijn de Republikeinen voor de Autoritaire (strict) vader.

Geweld -> Authority Ranking

Volgens onderzoek van Alan Fiske hoort geweld bij het Autority-Ranking (AR) relatie-patroon.

De Nurturing Parent hoort bij Communal Sharing (CS).

Politiek: Wetten -> Volk Maar kan het ook Andersom?

Samen vormen ze het “spel” van de Politiek, waarbij het “Volk” door een Autoriteit (nu i.h.a. de staat) aan Wetten wordt gebonden of een Mening heeft, die in het algemeen niets verandert aan de wet c.q. de grondwet.

Mozes toont de door Jahweh gegeven 10 geboden.

4 Relaties-model Alan Fiske

De antroloog Alan Fiske ontdekte, dat er vier relatie-modellen zijn, die in iedere cultuur voorkomen. Ze passen op een Productie en een Verkoopcyclus en op de Schalen van de Meettherie.

De productie-en de consumptiecyclus draaien in tegengestelde richting.
Alan Fiske’s model past op de Schalen in Meettheorie en daardoor ook op Wiskundige Geometrie. Ieder vierluik (Quaternion) past op Paths of Change van Will McWhinney (kleuren)
Het PoC-model toegepast op de Deugden van Plato.Bemerk, dat Market Pricing volledig past op het model van de Sport en de competitie, waarbij de Prijs van het winnen een prijs is geworden die is uitgedrukt in kwantatieve waarden. Hiermee wordt de relatie tussen MP en de Euclidische Ruimte erg duidelijk.

De Moeder godin lijkt erg op de Nurturing Parent , die weer het gevolg was van het onderzoek van George Lakoff naar de wortels van de Amerikaanse politiek.

George Lakoff is de mede-ontdekker van de Embodiment theorie.

Gezin -> Samenleving

Hij analyseerde daarmee de Amerikaanse politiek en vond dat de Republikeinen de Dominante Vader en de Democraten de Zorgende Moeder als de kern van het Gezin en daarmee ook als voorbeeld van de gewenste Samenlevingen.

2.Hoe is het het Patriarchaat Ontstaan?

Garda Lerner heeft uitgezocht waar deze verandering van rol van de vrouw vandaan kwam.

Gerda Lerner: The Creation of Patriarchy

Deze samenvatting is gemaakt door Chatgpt.

Gerda Lerner’s boek “The Creation of Patriarchy” onderzoekt de ontwikkeling van patriarchale systemen en hoe deze de samenleving zijn gaan domineren.

  1. Historische Context: Lerner traceert de oorsprong van het patriarchaat naar oude beschavingen, met name de Mesopotamische, Hebreeuwse en Abrahamitische samenlevingen. Ze stelt dat het patriarchaat verankerd raakte toen samenlevingen overstapten van jagen en verzamelen naar landbouw. Deze verschuiving leidde tot de vestiging van privébezit en patrilineaire verwantschapssystemen, waarbij erfenis en afstamming via de mannelijke lijn werden getraceerd​.
  2. Rol van Wetten en Religie: De institutionalisering van de ondergeschiktheid van vrouwen werd vastgelegd in vroege wetboeken, zoals de Codex van Hammurabi. Deze wetten formaliseerden de rollen en statussen van vrouwen, vaak gebaseerd op hun seksuele banden met mannen. Respectabele vrouwen waren degenen die aan één man gebonden waren, terwijl anderen als niet-respectabel werden beschouwd en onderworpen waren aan verschillende sociale en juridische beperkingen​.
  3. Symbolische en Religieuze Veranderingen: Lerner benadrukt hoe de opkomst van monotheïstische religies, met name de Abrahamitische religies, leidde tot de achteruitgang van de aanbidding van godinnen. Vrouwelijke godheden die ooit centraal stonden in religieuze praktijken, werden vervangen door mannelijke goden. Deze verschuiving marginaliseerde niet alleen vrouwen in religieuze contexten, maar associeerde vrouwelijke seksualiteit ook met zonde en kwaad, waardoor patriarchale opvattingen verder werden verankerd​.
Een uitleg van Dr. Heide Goettner-Abendroth.

Matriarchaat

Matriarchaat is niet Patriarchaat ingevuld met vrouwen als baas.

Cultuur vs Economie

Hier spelen juist de complementaire relatiemodellen van Fiske een rol namelijk Commuitysharing (CS) enEuality Matching (EM), die samen een Cultuur vormen.

De kernkenmerken van matriarchaten volgens Dr. Heide Goettner-Abendroth samengevat zijn:

  1. Gelijkheid en Consensus: Matriarchale samenlevingen zijn gebaseerd op principes van gelijkheid en consensus. Besluitvorming gebeurt door overleg en overeenstemming, in plaats van door hiërarchische of autoritaire structuren​ (YouTube)​​ (YouTube)​.
  2. Centrale Rol van Vrouwen: Vrouwen, vooral moeders, nemen een centrale positie in binnen zowel de familie als de bredere gemeenschap. Ze spelen een belangrijke rol in het bestuur en de economie, maar hun macht is vaak gedeeld en niet absoluut​ (YouTube)​​ (YouTube)​.
  3. Matrilineaire Erfelijkheid: Eigendom en afstamming verlopen via de vrouwelijke lijn. Dit betekent dat bezittingen en familienaam doorgegeven worden van moeder op dochter, wat bijdraagt aan een stabielere en gelijkwaardigere samenleving​ (YouTube)​.
  4. Economische Structuur: De economische structuren in matriarchale samenlevingen draaien om gedeeld bezit en collectieve verantwoordelijkheid. Eigendom en middelen worden gedeeld binnen de gemeenschap, wat zorgt voor economische stabiliteit en gelijkheid​ (YouTube)​.
  5. Culturele en Spirituele Waarden: Matriarchale samenlevingen hechten veel waarde aan culturele en spirituele aspecten waarin vrouwelijke creativiteit en vruchtbaarheid gevierd worden. Rituelen en tradities zijn vaak gericht op de bescherming en zorg voor de natuur en de gemeenschap​ (YouTube)​.

3. De erfenis van Abraham:

De Abrahamitische  religies zijn nu Patriarchaal.

The Bible was written backwards:

De Bijbel is gebaseerd op de Torah, die een constructie is van meerdere schrijvers, die een logisch narratief hebben gemaakt. waarin uiteindelijk de keuze voor de strict father Jahweh vanzelfsprekend is.

Midian en Edom: De Geboorteplaats van Yahweh?

Veel geleerden suggereren dat de Yahweh-verering ontstond in de regio’s Midian en Edom, gelegen in het noordwesten van het Arabisch Schiereiland en Zuid-Jordanië. Bijbelse verhalen, zoals dat van Mozes die Yahweh ontmoette in Midian, ondersteunen deze theorie. De Kenitische hypothese stelt dat Yahweh aanvankelijk een godheid was van de Kenitische of Midianitische stammen, voordat hij de God van Israël werd.

Shasu van Yahweh: Een Egyptische Connectie

Egyptische teksten uit de Late Bronstijd vermelden een groep genaamd de Shasu, waarbij sommige teksten specifiek verwijzen naar “Shasu van YHW.” Deze teksten associëren de Shasu met de regio Edom/Seir, wat suggereert dat de verering van Yahweh een band had met deze gebieden.

Kanaänitische Invloed: Syncretisme in de Vroege Yahweh-Verering

De vroege Israëlieten namen waarschijnlijk religieuze praktijken over van hun Kanaänitische buren. De Kanaänieten vereerden een pantheon van goden, waaronder El, Baäl en Asjera. Het is aannemelijk dat de Israëlieten Yahweh aanvankelijk als een van deze goden zagen, voordat zijn verering zich onderscheidde en monotheïstisch werd.

Kuntillet Ajrud: Bewijs van Syncretische Verering

Een belangrijke archeologische vindplaats, Kuntillet Ajrud in het noordoosten van de Sinaï-woestijn, bevat inscripties die “Yahweh van Samaria en zijn Asjera” vermelden. Dit wijst op een vroege, syncretische vereringspraktijk waarbij Yahweh en Asjera samen werden vereerd.

Asjera

is de Triple Goddess (Moedergodin) , die in de door de schrijvers van de Torah is verwijderd.

Kabbalah is een geometrisch systeem. dat vermoedelijk is terug te voeren tot Tetractys van Pythagoras.

Theoretische Bijlage

Direct naar de samenvatting druk hier

Wat is Embodiment

Lackoff ontdekte dat Kennis niet in het Hoofd maar in het Lichaam zit en vooral in het Hart.

Dit wisten de Egptenaren al.

Het hart van de overledene wordt gewogen en moet “niets” wegen wat betekent, dat de boven (Hoofd) en onder (Lichaam) bloedsomloop in evenwicht zijn.
De Indiase Bramanen, haalden hun kennis van de sjamanen van de steppe. Dat zijn mensen , die we nu paranormaal zouden noemen, omdat ze vaardigheden hebben, die volgens de wetenschap niet kunnen.

Het is goed om te beseffen, dat de wetenschappers de hogepriesteers van onze tijd zijn, die de macht op slimme wijze hebben overgenomen zonder dat te beseffen.

De echte macht ligt bij de Marketeers zonder hart.

Roger Schank ontdekte dat mensen leren van hun fouten en die van anderen.

Fouten noemt hij Expectation-failures.

Fouten worden soms van generatie op generatie over gedragen,

Deze fouten worden ook paradigma’s genoemd door wetenschaps-theoretici.

Dat hebben ze van Thomas Kuhn.

Volgens zijn opvolger Paul Feyerabend zit er helemaal geen structuur in het wetenschappelijk denken.

Nassim Taleb noemt dit tinkering (knutselen).

Heuristiek

Het beste verklarende model geeft de slechtste voorspelling.

De beste voorspelling komt uit het viervoudige (Quaternion) van Carl Jung wat overal werd gebruikt om m.b.v. rietjes of dobbelstenen te verklaren.

De bron van onze beschaving ligt in Afrika bij de Yoruba.

Hoe wordt je Onkwetsbaar?

Waar komen de religies, die zich baseren op de aartsvader Abraham vandaan?

Volgens Torah komt hij uit het sumerisch Ur (der chaldeen) maar waar komt de Torah vandaan?

Er is erg veel invloed van de Sumerische cultuur inclusief de wetten. Die zijn vastgelegd in spijkerschrift.

De oudste gevonden papieren bron zijn de Dode Zeerollen.

Hieruit blijkt, dat er vele varianten zijn van dezelfde tekst vermoedelijk veroorzaakt doordat een copyist een eigen variant maakte.

Darnaast zijn er ook vele onbekende boeken, die later zijn verwijderd, zoals het Evangelie van Thomas was overduidelijk boedistische inzichten vertoont.

Samenvatting

Hfdst 1: De Americaanse samenleving is Patriarchaal en geweldadig. Dat komt door het geloof in de “Strict Father“.

Dit geloof komt uit het conservatieve christelijke geloof.

Hfdst 2: Het patriarchaat komt uit het Abrahammische geloof, dat zijn wortels heeft in Sumerie.

Hoe ziet een matriarchaat er uit?

Hfdst 3: De torah is een geconstrueerde vertelling, die als conclusie de keuze voor Jahweh heeft. In die keuze is er weloverwogen afgestapt van de Moedergodin.

De moedergodin, verbonden aan de maancyclus is een symbool van vruchtbaarheid, natuur en de levenscyclus, was prominent aanwezig in oude beschavingen.

De terugkeer van de moedergodin wordt gezien als een tegenwicht voor de door mannen gedomineerde religieuze en geweldadige tradities en kan helpen bij het herstellen van de balans tussen de mannelijke en vrouwelijke energieën in de samenleving.

Hfdst 4:In de Bijlage van deze blog wordt uitgelegd wat het alternatief is voor de Strict Father, de Nurturing Parent en hoe deze dualiteit kan worden verbonden met de twee andere archetypen van Jung, die uit oude Eyptische school van Heliopolis (n Cairo) komen, die lag in het midden van de net zo oude zijderoute, die Hongarije met china verbindt.

Conclusie

De Amerikaanse en daarmee de Westerse politici geloven, dat alleen een enome ramp hun tegenstanders anders doet denken.

Onderstaand plaatje combineert heel veel kennis.

Het toont de Boom des Levens op de plaats van het Pulserende Hart <-.->, wat hier vier kanten op kan, die allemaal elkaars complement zijn, waardoor het midden Niets voorstelt.

De strict father (bestuur) wordt aangestuurd door Ma,at, Sohia, die de wil van het volk in balans brengt, zodat de Uitvinders er iets mooiers van kunnen maken.

De uitleg van dit plaatje staat hier.

Terug naar het begin druk hier.

About Alchemy and Logic

A human lives in two complementary universes, the Universe of the Sun and the Moon

When thou hast made the Quadrangle Round, Then is all the Secret found”. George Ripley (d. d 1490).

This blog is about Logic, Alchemy and the relationship between Logic and Alchemy.

Ripley, The alchemist knew that History Repeats itself All the Time. That’s why you know when you are full Circle or when the Square is Round.

Alchemy is the old Egyptian Art of Transformation summarized in the Latin expression Solve (break down in separate elementset Coagula (recombined coming back together (coagulating) in a new, higher form)..

Classic Logic is based on the Square of Opposition of Aristotle.

This square was discussed for more than 2000 years. Recently scientists detected that the Square is really a Cube. It misses an extra dimension.

The Square describes  the six oppositions (“dual combinations”) of possibility (“some”, Particular Affirmative), necessity (“all”, Universal Affirmative), not-possibility (“not some”, Particular Negative) and not-necessity (“not all”, Universal Negative).

Geometric Logic is a part of Modal Logic which is a part of Logic.

In Geometric Logic the Linguistic Representations of Logic are mapped to the Graphical Representations of Geometry.

Modal Logic works with the notion that propositions can be mapped to sets of possible worlds.

The idea of possible worlds is attributed to the famous mathematician Gottfried Leibniz (1646-1716), who spoke of possible worlds as ideas in the mind of God and argued that our actually created world must be the best of all possible worlds. Possible worlds play an important role in the explanation of Quantum Mechanics.

Alchemy is based on the Square of the Four Elements. The Four Elements are oppositions. The oppositions of Alchemy are related to the oppositions of the Square of Opposition of Aristotle in an orthogonal model. They form an arc of 90 degrees, which makes Alchemy the complex part (imaginary) of Logic.

In his work De Arte Combinatoria Leibniz developed a general theory of science that was based on a fusion between Alchemy and Logic.

The four Elements of Leibniz
The two Rotated Squares of Leibniz combine the square of logic of Aristotle with the square of Alchemy both based on oppositions of oppositions.

In this blog I will explain Alchemy and Logic and show that Alchemy and Geometric Logic share the same geometry, the Hexagon (the Seal of Solomon), which is a 2D-mapping of the Cube of Space of the Sefer Yetsirah.

Leibniz calculating machine
Drawing of Leibniz’s calculating machine, featured as a folding plate in Miscellanea Berolensia ad incrementum scientiarum (1710), the volume in which he first describes his invention.
Leibniz calculator

About Alchemy

One of the most complicated ancient architectures is the architecture behind Alchemy. The architecture of Alchemy is full of strange concepts and allegories.

Alchemy comes from the Arabic al-khemia meaning the Black Soil of Egypt (or the ((Egyptian) Black Art). Alchemy is the art of transformation.

Alchemy is an ancient science that was practiced all over the world. The most famous teacher was called Hermes Trismegistus in Greece and Thoth in Egypt. The old science of Hermes came back in the Renaissance.

The essence of Alchemy is called REBIS (Res Bina), Double Matter. REBIS is the end product of the alchemical magnum opus or Great Work. It is the Fusion of Spirit and Matter (the Body). Spirit is the Creative Part of the Human.

Double matter is sometimes described as the divine hermaphrodite, a being of both male and female qualities as indicated by the two heads within a single body.

The Great Work is the chemical and personal quest to create Double Matter, the Philosopher’s Stone, Spirit in Matter.

The Stone is the agent of chemical transmutation, and the key ingredient in the creation of the elixir of life, said to heal all diseases, induce longevity and even immortality.

In current Physics  transmutation is proved at room temperature in a proces called Cold Fusion.

In Physics one explanation for the fusion between Quantum Mechanics and Gravity is called the Wheeler Feynman Absorber Theory. In this theory the Future causes the Past and vice-versa. We are always in the Now, the Middle between Past & Future.

The Future and the Past are created by the Intention of the Observer, we call Measurement.

The Philosopher Stone
The Philosopher Stone

The aim of the Great Work is a fusion with the One (the Blazing Star, Saturn, Point) that is divided in the Two (Sun & Moon, Male & Female, Line) and the Four Planets (Square), the 12 (4×4-4) Constellations or more structures based on a power of a power (of a power….)  of 2. The Great Work moves from 2**N, …., Sixteen to Four to Two to One (or from one to two to four) in a Spiraling Spiral Motion.

The One, to which the elements must be reduced, is a little circle in the center of the squared figure (the cross). The cross is the mediator, making peace between the opposition of the planets.

The First Matter is the primordial chaos comparable to what we now call the vacuum, the state of lowest energy. This state contains all possibilities.

It can be looked on as an unorganized state of energy  that is the same for all substances and exists in an invisible state between energy and matter.

The First Matter is the One, the Point in the Middle of the Circle. In current physics a point is called a singularity or a black hole.

Alchemy is about Recombination

Alchemy is about re-combination summarized in the Latin expression Solve (break down in separate elementset Coagula (coming back together (coagulating) in a new, higher form).

Solve and Coagula
Solvite Corpora et Coagulata Spiritus (“dissolve the body and coagulate the spirit”).

Earth (Body) becomes Water (Spirit) by dissolving it in some solvent. Water becomes Air (a moist vapor) by boiling, which further heating turns into Fire (a dry vapor).

Finally Fire becomes Earth by allowing the vapors to condense on a solid material (a stone).

The circulation may repeat if it is done in a reflux condenser, such as the Pelican or kerotakis.

The Pelican is the Symbol of the Heart Chakra the connector between the Upper- and the Lower Triangle of the Body.

According to the early alchemists, the four elements—fire, water, air, and earth—come into existence via the combination of specific qualities, recognized as hot, cold, wet, and dry, being impressed on to the Prime Matter. For example, when hot and dry are impressed on the Prime Matter, we have fire.

(Hot and Cold) and (Wet and Dry) are oppositions. Their fusion is the empty set.

(Hot or Cold) and (Wet or Dry) can be combined -> (Hot, Wet), (Hot, Dry), etc.

The Cold allows substances to get together. The Hot is the power of separation.

Wet things tend to be Flexible (Fluent, Movement, Self, Not-Agency) whereas Dry things are fixed and structured (Agency, Resistance, not-Movement).

When the qualities are changed, the elements themselves are changed. Adding Water to Fire substituting wet for dry; hot and dry becomes hot and wet: steam, or Air.

As you can see in de picture below Hot & Cold and Wet and Dry are Binary Opposites (“lines”) that are voided by the central cross, the point of the Empty Set, The Void (A and not-A -> Empty).

Hot & Dry = Fire, Hot & Wet = Air, Cold & Wet = Water and Cold & Dry = Earth.

There are four types of Trinities the Passion-trinity (Dry, Wet, Warm), the Structure-trinity (Dry, Wet, Cold), the Resistance-trinity  (Warm, Cold, Dry) and the Movement-trinity (Warm, Cold, Wet).

The Square rotates. The wheel of the Square is driven by the four qualities. Wet on the rising side, Hot on the top, Dry on the descending side, and Cold on the bottom.

The start is powerless (Cold). By becoming more flexible (Wet) success and power comes (Heat).  At the top Rigidity (Dry) undermines the system and it falls back to a powerless state.

The Four Triangles
The Four Elements arise out of the Quintessence, The Fifth Element, The Symbol of The Heart Chakra, the Seal of Solomon

The four Elements all share the Triangle of the Holy Trinity. Every Trinity is seen from another perspective.

The two triangels, The Up-triangel and the Down-Triangel, are Opposites that are created out of two triangels that contain two Opposites that are fused. Humans are opposites in opposition.

Humans are FourFold

Humans are part of the Bilateria,  animals with bilateral symmetry.

Humans can be described as a fusion of two mirrored bilateral triangles, the Up-triangel related to the Top of the Body (Mind) and the Bottom-triangel of the lower Body both connected by the Heart. The two triangels and the separate triangels have to be balanced.

The principle of Balancing the two Triangles of Top & Bottom of the Body is represented by the Egyptian Goddess Ma’at who weights the Heart (the connector of Up and Down) of the Dead with her Feather (Nothing).

As you can see the Square of the Cycle of the Four Elements is visible in the picture below. The total picture shows a Hexagram with a Center (The Cross).

The points that are missing in the Square are the top- and the bottom of the two triangels which are the Whole (Up, Heaven) and the not-Whole, Emptiness, the Bottom (Hell).

The Seal of Solomon
The Seal of Solomon

A hexagon is a 2D-projection of a Cube.

The hexagon of Solomon can be transformed into the Cube of Space of the Sefer Yetsirah.

Cube of Space
Cube of Space

The Cube of Space can be transformed into the Tree of Life. The Tree of Life also called the tree of knowledge or world tree  connects heaven and underworld and all forms of creation and is portrayed in various religions and philosophies all over the world.

pilgrim mecca hajj
The Kaaba is the Cube of Space related to Saturn the Point in the Center of all Rotations. The people simulate the Rings of Saturn, the Son of the Sun.

The Spiral of Alchemy is about the Chemical Transformation of the Body by the Conceptual Transformation of the Mind.

The Tree of Life shows the levels/scales (three) and possible paths of the Opus Magnum, the alchemical journey.

About Truths for a Fact and Truths for a Reason

People have always believed in the fundamental character of binary oppositions like Hot & Cold and Wet & Dry are used in Alchemy.

In this part we move to the Field of Logic. In this case Hot/Cold and Wet/Dry transform into Necessary /Not-Necessary and Possible/not-Possible.

Chemical Wedding (Union of Opposites)
Chemical Wedding (Marriage of Opposites)

Oppositions can be divided in:

  1. Digital oppositions, contradictories, contain mutually exclusive terms (Gender (Male/Female)).
  2. Analogue oppositions, antonyms  or contraries: contain terms that are ordered on the same dimension (Temperature (Minimum->Cold/maximum->Hot)).

The doctrine of the square of opposition originated with Aristotle in the fourth century BC and has occurred in logic texts ever since.

The logical square is the result of two questions: Can two things be false together? Can two things be true together?

This gives 4 possibilities: no-no: contradiction (A/O, E/I); no-yes: subcontrariety (I/O); yes-no: contrariety (A/E); yes-yes: subalternation (A/I, E/O) better known as implication (A->B).

The four corners of the square represent the four basic forms of propositions recognized in classical logic:

  1. A propositions, or universal affirmatives take the form: All S are P.
  2. E propositions, or universal negations take the form: No S are P.
  3. I propositions, or particular affirmatives take the form: Some S are P.
  4. O propositions, or particular negations take the form: Some S are not P.

The square of opposition was debated for many reasons for more than two thousand years.

One of the discussions is about the difference between possible and necessary. In the so called Master Argument Diodorus proved that the future is as certain and defined as the past. The essence of logic (necessaty) implies the non-existence of freedom (possibility). X is possible if and only if X is necessary.

The term ‘possible’, in Aristotle’s view, is ambiguous. It has two senses known as one-sided possibility and two-sided possibility (or contingency). Being two-sided possible means being neither impossible nor necessary, and being one-sided possible simply means being not impossible.

Leibniz distinguished between necessary Truths for a Reason, which are true for a reason—i.e, their opposite is a contradiction—and contingent truths, (Truth for a Fact) such as the fact that the president of France is François Hollande. A contingent truth cannot be proved logically or mathematically; it is accidental, or historical (based on facts (events)).

About Geometric Logic and n-dimensional “Squares” of Opposition 

Modal Logic is about the fusion of necessity and possibility, contingency.

Logical Hexagon
Logical Hexagon

In Modal Logic the propositions are modelled in a logical hexagon where:

  1. A is interpreted as necessity: the two propositions must be either simultaneously true or simultaneously false. A is a Proof or Law.
  2. E is interpreted as impossibility. E is an Observation that contradicts the Proof of A.
  3. I is interpreted as possibility:  the truth of the propositions depends on the system of logic being considered . I is an Idea implied by the Proof that Contradicts E.
  4. is interpreted as ‘not necessarily’. O contradicts A.
  5. U is interpreted as non-contingency: neither logically necessary nor logically impossible, its truth or falsity can be established only by sensory observation.
  6. is interpreted as contingency: propositions that are neither true under every possible valuation (i.e. tautologies) nor false under every possible valuation (i.e. contradictions). Their truth depends on the truth of the facts that are part of the proposition. Y is a possible proven theory.

The Logical Hexagon has the same geometry as the Seal of Solomon. It contains the Square of Opposition (A,E,I,O).

The Logical Hexagon can be transformed just like the Seal of Solomon to the Cube of Space now called The Cube of Opposition.

The Logical Hexagon is used in many fields of Sciences like Musical Theory or Scientific Discovery.

The Hexagon of Opposition based on Musical Theory
The Hexagon of Opposition is used in Musical Theory

Every opposite can be defined by a string of zero’s and one’s like 1010. An opposite is 0101. This means that there are 2**4/2 = 4×4/2= 16 / 2 = 8 possible opposites. This is called the Octagon of Opposites.

The Octagon contains six reachable and two unreachable points in the Center (0000, 1111), the Empty Set (the Void, the Hole, Contradiction) or its Opposite (The Whole, Tautology).

It is clear that it must be possible to create higher dimensional models based on n-based-logics.

When n becomes very big the geometry will tend to a n-Dim circle in which every point is in opposition to the point at the other side.

The big problem with n-based logics is language. We don’t have the names to articulate the many grades of opposition that are possible.

The other problem is that a negation is not a symmetric operation (A = not-not-A) but a rotation with an angle 360/n.

The n-opposite-geometries are highly related to Simple Non-Abelian Groups (SNAGs). They play an important role in biology.

The last step is to transform the static n-opposite geometries by making n very large (infinite) to a dynamic “opposition field”.

Related Models

In current Psychology Hot & Cold are called Communion and Moist & Dry, Agency. Together they create the so called Interpersonal Circumplex.

Interpersonal Circumplex

The four stages of Learning by Jean Piaget.

The mathematical model behind the theory of Piaget is called the Klein Four Group or Identity/Negation/Reciprocity/Correlation-model.

Piaget
INRC-model of Piaget
INRC-model of Piaget

In the Science of Ecology (Panarchy) Agency & Communion are called Connectedness and Potential. The Panarchy model looks like a Mobius Ring.

A model that describes the Four Perspectives on Security:

Quaternity

The Semiotic Square of Greimas:

Semiotic Square
Semiotic Square

The Chinese Sheng-Cycle: The Chinese Five Element Model is comparable to the Western Four Element model. It contains as a Fifth Element, the Whole-Part-relationship (Earth, Observer State). Emptiness (Nothing, the Tao) is represented by the recursive Pentangle inside.

Tetralemma (Ancient Indian Logic)
Tetralemma (Ancient Indian Logic)

The lesson

When thou hast made the quadrangle round, then is all the secret found“.

When You have moved once through the Cycle you have seen Everything there is to See. The only way to move out of the Cycle is to jump into the wHole in the Middle.

The secret: It is impossible to move though the center because the paths that go through the center are a contradiction or a tautology (I am what I am, JHWH).

We have to move with the Cycle (making the rectangle round (a circle)), around the Singularity (the Hole of the Whole), going Up and going Down all the time.

The only way to solve this problem is to join the opposites by accepting only one thruth-value, by:

  1. Accepting everything (Wu Wei),
  2. Denying everything (Stoics) or
  3. Diminishing the amount of dimensions (“becoming Simple”, “like Children”) by moving up in abstraction (Hot & Cold -> Temperature -> Everything is Energy) to the level of zero dimensions, a point, becoming One with the First Matter (Tao, Vacuum, The Kingdom).

“If we then become children, would we thus enter the kingdom?” Jesus said unto them, “When ye make the two one, and when you make the inside like unto the outside and the outside like unto the inside, and that which is above like unto that which is below, and when ye make the male and the female one and the same, so that the male no longer be male nor the female female; then will ye enter into the kingdom.” (Gospel of Thomas, Logion 22).

LINKS

About the Geometry of Negation

About the Logic of Music

About Wu Wei

About Modal Logic

About the Cube of Opposition

About Logical Geometry

About the Square of Religion

Semiotics for Beginners

About Holonomic Alchemy

About Paths of Change

About the Sheng Cycle

How to use the Square of Opposition as a Research Tool

About the Cube of Space of  Sefer Yetzirah

About Truth of Reason and Truth of Fact

Why Humans are Toolmakers

About Chemical Transformation (Cold Fusion)

About the Ars Generalis Ultima of Ramon Lull (1305)

About the Six Domains of  the Polynomic System of Value

About the Logic of Creation

About Leibniz Calculating Machine

About Zero Dimension 

Why Innovation is Re-Combination

How to Balance the Seal of Solomon

About Interpersonal Theory 

About Panarchy

About the Hexagon of Opposition

About n-based logics

About Flow-Systems

Anti-Fragility and the Square of Opposites

An Introduction to Hexagonal Geometry

 

Spelen met tussenschotten, lagen en stromen.

J.Konstapel , Leiden, 9-1998.

Dit is een door mij geschreven hoofdstuk uit het boek De onvermijdelijke culturele revolutie /  |red. H. Konstapel, E. Vreedenburgh, G.J.P. Rijntjes, SMO 9-1998.

Dit artikel trekt lering uit de ervaringen die ik heb opgedaan met het besturen van softwarecomplexen.

Onder besturen versta ík dat er iemand is, die weloverwogen, op basis van kennis van zaken, sturing geeft aan een proces van ontwikkeling. Onder een softwarecomplex versta ik een grote hoeveelheid geautomatiseerde code die zeer complex is opgebouwd.

In het algemeen is dit het geval als software ouder wordt. Er is dan niemand meer, die bij het origineel betrokken is geweest en de documentatie is weg of verouderd.

Een andere complicerende factor is gekochte software, zoals WINDOWS. De nieuwe eigenaar heeft er geen idee van hoe deze software werkt. Op dit ogenblik zit al meer dan 95% van de software “onder de motorkap” in de PC.

De afhankelijkheid van deze software is bij veel gebruikers erg groot. We zijn de gevangenen geworden van de ons omringende software.

Met een beschrijving van mijn eigen ontwikkelingsgang, wil ik in vogelvlucht de ontwikkelingen in de automatisering en de besturing van automatiseringsprocessen tussen 1970 en nu in kaart brengen.

Er toont zich in die periode een exploderende diversiteit aan software en ondanks verwoede pogingen een steeds verder afnemende besturing door het individu. Op dit moment is er zelfs geen sprake meer van besturing van processen maar van autonome groei.

Vervolgens beschrijf ik gedrag van mensen in relatie tot complexe situaties en zal laten zien, dat we op dit punt niet sterk staan. Mensen zijn overlevingsmachines en geen analisten.

Daarna pak ik de evolutie-theorie op. Deze theorie lijkt bruikbaar om op termijn, nieuwe wijzen van besturen van de ontwikkeling van het softwarecomplexen te ontdekken.

Als laatste probeer ik alle vergaarde kennis te gebruiken om te laten zien hoe besturen mogelijk is door te spelen met tussenschotten, lagen en stromen.

Programmeren

Mijn eerste ervaringen met computers en computertalen deed ik op in de periode 1969 – 1980. In deze periode studeerde ik wiskunde in Leiden en deed mijn eerste werkervaring op als Operations Research Analist bij de Algemene Bank Nederland (ABN).

Deze eerste ontwikkelingsfase is te typeren met de term programmeren. Er werd veel aandacht geschonken aan het maken van programma’s en nog weinig aan ontwerpen of besturen. Dit was ook niet nodig, omdat er niet veel ontwikkelaars en programma’s waren.

Ik zag mijn eerste computer of beter een stukje van de computer, de kaartlezer, in 1969 in het Centraal Rekeninstituut van de Universiteit Leiden. Hij stond in de hal en mensen met dozen vol ponskaarten omringden hem. Het duurde een dag, voordat je zeker wist, dat alles wat je op die kaarten had ingetikt ook zonder tikfouten was. Dat betekende echter nog niet, dat het programma realiseerde wat je er van verwachtte.

Studenten Wiskunde werden getraind in ALGOL en Assembler. De laatste taal was een machinetaal gericht op computers van IBM. Assembler was het summum van onbegrijpelijkheid. Je verschoof steeds kleine stukjes data in binaire vorm van het ene geheugenplekje naar het andere plekje.

ALGOL, de moeder van alle computertalen, was bedacht om deze narigheid onzichtbaar te maken. Door een ander programma werd ALGOL omgezet in Assembler. Weer een ander programma zette Assembler om in nullen en enen (de machinecode).

Het laten werken van programma’s gaf een enorme kick. Na soms weken puzzelen en erg veel wachten op output deed hij het.

Naast de praktijk van het programmeren kregen we ook theorie over talen (Chomsky), machines (Turing) en programmeren (Dijkstra).

Langzamerhand werd duidelijk, dat we iets in handen hadden, dat de wereld zou veranderen. Het werd duidelijk dat met de computer of beter gezegd met de computertaal ideeën supersnel om te zetten zijn in acties.

Computertalen

De denkbeelden van Chomsky hebben grote invloed uitgeoefend op de computertalen. Door het combineren van woorden en patronen (de syntax) ontstaan oneindig veel mogelijkheden.

Het omgekeerde, het vinden van woorden en patronen in de resultaten, kreeg mijn aandacht. Was het mogelijk om hier een methode voor te bedenken?  Het vertalen van de ene naar de andere taal leek een kwestie van tijd te zijn. Maar tot op heden zijn we in beide gebieden nog aan het speuren naar de ultieme oplossingen.

Door veel te lezen over de geschiedenis van de filosofie (Störig, Russell) ontdekte ik, dat taal en vertalen de mens al eeuwen hebben beziggehouden.

In bijvoorbeeld de Culturele Antropologie (Levi-Strauss) wordt geprobeerd om de woorden en de patronen te vinden in culturen.

Chomsky en Turing hebben laten zien, dat er een groot verschil is tussen computertalen en mensentalen. Bij een computertaal is de betekenis (semantiek) eenduidig en kunnen woorden vertaald worden door ze stuk voor stuk te lezen en te interpreteren. Er bestaat geen twijfel over wat er moet gebeuren.

In een mensentaal moet je soms “heen-en-weer” in de tekst om de juiste betekenis te vinden. Er is hierbij sprake van contextgevoeligheid.

Ook is de plaats van een woord ten opzichte van een ander woord belangrijk voor de betekenis ervan. Bovendien kunnen dezelfde woorden verschillende betekenissen hebben.

Het verschil tussen computer- en mensentalen heeft een enorme invloed gehad op de automatisering. Steeds heeft men geprobeerd om de structuur van de computertaal aan de gebruiker op te dringen omdat dit niet lukte werd de automatisering/software steeds complexer.

De computer beschikt slechts over een beperkt aantal woorden en patronen. Hoe dichter je de computer nadert, met als minimale taal de machine code, hoe minder woorden en patronen er zijn.

De variatie in (output-)mogelijkheden neemt hierdoor toe.  Iedere ontwikkelaar van een nieuwe computertaal maakt, meestal impliciet, een keuze voor het makkelijk bereiken van een bepaald soort eindresultaat, met veel vaste woorden en patronen, of voor veel variatie in dit resultaat.

Technici houden van talen die dicht bij de computer staan. Eindgebruikers willen het omgekeerde: een taal die het meest lijkt op een mensentaal.

Zo zijn er in de loop der tijd steeds nieuwe talen ontstaan, die naast elkaar staan of op elkaar zijn gebaseerd. Zo wordt een taal soms via een laag van vertalers naar de computer gebracht. Dit vertalen kost allemaal tijd.

Hoe meer de taal kan hoe langer het duurt voordat het resultaat zichtbaar wordt. Door de steeds maar weer toenemende kracht van de computer valt het niet op dat er zeer veel werk wordt verstouwd.

Aan de ontwikkelde computertalen zijn generaties toegekend, die worden aangeduid met nummers (1e Generation Languages 1GL). De ontwikkeling van machinecode (1e generatie) via Assembler (2e generatie) naar Algol (3e generatie) lijkt te zijn geëindigd in de 4de generatie ( SQL).

Het ontwikkelen van de 5de generatie taal (Artificial Intelligence) is ondanks hoge investeringen tot op heden niet gelukt.

Computers werken niet exact

Het leukste vak tijdens mijn studie vond ik Numerieke Wiskunde. Complexe wiskundige structuren werden afgebroken in door de computer te gebruiken bouwstenen.

Zo is machtsverheffen niets anders dan een aantal keren vermenigvuldigen en zijn sinus en cosinus reeksontwikkelingen.

Veel mensen weten niet dat het meestal niet mogelijk is om een berekening exact door een computer te laten uitvoeren. Men probeert dan een benadering te vinden.

Het toepassen van benaderingen op benaderingen maakt, dat de afrondfout steeds groter wordt. Zoals gesteld zijn de meeste computergebruikers zijn zich hiervan niet bewust.De computer wordt gezien als het wonder van exactheid.

Het aan elkaar verbinden van een groot aantal benaderde berekeningen, zoals in een groot wiskundig model geeft uiteindelijk een onvoorspelbaar resultaat dat tussen grote marges van onzekerheid ligt.

De meeste onderzoekers kunnen deze marge niet tonen of willen hem niet tonen. Ze geven liever hun eindresultaat in de vorm van een getal met het liefst vele cijfers na de komma.

Leren

Als bijvak voor mijn doctoraal deed ik Onderwijskunde. Het meest interessante gedeelte was voor mij Leerpsychologie.

Gagné beschreef leren als een gradueel proces, waarbij lagere structuren, zoals stimulus en respons, zich opbouwden tot het summum van de “problem-solving”. De theorie van Gagné geeft een indeling, maar verklaart weinig.

Piaget (The psychologie of intelligence, 1986) ontwikkelde een theorie die gebaseerd is op “sprongsgewijs” leren.Mensen leren door gegevens en ervaringen op te slaan in bestaande mentale vormen (assimilatie) of door het herstructureren van deze structuren (accommodatie). Dit laatste gaat gepaard met allerlei vaak ook emotionele bijeffecten (ziekte, stress).

Accommodatie grijpt veel dieper in op de mens dan enkel op mentaal niveau. Het kan bijvoorbeeld het immuunsysteem aantasten. Deze bevindingen zag ik terug in mijn latere werkzaamheden als leidinggevende van een ontwikkelafdeling en als betrokkene bij grote veranderingsprojecten.

Echte problemen zijn onoplosbaar

Na mijn afstuderen in 1976 kwam ik in dienst van ABN op de afdeling Operations Research. Hier was men, dacht ik, bezig om “het grote exacte werk” te verrichten. De afdeling bestond uit econometristen en wiskundige ingenieurs.

Ik was, naast mijn baas de enige echte Drs. Wiskunde. Al snel ontdekte ik, dat echte automatiseringsproblemen onoplosbaar waren en je ergens moest gaan “sjoemelen” om met een oplossing te komen.

Een mooi voorbeeld is het optimaliseren van databasestructuren. Na het bestuderen van boeken en gesprekken met databaseontwerpers ontdekten we, dat er vele optimalisatie manieren waren, die ieder als dé manier werden bestempeld.

Een wiskundige analyse van het probleem liet zien, dat het vrijwel onmogelijk was om in redelijke tijd een oplossing te vinden voor het optimaliseren van database-structuren.

Hierbij kwam het probleem, dat een kleine verandering van de waarden (bijvoorbeeld het aantal banktransacties per dag) aanleiding gaf tot grote veranderingen in de oorspronkelijke structuur.

Toch bleken de database-ontwerpers niet te overtuigen van de in essentie onoplosbaarheid van deze automatiseringsproblemen. Net als bij andere existentiële vraagstukken bleek de het onoplosbare karakter ervan te leiden tot het aanhangen van een geloof.

APL en de druk om te verwezenlijken.

APL, “A Programming Language”, is een taal gemaakt voor wiskundigen. Oorspronkelijk was ze bedoeld als instrument om wiskunde onderwijs te geven. APL slaat alle gegevens op in matrices. Deze manier van opslaan is uitermate flexibel en liep ver vooruit op latere ontwikkelingen zoals de relationele database.

Met APL worden alle bewerkingen direct in het geheugen uitgevoerd. Men noemt dit een interpretor. Het directe werken met de hardware gaat ten koste van de uitvoeringssnelheid.

Talen, die in onderliggende talen worden vertaald bieden de mogelijkheid om te worden geoptimaliseerd. In het algemeen kan men dan kiezen voor optimalisatie van het ruimtegebruik of van de verwerkingssnelheid.

APL is de meest perfecte “direct link” tussen (wiskundige) hersenen en de computer. Na een langdurige inleerperiode was de programmeur in staat om de meest complexe problemen in een paar symbolen te vangen.

Er werd ook een sport van gemaakt om programma’s steeds compacter te maken. Na deze inkrimping van het aantal symbolen snapte niemand meer wat het programma beoogde, behalve de ontwikkelaar. Maar na enige tijd wist deze het ook niet meer. Pas na een langdurige studie kon de ene programmeur het onderhoud van de programma’s van een ander overnemen.

Er werd om dit probleem te voorkomen aangedrongen op het maken van documentatie in het programma of daar buiten. Door de programmeurs werd dit gezien als tijdverspilling.

Er bestond een enorme druk om steeds maar weer nieuwe ideeën te verwezenlijken. Een goede administratieve afwerking leverde geen punten op.

Na enige tijd werd ik betrokken bij het maken van delen van wiskundige modellen. Deze modellen hadden tot doel om de ontwikkeling van de rente te voorspellen op basis van tijdreeksen. Hiertoe werd een complete prognosefabriek gebouwd in APL, die met behulp van een modelgenerator (Box-Jenkins)* een grafische terminal van Tectronix* aanstuurde.

Per maand werd volautomatisch een doos met plotjes met grafieken afgeleverd en aangeboden aan de bedrijfseconomen. Het viel mij op, dat men geen aandacht schonk aan afrondfouten, die APL veroorzaakte.

Er werden door APL namelijk zeer complexe programma’s aan elkaar geknoopt. Daarnaast werd ook de statistische fout niet getoond. De klant kreeg prachtige grafieken en had een groot vertrouwen in de deskundigheid van statistici. Hoe complexer het model, hoe groter het geloof.

Bij de ontwikkeling van een Management Information System (MIS) kreeg ik steeds meer te maken met medewerkers van het computercentrum. In het MIS werden wiskundige modellen (in APL) en de administratie (in COBOL) samen gebracht.

Om de opslag te verbeteren werd gekozen voor het nieuwste van het nieuwste, een database-managementsysteem van IBM genaamd IMS.

De technici vertaalden deze term in Increasing MainStorage, omdat de software enorm veel geheugen kostte. In die tijd was het werkgeheugen van de computer een schaars goed. Programma’s werden vaak opnieuw gemaakt om zo slim mogelijk met geheugen om te springen. Deze optimalisatie is één van de belangrijkste oorzaken van het jaar 2000-probleem.

Het computercentrum zelf was een grote papierfabriek, waar lange lijsten werden afgedrukt en verstuurd naar de kantoren. Men besteedde veel tijd aan het omstandig aantonen, dat iets niet kon of dat de ander de schuld had van een fout.

Dit kwam, omdat men de werkwijze had opgesplitst in stappen en taken, die vaak langs elkaar heen werkten. Voordat er wat werd gemaakt moest er eerst worden opgeschreven wat er moest gebeuren. Dit laatste werd goedgekeurd door de gebruiker. Later werd de werking van de programma’s nog eens op papier beschreven. Als laatste werd er getest of de programma’s wel deden wat de bedoeling was.

In het algemeen was de gebruiker daarna niet tevreden met wat hij kreeg. Hij werd dan om zijn oren geslagen met de specificatie die hij had goedgekeurd en moest dan wel inbinden.

Het spel kostte veel meer tijd en mensen dan bij Operations Research. Veel later werd de aanpak bij Operations Research voorzien van de naam “Iteratief ontwikkelen”. In tegenstelling tot de werkwijze bij het computercentrum  houdt iteratief ontwikkelen in het samen met de gebruiker stapsgewijs ontwikkelen van software. Elke korte ontwikkelstap wordt pas afgesloten na overleg met de gebruiker.

Samenvatting

  • We kunnen gespecialiseerde talen naar machinetaal vertalen. Een machinetaal bestuurt een computer. Een machinetaal bevat heel weinig onderdelen en patronen. Hoe minder onderdelen en regels een taal bevat hoe meer mogelijkheden hij heeft. Gewone mensentaal voldoet niet aan de regels: zij is niet eenduidig en ze is contextgevoelig.
  • Het is mogelijk om een taal te beschrijven met behulp van een andere taal. Door iedere hogere laag geven we een richting aan het toepassingsgebied. We maken de taal rijker en daarmee de uitvoer meer voorspelbaar.
  • Een computer is niet in staat tot het exact uitrekenen van complexe wiskundige berekeningen. Er worden met behulp van numerieke wiskunde benaderingen geïntroduceerd, die een fout introduceren, die zichzelf versterkt als we berekeningen op berekeningen toepassen. Mensen weten dit niet of willen dit niet weten. Een computer staat voor hen voor exactheid.
  • Er bestaat een groot verlangen om ideeën om te zetten naar activiteit. Een computer is het middel om dit te doen. Het overzetten lukt het beste met abstracte ideeën, die wiskundig kunnen worden beschreven. Er is dan een één op één relatie tussen denken en doen. Niet-wiskundige menselijke intelligentie is (nog?) niet te vatten in een taal. Schijnbaar gaan we als we taallagen maken ergens over een grens heen, die het onmogelijk maakt om eenduidig te vertalen.
  • De problemen in de wereld laten zich in het algemeen niet vangen door een wiskundig model. Altijd moet er water in de wijn worden gedaan. Onoplosbare problemen leiden tot een groot geloof in de eigen oplossing.
  • Hoe complexer het model wordt hoe onbetrouwbaarder de uitkomsten zijn en hoe groter het geloof wordt van de klant. Als een wiskundige het heeft bedacht zal het wel kloppen.
  • De taal APL was ver vooruit op alle andere talen in zijn mogelijkheden. Het gemak, waarmee men een bepaald idee kan omzetten naar de werkelijkheid is bepalend voor de werkwijze. Mensen willen direct resultaat.
  • Per periode is er een dominant selectiecriterium dat bepaalt wat goed en fout is. In de eerste periode van automatisering is dat de schaarste aan werkgeheugen van de computer geweest.
  • Hoe meer mensen tussen de vrager naar informatie en de leverancier van deze informatie worden gezet hoe minder de resultaten aanslaan en hoe langer het ontwikkelproces duurt. Dit pleit ervoor om het “zelf te doen”.

Besturen

De hoeveelheid betrokken mensen en de omvang van de programmatuur namen in de loop der tijd toe. De afstand tussen de gebruiker en de ontwikkelaar werd groter en groter. De manager werd geroepen om orde op zaken te stellen.

De volgende fase in de geschiedenis gaat over besturen.

Het zal blijken, dat het zeer moeilijk is om de realisatie van ideeën werkelijk te beheersen.

De volgende opsomming van uiteenlopende observaties en onderzoeksresultaten hebben invloed gehad op mijn denken over en besturen van ontwikkelingsprojecten.

Planning & Beleid

In 1980 ben ik overgestapt van ABN naar de Centrale Directie van de PTT.

Hier werd ik tewerkgesteld als beleidsmedewerker bij de Centrale Afdeling Personeelsvoorziening en Loopbaanontwikkeling. De PTT was op dat moment bezig om zich op te splitsen in Geld (Giro), Post en Telecom.

De centrale afdeling was bezig met zijn “doodstrijd”. Deze strijd heeft jaren geduurd.

Om de stap van Operations Research Analist naar Beleidsmedewerker te kunnen maken volgde ik de postdoctoraal opleiding Planning en Beleid in Utrecht.

Het was de allereerste keer, dat ik theoretisch te maken kreeg met het besturen van complexe processen. Ten opzichte van Operations Research richtte ik mij nu op de mens en niet op het model.

In de opleiding liet men zien, dat het vak Planning en Beleid in een diepe crisis verkeerde. Dit was de crisis van het afbrokkelende geloof in de “maakbare samenleving”.

De bekendste onderzoeker uit die tijd was Simon, die samen met Newell het boek “Human problem solving”* (1972) had geschreven.

Een belangrijk thema in dit boek was dat de meeste problemen echt onoplosbaar zijn óf dat we onvoldoende (computer-)tijd hebben om ze op te lossen.

Mensen gaan op zoek naar het “haalbare” en relateren hun “aspiratieniveau” aan de groep, waar ze inzitten. Het is goed mogelijk, dat een oplossing slechts delen van een probleem oplost en soms elders weer grote problemen veroorzaakt. Probleem oplossen is voor een groot deel perceptie. We geloven, dat we iets hebben opgelost.

Ik zat midden tussen de beleidsmedewerkers die aan onderwerpen als Beoordeling werkten. Zij hadden hiertoe overleg met gelijkwaardige managers. Ik had niet de indruk, dat men “de vloer” bezocht.

Een korte stage bij het Postdistrict Leiden opende mij de ogen. Wat was er een verschil tussen de ideële hoogbetaalde beleidsmedewerkers en de postbeambten. Later besefte ik, dat een dergelijk contact het onmogelijk maakt om nog “beleid te maken”.

Hoe meer je weet van de werkelijkheid hoe slechter je kunt beslissen, omdat je de consequenties kent. Je hebt een abstract model en soms, letterlijk, afstand nodig om hier los van te komen.

Generaals moeten ver van het slagveld hun strategie bepalen. Soldaten zijn dan nummers en eenheden geworden. Als ze te dichtbij komen zien de generaals de mens achter het nummer en nummers kunnen niet sneuvelen, mensen wel.

Men maakt plannen als men denkt, dat de toekomst voorspelbaar is

Er was wat onderzoek gedaan naar het verband tussen het planningsproces en de toestand van de omgeving. Hierbij kwam de  term “causal texture” (F.E. Emery en F.E.Trist) naar boven.

De voorspelbaarheid van de omgeving kan oplopen van “placid” naar “turbulence”. Hoe meer onvoorspelbaar een omgeving in de toekomst is hoe beter het is om ad-hoc te reageren.

Hier werd ook een mooie term voor uitgevonden namelijk “Muddling through (voortmodderen)”. Door de enorme hoeveelheid gegevens, die de laatste tijd beschikbaar komen hebben de meeste mensen het gevoel, dat de “causal texture” constant turbulent is.

Voortmodderen is de algemene trend aan het worden. Dit voortmodderen kunnen we op een nette manier vertalen in “leren en direct reageren”. De manier, waarop mensen leren is cruciaal voor het planproces.

Vandaar, dat er ook steeds meer theorieën komen,  die de term leren bevatten, zoals  “planning by learning” en “de lerende organisatie” (P. Senge).

In mijn scriptie voor de postdoctoraal opleiding paste ik deze theorie op de automatisering toe en beschreef het iteratief ontwikkelen van software.  De toekomst is altijd onvoorspelbaar. Ze wordt gemaakt door mensen, die of denken te kunnen voorspellen of willen scheppen. “Shape your own future”!

Plannen worden uitgevoerd als iedereen de “nood”-zaak ziet.

Men deed onderzoek naar falen en slagen van grote planningsprojecten.

Een historische analyse duidde aan, dat het erg goed uitkomt als er sprake is van een ramp, zie bijvoorbeeld de Deltawerken als gevolg van de stormvloedramp van 1953.

De negatieve begrippen ramp en vijand kunnen positief vertaald worden in het begrip visie. Dit grijpt echter aan op een ander niveau. (Doods-)angst en afgunst sturen op het niveau van de emoties, terwijl een visie het intellect stuurt.

Later is me opgevallen, dat men veranderingsprocessen in het algemeen probeert te sturen met positieve denkbeelden: het voorhouden van de wortel. Het aspect pijn, de stok, laat men achterwege.

Good managers don’t make policy-decisions. They give their organizations “a sense of direction” and they are masters of developing opportunities (Wrapp, Harvard Business Review, 1967).

Plannen is verbonden aan “geloven”. Managers moeten niet zelf beslissen, maar hun medewerkers de context aanbieden om een beslissing te nemen. Er zijn mensen, die de gave van het overtuigen hebben. Het lijkt erop, dat ze dit alleen kunnen doen als ze zichtbaar en voelbaar zijn. De meeste managers zijn een naam en tonen zich niet.

Een organisatie is een samenspel van mensen. We moeten er geen individuele menselijke eigenschappen aan geven. In sommige bedrijfskundige theorieën krijgen organisaties een “eigen leven”.

Ze worden een mens en hebben een geheugen, ze leren en ze anticiperen. Voor mij is het is twijfelachtig of een verzameling mensen hetzelfde gedrag vertoont als één mens.

Een collectief heeft op hetzelfde moment over een onderwerp vele meningen. Individuen of groepen van individuen streven vaak tegenstrijdige belangen na. In grote organisaties zijn er dan ook vrijwel altijd zichtbaar of onzichtbaar concurrerende onderdelen.

Aan bedrijfskundestudenten wordt een mechanistisch beeld  van de organisatie geleerd. Het topmanagement ziet de richting, drukt op de knop en de raderen draaien. Maar de medewerkers zien geen beleid en geen visie.

De omgeving blijkt niet te reageren zoals het topmanagement dacht en de raderen staan stil. Het duurt jaren voor het management, vaak na een tijdje overspannen te zijn geweest, accepteren dat het anders moet.

Organisaties zijn in de tijd onvoorspelbare, veranderende patronen van mensen en middelen en kunnen daardoor niet mechanistisch bestuurd worden.

Plannen is een mentaal proces

Mensen veranderen door de mentale en fysieke ervaringen die ze meemaken. Deze ervaringen zijn het gereedschap, waarmee ze de toekomst ingaan. Het maken van plannen wordt enorm beïnvloed door deze ervaringen.

Voorspellingen, die negatieve consequenties geven voor het toekomstig functioneren worden “weggestopt”.

Zo ziet de toekomst er in principe altijd enigszins “rooskleurig” uit. Ernstige ziekten en faillissementen overkomen anderen.

Veel methodes proberen om deze bias te voorkomen, door het toeval in het planningsproces te introduceren.

Men gaat scenario’s maken. In de mentale modellen  van de werkelijkheid worden variaties aangebracht en aan de planners aangeboden. Men hoopt dan, dat iemand “het licht ziet”.

Als een kind speelt experimenteert het binnen een “veilige wereld”. Hierbij gebruikt het voorwerpen, die belangrijke zaken in de wereld voorstellen (een pop vader). Door de pop worden vele mogelijke (en ook onmogelijke) situaties uitgeprobeerd.

Ook volwassenen gebruiken dit soort manieren om zich voor te bereiden op nieuwe situaties.

Mensen lijken doelgericht, van zichzelf bewust, staan open voor de buitenwereld en hebben een eindig bestaan. In sommige theorieën hebben organisaties deze eigenschappen overgenomen.

De meeste organisaties leven echter veel korter dan mensen. Men heeft de hoop, dat planning het mogelijk maakt om de levensduur te verlengen. Arie de Geus (De Levende Onderneming) heeft laten uitzoeken wat “oude bedrijven” gemeen hebben.

Deze bedrijven blijken gevoelig te zijn voor hun omgeving, hebben een sterke identiteit, zijn tolerant en karig met geld.

Dit laatste punt is mij al meer opgevallen. Beperkingen verwekken creativiteit. Hoe minder budget hoe intelligenter de oplossing.

De identiteit maakt het voor individuen mogelijk om zich te ordenen. Men streeft naar een gezamenlijk doel. Indien de toekomst een dergelijk doel niet meer suggereert valt de identiteit weg.

Ontwikkelingen in de besturing van automatisering na 1984

In 1981 kwam ik terug bij  ABN. Ik promoveerde in snel tempo naar de functie van groepsleider van een automatiseringsafdeling. In 1984 werd ik gevraagd om me druk te gaan maken over het ontwikkelproces. De projecten werden complexer.

Om de processen in de automatisering te kunnen besturen werd een aantal maatregelen genomen.

Projectmanagement werd geïntroduceerd. Dit werd gebaseerd op wat men later de watervalaanpak is gaan noemen.

Er werden scherp afgescheiden fasen ingevoerd (ontwerpen, bouwen, testen en exploiteren).

Deze specifieke fasen werden voorzien van standaarden (documentindeling, opleidingen, taakbeschrijvingen).

Men ging uit van de oude planningstheorie die een maakbare wereld veronderstelde.

Niemand had in die tijd het benul hoe snel en drastisch de automatisering en de buitenwereld zou gaan veranderen.

Er werden hulpmiddelen geïntroduceerd. De ontwikkelaar ging steeds meer tijd achter zijn beeldscherm  doorbrengen. Er werd hierdoor minder tijd besteed aan overwegen.

Door de standaardisatie ging de automatisering zich voor automatisering lenen.

De eerste innovatie was de tekstverwerker, waardoor de programmeur niet meer afhankelijk was van de centrale typ- en ponskamer.

De doorlooptijd tussen idee en realisatie van het idee werd steeds korter. Bij de tekstverwerker moest men in eerste instantie nog gebruik maken van een typmachine. Later werd het beeldscherm geïntroduceerd.

Er waren minder beeldschermen dan medewerkers. Men moest inschrijven op een lijst. In de tussentijd bekeek de programmeur zijn product en op papier bracht wijzigingen aan.

In de loop der tijd werd de verhouding één op één. Vanaf toen werd er nog uitsluitend gewerkt achter het scherm. De interactie tussen computer en ontwikkelaar verving het rustig zelf nadenken.

Deze vervanging van de “contemplatie” door de interactie heeft een enorme impact op de werkwijze gehad. De mens werd langzaam maar zeker in de machine, lees de software, “gezogen”. De software nam de leiding over.

In een later stadium werd de methode vertaald in grafische hulpmiddelen. In eerste instantie vervingen die het tekenmiddel (de template). Later ging de software meedenken en taken overnemen.

De Computer Assisted Software Engineering (CASE) was geboren. De ontwikkelaars waren niet echt blij met deze ontwikkeling. Men kon zijn eigen “stijl” niet meer gebruiken.

Preventie krijgt de overhand. Dit resulteerde in vele nieuwe functies, die allemaal proberen te voorkomen dat er fouten worden gemaakt.

In 1984 werd ik verantwoordelijk voor de nieuwe afdeling Gegevensbeheer. Deze afdeling moest proberen om de samenhang in de gegevensstructuren van de bank te bewaken.

Het streven werd om een project op tijd, binnen het budget en met de gewenste functionaliteit op te leveren. Dit streven naar preventie heeft grote invloed gekregen op de werkwijze.

  • Men ontdekte, dat veel functionaliteitfouten onstonden door een beperkt ontwerpproces. Het aanpassen van een ontwerp (een idee) is veel goedkoper dan het aanpassen van een programma (een realisatie). Er kwamen dus ontwerpers, die los van de bouwers gingen werken. De overdracht van de kennis van de ontwerpers naar de bouwers werd een probleem. In de loop van een project werd altijd tijd verloren. De managers durfden meestal deze uitloop niet te vertellen aan de opdrachtgevers. Men bespaarde liever tijd  door “onnodige” zaken over te slaan. Er werd dan minder getest en gedocumenteerd.
  • Men ontdekte, dat de ontwikkelaars zich niet aan de methode hielden. Er kwamen dan ook kwaliteitscontroleurs, verbeterprogramma’s en ISO-certificaten. De ontwikkelaars vonden manieren om aan deze controle te ontkomen. Dit gaf weer munitie aan de controleurs om hun aantal te vergroten en nog meer geavanceerde middelen te ontwikkelen.
  • Men ontdekte, dat systemen elkaar in de weg zaten (overlap). Er kwamen dan ook informatieplanners en administrators, die bedrijfsdoelstellingen gingen vertalen in logische- en technische architecturen.
  • Men ontdekte, dat software veel fouten bevatte. Er kwamen dan ook testers en testplannen en testhulpmiddelen.
  • Men ontdekte nieuwe aanpakken en er kwam nieuwe technologie, die alles zou verbeteren. Hiertoe moesten velen vaak getraind worden.

Er kwamen zoveel verschillende soorten automatiseerders, dat het op het juiste moment bijeen brengen een probleem werd.

Er kwamen dan ook human resourcemanagers, skill-management-systemen en planningspakketten.

Het resultaat was, dat de bouwer omringd werd door een veelvoud van anderen, die feitelijk niets maakten.

Het ergste is nog, dat men nog steeds niet beschikt over een manier om objectief te meten wat productief is.

Hierdoor kon de ene na de andere hype de softwareontwikkeling in grote beroering brengen. Deze is nog steeds in afwachting van de “silver bullet”, die wellicht nooit gaat komen.

De database als grote integrator

De ontwikkelingsmethode werd sterk beïnvloed door de opkomst van de database. Het computercentrum transformeerde zich van lijstenfabriek naar opslagcentrum. Het gegeven werd uitgevonden.

De methode werd een object van heilige oorlog tussen de procesdenkers en gegevensdenkers. In essentie ging het bij deze oorlog om het verschil tussen het veranderende (gebeurtenis, algoritme, proces) en het blijvende (het gegeven, het geheugen).

De hoop bestond, dat gegevens zeer lang gelijk zouden blijven in hun semantiek en syntax. De semantiek en in het bijzonder het classificeren werd een belangrijk onderwerp van onderzoek.

Er werden projecten gestart om bedrijfsgegevens-modellen in kaart te brengen en bedrijfsbrede databases te bouwen. Deze databases moesten de waarden, betekenis en beschrijving van alle gegevens van het bedrijf bevatten.

Hiervoor deed de architect zijn intrede. Hij had als opdracht om ruimtelijke ordening tussen systemen te bewerkstelligen. De “vaste gegevens” theorie is niet uitgekomen. De werkelijkheid bevat weinig stabiele elementen.

Gegevens zijn een afbeelding van de blik van de medewerkers en de klanten op de werkelijkheid. Zowel deze blik, lees het paradigma, als de werkelijkheid zijn met toenemende snelheid aan het veranderen.

De waterval-aanpak veronderstelde stabiliteit in de verwachtingen en specificaties van de klant en in de  techniek. De doorlooptijd van een redelijk project was toch gauw een jaar. In die tijd veranderde de wereld sterk.

Bij de klanten was een onderscheid te maken tussen de vertegenwoordiger van de klanten en de daadwerkelijke gebruiker van de software. De laatste kwam er bij het specificeren eigenlijk weinig aan te pas.

Als men na hard zwoegen alles klaar had begon het proces van implementatie: de eerste confrontatie met de gebruiker. In de loop der tijd is die gebruiker steeds mondiger en veeleisender geworden.

De acceptatiegraad van nieuwe software is vaak klein. Dit fenomeen komt veel minder voor bij pakketsoftware. Hier wordt goed gebruik gemaakt van marketingtechnieken. Implementeren is “verkopen”.

Het uitgangspunt bij pakketsoftware is dat het niet mogelijk is om met alle individuele wensen rekening te houden.

Men dacht structuur te zien in de bestaande situatie. Alle databases gerelateerd aan een klant werden onder één noemer gebracht net als alle manieren om rente te berekenen. Er werden vele herbruikbare elementen onderscheiden.

Deze elementen werden vertaald in een nieuwe taal, de zogenaamde 4GL. Deze taal maakte het maken van een lijst zo simpel, dat de eindgebruiker het zelf kon doen.

Een andere manier om snel te ontwikkelen is de generator. Dit is een middel om kleine stukjes bestaande programma’s aan elkaar te koppelen.

Toch bleek in de loop der tijd, dat iedere groepering op den duur weer instabiel werd. Hoe groter de samengeklonterde brokken waren, hoe moeilijker het werd om ze snel aan te passen.

De “just-in-time” ontwikkeling

De logistiek leverde het concept van just-in-time. Deze manier van werken wordt gerealiseerd door voorraden op te heffen en de ontwikkeling pas te starten als het nodig is.

Dit verreist een hoog niveau van standaardisatie en een goed inzicht in het product. Dit product wordt uit elkaar gehaald en weer opgebouwd uit instelbare bouwstenen.

Binnen de grenzen van het mogelijke worden de klanten in staat gesteld om hun wensen kenbaar te maken. Ontwikkelen wordt een proces van het instellen van soms vele parameters. Met complexe software (bijv. SAP) kan men hier maanden mee bezig zijn.

Uit het logistieke concept groeide het idee van de software-fabriek. Software wordt door de opdrachtgever just-in-time samengesteld uit pasklare onderdelen. Dit vereist een goed inzicht in het eindresultaat.

Na een aantal iteraties is een goede architect in staat om dit eindresultaat te bereiken met een beperkt aantal bouwstenen. In één keer lukt het nooit.

Een goede manier is om bestaande systemen te verbeteren. Het doel moet zijn om meer functionaliteit met minder onderdelen te bereiken.

Er wordt echter betrekkelijk weinig gekeken naar het bestaande. De meeste hulpmiddelen en methodes gaan uit van nieuwbouw. Men denkt, dat men met de nieuwe technieken en hulpmiddelen sneller klaar is met een beter resultaat.

Niet iedereen wil snel klaar zijn. Deze ontwerpers construeren bibliotheken met herbruikbare bouwstenen voor een bepaald kennis-domein.

Samenvatting

  • De planningstheorie was niet voor niets in de jaren tachtig in een crisis. De wereld is niet maakbaar. Zij is door de automatisering met steeds grotere snelheid aan het veranderen. Hier bijt de slang in zijn eigen staart.
  • In de automatisering heeft men er alles aan gedaan om de lering uit deze theorie te negeren. Men heeft zonder veel succes zeer zware preventieve maatregelen genomen in de veronderstelling, dat men hiermee de wereld stil kon zetten.
  • In essentie gingen de bouwers gewoon door met bouwen maar nu omringd met een veelvoud van niet-productieve bestuurders. De onderlinge afstemming werd steeds complexer
  • Het beperkende selectiemiddel geheugenruimte werd verwisseld voor (minimale) tijd en geld. Door de constant aanwezig tijdsdruk laat men zaken, die in het laatste deel van het ontwikkeltraject thuishoren, liggen (documenteren, testen).
  • De ontwikkelaar wordt in toenemende mate verslaafd aan  directe interactie met zijn ontwikkelsoftware. Iedere kleine aanpassing aan het idee kan onmiddellijk worden uitgeprobeerd. Zo wordt men steeds meer meegezogen door het detail en wordt er steeds minder tijd besteed aan het achterover leunen en contempleren.
  • Het is mogelijk om na vele iteraties bekende softwarestructuren uit elkaar te halen en te versimpelen tot een aantal gekoppelde instelbare bouwstenen. Dit wordt in het bedrijfsleven vrijwel niet gedaan. Nieuwbouw is hier de meest gebruikte aanpak. Er ontstaan bibliotheken met herbruikbare onderdelen.

Groeien

De Personal Computer (PC) startte een ontwikkeling, waarbij het individu zijn gang kan gaan met automatiseren. De eigen verantwoordelijkheid voor de informatievoorziening wordt daarna steeds belangrijker.

Er komen zogenaamde softwarepakketten. Het netwerk koppelt iedereen aan iedereen en maakt het mogelijk, dat een individuele programmeur binnen korte tijd zijn programma op miljoenen PC’s laat draaien.

Software wordt niet meer ontworpen, maar lijkt te groeien. Deze groei lijkt soms op een kwaadaardig kankergezwel. Virussen tonen zich.

De kwaliteit van de software neemt af.

Individuele automatisering

Met de komst van de PC startte de individualisering van de automatisering. Het centrale mainframe rangschikte de ontwikkelaars rondom zich. Dit maakte centrale besturing mogelijk.

In de kantine en de “wandelgangen” vond veel afstemming plaats over samenhang tussen systemen en de richting die er gekozen moest worden.

De eindgebruiker zat “braaf” achter zijn terminal en deed wat de computer hem of haar aangaf. Door de PC werd dit allemaal anders.

Er werden PC-privé projecten opgezet om de nieuwe ontwikkeling bij gebruikers en ontwikkelaars te promoten. Medewerkers, die wel eens wat klungelden met de tekstverwerker begonnen te programmeren in BASIC. Een enorme verzameling niet samenhangende software begon te ontstaan.

De centrale ontwikkelafdelingen zagen hoe op vele plaatsen nieuwe software werd ontwikkeld door externe softwaremakers of door, door het management vrijgestelde, medewerkers. De concurrentie was begonnen.

De “amateurs” op de PC hadden meestal niet de kennis en ervaring van de centrale automatiseringsmedewerkers. Ze begonnen dus vrolijk opnieuw in alle valkuilen te vallen, die de professionelen net hadden gedicht. Gebaseerd op een totaal nieuwe onderlaag (Windows) begon het spel opnieuw.

Softwarepakketten vervangen maatwerk

Er komt een markt voor pakketten. Deze worden voornamelijk voor de externe klant ontwikkeld. Door de grote concurrentie neemt de snelheid van verandering en de hoeveelheid fouten exponentieel toe.

De werkwijze binnen het eigen bedrijf (hier het bankbedrijf) werd door de eigen ontwikkelafdeling als een uniek fenomeen gezien. De leverancier die probeerde om een pakket te maken voor het bankwezen moest dan ook van goeden huize komen.

Men vond altijd wel uitzonderingen, die niet in het pakket voor kwamen. In het ergste geval werd het pakket hier op aangepast en ontstond een niet onderhoudbaar software-complex.

Door deze krappe markt waren de prijzen van dergelijke pakketten hoog. Dit was ook een reden om ze niet te kopen. De PC doorbrak deze spiraal en schiep de gelegenheid om grote omzetten te gaan draaien.

Tot grote schrik van de automatiseerders werd niet de bank, maar ook de klant van de bank het object van de pakketbouwer. De interne ontwikkelaar was hier nog niet eens aan toe gekomen. Die was bezig om de interne processen te automatiseren.

Veel leveranciers zien deze lucratieve markt zitten. Door de felle concurrentie volgt de ene aanpassing de andere op. Het is voor de normale automatiseerder niet meer bij te houden.

Door de grote snelheid van ontwikkeling ontstaan zeer gecompliceerde, ondoorzichtige softwarecomplexen. De hoeveelheid softwarefouten neemt hierdoor enorm toe, maar omdat ze niet beter weten vinden gebruikers het normaal als de software per dag een aantal keren “hangt”.

Het beeldscherm krijgt grafische mogelijkheden.

De buitenkant wordt steeds belangrijker. Naast tekst komen er beelden. Er is weinig kennis over hoe een goed design moet worden ontwikkeld. De bruikbaarheid neemt sterk af. Het bijzondere van de PC zit in het grafische gebruikersinterface.

Om de een of andere reden is dit nooit voor het mainframe ontwikkeld. Met een enorme snelheid kunnen kleine puntjes (pixels) op het scherm worden aangestuurd.

Het wordt mogelijk om plaatjes en films te gaan presenteren met steeds toenemende kwaliteit.

Deze kwaliteit is sterk verbonden met de toenemende kracht van de chip in de computer. Het uitnutten van deze grafische potentie is een vak apart. De technici zijn vooral bezig om alle technische hoogstandjes uit te gebruiken. Dit heeft een sterk negatief effect op de bruikbaarheid.

Kennis wordt in software gestopt.

Men probeert kennis om te zetten in software. De adviseurs, de kenniswerkers, zijn aan de beurt om geautomatiseerd te worden.

Langzaamaan pakt de automatisering alle processen over. Het bedrijf verdwijnt letterlijk in de computer.

Men gaat proberen om kennis van experts te modelleren. Voor deze expertsystemen worden hele nieuwe talen en methoden ontwikkeld.

Na de bekende hype toont de realiteit zich. Het kennissysteem verovert langzaam de wereld en begint de kenniswerkers aan te pakken.

Er komen ondersteunende systemen voor dealers en accountmanagers. Deze laatste systemen zijn zo goed, dat ze direct met de klant kunnen gaan overleggen.

De evolutionaire aanpak.

De aanpak wordt evolutionair. Men gaat nu expliciet sturen op tijd en geld. Dit dwingt tot het stellen van prioriteiten.

De watervalaanpak verliest terrein. Men acht hem uitsluitend nog geschikt voor het ontwikkelen van infrastructuur. Veel bedrijven besluiten om deze infrastructuur te kopen.

De tegenhanger van de watervalaanpak wordt iteratief of evolutionair genoemd. Software wordt het liefst samen met de eindgebruiker in stappen (iteraties) ontwikkeld en ingevoerd. Men accepteert hiermee, dat alles niet in één keer perfect kan worden gemaakt.

Bij de methode time-boxing wordt de opleverdatum gefixeerd. Er wordt altijd wat opgeleverd. Men bespaart  op de functionaliteit. Deze aanpak dwingt tot prioriseren. De theorie zegt, dat de laatste 20% van een project 80% van de tijd kost. In die tijd introduceert men de uitzonderingen die de kern van het ontwikkelde systeem aantast. Er ontstaat dan een sterke neiging om de kern aan te passen; met alle gevolgen van dien.

Netwerken koppelen iedereen aan iedereen. Er is voor alles wel een markt te vinden.

Het netwerk koppelt iedereen aan elkaar. De uitwisseling van data en programma’s neemt enorm toe.Eén mens kan de wereld veranderen.

De PC’s worden eerst door een lokaal netwerk aan elkaar gekoppeld. Daarna worden de lokale netwerken verbonden en ontstaat het World-Wide-Web.

Iedereen is theoretisch met iedereen verbonden. Het product van een slimme programmeur ergens in de wereld kan binnen een paar weken overal aan het werk zijn.

Als de invloed van dit programma negatief is noemen we het een virus. We gaan niet voor niets termen uit de biologie gebruiken.

De infrastructuur wijzigt. Er komt steeds meer functionaliteit in de infrastructuur. Er is steeds meer te koop en gratis te krijgen.

Door de keuze voor TCP/IP* als netwerkprotocol en de komst van de browser wordt het mogelijk om de infrastructuur te standaardiseren.

Dit geeft pakketontwikkelaars de gelegenheid om zelfs voor niches wereldwijd  te ontwikkelen. De indruk bestaat, dat er voor alles wel een markt is. Veel ontwikkelafdelingen zien niet meer wat er om hen heen gebeurt.

Men ontwikkelt voor eigen infrastructuren en sluit de ogen voor de buitenwereld. Net als bij de opkomst van de PC  kan een medewerker van een bedrijf via het Internet meer dingen doen dan hij op zijn werk kan.

Er is zoveel concurrentie, dat veel producten bij oplevering al achterhaald zijn.

De snelheid van verandering passeert de theoretisch haalbare ontwikkeltijd. Ontwikkelen wordt gokken op meerdere paarden of de concurrentie volgen.

Tot voor kort was het mogelijk om een zet van de concurrentie te pareren door snel een eigen project te starten. De veranderingen gaan nu zo snel, dat de resultaten van een dergelijk project bij oplevering meestal al weer zijn verouderd.

Om als eerste in de markt te komen moet men dus ver voor de markt uitlopen. Men moet op meerdere ontwikkelingen tegelijkertijd gaan gokken of volger van de markt worden.

De hoeveelheid mislukte projecten neemt toe.

Daarnaast wordt ook steeds meer nieuw ontwikkelde software niet in productie genomen, omdat ze al is achterhaald. Dit resulteert in grote verliezen.

Weinig bedrijven kunnen of durven deze aanpak aan. Men gaat over tot het opkopen van succesvolle starters. Op deze manier draagt de maatschappij de kosten. Minder dan 20% van deze starters heeft succes.

Naast deze chaos ontstaat er ook ordening, doordat een aantal zaken standaard worden.

Deze standaarden worden niet meer door instituties gemaakt (bijv. ISO), maar ontstaan doordat een bedrijf een groot marktaandeel pakt. Helaas voor velen is dit bedrijf steeds Microsoft. Hier heeft men zich gespecialiseerd in het manipuleren van de markt.

Indien dit nodig is stopt men van de ene op de andere dag een ontwikkelproject en probeert hiermee een onvoorziene ontwikkeling in de markt in te halen. De kleine software-ontwikkelaars volgen dit spel met argusogen. Als ze te laat reageren zijn ze uit de markt. De markt lijkt op een zwerm vogels, die op zoek zijn naar een plek om te overnachten.

Samenvatting

  • De PC geeft de gebruiker het heft van de automatisering in handen. De centrale automatiseringsafdeling, toch al kampend met een slecht image (luistert niet, duurt lang), wordt bestookt door toenemende concurrentie van softwarebureaux en pakketontwikkelaars.
  • Door de toevloed van nieuwe ontwikkelaars en gebruikers ontstaat een explosie van nieuwe software, die in het algemeen van slechte kwaliteit is. Daarnaast werkt veel van deze software niet goed samen met de rest. De interfaces zijn slecht of niet gedefinieerd.
  • De ontwikkelaanpak maakt gebruik van tijdsdruk en wordt iteratief. Om te voorkomen, dat er veel tijd wordt besteed aan uitzonderingen, die de structuur van een systeem verstoren, wordt het oplevertijdstip en het budget gefixeerd.
  • Het koppelen van PC aan een netwerk geeft een enorme versnelling aan het ontwikkelproces. Eén programmeur kan binnen korte tijd zijn software bij velen op de PC brengen.
  • Het selectiecriterium tijd en geld wordt vervangen door functionaliteit. De ontwikkelafdelingen kunnen niet snel genoeg meer reageren op een ontwikkeling. Men moet gaan anticiperen en gokken.
  • Hoe sneller de ontwikkelsnelheid hoe groter het verlies aan functionaliteit. Er wordt steeds meer voor niets gewerkt en weggegooid.
  • Standaardisatie vindt plaats door de markt te veroveren. Dit lukt door razendsnel op de markt te reageren. Dit betekent, dat men snel iets moet kunnen starten en stoppen. Dit laatste is het grootste probleem.

Overzicht van de ontwikkelingen 1970 – heden

Fase 1: Programmeren

Het begint allemaal met programmeren (doen).

Fase 2: Besturen

Door de toenemende grootschaligheid ontstaat een crisis en de behoefte om te besturen. Men gaat steeds meer preventief te werk en laat het bouwen vooraf gaan door denken.

Er komen steeds meer managers en controleurs. Men denkt alles te kunnen vatten in een methode. Deze methode wordt omgezet in hulpmiddelen. Er worden generatoren bedacht en bouwstenen gevonden. Door het gebrek aan objectieve meetinstrumenten weet men niet of men beter wordt van een verandering. De ene na de andere hype slaat toe en kost veel veranderingstijd. Aan het eind van de rit blijkt er niet veel veranderd te zijn.

Fase 3: Groeien

De PC maakt het voor de eindgebruiker mogelijk om zaken zelf op te pakken (eigen verantwoordelijkheid). Door de enorme verspreiding van de computer wordt het bovendien mogelijk om pakketten te ontwikkelen. Deze zijn door iedereen te betalen en leveren de leverancier grote winsten op.

Het verspreiden van het ontwikkelproces naar de eindgebruiker levert chaos op. Het gebruik van pakketten geeft voordeel.

Door het netwerk wordt iedereen aan iedereen gekoppeld. Een individu kan binnen enige weken zijn software op miljoenen PC draaiende krijgen. De bruikbaarheid van de software en de stabiliteit bereiken een dieptepunt.

De versnelling van het proces bereikt zijn hoogtepunt. Bedrijven moeten kiezen voor grote investeringen met geen of erg veel rendement of voor het volgen van de concurrentie

De drie fasen geven een kijk op een explosie van functionaliteit: van de individuele programmeur, via het project en de lopende band, waar softwarebouwstenen aan elkaar worden geplakt naar de huidige software-explosie; van het statement naar steeds hogere ordeningen in het softwarecomplexen.

Er zijn steeds meer mensen steeds losser en verder van elkaar bezig om een samenwerkend geheel te maken.

Het besturen van deze mensen met plannen en architecturen lukt niet. Ze laten zich niet sturen.

De druk om zelf te maken is zeer sterk. Dit wordt nog eens versterkt door de verwachting van groot geldelijk gewin (“the killer application”).

We zullen op zoek moeten gaan naar een manier van besturen door iedereen zijn gang te laten gaan. Eerst gaan we eens kijken naar hoe mensen omgaan met complexe structuren.

De mens

Mensen leven in een structuur in. Ze hebben vaak “last van een geloof”..

Daniel Denett* probeert in zijn boek “Conscience explained” uit te leggen hoe het bewustzijn in elkaar zit. Volgens hem lijkt het bewustzijn op een verzameling vrienden en kennissen, die een spelletje spelen.

Ze sturen er één de kamer uit met de opdracht om bij terugkomst de verborgen betekenis te vinden. De groep mag alleen Ja of Nee antwoorden. Zodra speler weg is wordt afgesproken om  at random te antwoorden.

Bij een vraag die begint met de letters a t/m m geeft men Ja als antwoord en anders Nee.

De lol van het spel is, dat de persoon in kwestie altijd een betekenis vindt, die men van tevoren nooit had verwacht.

Men wordt gevangen door de ideeën die door het JA/NEE-spel opkomen en maakt er een coherente structuur van.

Complexe structuren  fungeren als de verzameling vrienden en kennissen. Na enige tijd denken we ze “door te hebben” en vertellen we er een coherent verhaal over.

Ons bewustzijn voelt zich genoodzaakt om ordening aan te brengen. Hierbij geldt de bestaande ordening als uitgangspunt.  Wat we kennen is bepalend voor hoe we het nieuwe interpreteren.

Een grote langzaam verlopende verandering in de tijd wordt meestal  (te) laat gezien, omdat men zijn interpretatie niet kan aanpassen. Grote plotselinge veranderingen geven uitval (shock). Het bewustzijn kan dit blijkbaar niet aan.

Een analist gebruikt zijn oude kennis om de nieuwe kennis te vergaren.

Een persoon die lang in een bepaalde context doorbrengt wordt één met deze context.

Het observeren van de complexiteit van een bepaald fenomeen of een situatie is persoonsgebonden. Wat de één simpel vindt,  vindt de ander razend ingewikkeld.  Hoe langer  men met iets omgaat hoe meer structuur men ziet en hoe meer men complexiteit reduceert. Dit doet men door de structuur in te pakken in een simpele bekende structuur.

Een softwarecomplex wordt voorzien van een naam en omschrijving, die min of meer de vermeende lading dekt (het operating systeem of het internet). Met deze beschrijving wordt nu driftig verder gewerkt op het niveau van de concepten.

Zo is het mogelijk om complexen planmatig te koppelen en te herzien zonder, dat iemand inzicht heeft in de werkelijke mogelijkheden en onmogelijkheden.  Alles gebeurt theoretisch met behulp van de modellen die men in zijn hoofd heeft.

Mensen zijn instaat om met grote structuren te manipuleren zonder enig inzicht te hebben in de interne werking van deze structuren. We geloven het letterlijk wel!

Als we een ingepakte gelaagde structuur weer uitpakken verwachten we laag na laag de indelingen en principes  van de topstructuur. In de praktijk zijn diepere lagen totaal anders. Zo verklaren de meeste mensen alles met alles.

Mensen zitten in hun denkwereld gevangen. Innovatie is van buiten naar binnen kijken.

Het beeld van de werkelijkheid is ingepakt door de gebruiker. Deze heeft geen werkelijk zicht meer op zijn werkomgeving.

Een analist probeert zich in de denkwereld van zijn klant te verdiepen.  Hij doet dit door deze denkwereld van boven naar beneden laag na laag in kaart te brengen.

De gebruiker “liegt” en verklaart alles met principes, die alleen op het hoogste niveau opgaan.

De analist brengt niet het systeem in kaart, maar de interpretatie van de gebruiker die zich midden in het systeem bevindt.

Het is zeer waarschijnlijk, dat ieder een ander beeld heeft van de werkelijkheid. We denken, dat we in staat zijn om op “exacte wijze” over deze beelden met elkaar te communiceren. Deze communicatie geeft ons het gevoel, dat we hetzelfde observeren.

We kunnen alleen innoveren als we buiten naar binnen werken of een ons permanent open stellen voor onze neiging om te verstarren (“een open mind”). Managers moeten hun medewerkers hier op aanspreken en tot voorbeeld zijn.

Mensen zijn overlevingsmachines. .Een bedreiging die zich op lange termijn voordoet wordt ingepakt/ weggestopt. Mensen houden van graduele aanpassing.

Veel van mechanismen, die de mens onmiddellijk paraat heeft zijn gericht overleven. Als het echt nodig is overrulen ze alle andere processen en passen onze perceptie aan. Als alles rustig zijn gang gaat zien we de veranderingen niet meer. Bekend is het verhaal van de levende kikker die zich zonder problemen liet koken in een langzaam opwarmende pan.

Ideeën besturen mensen

Ideeën besturen de mens. Net als genen.

Sommige ideeën hebben een grotere kracht dan andere. De term “meme” heeft Denett gebaseerd op het begrip “gene” (gen). Dit om aan te duiden, dat er op het niveau van concepten vergelijkbare evolutieprincipes spelen, als op het niveau van de genen.

Concepten zijn volgens hem een vanzelfsprekende opvolger in het evolutieproces. Conceptstructuren ontwikkelen zich net als de soorten zonder bemoeienis van de mens. De mens fungeert als transformator. Memen kunnen zich nog niet buiten de mens om voorplanten.

Concepten worden bij het ontwerpen vertaald in objecten en algoritmen. Dit betekent, dat de invloed van het evolutieproces van de memen ook in de softwareontwikkeling zichtbaar zou moeten zijn.

Het feit, dat we invloed van de memen op ons functioneren niet zien is verklaarbaar. Mensen kunnen er niet goed tegen om het gevoel te hebben, dat ze geen beheersing hebben over hun omgeving.

Het gaat hierbij zover, dat men de waarheid aanpast (“liegen”). Dit “liegen” moeten we niet verwarren met het intentioneel niet de waarheid vertellen. Men is zich er niet bewust van. Het besturen van mensen moet worden gebaseerd op kennis van de manier, waarop meme’s de mens sturen. Een manager moet zijn mensen verleiden, manipuleren, hypnotiseren etc. Helaas hebben deze woorden tot op heden een negatieve bijklank.

Ideeën gaan voor het denken uit.  Mensen zijn bang om te falen.

Excellente ontwikkelaars denken niet na, maar vertrouwen op hun intuïtie. De Indiase filosoof Sri Aurobindo zegt in een brief (“Letters of Sri Aurobindo 3rd series 1949”)* het volgende:

Het intellect is een onzinnig overactief deel van de natuur; het denkt altijd, dat er niets goed gedaan kan worden tenzij het een vinger in de pap heeft, en daarom rijdt het instinctief de inspiratie in de wielen, blokkeert deze voor de helft of voor meer dan de helft, en stelt alles in het werk om zijn eigen minderwaardige moeizame producten in de plaats te stellen van het ware spreken en het ware ritme dat had moeten komen. De dichter ploetert vertwijfeld rond om het ware woord te vinden, het authentieke ritme, de werkelijke goddelijke substantie van wat hij te zeggen heeft, terwijl het de hele tijd kant en klaar daarachter ligt te wachten”.

De opkomst van een idee gaat voor het denken uit. Het denkproces haalt het idee uit elkaar en analyseert de consequenties van het uitvoeren van het idee.

Denken is een middel om het gevaar op korte termijn in kaart te brengen en te bezweren. Goede ontwerpers en programmeurs (meestal zitten ze samen in één persoon) zijn pas na het maken van het programma in staat om hun werkwijze te verklaren.

Ze hebben een “direct link” tussen de ideeëngenerator en de programmamaker in hun hersenen. Hoe beter de programmeertaal dit toestaat  (APL!) hoe beter het gaat. Het toepassen van een methode of het documenteren zien ze als mosterd na de maaltijd.

We moeten de intuïtie van mensen meer ruimte geven door ze het gevoel te geven, dat ze mogen falen.

Een groep mensen moet zichzelf besturen. Hoe verder men afstaat van de werkelijkheid hoe meer het beeld verandert en verslechtert

Het besturen van ontwikkelingen heeft twee kanten namelijk het besturen van de structuur, zoals de bestuurder die ziet en het besturen van de personen die deel uitmaken van de structuur.

Veel bestuurders denken, dat hun medewerkers hetzelfde weten en denken als zijzelf. Dit is vrijwel nooit het geval. Bestuurders steunen meestal sterk op denkbeelden, die hén succesvol hebben gemaakt. De consequentie is, dat medewerkers in het algemeen de opdrachten van hun bazen niet goed uitvoeren.

De bazen verklaren deze houding van hun medewerkers vanuit: “ze willen niet”. Aan dit spel der verbeelding kan erg veel tijd en geld worden besteed.

Het besturen van een complexe structuur met een hiërarchie die zich niet kan verdiepen in de denkwereld van de ontwikkelaar werkt niet.

Op dit te voorkomen zijn managementprincipes bedacht als “management-by-walking-around”. De meeste managers blijven echter liever in hun werkkamer zitten of versterken hun beeld van de wereld door met collega-managers te overleggen.

Op deze wijze scheppen zij het “zwarte-management-gat”. Bij grote ontwikkel- en beheerprojecten is de perceptie van de bestuurder in het algemeen sterk afwijkend van die van de ontwikkelaars. De status en de voortgang van het project zijn niet echt bekend bij de bestuurders. Dit alles pleit voor “zelfsturende”  teams. Deze teams moeten worden gemanipuleerd door ideeën.

Top-down ontwikkelen mislukt vrijwel altijd. De (denk-)wereld bestaat uit vele los -samenhangende en vaak overlappende structuren. We kunnen geen alomvattende systemen bouwen.

Het top-down uitwerken van een complexe structuur met een consistent principe mislukt. De reden is dat we op een bepaald ogenblik op een anders gestructureerde laag stuiten en het niet aandurven om het verklaringsprincipe aan te passen. De A-schematechniek  van ISAC is door deze reden nooit bruikbaar geworden.

Gegevensmodellen op een hoog abstract niveau zijn in niet in één slag te detailleren naar het allerlaagste niveau. Ergens gaat het mis.

Als we de juiste aanpassingen hebben aangebracht en de zaak weer “naar boven” proberen sluitend te maken treedt hetzelfde probleem op. De abstracte structuur klopt niet. We pendelen dan van boven naar beneden in de abstractie.

Een ervaren ontwikkelaar begint er gewoon niet meer aan. Het beste is om middenin te beginnen en de botsing van de opgesplitste niet aansluitende eenheden af te wachten en dan pas af te handelen.

Het is trouwens niet op voorhand duidelijk wat middenin is. Er is een wet van behoud op het niveau van de objecten en regels.  Hoe minder objecten, hoe meer regels. De meeste mensen zien de regels niet.

Hierdoor is het aantrekkelijk om bij de topstructuur te beginnen. Regels worden pas veel later in het proces toegevoegd. Top-down ontwikkelen is nog steeds de meest gebruikte aanpak.

Hierdoor worden er  veel niet passende structuren ontwikkeld, zodat er op de lange termijn veel moet worden aangepast. De top-down structuur blijft dan vaak dan in concept in leven en vormt de verklaring voor het complex.

Het mislukken van de besturing  over een proces wordt meestal niet gezien of zelfs bewust verborgen, omdat dit tot teveel statusverlies leidt. We moeten streven naar software, die zich beperkt tot een kennisdomein. Hierbij geldt de regel beter te klein dan te groot.

Er is een geloof in de perfecte aanpak, die morgen komt. Men moet niet te snel veranderen. Verbeter wat er is. Soms is het nodig om kapot te maken. Het systeem is oud.

Sommige ideeën hebben een zeer sterke aantrekkingskracht. Ze gaan “als een lopend vuurtje” door de samenleving en worden door velen als verklaring gebruikt.

Door de massamedia wordt dit proces  versneld. Het lijkt erop, dat ideeën sneller opkomen en sneller uitsterven. Dezelfde ideeën komen net als een virus terug, maar vaak onder een andere naam.

Een aantal zeer oude verworvenheden in de softwareontwikkeling worden stelselmatig opnieuw uitgevonden nadat een nieuw concept heeft gefaald. In de huidige periode zijn we gevangen door de PC en het daarmee samenhangende “client-server”-concept. Duidelijk mag zijn, dat de PC perfect past in het principe van “total-control”.

Vele PC’s aan elkaar gekoppeld door een netwerk lijken erg veel op een mainframe met parallelle processoren. We kunnen dus veel ervaring ontlenen aan het ontwikkelen voor het mainframe. Toch begon iedereen opnieuw het wiel uit te vinden.

Een tragisch voorbeeld zijn de performance-problemen bij Client-server-applicaties, die veroorzaakt worden door niet geoptimaliseerde gegevensstructuren.

Automatiseerders houden niet  van herhaling. Ze zoeken de kick in het steeds opnieuw beginnen.

We vinden deze observatie terug in de beroemde uitspraak over de “silver-bullit” uit 1982 van P. Brooks in zijn boek The Mythical Man-month (“There are no simple, easy-to-implement answers for excellence in software-development“).

Soms is het nodig om radicaal opnieuw te beginnen en alle “heilige huisjes”  te vernietigen. Toch komt ook dit proces vaak neer op het verplaatsen van bouwstenen, waardoor een ander perspectief ontstaat.

Samenvatting

  • Na enige tijd verzinnen mensen altijd een verklaring voor iets. In deze verklaring gaan ze leven. Als er niet iets dramatisch verandert, zien ze de wereld niet meer veranderen.
  • Ideeën sturen mensen. We noemen dit intuïtie. “Denken” gebeurt pas na ideeënvorming en werkt voor een groot deel preventief: het vermijdt dat we falen. We kunnen de intuïtie stimuleren door falen niet af te straffen.
  • We denken, dat anderen onze motivatie altijd goed snappen. Dit komt omdat we geloven dat iedereen dezelfde zaken meemaakt en dezelfde wijze van redeneren heeft.
  • Hoe verder men van een proces afstaat hoe slechter het beeld. Men kan een proces alleen besturen als men er midden instaat. Dit vraagt om “zelf-sturende” teams.
  • Mensen zijn overlevingsmachines. Een simpele structuur is niet bedreigend en een complexe structuur kan bedreigend zijn. Een bedreiging die zich op lange termijn voordoet wordt ingepakt/ weggestopt. Mensen houden van graduele aanpassing.
  • Op elkaar lijkende structuren kunnen een totaal ander verklaringsmodel hebben. Dit kan soms aan een onbeduidende variabele liggen. We moeten veel vaker opnieuw beginnen.
  • Een topdown analyse schiet altijd door. We moeten tot inzicht komen door op- en neer te gaan in een structuur. Zo ontdekken we de echte contouren.
  • Er is een geloof, dat morgen alles beter wordt. Men is geneigd om nieuwe aanpakken ongetest op grote schaal op te pakken. Het is beter om wat men heeft te verbeteren. Als het echt niet meer gaat moet men wat men heeft in stukken hakken en deze stukken op een andere manier weer aan elkaar lijmen.

De evolutie-theorie

Wat is evolutie?

Een evolutionair proces moet altijd ergens in plaatsvinden. We noemen die plaats het universum. We kunnen daarbij denken aan de werkelijke wereld, maar ook aan een computer of het brein.

De karakteristieken van het universum bepalen het evolutionaire proces dat er plaats vindt. In het universum moet er iets zijn, waar evolutie op wordt toegepast, een substantie, zoals materie of ideeën. Evolutie maakt van deze substantie complexe structuren. Deze structuren passen zich aan.

Om aanpassing mogelijk te maken zijn er twee mechanismen nodig, n.l. variatie en selectie. De eerste verandert structuren random. Het variatiemechanisme weet niets van het bestaan van de structuur. Het variatiemechanisme behoort bij de structuur.

Selectie bepaalt welke veranderde onderdelen van de structuur behouden blijven. Ook de selectie weet in het algemeen niets af van de structuur.

Als we naar de natuur kijken kunnen we in structuren lagen onderscheiden, die in meer of minder mate onderhevig zijn aan evolutie. Hoe meer de laag is ingekapseld hoe minder hij zich aanpast of anders gezegd hoe stabieler hij is. De buitenlaag beschermt de binnenlaag.

De lagen communiceren met elkaar. We zouden kunnen stellen, dat de buitenlaag het universum vormt voor de binnenlaag. Binnenstructuren veranderen veel langzamer dan buitenstructuren. Ze zijn “klaar” met evolueren.

In een universum kunnen zich meerdere structuren bevinden, die naast elkaar opereren. Een evoluerende structuur kan deel uit maken van een selectiemechanisme van een andere structuur. We hebben de neiging om evoluerende structuren te groeperen. Het is de vraag of deze ordening bijdraagt aan de verklaring van wat er gebeurt.

We kijken bijvoorbeeld naar structuren, die elkaar “in de weg zitten” of die geen invloed op elkaar uitoefenen. We kunnen structuren in de tijd bekijken. We noemen ze dan generaties.

Selectie kan in verband worden gebracht met schaarste (in geld en tijd). Hoe minder mogelijkheden er zijn om de problemen op te lossen hoe sneller men gedwongen wordt een sprong te maken naar een ander universum. In het algemeen schept  “ongebreidelde” vrijheid geen enkele structuur.

Organisaties hergedefinieerd met behulp van de evolutieleer.

Als we de biologie gebruiken als denkwereld lijkt een organisatie op een soort naarmate de medewerkers meer op elkaar lijken. Hier komt het principe van de “identiteit” bij De Geus naar boven. Wat we willen is de soort zo lang mogelijk in stand houden. We willen heel lang hetzelfde zien. Dit stelt ons als mens gerust.

Soorten evolueren snel als er veel veranderingen optreden in de omgeving en als er een hoge mate van interactie is tussen de individuen op fysiek niveau (kunnen bewegen) en mentaal niveau (kunnen communiceren met tekens).  Zodra de soort er echter erg veel anders uitziet noemen we hem anders. Dit geldt ook voor organisaties.

De transitie van de ene naar de ander soort  gaat bij organisaties gepaard met zeer complexe rituelen (faillissement). In essentie blijft er altijd wel ergens een verzameling mensen en memen bijeen.

Om een organisatie in stand te houden moet men niet teveel veranderingen oppakken en de interne communicatie niet reguleren. Beide zaken komen neer op het aanbrengen van een afscherming naar buiten en het afschermen van de communicatie tussen mensen. Duidelijk zal zijn, dat een dergelijke organisatie op termijn dood gaat.

Langlevende organisaties zijn dat door mazzel, bijvoorbeeld doordat hun externe omgeving lang gelijk blijft. Het gaat er om, om bij geleidelijke veranderingen op tijd schotten weg te halen en/of te verplaatsen.

De evolutieleer toegepast op software

Richard Dawkins beschrijft het evolutieproces in zijn boek “The blind watchmaker” als volgt  “ We have seen that living things are too improbable and too beautiful “designed” to have come into existence by chance . The answer, Darwin’s answer, is by gradual, step-by-step transformations from simple beginnings, from premordial entities sufficiently simple to have come in existence by chance“.

In dit groeiproces ontstaan min of meer stabiele lagen (soorten), die als startpunt fungeren voor een diversificatie. De transformatie wordt bepaald door een selectiemechanisme, dat op den duur overleven of sterven bepaald.

Het ontwikkelen van complexe software-architecturen kan gezien worden als een graduele transformatie van programma’s gestuurd door een selectiemechanisme. Dit mechanisme heeft nu nog via de mens, op het individuele niveau, zijn werking.

Ik schrijf nadrukkelijk “nu nog via de mens”, omdat ik het niet voor onmogelijk houdt, dat het groeiproces ook zonder kan. De komst van de computer biedt de evolutie de mogelijkheid om het groeiproces te parallelliseren.

Het  selectiemechanisme is in de loop der tijd veranderd. Eerst werd er gelet op een minimaal geheugengebruik. Daarna werd “het op tijd zijn” de belangrijkste factor. Nu dit niet meer lukt is de functionaliteit van de software zelf van belang.  We kunnen zaken makkelijker vervangen dan vroeger. Dit hangt samen met de weg die software is gelopen. Van de computer, via het project naar de gebruiker

De diepere infrastructurele lagen van de software (bijv. het operating systeem) hebben zich genoeglijk ingepakt. Zij laten de buitenste lagen de druk van de variatie opvangen.

Evolutie volgens Kauffmann

Richard Kauffmann vindt de verklaring van Dawkins niet voldoende. In zijn boek “The origins of order” toont hij aan, dat ordening een eigenschap is van bepaalde zichzelf reproducerende netwerkstructuren.

Belangrijk zijn de verhouding tussen het aantal verbindingen, het aantal knooppunten en de mate van terugkoppeling in het netwerk. Netwerken met gemiddelde twee verbindingen per knooppunt vertonen vanzelf een hoge mate van ordening.

Hoe meer koppelingen hoe lager de ordening. Netwerkstructuren kunnen in de tijd convergeren, divergeren en trillen op de grens tussen orde en chaos  Deze laatste toestand is de meest adaptieve toestand. De drie toestanden zijn te vergelijken met vaste stof, gas en vloeistof.

Kaufmann’s theorie is toepasbaar op vele structuren, van het DNA tot de maatschappij. We definiëren nu een idee->mens->software-combinatie.  De mens fungeert als een transformatiestation.

Het totale netwerk kan een ordening gaan krijgen, instabiel worden of op de grens van de chaos gaan verkeren (Kaufmann) en zich door een selectiemechanisme gradueel aanpassen (Dawkins/ Denett*).

Het netwerk bevat terugkoppeling. Kaufmann’s boek gaat voor het grootste deel over de biochemie, maar in een tweetal   bladzijden probeert hij zijn theorie uit op technologie transfer en concepten.

Hij komt tot de volgende conclusies:

  • Hoe meer verschillende knooppunten in het netwerk worden gekoppeld hoe meer diversiteit er ontstaat.

    Dit verklaart de enorme diversiteit van software door de komst van de PC. We kunnen nu voorspellen, dat het Internet een nog grotere diversiteit zal geven, die wellicht zal omslaan in een chaotische toestand. Hoe meer mensen met andere culturen in aanraking komen hoe groter de diversiteit aan concepten. Dit kan leiden tot structuurloosheid en chaos.
  • Hoe verder men in de toekomst plant hoe meer diversiteit er ontstaat.

    Ad-hoc werken geeft sterke ordening en uiteindelijk stilstand. Het systeem kan niet meer reageren op grote veranderingen in de omgeving. Door te spelen met de termijn van planning kunnen we de groei van het netwerk beïnvloeden.
  • Hoe beter een systeem ontworpen is, hoe kwetsbaarder het is voor verandering.

    Deze regel pleit er voor om ontwerpen te maken, die niet precies passen op het op te lossen probleem.  Een hoge graad van redundantie vermindert de kwetsbaarheid. Wellicht moet er toch meer op “z’n beloop gelaten worden”.
  • Er komen altijd verstoringen voor.

    Dit is de wet  van Murphy. Er zit trouwens wel regelmaat in het voorkomen van dergelijke foutsituaties. Het is nodig om dit te weten, omdat men anders gaat zoeken naar oorzaken, die er niet zijn. Bij mijn weten is er op dit gebied nog geen onderzoek gedaan.
  • Hoe beter het model van de werkelijkheid hoe chaotischer het gedrag.

    Het loont helemaal niet om informatiesystemen te verbeteren. Uiteindelijk kan een onderneming aan een perfecte informatievoorziening ten onder gaan. Alles weten is niet goed voor een mens. We zullen het besturingsmodel van de onderneming en de mens eens op deze inzichten moeten aanpassen.

Spelen met tussenschotten, lagen en stromen

Het wordt tijd om tot een conclusie te komen. Aan de hand van de geschiedenis van de automatisering zijn we van bouwen, via besturen bij groeien aangekomen.

Hierbij moet groeien worden gezien als een continu proces van ontstaan, ontwikkelen en sterven van steeds nieuwe soorten.

De productie aan software is zo groot en onsamenhangend geworden, dat we mee moeten gaan met de stroom.

Er komt software op ons af, die we niet eens willen ontvangen (virussen).

De evolutietheorie zou bruikbaar moeten zijn om de softwarewereld te beschrijven. In dit hoofdstuk probeer ik te spelen met denkbeelden over netwerken en te komen tot een manier om te zaak te kunnen hanteren.

Het netwerk is een belangrijk concept aan het worden

Zowel in de automatisering, als in de biologie en de cognitiepsychologie is het netwerk een belangrijk concept aan het worden.

In de verschillende wetenschappen zijn de knooppunten (computers, genen en neuronen) anders van inhoud. Toch worden gelijksoortige conclusies getrokken. Door het netwerk stroomt  informatie. Deze informatie wordt gedragen door een medium (electronen, RNA).

Structuur ontstaat door weloverwogen met koppelingen om te gaan en de terugkoppeling in het netwerk te regelen.  Door “schotjes” tussen compartimenten te plaatsen of weg te halen ontwikkelen delen zich alleen of samen.

De informatie stroomt dan via andere kanalen. Soms lopen paden dood. Andere paden sluiten in zichzelf: een “loop”. Gekoppelde delen streven naar een evenwicht. Soms lukt dit niet en wordt het patroon (tijdelijk) chaotisch. Het netwerk kan zich hierdoor aan een observator vast, vloeibaar (beweeglijk) en chaotisch van structuur tonen.

De meest flexibele structuur is vloeibaar. In vloeibare toestand kan een deel van het netwerk structuur hebben en een ander deel chaotisch zijn.

Een vloeibare structuur kan zich snel reconstrueren en instellen op veranderingen in de buitenwereld. Een kleine verandering kan een gestructureerd gebied op grote schaal van structuur doen veranderen. Sommige gebieden zijn bestand tegen veranderingen. Ze herstructureren pas na grote druk.

Netwerken van mensen

Als we van mensen en hun communicatie een netwerk maken ontstaan organisaties en projecten. Dit zijn patronen, die geruime tijd blijven bestaan.

Ze blijven langere tijd in stand, omdat ze zichzelf reproduceren en bestand zijn tegen veranderingen. De structuur van het netwerk bewerkstelligt dit. Er is een afbakening gemaakt tussen binnen en buiten.

De mensen hebben een bril op gekregen, die ze het idee geeft, dat de binnen- en buitenwereld stabiel is of voorspelbaar verandert. Deze bril noemen we vaak cultuur of visie.

Door de komst van communicatienetwerken worden steeds meer connecties tussen mensen gemaakt. Dit resulteert in andere bestendige patronen dan de huidige. We noemen deze patronen netwerkorganisaties.

De afscherming tussen bedrijfsonderdelen door een hiërarchie werkt niet meer. De “top” wordt hierdoor geïsoleerd van zijn onderlaag.  Projecten transformeren zich in  “autonome teams”, die zich in onderling overleg specialiseren in een bepaald productieproces.

Een flexibel mensennetwerk is vloeibaar

Een vloeibare mensenstructuur is een structuur die bijna uit elkaar valt.

Indien een team langdurig een vast patroon vertoont, moet de manager zorgdragen voor nieuwe “losheid”. Menselijke structuren hebben nu eenmaal de neiging om te verstarren.

Het is niet de bedoeling, dat managers structuren permanent “kapot maken”. Dit geeft stress.

Indien een structuur doelgericht werkt is vastigheid een noodzaak. Soms kan het verplaatsen van één medewerker al nieuwe vloeibaarheid bewerkstelligen (“never change a winning team”).

Een mensennetwerk deelt concepten. Een stabiele mensenstructuur betekent een stabiel patroon van data-uitwisseling en daardoor gedeelde concepten.

Concepten veranderen mensen en mensen veranderen concepten. Hoe meer koppelingen er komen, hoe meer concepten zullen worden gedeeld. Er ontstaat een evenwichtstoestand.

Ook hier moet iemand de evenwichtstoestand verstoren als binnen- en buitenwereld teveel van elkaar gaan afwijken. Mensen hebben de eigenschap om hun beeld van de buitenwereld aan te passen aan hun binnenwereld.

Netwerken van concepten

In het boek ” Fluid concepts and creative analogies (1995)” doet Hofstadter verslag van zijn experimenten over “Fundamental mechanisms of thought”.

Creativiteit is volgens hem een product van “subcognitive pressurethat probabilistically influence the building and reforming of representations […] Cognititive representations are relativily immune to contextual pressure […] A crucial role is played by the inner structure of concepts and conceptual neighborhoods”.

Creativiteit verschijnt door het uitoefenen van druk, waardoor er  foutjes ontstaan in meestal stabiele structuren (“slips of the tongue”). Deze stabiele structuren bestaan uit concepten met hun omgeving.

Nieuwe concepten ontstaan in mensen onder druk. Ze komen meestal spontaan in mensen op na een periode van spanning. Op het juiste moment tijdens het examen komt een briljante inval. Kunstenaars maken gebruik van deze aanpak om bijzondere dingen te laten ontstaan. Inspiratie resulteert helaas niet altijd in briljante ideeën. Niet alle foutjes zijn bruikbaar net als in de evolutie.

Sommige mensen krijgen vaak briljante invallen. Ze combineren onbekende gebieden.

Sommige mensen hebben meer dan anderen last van briljantie. We noemen ze wonderkinderen of genieën. Vaak hebben ze interesse in vele haaks op elkaar staande vakgebieden. Ze brengen nog onbekende combinaties tot stand, zodat er letterlijk een nieuwe vonk kan overspringen. Naast briljante mensen zijn er mensen nodig die de gaten vullen, die door de voortrekkers zijn gemaakt.

Concepten veranderen via mensen de werkelijkheid

Aansprekende concepten verleiden mensen tot realisatie. Deze realisatie vindt plaats in de wereld waar men deel van uitmaakt. Men zet de componenten die men kent en een beperkt aantal nieuwe, in de gewenste volgorde. Vaak zijn er standaardpatronen om een passende volgorde te bewerkstelligen.

Realisatie blijkt plaats te vinden via vaste patronen

De architect Christopher Alexander heeft veertien jaar gewerkt aan het boek ” The Timeless Way of Building” (1979).

Het boek gaat over het ontwerpen en realiseren van drie dimensionale structuren, zoals een tuin, een gebouw of een stad die beschikken over “Quality without a name “. Dit begrip is wellicht het best te beschrijven met “het gevoel, dat het goed zit”.

“Quality without a name” ontstaat door het gebruik van “design patterns ( = ontwerppatroon)”. Een ontwerppatroon is een aanpak om in een bepaalde (fysieke) context een krachtenveld in balans te krijgen.

Dit krachtenveld bestaat uit natuurlijke krachten (b.v. de zwaartekracht) en menselijke krachten. Bij de menselijke krachten kan gedacht worden aan de behoefte om in bepaalde (omschreven) gevallen alleen te zijn en de behoefte om in andere omstandigheden ruimte te delen.

De krachten verkeren soms in een wankele balans. Ze trillen rondom om een evenwicht. Het ontwikkelen van een patroon gaat gepaard met vele jaren observatie en verbetering. Alexander vergelijkt de moeilijkheidsgraad met “anything in theoretical physics”.

Men krijgt gauw een gevoel, maar “it is very hard to be precise, because there is never any one formulation of the pattern which is perfectly exact”.

Een goede beschrijving is een “a kind of fluid image, a swirling intuition about form, which captures the invariant field“.

Het formuleren van een patroon als een spanning tussen krachten is een prachtig idee.  Het hele boek geeft je trouwens het gevoel, dat er een “quality without a name” in zit. Alexander heeft in de veertien jaar van schrijven waarschijnlijk zoveel geschrapt, herschreven,  gewikt en gewogen, dat de essentie er echt in staat.

Patronen overlappen en verwekken daarmee nieuwe patronen. Patronen bestaan altijd uit overlappende onderdelen. Een patroon kan een ander patroon starten. Dit betekent, dat er veel vanzelf gaat.

Door het “goede gevoel” gaan mensen ook als vanzelfsprekend mee. Zij groeien in hun omgeving en laten hun omgeving groeien.

Een combinatie van patronen noemt Alexander een taal. Een taal is “a good one”, als ze “morfologisch’ compleet is. Dit betekent, dat men het eindresultaat kan visualiseren.

Daarnaast moeten in alle mogelijke combinaties van patronen de krachten in evenwicht blijven. Een cultuur is een specifieke verzameling patronen.

Ontwerpen is het innemen van de ideeënruimte en verwezenlijken is het veroveren van de  materiële ruimte.

In beide worden patronen gevolgd. De ruimte is vrijwel nooit leeg. Zij dwingt tot aanpassing. De goede ontwerper voelt de lopende patronen in de ruimte en gaat met ze mee. De som van patronen biedt altijd ruimte tot manoeuvreren, maar geen oneindige variatie.

Een structuur zit ingepakt in een hogere ordening die hem beschermt tegen verandering

Een hogere ordening betekent, dat de structuur selectiecriteria bevat, die invloed uitoefenen op de onderdelen van de “lagere” structuur.

Beschermen wil hier zeggen, dat grote veranderingen worden tegengehouden. Als men zich aan de regels houdt gaat alles goed. Hoe dieper je kijkt hoe langzamer het veranderingsproces verloopt.  Er zijn steeds meer wetten zichtbaar.

Diepe structuren kunnen letterlijk geen kant op. Ze dragen de last van de hogere structuren.

Je kunt een structuur in een hogere versnelling zetten als je de regels van de hogere weghaalt. Bij mensen spreken we dan van een cultuurverandering.

Grote aanpassingen gaan als schokgolven door vele structuren heen. Sommige mensen worden ziek als er een grote reorganisatie plaatsvindt. Vaak worden bij reorganisatie de echte regels niet weggehaald of onderkent. Alles blijft hetzelfde. In de storm buigen de bomen mee. Na de storm gaan de bomen weer rechtop staan.

Mensen beroerden met behulp van hun instrumenten andere diepere structuren

Men kan in diepere structuren reiken door hulpmiddelen te maken. Je kunt rijden met een auto. Je speelt muziek met een viool. Je kunt de atomenruimte bekijken met een electronenmicroscoop.

Deze instrumenten beroeren de diepere structuur. Na enige tijd zijn mensen één met hun instrument. Het instrument heeft ze van binnen geordend. Het vervangen van een instrument heeft vaak grote invloed op de mens die hem gebruikt. Men komt van de ene in de andere ruimte.

De  instrumenten hebben zich in de tijd verbonden met de hand, het oog en het oor. Meestal spelen ze het spel op juiste manier. Ze veranderen de ruimte niet fundamenteel. Ze laten de schotten op de oude plaats staan.

In het verleden waren alle instrumenten analoog of mechanisch van aard. Het koppelen van mechanische instrumenten met raderen en tandwielen is een hele klus.

Koppelingen van instrumenten voor oog en oor werden makkelijker door de vloeibaarheid en kneedbaarheid van het licht en de electronenstroom.

Deze  hulpmiddelen worden nu vervangen door software (digitaal). We zijn deze softwarestructuren aan het koppelen. Koppelingen tussen software zijn erg vloeibaar. Dit maakt, dat we voorheen niet gekoppelde of diepere lagen in beroering brengen. Ze komen in een gezamenlijk evenwicht of raken een tijdje chaotisch.

Software koppelt steeds meer ruimten en maakt steeds  meer tussenlagen overbodig.

Ook tussen softwarecomponenten zitten schotten. We noemen ze interfaces. Veel  interfaces zijn slecht gedefinieerd. Ze vallen niet op en laten dan ook weinig stroom door.

Softwaresystemen met dergelijke koppelingen zijn inflexibel. Het zijn meestal grote oude brokken software of stukken software die erg nieuw zijn. Ze hebben nog geen ontwikkeling doorgemaakt.

De meest vloeibare koppeling tussen softwaresystemen is een koppeling via informatie. Op dit ogenblik zijn er nog vrijwel geen zelfstructurerende softwarecomplexen. Ze zullen er zeker gaan komen.

Concepten worden omgezet middels taal omgezet in software

Taal is het instrument van de hersenen, het denken.

Software (“taal geordend volgens Chomsky”) bevat ook “design patterns”. De “design patterns” van Alexander zijn op dit ogenblik de nieuwe rage in de software-engineering. In dit zeer technische vakgebied probeert men om complexe softwaresystemen te bouwen, die meestal op de achtergrond functies uitvoeren in de infrastructuur.

Men heeft tientallen jaren nagedacht over hoe een structuur flexibel kan worden ontworpen. Gebleken is dat aanpassen van onderliggende lagen op de achtergrond zo’n grote impact op de achtergrond op de achtergrond heeft op de bovenliggende, dat men zaken liever hetzelfde laat.

Hoe dieper je in de software duikt hoe ouder ze wordt.

Men is er wel achter gekomen, dat flexibele systemen moeten bestaan uit softwareonderdelen, die uitsluitend met elkaar communiceren met behulp van berichten. Denk hierbij aan mensen, die met elkaar praten.

Op geen enkele wijze mag de bouwsteen, object genoemd, zijn interne structuur laten zien. Op deze wijze wordt het mogelijk om de binnenkant aan te passen zonder dat de interactie moet worden aangepast.

Daarnaast is men druk bezig om zoveel mogelijk onderdelen te hergebruiken. Dit doet men door verzamelingen, klassen genoemd, te onderscheiden. Een object zit in een klasse (bijv. de klasse mensen). Deze klasse heeft eigenschappen (bijv. mensen lopen). Deze eigenschap wordt doorgegeven naar een deelverzameling (bijv. vrouwen), die zelf weer eigen eigenschappen heeft (kinderen baren). Vrouwen lopen doordat ze deel uit maken van de verzameling mensen.

Zo zijn enorme verzamelingstructuren ontstaan met steeds andere meestal technische, bijv. de klasse van de printer of het scherm) uitgangspunten. Er blijkt geen eenduidige indeling te bestaan.

Twee ontwerpers lossen hetzelfde probleem soms totaal anders op. Dit maakt het ideaal van het één keer maken en daarna overal toepassen een “fata morgana”. De “design patterns” zijn een koppeling van meerdere objecten. Er blijken net als in de 3D-wereld een aantal zeer vaak voorkomende grotere structuren te zijn, die een software ontwerper het “goede gevoel” geven.

Krachtige memen bezitten de “quality without a name”, Ze zijn een krachtenveld in balans.

De theorie van de objecten is zonder veel problemen om te zetten naar andere vakgebieden. Ze is een ideale manier om structuur aan te brengen.

Eigenlijk ben je bezig om met taal te spelen. Objecten zijn zelfstandige naamwoorden en verbindingen tussen deze objecten zijn werkwoorden.

Deze analogie geeft de gelegenheid om Alexander los te laten op memen, de genen van de taal.

Deze zouden de “design patterns” in onze taal zijn, die de taalruimte innemen en samengaan met bestaande patronen.

Een meme is dan een “krachtenveld in balans”. Meestal een combinatie van tegendelen. Een krachtig meme beschikt over “the quality without a name”.

Wiskunde is het grootste sterk samenhangende meme op aarde. Het kan de basis worden van alles.

Conceptcomplexen (memen) fungeren als selectiemiddel voor andere complexen. Net als de leeuw het schaap dwingt om te veranderen in de tijd of om eeuwig als zijn voedsel te dienen.

Sterke memen drukken zwakke memen weg. Het is gelukkig nog niet duidelijk welk mechanisme hier een rol speelt. Als we het zouden weten zouden we iedereen onder controle kunnen brengen.

Sterke memen beschikken waarschijnlijk over zelfreferentie en bezitten in het netwerk van concepten, hun semantisch netwerk, meerdere terugkoppelingen. Op deze wijze reiken ze horizontaal in vele structuren en vormen ze verticaal een gesloten structuur.

Wiskunde is de meest pure en samenhangende conceptenwereld. Een goed bewijs geeft het “gevoel, dat het goed zit”. Het wiskunde-complex is zo groot en krachtig, dat het bestand is tegen vrijwel alle aanvallen van andere conceptstructuren.

Het is niet onwaarschijnlijk, dat we op termijn met voldoende rekenkracht beschikbaar, de werkelijkheid aan de wiskunde zullen moeten aanpassen. De druk om te verwezenlijken is immens.

Tot slot

Het sturen van een wereldwijd netwerk van mensen en meme’s lijkt onmogelijk. De stroom gaat zijn eigen gang.

Soms zijn er eilandjes van rust.

Hier kunnen we richting geven of denken we richting te kunnen geven.

Dit kunnen we doen door schotjes te verplaatsen. Het gaat om isoleren en weer open maken.

Waar alles heen gaat is een raadsel.

Op deze onzekerheid moeten we bedacht zijn.

Ik gok op de wiskunde als laatste redmiddel. Dit komt waarschijnlijk, omdat ik een wiskundige ben. Zo zit ik ook weer gevangen in mijn eigen denkwereld.

Het verbaast me steeds weer hoe ik na enige tijd nieuwe fascinerende onderwerpen tegenkom. De memen houden me bezig.

Dit artikel is een strijd met de tijd en de concepten geweest. Een aantal inzichten zijn pas, conform de theorie, onder druk op het laatste moment tot stand gekomen.

Wellicht raken ze geen snaar en ben ik onbegrijpelijk of saai.

Ik hoop, dat een aantal stukjes patronen in gang heeft gezet en inspiratie geeft.

About Number and Magnitude

A DEltapulse

We have lost the relationship between Number and Form or Number and Magnitude as the Ancient Greeks called their Forms.

A few years ago a Revolution in Mathematics and Physics has started. This revolution is caused by Geometric Algebra.

In Geometric Algebra the Ancient Theories of Euclid and Pythagoras are reevaluated.

Numbers are Scalar (Quantum) Movements of Geometric Patterns and not Static Symbols of Abstractions that have nothing to do with our Reality.

Movements and not Forces are the Essence of Physics.

The basic rule Movement = Space/Time (v=s/t) shows that  Time and Space are two Reciprocal 3D-Spaces. Our Senses Experience Space and not Time.

The Simple Rule N/N=1/1=1 balances the Duals of Space and Time. One Unit Step in Space is always Compensated by One Unit Step in Time.

Geometric Algebra has a strange relationship with Pascals Triangle. This Triangle, also called the Binomial Expansion, contains all the Possible Combinations of two Independent Variables. Our Universe is a Combination of Combinations exploring Every Possibility.

The last and perhaps most important Discovery in Mathematics called Bott Periodicity shows itself in Pascals Triangle.

Bott Periodicity proves that we live in a Cyclic Fractal Universe, the Wheel of Fortune, that is Rotating around the Void, the Empty Set. The Empty Set contains Every Thing that is Impossible in our Universe.

This blog is not a Scientific Article. I have tried to connect the Old Sciences and the New Sciences in my own Way.

It contains many links to Scientific Articles and even Courses in Geometric Algebra.

So if you want to Dig Deeper Nothing will Stop You.

About the One and the Dirac Delta Function

Every Thing was created out of  No Thing, the Empty Set, ɸ, the Void, the Tao. The Empty Set contains 0 objects.

The Empty Set is not Empty. It contains Infinite (∞) Possibilities that are Impossible.

Every impossibility has a probability of 0 but the sum of all possibilities (1/∞=0) is always 1. In the beginning ∞/∞ =1  or ∞x0=1.

This relationship is represented by the Dirac Delta Function. It is used to simulate a Point Source of Energy (a Spike, an Explosion) in Physics.

The Delta is reprented by the Symbol Δ, a Triangle. The Delta is called Dalet in the Phoenican and Hebrew Alphabet. Daleth is the number 4 and means Door.

The original symbol of the Delta/Daleth contains two lines with a 90 Degree Angle. Two orthogonal lines create a Square or Plane.

The Dirac Delta Function is defined as a Square  with an Area of 1,  a Width of 1/n and a Height of n where n->∞.

The Dirac Delta Function is a Line with an Area of 1.

The Dirac Delta Function δ (x) has interesting properties: δ (x) = δ (-x), δ (x) = δ (1/x). It has two Symmetries related to the Negative Numbers and the Rational Numbers.

When we move from 2D to 1D, the Number Line, the Delta Function becomes the Set of the Numbers N/N =1.

The Monad (1) of the Tetraktys of Pythagoras, the Top of the Triangle, was created by Dividing the One (1) by Itself without Diminishing itself. The Monad (1/1=1)  is part of  the 1D Delta Function.

Creation is an Expansion of the 1/1 into the N/N, adding 1/1 all the time,  until ∞/∞ is reached. At that moment every Impossibility has been realized.

To move Back to the Void and restore the Eternal Balance of  the One,  Dividing (Compression) has to be compensated by Multiplication (Expansion).

At the End of Time N/M and M/N have to find Balance in the N/N,  move Back to  1/1, Unite in the 0 and become The Void (ɸ) again.

About the Strange Behavior of Numbers

The big problem of the Numbers is that they sometimes behave very differently from what we Expect them to do.

This Strange Behavior happens when we try to Reverse what we are doing.

It looks like the Expansion of the Universe of Numbers is Easy but the Contraction creates many Obstacles.

It all starts with the Natural Numbers (1,2,3,).

When we Reverse an Addition (Subtract) and move over the Line of the Void Negative Numbers appear. Together with the Natural Numbers they are called the Integers.

The same happens when we Reverse a Division and the Fractions (the Rational Numbers) (1/3, 7/9) suddenly pop up.

An Integer N is a Rational Number divided by 1 (N/1).

The Integers are the Multiples of 1, the Fractions are its Parts.

Numbers behave even stranger when we want to Reverse a Repeating Repeating Addition (Irrational Numbers) and want to calculate a Rational Power (2**1/2).

The Complex Numbers (or Imaginary Numbers), based on the Square Root of -1 called i, are a combination of the Negative Numbers and the Irrational Numbers.

Irrational Numbers ( the Pythagorean Theorem), Fractions (a Piece of the Cake) and Negative Numbers (a Debt) are part of our Reality but the Strange Number i represents something we cannot Imagine.

About the Duality and the Expansion of Space

In the beginning the only One who was in existence was the 1.

When the One divide itself again the number -1, the Complement of 1, came into existence.

1 and -1 are voided in the No Thing, the Empty Set, 0:  -1 + 1 = 0.

The Two, the Duality, both started to Expand in Two Opposite Directions (<– and +->) both meeting in the  ∞/∞. This expansion is what we call Space.

Space is a Combination of the Strings S(1,1,1,1,1,…) and -S = (-1,-,1,-,1,-1,…) where S+S=(0,0,0,0,0,0,…).

The Expansion pattern of Space is a Recursive Function S: S(N)=S(N-1)+1 in which + means concatenate (or add) the String “,1”.

An Addition X + Y is a concatenation of S(X) and S(Y). A Substraction X-Y is a concatenation of S(X) and -S(Y). In the last case all the corresponding combinations of 1 and -1 are voided. (1,1,1,1)-(1,1,1)=(0,0,0,1)=(1).

Multiplication XxY is Adding String S(Y) every time a “1” of S(X ) is encountered: 111 x 11 = 11  11  11. Dividing X/Y is Subtracting S(X) every time a “1” of S(Y) is encountered:.111  111  1/111=11 1/111. In the last example a Fraction 1/111 appears.

This Number System is called the Unary Number System.

About the Trinity and the Compression of Space called Time

The Strange Behavior of Numbers is caused by the Limitations of our Memory System. We are unable to remember long strings that contain the same Number.

To make things easy for us we Divide Space into small Parts so we were able to Re-Member (Re-Combine the Parts).

When we want to Re-member, Move Back in Time, we have to Compress Expanding Space.

Compressed Space is Time.

Time and Space have a Reciprocal Relationship called Movement (Velocity = Space/Time).

There are  many ways ( (1,1,1), (1,1,1),..) or ((1,1),(1,1))) to Compress a String in Repeating Sub-Patterns.

In the blog About the Trinity I showed that the most Efficient Way to group the One’s is to make use of a Fractal Pattern (a Self Reference) and Groups of Three Ones.

The Trinity applied to the Trinity ( A Fractal) is a Rotating Binary Tree. Binary Trees represent the Choices we make in Life.

The rotating Expanding Binary Trees generate the Platonic Solids (see linked video!) when the (number)-parts of the Binary Tree Connect.

When we connect Three Ones (1,1,1) by Three Lines (1-1,1-1,1-1) a 2 Dimensional Triangle Δ is Created.

If we take the Δ as a new Unity we are able to rewrite the patterns of 1’s and -1’s into a much Shorter Pattern of Δ’s and 1’s: (1,1,1),(1,1,1),(1,1,1), 1,1 becomes Δ,Δ,Δ,1,1.

We can repeat this approach when there is still a Trinity left: Δ,Δ,Δ,1,1 becomes ΔxΔ,1,1.

This Number System is called the Ternary Number System.

About Ratio’s and Magnitudes

According to EuclidA Ratio is a sort of relation in respect of size between two magnitudes of the same kind“.

A Magnitude is a Size: a property by which it can be compared as Larger or Smaller than other objects of the Same Kind. A Line has a Length, a Plane has an Area (Length x Width), a Solid a Volume (Length xWitdth x Height).

For the Greeks, the Numbers (Arithmoi) were the Positive Integers. The objects of Geometry: Points, Lines, Planes , were referred to as “Magnitudes” (Forms). They were not numbers, and had no numbers attached.

Ratio, was a Relationship between Forms and a Proportion was a relationship between the Part and the Whole (the Monad) of a Form.

Newton turned the Greek conception of Number completely on its head: “By Number we understand, not so much a Multitude of Unities, as the abstracted Ratio of any Quantity, to another Quantity of the same Kind, which we take for Unity”.

We now think of a Ratio as a Number obtained from other numbers by Division. A Proportion, for us, is a statement of equality between two “Ratio‐Numbers”.

This was not the thought pattern of the ancient Greeks. When Euclid states that the ratio of A to B is the same as the ratio of C to D, the letters A, B, C and D do not refer to numbers at all, but to segments or polygonal regions or some such magnitudes.

The Ratio of two geometric structures  was determinated  by fitting the Unit Parts of the first geometric Stucture into the Other.

An Example:  The Tetraktys is a Triangle (A Monad) and contains 9 Triangles (a Monad). The 1x1x1-Triangle Δ, a Part of the Tetraktys,  is Proportional to the Whole of the Tetraktys (T) and has a Ratio T/Δ = 3= Δ -> T = Δ (3)  x Δ (3) = 9.

The Mathematics of Euclid is not a Mathematics of Numbers, but a Mathematics of Forms.

The symbols, relationships and manipulations have Physical or Geometric Objects as their referents.

You cannot work on this Mathematics without Knowing (and Seeing) the Objects that you are Working with.

About Hermann Grassman, David Hestenes and the Moving Line called Vector

Hermann Grasmann lived between 1809 and and 1877 in Stettin (Germany). Grassmann was a genius and invented Geometric Algebra a 100 years before it was invented.

In his time the most important mathematicians did not understand what he was talking about although many of them copied parts of his ideas and created their own restricted version. None of them saw the whole Grassmann was seeing.

When he was convinced nobody would believe him he became a linguist. He wrote books on German grammar, collected folk songs, and learned Sanskrit. His dictionary and his translation of the Rigveda were recognized among philologists.

Grassmann took over the heritage of Euclid and added, Motion, something Euclid was aware of but could not handle properly.

angle between vectors in 2 dimentions

Grassmann became aware of the fact your hand is moving when you draw a 2D Geometric Structure. He called the Moving Lines, that connect the Points, Displacements (“Strecke”).

screw theory 2

In our current terminology we would call the Displacements “Vectors”.

blades

Vector algebra is simpler, but specific to Euclidean 3-space, while Geometric Algebra works in all dimensions. In this case Vectors become Bi/Tri or Multi-Vectors (Blades).

The Trick of Grassmann was that he could transform every transformation on any geometrical structure into a very simple Algebra. Multi-Dimensional Geometric Structures could be Added, Multiplied and Divided.

The Greek Theory of Ratio and Proportion is now incorporated in the properties of Scalar and Vector multiplication.

add-bivectors

About a 100 years later David Hestenes improved the Theory of Grassmann by incorporating the Imaginary Numbers. In this way he united many until now highly disconnected fields of Mathematics that were created by the many mathematicians who copied parts of Grassmanns Heritage.

About Complex Numbers, Octions, Quaternions, Clifford Algebra and Rotations in Infinite Space

Grassmann did not pay much attention to the Complex Numbers until he heard of a young mathematician called William Kingdon Clifford (1845-1879).

Complex numbers are ,just like the Rationals (a/b), 2D-Numbers. A Complex number Z = a  + ib where  i**2=-1. Complex Numbers can be represented in Polar Coordinates: Z = R (cos(x) + i sin(x)) where R = SQRT(a**2 + b**2).  R is the Radius, the Distance to the Center (0,0).

When you have defined a 2D-complex Number it is easy to define a 4-D-Complex Number called a Quaternion:  Z = a + ib + jc + kd or a 8-D Complex Number called an Octonion.

William Rowan Hamilton, the inventor of the Quaternions, had big problems to find an interpretation of all the combinations i, j and k until he realized that i**2 =j**2 = k**2 = ijk=-1.

What Hamilton did not realize at that time was that he just like Grassmann had invented Vector Algebra and Geometric Algebra.

This all changed when William Kingdon Clifford united everything in his new Algebra.  Clifford’s algebra is composed of elements which are Combinations of Grassman’s Multivectors.

The Clifford Algebra that represents 3D Euclidean Geometry has 8 = 2**3 components instead of 3: 1 number (Point), 3 vectors (Length), 3 bivectors (Area) and 1 trivector (Volume).

It turns out if you use combinations of these elements to describe your geometric objects you can do the same things you did before (you still have 3 vector components).

In addition, you can have additional data in those other components that let you find distances and intersections (and a lot of other useful information) using simple and (computationally) cheap numerical operations.

The most important Insight of William Kingdom Clifford was that the Complex Numbers are not Numbers all.

They are Rotations in higher Dimensional Spaces.

About Pascal’s Triangle and Mount Meru

The String 1,3,3,1 of Clifford’s 3D Geometry is related to the 4th Level of Pascal’s Triangle. Level N of Pascal’s Triangle represents N-1-Dimensional Geometries.

The Sum of every level N of the Triangle is 2**N. This Number expresses the Number of Directions of the Geometric Structure of a Space with Dimension N.

A Point has 0 Direction, while a Line has 2 Directions, relative to its Center point, a Plane has 4 Directions, relative to its Center Point, and a Cube has 8 directions, relative to its Center point.

Pascal’s Triangle is also called the Binomial Expansion. This Expansion shows all the Combinations of two letters A and B in the function (A+B)**N. Level 1 of the Triangle is (A+B)**0 = 1  and level 2 is A x A + 2 A x B + B x B -> 1,2,1.

The Binomial Expansion converges to the Bell-Shaped Normal Distribution when N-> ∞.

The Diagonals of Pascal’s Triangle contain the Geometric Number Systems (Triangular Numbers, Pyramid Numbers, Pentatonal Numbers, ..) and the Golden Spiral of the Fibonacci Numbers.

Pascal’s Triangle is a Repository of all the Possible Magnitudes and their Components.

The Normal Distribution shows that the first level of the Triangle (the Tetraktys) is much more probable than the last levels.

The first four Levels of the Triangle of Pascal contain the Tetraktys of Pythagoras.

The Tetraktys  is an Ancient Vedic Mathematical Structure called the  Sri Yantra, Meru Prastara or Mount Meru.

About Numbers, Operations and the Klein Bottle

The Complex Numbers are not “Numbers” (Scalars) at all.

They are “Operations” (Movements) that can be applied to Magnitudes (Geometries) and Magnitudes are Combinations of the Simple Building Blocks of the Tetraktys, Points and Lines.

The Tao of Ancient China was not for nothing represented by a Flow of Water. According to the Ancient Chinese Mathematicians Every Thing Moves.  In the Beginning there was only Movement.

In the Beginning only the One was Moved but when the Duality was created the Two moved around each other never getting into contact to Avoid the Void.

When we look at the Numbers we now can see that they are the result of the Movements of  the first Diagonal of Pascals Triangle,  the 1’s (Points) or better the Powers of  the One: 1 **N (where N is a Dimension).

Even in the most simple Number System, the Unary Number System, Concatenation is an Operation, An Algorithm.

The Mathematician John Conway recently invented a new Number System called the Surreal Numbers that contains Every Number you can Imagine.

The Surreal Numbers are created out of the Void (ɸ)  by a simple Algorithm (Conway calls an Algorithm a Game) that describes Movements (Choices of Direction: Up, Down, Left, Right, ..)  that help you to Navigate in the N-Dimensional Number Space.

The Ancient Chinese Mathematicians played the same Game with the Numbers.

Algorithms were already known for a very long time by the Ancient Vedic Mathematicians. They called them Yantra’s.

Geometry is concerned with the Static Forms of Lines and Points but there are many other more “Curved” forms that are the result of  Rotating Expansion and Compression. These forms are researched by the modern version of Geometry called Topology.

The most interesting 4D Topological Structure is the Klein Bottle.  The Klein Bottle is  a combination of two Moebius Rings. It represents a Structure that is Closed in Itself.

It can be constructed by gluing both pairs of opposite edges of a Rectangle together giving one pair a Half-Twist. The Klein Bottle is highly related to the Ancient Art of Alchemy.

The movement of the Duality around the Void can be represented by a Moebius Ring the Symbol of Infinity ∞.

Later in this Blog we will see why the Number 8 is a Rotation of ∞ and the symbol of Number 8 is a combination of the symbol of the number 3 and its mirror.

First we will have a look at the Reciprocal Relation between Space and Time.

About Dewey B. Larson, Velocity and Time

Dewey B. Larson (1898 – 1990) was an American Engineer who developed the Reciprocal System of Physical Theory (RST).

Larson believed that the failure to recognize that Motion is the most basic physical constituent of the universe has handicapped the progress of the traditional study of physics, which focuses on Forces.

The definition of Motion stems from the Equation of Velocity, v = ds/dt.

Instead of depending upon the change of the location of an object to define an arbitrary “quantum” of space per “quantum” of time, such as miles per hour, or meters per second, the RST assumes that the observed universal passage, or progression, of time is one aspect of a universal motion that necessarily must be accompanied by a universal “passage,” or progression, of space.

The Units of Time fill up the Units of Space. Space and Time are Duals.

Space is not-Time and Time is not-Space. Time is Non-Local, Cyclic and represented by the Rotating Imaginary Numbers. Space is Local, Linear and Represented by the Scalar Numbers. Space is the Vacuum and the Nothing and Time is the non-vacuum, the Every Thing, the Solids represented by the Cube of Space.

The Cube of Space is the structure behind the Tetraktys but also behind the Book of Genesis.

Our Reality contains two Reciprocal 3D-structures related to Space and Time. Space and Time are related by the Simple Formula N/N=1/1=1, the Formula of Diracs Delta Function.

We are able to perceive the Real 3D-Structure of Space. The 3D-Structure of Time is Imaginary. It is situated in the Imaginary Number Space of i.

Larson, a Self Thought Genius like Grassmann, developed Geometric Algebra without knowing anything about Geometric Algebra but he also invented String Theory long before String Theory was invented.  The Mathematics of Larson is also the Mathematics of the Tetraktys of Pythagoras without even knowing anything about it.

Larson was able to Calculate all the important Physical Numbers without any problem and was also able to Calculate Chemical Structures and Reactions.

About the Bott Periodicity

The fourth line of Pascals Triangle and the Tetraktys contains 8 Directions in the Four Geometric Dimensions: 0, 1, 2, and 3.

Mathematicians are intrigued with this number 8, because they find it popping up unexpectedly in advanced mathematics.

In fact, expanding the Binomial Expansion to 8 dimensions just creates an inverse copy of these first Four Dimensions, and then the pattern just repeats itself with a half-twist and back from there, ad infinitum.

This is called Bott Periodicity discovered by the mathematician Raoul Bott (1923-2005).

The mathematician John Baez wrote an article in which he relates this 8-fold Periodicity to the Scalars (1), the Complex Numbers (2), the Quaternions (2×2), and the Octonions (2x2x2 = 2**3).

The Universe of Numbers and Magnitudes  is Cyclic and Fractal.

Our own Reality, symbolized by the Tetraktys,  repeats itself in Higher Dimensions until Infinity.

The Tetrad, represents Completion, because it contains all its Previous Numbers, the 1, 2, 3, and itself, 4, in One Number, 10 = (The One) +  9 (= 3 (Trinity)x 3 (Trinity) = Tetraktys).

As you can see in the Picture above the Fractal Pattern of 8 contains two kinds of Trinities/Triangles, an Upside and a Downside (Rotated by 180 Degrees) Triangle. When you Rotate by 180 Degrees the 1 becomes -1 and 1 + -1 =0 is the Void.

The Multi Dimensional Rotations of the Octonions always Come Back to Square 1/1=1, the One and keep Rotating around the Center, the Nothing,   Until Infinity.

LINKS

About the Tetraktys (2)

About Triangular Numbers and Pascal’s Triangle

About the Empty Set

About the Relationship Between Geometry and Music

About the Trinity

About the Game of the Surreal Numbers

About Larson and the Unification of Mathematics

The Collected Works of Dewey B Larson

About Number and Magnitude

About Ratio and Proportion

About Ratio and Proportion by Euclid

A book of Augustus deMorgan about “The Connection between Number and Magnitude”

The text of the Fifth Book of Euclid

An Educational You Tube Channel called Insights in Mathematics

About the History of Geometric Algebra

About the Sri Yantra

About Geometric Algebra

Free Software to use Geometric Algebra

About Clifford Algebra

About Topology

About the Digital Root Patterns

About the Heart Chakra

A Video that shows how the Platonic Solids are created out of the Trinity Numbers

All you want to know about Geometric Patterns

About Morphology or How Alan Turing Made the Dream of Goethe Come True. (17-11-2009)

The Ancient Greeks believed that the images of waking life and dreams came from the same source, Morpheus (Μορφέας, Μορφεύς), “He who Shapes“.

The Science of the Shapes, Morphology, was created and named by Goethe in his botanical writings (“Zur Morphologie“, 1817).

Goethe used comparative anatomical methods, to discover a primal plant form that would contain all the others-the Urpflanze. Goethe being a Romantic Idealist hoped that Morphology would Unify Science and Art.

“The Primal Plant is going to be the strangest creature in the world, which Nature herself shall envy me. With this model and the key to it, it will be possible to go on forever inventing plants and know that their existence is logical”. Nature always plays, and from which she produces her great variety. Had I the time in this brief span of life I am confident I could extend it to all the realms of Nature – the whole realm“.

Hundred years later in the 1920s Goethe’s dream came true. Morphology moved outside Biology to other parts of Science due to the works of D’Arcy Thompson’s On Growth and Form, Oswald Spengler Morphology of History, Carol O. Sauer Morphology of Landscape, Vladimir Propp, Morphology of the Folktale and Alfred North Whitehead Process and Reality.

Goethe observed nature and reflected on similar structures. He believed that there was something behind this similarity, an archetypal plant.

According to Goethe the archetypal plant was the leaf (“While walking in the Public Gardens of Palermo it came to me in a flash that in the organ of the plant which we are accustomed to call the leaf lies the true Proteus who can hide or reveal himself in all vegetal forms. From first to last the plant is nothing but leaf“).

At this moment scientists know the reason why the leaf is the most important structure of the plant. It is a solar collector full of photosynthetic cells.

The energy of the sun provides the energy to transform water from the roots gathered by the leafs and carbon dioxide out of the air also gathered by the leafs, into sugar and oxygen. Plants are structures with many leaves. These leafs shield other leafs from collecting sunlight and water.

To solve this problem a plant has to optimize its structure to collect enough Sunlight and Water. The process of Optimization is not a Central Coordinated action. Every leaf tries to find the best place in the Sun on its own. This place determinates the growth of the next level of branches and leafs.

Goethe observed a pattern and deduced a structure, the leaf, the Uhrplanze. What Goethe really observed was not a Static Uhrplant but the Dynamic Process of the Branching of all kinds of leaves in all kinds of plants (Morpho-Genesis).

The leafs of the plants are not the main target of the morphogenesis of the plant. The visible External and the invisible Internal Forms or Organs are one of the many solutions of an equation with many variables and constraints. The optimal solution is reached by experimenting (“Nature always plays”).

Many solutions fail but some survive (Evolution of the Fittest). When a solution survives it is used as a Foundation to find new rules for more specific problems (Specialization). When the environment, the context, changes old rules have to be replaced by new rules (a Paradigm Shift).

New mathematical paradigms in the field of the Machines and Languages (Alan Turing, The Chemical Basis of Morphogenesis) and the Self-Referencial Geometry of Nature (Benoît Mandelbrot, The Fractal Geometry of Nature) have stimulated further investigation in the Field of Morphology.

In 1931, in a monograph entitled On Formally Undecidable Propositions of Principia Mathematica and Related Systems Gödel proved that it is impossible to define a theory that is both Self-Consistent and Complete. The paper of Gödel destroyed the ambitions of the Mathematicians at that time to define one theory that explains everything.

In 1936 Alan Turing produced a paper entitled On Computable Numbers. In this paper Alan Turing defined a Universal Machine now called a Turing Machine. A Turing machine contains an infinite tape that can move backwards and forwards and a reading/writing device that changes the tape. The Turing Machine represents every Theory we can Imagine.

Turing proved that the kinds of questions the machine can not solve are about its own Performance. The machine is Unable to Reflect about Itself. It needs another independent machine, an Observer or Monitor to do this.

It can be proved that Turing proved the so called Incompleteness Theorem and the Undecidability Theorem of Gödel in a very simple way.

In 1943 Turing helped to Crack the Codes of the Germans in the Second World War. At that time the first computers were build (Eniac, Collossus).

It was very difficult to Program a Computer. This problem was solved when Noam Chomsky defined the Theory of Formal Grammars in 1955 (The Logical Structure of Linguistic Theory).

When you want to define a Language you need two things, an Alphabet of symbols and Rules. The symbols are the End-Nodes (Terminals) of the Network of Possibilities that is produced when the Rules (Non-Terminals) are Applied. The Alphabet and the (Production- or Rewriting) rules are called a Formal Grammar.

If the Alphabet contains an “a” and a “p” the rules S→AAP, A→”a” and P→”p” produce the result “aap”. Of course this system can be replaced by the simple rule S→”aap”. The output becomes an infinite string when one of the rules contains a Self-Reference. The rules A→a and S→AS produce an Infinity String of “a’-s (“aaaaaaaaaaaaaaaaaa….”).

The system becomes more complicated when we put terminals and rules (non-terminals) on the Left Side. The System S→aBSc, S→abc, Ba→aB and Bb→bb produces strings like, “abc”, “aabbcc” and “aaabbbccc”. In fact it produces all the strings a**n/b**n/c**n with n>0.

The inventor of the theory of Formal Grammar, Chomsky, defined a Hierarchy of Languages. The most complex languages in his hierarchy are called Context-Dependent and Unrestricted. They represent complex networks of nodes.

A language where the left-hand side of each production rule consists of only a single nonterminal symbol is called a Context Free language. Context Free Languages are used to define Computer Languages. Context Free Languages are defined by a hierarchical structure of nodes. Human Languages are dependent on the context of the words that are spoken.

It is therefore impossible to describe a Human Language, Organisms, Organisations and Life Itself with a Context Free Computer Language.

Context Free Systems with very simple rule-systems produce natural and mathematical structures. The System A → AB, B → A models the Growth of Algae and the Fibonacci Numbers.

A Recognizer or Parser determinates if the output of a formal grammar is produced by the grammar. Parsers are used to check and translate a Program written in a Formal (Context Free) Language to the level of the Operating System of the Computer.

Regular and Context Free Grammars are easily recognized because the process of parsing is linear (causal, step by step). The stucture of the language is a hierarchy.

The recognizer (now called a Push-Down Machine) needs a small memory to keep the books.

Context Dependent (L-systems) and Unrestricted Grammars are difficult to recognize or are not recognizable in practice because the parser needs a huge sometimes Infinite Memory or Infinite Time to complete its task.

To find the Context the Recognizer has to jump backwards and forwards through the infinite string to detect the pattern.

If the network loops the recognizer will Never Stop (“The Halting Problem“).

Turing proved that the Halting Problem is Undecidable. We will Never Know for Sure if an Unrestricted Grammar contains Loops.

The Rules and the Output of Unrestricted Grammars Change and never stop Changing. Our Reality is certainly Context Dependent and perhaps Unrestricted.

Parsing or Recognizing looks like (is similar with) the process of Scientific Discovery. A theory, a Grammar of a Context-Free Systems (“aaaaaaaaaaa…”) is recognizable (testable) in Finite Time with a Finite Memory. Theories that are Context Dependent or Unrestricted cannot be proved although the Output of the Theory generates Our Observation of Nature. In this case we have to trust Practice and not Theory.

In 2002 the Mathematician Stephen Wolfram wrote the book A New Kind of Science.

In this book he tells about his long term Experiments with his own Mathematical Program Mathematica. Wolfram defined a System to Generate and Experiment with Cellular Automata.

Wolfram believes that the Science of the Future will be based on Trial and Error using Theory Generators (Genetic Algorithms). The big problem with Genetic Algorithms is that they generate patterns we are unable to understand. We cannot  find Metaphors and Words to describe the Patterns in our Language System.

This problem was adressed by the famous Mathematician Leibniz who called this the Principle of Sufficient Reason.

Leibniz believed that our Universe was based on Simple Understandable Rules that are capable of generating Highly Complex Systems.

It is now very clear that the Self-Referencial Structures, the Fractals, of Mandelbrot are the solution of this problem.

The Scientific Quest at this moment is to find the most simple Fractal Structure that is capable of explaining the Complexity of our Universe. It looks like this fractal has a lot to do with the Number 3.

It is sometimes impossible to define a structured process to recognize (to prove) a Grammar. Therefore it is impossible to detect the rules of Mother Nature by a Structured process. The rules of Mother Nature are detected by Chance just like Goethe discovered the Uhrplanze. Science looks a lot like (is similar with) Mother Nature Herself.

When a Grammar is detected it is possible to use this grammar as a Foundation to find new solutions for more specific problems (Specialization, Add More Rules) or when the system is not able to respond to its environment it has to Change the Rules (a Paradigm Shift). All the time the result of the System has to be compared with Mother Nature herself (Recognizing, Testing, Verification).

Turing proved that if Nature is equivalent to a Turing machine we, as parts of this machine, can not generate a complete description of its functioning.

In other words, a Turing machine, A Scientific Theory, can be a very useful tool to help humans design another, improved Turing Machine, A new Theory, but it is not capable of doing so on its own – A Scientific Theory, A System, can not answer Questions about Itself.

The solution to this problem is to Cooperate. Two or more (Human) Machines, A Group, are able to Reflect on the Other. When the new solution is found the members of the Group have to Adopt to the new solution to move on to a New Level of Understanding and drop their own Egoistic Theory.

Each of the individuals has to alter its Own Self and Adapt it to that of the Group. It is proved that Bacteria use this Strategy and are therefore unbeatable by our tactics to destroy them.

Turing proved that Intelligence requires Learning, which in turn requires the Human Machine to have sufficient Flexibility, including Self Alteration capabilities. It is further implied that the (Human) Machine should have the Freedom to make Mistakes.

Perfect Human Machines will never Detect the Patterns of Nature because they get Stuck in their Own Theory of Life.

The Only ONE who is able to Reflect on the Morphogenesis of Mother Nature is the Creator of the Creator of Mother Nature, The Void.

Gregory Chaitin used the theory of Chomsky and proved that we will never be able to understand  The Void.

The Void is beyond our Limits of Reason. Therefore the first step in Creation will always be  a Mystery.

At the end of his life (he commited suicide) Alan Turing started to investigate Morphology.

As you can see the Patterns of Alan Turing are created by combining many Triangels. The Triangel is called the Trinity in Ancient Sciences.

According to the Tao Tse King, “The Tao produced One; One produced Two; Two produced Three; Three produced All things”, which means that the Trinity is the Basic Fractal Pattern of the Universe.

In modern Science this pattern is called the Bronze Mean.

It generates so called Quasi Crystals and the Famous Penrose Tilings.

The Bronze Mean is represented by the Ancient Structure of the Sri Yantra (“Devine Machine”).

Goethe was not the real discoverer of Morphology. The knowledge was already there 8000 years ago.

LINKS

About the Observer and Second Order Cybernetics

A PDF About the Morphology of Music.

The origins of life and context-dependent languages

A Website About the Morphology of Botanic Systems

A Website About the Morphology of Architectural Systems

A Plant Simulator using Morphology

About Intelligent Design

The Mathematical Proof of Gödel of the Existence of God

About Bacteria 

About the Trinity

About the Nine Spiritual Bodies of Ancient Egypt

J.Konstapel Leiden, 1-8-2009

The last examples of ancient Egyptian Hieroglyphs date from 450 AD. After that time the Egyptian script and language was replaced with the Coptic script and the Coptic language until it was replaced by the Arabic language in the 11th century.

From that time on nobody was able to understand the Hieroglyphs. At this moment a complete new interpretation of the Hieroglyphs is emerging showing Egypt as a highly technical advanced culture.

When scientists started to interpret the hieroglyphs they believed the hieroglyphs were nothing more than primitive picture writing. Much later they discovered that the hieroglyphic script is Phonetic just like our own language. The Pictures represent an Alphabet.

The Puzzle of the Alphabet of the hieroglyphs was solved by Jean-François Champollion who had a profound knowledge of the old Coptic language still used in the Coptic Church.

When the Egyptian Alphabet was finally deciphered the scientists could read the texts but they had no idea what the texts meant. To understand the language they used a theory.

Just like the theory of the primitive pictorial language they supposed that the Egyptian Texts were written by Primitive Pagans to describe Religious Rituals. The Scientists translated the texts literally just like the current translation software is doing.

Linguistics, the scientific study of natural language, has evolved a lot since the first scientists started to translate the hieroglyphs. We now know that the deep structure of languages is related to almost Universal Metaphors. Texts always contain a Hidden Meaning.

The knowledge of the old Cultures of the East is greatly advanced since the time of Champollion (1832). We now know much more about ancient Egyptian Mathematics and Physics and our knowledge of Mathematics and Physics has also greatly advanced.

This makes it possible to see and understand things we were not able to See 150 years ago.

Scranton and Harvey have developed a completely different and controversial interpretation of the Hieroglyphs. They are convinced that most of the Ancient Texts are not about Rituals but about Physical Practises based on Advanced Knowledge of the Physical Universe.

Scranton researched the Symbols of the Dogon in West Africa. The Dogon Culture is just like the Coptic Language still existent and it was possible to interview one of the Shaman and ask him to explain their symbols.

This interview took place around 1930 but the researchers Griaule and Dieterlen documented the interviews very well. They showed that the Symbols of the Dogon and the Symbols of the old Egyptians were highly comparable. Scranton, a computer expert, analyzed the Symbols and found a striking resemblance with current String Theory.

Clesson Harvey has discovered a new way to translate the Pyramid Texts. The Pyramid Texts are the oldest known “religious” texts in the world. They date between 2400-2300 BC. According to Harvey the Pyramid Texts have nothing to do with religion. He believes the Pyramid Texts are a Technical Manual to Operate a very Powerful Machine.

The conclusions of Harvey and Scranton are the same. The Egyptians were using highly advanced knowledge about the Physics of the Universe. This knowledge was used to build powerfull machines that were controlled with the Mind.

About the Cycles

Egyptian Theory is based on Cycles. The Old Scientists knew that every Thing in the Physical Universe is governed by Cycles. This is the principle of Ma’at.

They knew that the one of the most important cycles is the Cycle of Precession. This Cycle takes 25,771.5 years.

Every time when the Signs of the Zodiac moved in the Sky the Egyptian Religion was adjusted to the new Sign (Taurus, Ram, Pisces, Aquarius …). They also knew that the Pole Star moved with the Precession. At this moment the Pole Star is in Polaris.

Clesson Harvey discovered that the Pyramid Texts are focused on Polaris which means that the Knowledge of the Pyramid Texts is at least 25.772,5 years old.

About the Nine Spiritual Bodies

The Egyptians were aware of the Spiritual Bodies of the Human Being. This knowledge is still not accepted in Mainstream Psychology. Mainstream Psychologists call everything that is outside their Theory, ab-normal or Para-Normal.

Some Psychologists Accept the Para-Normal and are trying to explain Phenomena like Out of the Body Experiences and Near-Death Experiences. When they do this they often make use of theories that were created in China, India and Egypt a long time ago. These old theories show a remarkable resemblance.

The Egyptians knew that the Universe was a Self-Referential Structure, a Fractal. They knew that one principle repeats itself on every Level. The Structure of the Universe is repeated in the Human Body and the Human Cells. If the Universe is a Nine-Fold pattern, the Spiritual Body also has to be a Nine-Fold Pattern.

The Nine Bodies were named Ren (the Name of the Body, the Chemical Structure, the Strong Force), Ab (the Heart, the Center, the Consciousness, The Center of Gravity), Akh (Shiner, The Luminous Body, the Force of Decay, Radiation, the Weak Force), Khaibit (Shadow, Aura, the Electro Magnetic Field of the Body), Ka, Ba , Khat, Sahu and Sekhem.

A person’s Ren (his DNA, his Blueprint, Date/Time & Place of Birth) was given to them at birth and would live for as long as that name was spoken. A cartouche (a magical rope) was often used to surround the name and protect it for eternity. The knowledge of the True Name could destroy a man. If somebody knew the Date/Time and Place of a Person he could find out with the Use of Astrology everything he wanted to know.

It was also believed that if a man knew the name of a god or a demon, and addressed him by it, he was bound to answer him and to do whatever he wished.

The Scientists still don’t understand the concepts of Ka, Ba, Khat and Sekhem.

The concept of the Sahu is well known in many old cultures. In Tibetan mysticism the Sahu is called the Dharmakaya (“the Truth Body“). In the Christian Gnostic tradition it is called, “the Resurrection Body“. In Sufism “the Most Sacred Body ” (wujud al-aqdas) and “Supra-Celestial Body ” (asli haqiqi) and in Taoism, it is called “the Diamond Body“. Those who have attained it are called “the Immortals” and “the Skywalkers (the Djedi)”

The Sahu is an InterStellar Space-Ship steered by the Soul (Ba). It accompanies the human being in its endless cycle of birth, death, transformation, and rebirth. The Sahu contains the Projected Personalities (Ren) in the Matrix, the Memories (Akasha), the spiritual Aims and Purposes of every Incarnation of the Soul in every part of the Multi-Verse.

If we understand the Nine-Fold Pattern it is not so difficult to map the first four Spiritual Bodies (Ren, Ab, Akh, Khaibit) to the Four Forces or Four Elements of our Physical Universe.

The next five Bodies are very different. They are related to the Egyptian Underworld governed by Osiris. The Egyptian Underworld is a representation of our Seven Twin Universes associated with what the current scientists call Dark Matter.

The Ka (Dark Matter Chemical Body), the Ba, (Dark Matter Heart, The Center, Conscioussness, Soul), the Khat (Dark Matter Etheric Body) and the Sahu (Dark Matter Light Body) exist in a different Space/Time.

The Twin Universes are only reachable by the Portal of the Sekhem, the Singularity, the Primal Void, the Hole in Time. The “Dark Matter” Bodies can be controlled when the Chemical Body (Ego, Personality, Ka) and Consciousness (Ab, the Heart) merge. At that moment they are able to use the Supra-Celestial Body, the Sahu, the Vessel.

About Timing and Time Travel

The Portal of Sekhem is only open during a short period of time at a special place on the Earth Grid. This moment appears when we move from the Sign of the Fishes to the Sign of Aquarius (NOW!).

When we want to operate the Time-Machine we have to Breath in our Sahu, the indestructible Container of the Human Soul, our Light Body. To use our Sahu we have to Clean Ourselves (Live from the Heart, Ab), Meditate (Becoming the Observer) and Practice the Breathing Techniques of the Old Scientists.

According to Clesson Harvey we are living in a very special Time/Space. It is the Time/Space that opens up the possibility to use the Tremendous Power behind the Dark Matter. This power makes it possible to play with the Laws of Gravity. We are able to lift Heavy Masses (Telekinesis). We are also able to move to another Time/Space in the Multi-Universe (The Underworld).

The only thing that is still missing to operate the Machine, is a Magic Crystal, the Stone of Destiny, the BnBn-Stone. One of the (many) theories is that this Crystal was stolen out of the Pyramid by Moses during the Reign of Pharao Akhenaton, put into the Arc of the Convenant, moved to Chartres by the Knights Templars, taken over by the Cathars and finally put into a Secret Cave close to Lourdes.

LINKS

About the Spiritual Bodies of Egypt by Dr. Janet Cunningham

About the Nine-Fold Pattern of the Spiritual Bodies

About the Theory of Clesson Harvey

The Website of Clesson Harvey

Videos of the theory of Scranton

 

About (Software) Quality

When I attended the University of Leiden Software-Development was in its infancy. In 1969 just a few people were programming for the simple reason that the amount of computers was very low. It took a lot of time (many weeks), intelligence and perseverance to create a small working software-program.

At that time the effect of a software-program on other people was very low. Software-programs were used by the programmers themselves to solve their own problems.

When User-Interfaces, Databases and Telecommunication appeared it became possible to create software for Many Non-Programmers, Users. The software-systems got bigger and programmers had to cooperate with other programmers.

When the step from One-to-Many was made in the process of software-development and exploitation, Software-Quality became a very important issue.

What is Software?

A Software-program is a sequence of sentences written in a computer-language. When you speak and write you use a natural language. When you write a computer program you use an artificial, designed, language.

The difference between natural and artificial languages is small. Esperanto is a constructed language that became a natural language. Perhaps all the natural languages were constructed in the past.

Software programs are very detailed prescriptions of something a computer has to do. The specifications of a software-program are written in a natural language (Pseudo-Code, Use-Case).

To create Software we have to transform Natural Language into Structured Language. The big problem is that Natural Language is a Rich Language. It not only contains Structural components but is also contains Emotional (Values), Imaginative ((Visual) Metaphors) and Sensual Components (Facts). The most expressive human language is Speech.

In this case the Tonality of the Voice and the Body Language also contains a lot of information about the Sender. When you want to create Software you have to remove the Emotional, Imaginative and Sensual components out of Human Language.

What is Quality?

According to the International Standards Organization (ISO), Quality is “the degree to which a set of inherent characteristics fulfills requirements“. According to the ISO the quality of a software-program is the degree in which the software-coding is in agreement with its specification.

Because a specification is written in natural language, Quality has to do with the precision of the transformation of one language (the natural) to another language (the constructed).

According to Six Sigma Quality is the number of defects of an implementation of the specification of the software.

Another view on Quality is called Fitness for Use. It is this case Quality is “what the Customer wants” or “What the Customer is willing to pay for“.

If you look carefully at all the Views on Quality, the Four World Views of Will McWhinney appear.

Six Sigma is the Sensory View on Quality (Facts), ISO is the Unity View on Software (Procedures, Laws, Rules) and Fitness for Use is the Social View on Quality (Stakeholders).

The last worldview of McWhinney, the Mythic, the View of the Artist, is represented by the Aesthetical view on Quality. Something is of high quality when it is Beautiful.

The Four Perspectives of McWhinney look at something we name “Quality”. We can specify the concept “Quality” by combining the Four definitions or we can try to find out what is behind “the Four Views on Quality”.

The Architect Christopher Alexander wrote many books about Quality. Interesting enough he named the “Quality” behind the Four Perspectives the “Quality without a Name“. Later in his life he defined this Quality, the “Force of Life“.

What Happened?

In the beginning of software-development the Artists, the Mythics, created software. Creating high quality software was a craft and a real challenge. To create, a programmer had to overcome a high resistance.

The “creative” programmers solved many problems and shared their solutions. Software-development changed from an Art into a Practice. The Many Different Practices were Standardized and United into one Method. The Method made it possible for many people to “learn the trade of programming”.

When an Art turns into a Method, the Aesthetic, the Quality that Has No Name, Life Itself, disappears. The Controller, Quality Management (ISO), has tried to solve this problem and has given many names to the Quality without a Name. Many Aspects of Software Quality are now standardized and programmed into software.

But…

It is impossible to Program the Social Emotions and the Mythic Imagination.

So…………

Software developers don’t use Methods and Standards because deep within they are Artists. The big difference is that they don’t solve their own problems anymore. They solve the problems of the users that are interviewed by the designers.

And…..

The Users don’t want the Designers to tell the Programmers to create something they want to create themselves (the Not-Invented Here Syndrome). They also don’t know what the programmers, instructed by the designers will create, so they wait until the programmers are finished and tell them that they want something else.

What Went Wrong?

The first Computer, the Analytical Engine of Charles Babbage, contained four parts called the Mill (the Central Processing Unit, the Operating System), the Store (the database), the Reader, and the Printer. The Analytical Engine and his successors were based on the Concept of the Factory.

In a Factory the Users, the Workers, The Slaves, have to do what the Masters, the Programmers, tell them to do.The Scientists modeled successful programmers but they forgot to model one thing, the Context. At the time the old fashioned programming artists were active, software was made to support the programmer himself. The programmer was the User of his Own software-program.

At this moment the Factory is an “old-fashioned” concept. In the Fifties the Slaves started to transform into Individuals but the Factory-Computer and the Practices of the Old Fashioned Programmers were not abandoned.

To cope with the rising power of the Individual the old methods were adopted but the old paradigm of the Slave was not removed. The Slave became a Stakeholder but his main role is to act Emotionally. He has the power to “Like or to Dislike” or “To Buy or not to Buy”.

The big Mistake was to believe that it is possible to program Individuals.

What To Do?

The Four Worldviews of Quality Move Around Life Itself.

According to Mikhail Bakhtin Life Itself is destroyed by the Process of Coding (“A code is a deliberately established, killed context“).

When you want to make software you have to keep Life Alive.

The Paradigm-Shift you have to make is not very difficult. Individual Programmers want to make Software for Themselves so Individual Users want to Do the Same!

At this moment the Computer is not a tool to manage a factory anymore. It has become a Personal tool.

It is not very difficult to give individuals that Play the Role of Employee tools to Solve their own Problems.

When they have solved their own problems they will Share the Solutions with other users.

If this happens their activities will change from an Individual Act of Creation into a Shared Practice.

If People Share their Problems and Solutions, their Joy and their Sorrow, they Experience the Spirit,  the Force of Life, the Quality that has no Name.

LINKS

How to Analyze a Context

About the Human Measure

About the Autistic Computer

About the Worldviews of Will McWhinney

About Christopher Alexander

About Computer Languages

About Mikhail Bahtin

About Ontologies

About Model Driven Software Development

About the Illusion of Cooperation

About the Analytic Engine of Charles Babbage

About the Analytic Engine of Thomas Fowler

About Human Scale Tools

About Old-Fashioned Programming

How to Make Sure that Everybody Believes what We are Believing: About Web 3.0

This morning I discovered a new term Web 3.0. According to the experts Web 2.0 is about “connecting people” and Web 3.0 is about “connecting systems”.

Web 1.0 is the “good old Internet”. The “good old Internet” was created by the US Army to prevent that people and systems would be disconnected in a state of War with the Russians. Later Tim Berners Lee and the W3C added a new feature “hypertext”, connecting documents by reference.

As you see everybody is all the time talking about connecting something to something. In the first phase we connect “systems”. Later we connect “people”. Now we want to connect "systems" again. We are repeating the goal but for some reason we never reach the goal.

In every stage of the development of our IT-technology we are connecting people, software (dynamics) and documents (statics) and reuse the same solutions all over again.

Could it be that the reused solutions are not the “real” solutions? Do we have to look elsewhere? Perhaps we don’t want to look elsewhere because we love to repeat the same failures all over again and again. If everything is perfect we just don’t know what to do!

There is an article about Web 3.0 in Wikipedia.

Two subjects are shaping Web 3.0. The first is the Semantic Web and the other is the use of Artificial Intelligence, Data- & Text Mining to detect interesting Patterns.

The Semantic Web wants to make it possible to Reason with Data on the Internet. It uses Logic to do this. The Semantic Web wants to standardize Meaning.

The Semantic Web uses an “old fashioned” paradigm about Reasoning and Language. It supposes that human language is context-independent. They have to suppose that Human Language is context-independent because if they don’t believe this they are unable to define a Computer Language (OWL) at all.

It is widely acccepted that the interpretation of Language is dependent of a Situation, a Culture and the Genesis of the Human itself. Every Human is a Unique Creation. A Human is certainly not a Robot.

The effect of a wide spread implementation of the Semantic Web will lead to a World Wide Standardization of Meaning based on the English Language. The Western Way of Thinking will finally become fixed and dominant.

The Semantic Web will increase the use of the Conduit Metaphor. The Conduit Metaphor has infected the English Language on a large scale. The Conduit Metaphor supposes that Humans are disconnected Objects. The disconnected Sender (an Object) is throwing Meaning (Fixed Structures, Objects) at the disconnected Receiver (An Object).

The Conduit Metaphor blocks the development of shared meaning (Dialogue) and Innovation (Flow). The strange effect of Web 3.0 will be a further disconnection. I think you understand now why we have to start all over again and again to connect people, software and content.

About the Conduit and the Toolmaker Metaphor

J.Konstapel, Leiden, 9-12-2007.

“The limits of my language mean the limits of my world” (Wittgenstein, 1921).

toolmakermethaphor

In 1979 Andrew Ortony was the editor of the book Metaphor andThought.

The book started a revolution in cognitive science later called Embodiment“. The embodiment-movement has proven that Metaphors are “the Tools of the Unconsciousness” or the “Foundation of Thinking”.

One of the most important articles in the book is written by Micheal Reddy. Michael Reddy demonstrates that 70% of the English language is conceptualized and structured by the conduit metaphor. This percentage is increasing.

This metaphor incorporates three interconnected metaphors:

Concepts, thoughts, feelings, meanings, sense and ideas are objects.

Words, sentences are containers.

Communication is the act of sending and receiving a container.

The Conduit Metaphor transforms Communication (the Act to Commune, to Fuse) in a Dual Monologue between two Senders.

Later (1988) Andrew Ortony was the author of another collection of articles about the Emotions (The Cognitive Structure of Emotions). The book contains a widely used model of the Emotions.

The model shows that Humans have the tendency to define an Intelligent Agent behind every thing that happens (an Event). The Weather is a person (“the wind blows”) and the Creator behind “every thing” is a person (God).

Computers are seen by Humans as Highly Intelligent Agents that use the Conduit Metaphor to communicate. When a Computer starts to commu-nicate it sends a Message and the User has to respond.

The User creates a Container (“type a sentence”, “push a button”, “click a mouse”). The Computer responds by sending his Containers (text and/or pictures, “CON-tent”) back. Computer and User are participating in a dual monologue we experience as commune-nication but …..

In reality the Computer is not a Human Being and unable to act as a Human Being.

It is unable to Adapt so we have to Adapt.

Internally we believe Computers are Very Smart and when things go wrong we, “the users”,  have pushed the wrong button, have send the wrong text or have installed the wrong version of the software.

The Computer is Smart and we are Stupid.

The Computer is not only Smart. He is also unable to understand “Who I Am”. He uses “Stereotypes” and he never adapts itself to “Me”.

I have to adapt to him.

The Computer acts like an Autist.

When we try to commune-nicate with an Autist we get frustrated. But because he is mentally ill we have to accept “he will not change”.

We have to Cope.

Coping is a method to escape problems we are unable to remove. We have to cope with the Computer that Acts like an Autist.

The only thing that is left is to reduce our Stress. We reduce our Stress by discussing the stress with our friends. When we do this we feel a lot better because we discover that we are “not alone”.

The Autistic Computer generates many discussions and these discussions are Dialogues. They bring us (the Not-Machines, the Organisms) closer to each other. To solve our problems we start a Path of Mutual Discovery.

We solve many problems by exchanging tips and tricks.

Michael Reddy shows that 30% of the English Language can be described by another Metaphor, the Toolmaker Metaphor. The Toolmaker Metaphor is about cooperation, mutual discovery and the exchange of “tips and tricks”.

The Toolmaker Metaphor is connected to an old “Paradigm” that is slowly fading away in our current Society.

In the Toolmaker Metaphor Humans are unable to understand the other. We are all living in our “own unique private universe”. This Universe is What We Are. In our own universe we develop all kinds of private tools.

In the middle of all of the universes is a post-box. In this box we share pictures (ideas) with other universes. When we find a picture we interpret this picture in our own universe. We understand something because without “knowing” we share a lot.

We are also cooperative because without cooperation we are Unable to Survive.

We need the others. So we send a picture back with adjustments. We are very proud that we have developed a tool that is doing his job in our own Context.

“It really works” and we want to Share our excitement. At the other side the same happens and step by step we develop shared tools.

In the toolmaker-metaphor the Tools are an Extension of the Human. They are an extension of our muscles, our senses, our memory, our emotions or our imagination.

When new extensions are developed we have to integrate the tools with our own private internal tools. We do this by practicing. When we have practiced enough we become One with the Tool.

We Commune.

We ARE our cars, we ARE our Glasses or we ARE our Piano. When the tools are doing their job we even forget that we are using them. We are in deep trouble when our tools fail. Suddenly we are aware of the interdepence between our bodies and our tools.

When we see a computer as a human tool we have to define what part of us we want to be EXTENDED.

When we accept that the Computer is an Autist we have to accept that he is excellent in only one thing. He is an Idiot Savant.

Autists love to Repeat the same Task and most human don’t like repetition.

Let us give the repetitive tasks to the Computers so we can start to PLAY (Simulators!).

When we accept our selves we have to accept our shortcomings.

When we use the Idiot Savant to help us to overcome our shortcomings we are in a complementary relationship.

We are Friends for Life.

Why Good programmers have to be Good Listeners

Edsger Wybe Dijkstra (1930-2000) was a Dutch Computer Scientist. He received the 1972 Turing Award for fundamental contributions in the area of programming languages.

One of the famous statements of Dijkstra is “Besides a mathematical inclination, an exceptionally good mastery of one’s native tongue is the most vital asset of a competent programmer“.

Why is this so important?

People communicate externally and internally (!) in their native tongue. If they use another language much of the nuances of the communication is lost. When people of different languages communicate they have to translate the communication to their internal language.

A computer language is also a language. It is a language where every nuance is gone. With the term nuance (I am a Dutch native speaker) I mean something that also could be translated into the word meaning. A computer language is formal and human communication is informal. We communicate much more than we are aware of when we speak.

So Programming is a Transformation of the Human Domain of Meaning to the Machine-Domain of Structure.

A programmer with a mathematical inclination (being analytical) AND an exceptional good mastery of one’s native language is the only one who can built a bridge between the two worlds.

When he (or she, woman are better in this!!!) is doing this he knows he is throwing away a lot of value but it is the consequence of IT. Machines are not humans (People that are Mad act like Machines).

Machines are very good in repetition. Humans don’t like repetition so Machines and Humans are able to create a very useful complementary relationship.

The person that understood this very well was Sjir Nijssen. He developed with many others something called NIAM. NIAM has generated many dialects called ORM, FORM, RIDDLE, FCO-IM, DEMO. The basic idea of all these methods is to analyze human communication in terms of the sentences we speak. It takes out of a sentence the verbs and the nouns (and of course the numbers) and creates a semantic model of the so called Universe of Discourse.

What Nijssen understood was that a computer is able to register FACTS (reality we don’t argue about anymore) and that facts are stored in a database. If we all agree about the facts we can use the facts to start reasoning. Want to know more about  reasoning. Have a look at this website.

To create a program that supports the user a good programmer has to be a good listener and a highly skilled observer. Users are mostly not aware of their Universe of Discourse. They are immersed in their environment (their CONTEXT). Many techniques have been developed to help the observer to make it possible to recreate the context without killing the context (Bahktin). Have a look at User-Centered-Design to find out more about this subject.

Want to read more about Dijkstra read The Lost Construct.